Kunsthandel

Als ik stel dat de tijd vliegt, verklap ik u niets dat u nog niet wist. Het is inmiddels al weer ruim dertien jaar geleden dat Rina en ik ons in Nederland lieten uitschrijven en een dag later als nieuwe ingezetenen van Frankrijk werden ingeschreven. Het formulier dat we daartoe in Nederland moesten inleveren, vermeldde met enige nadruk dat we de mogelijkheid hadden om Nederlands belastingplichtig te blijven. Als we daarvoor zouden kiezen, werd de opbouw van de AOW-rechten onverminderd gehandhaafd, zo stond vetgedrukt te lezen. Maar zie, ik had mijn 65-ste verjaardag gekozen als datum voor de dubbele transactie, dus er viel niets meer op te bouwen. En omdat niet alleen de Nederlandse belasting, maar vooral het strakke regime in mijn geboorteland mij tegen stond, werd ik contribuable en France.

Groot was mijn verbazing en verontwaardiging toen ik er achter kwam dat niettemin over de AOW- en pensioenuitkeringen uit Nederland sociale premies werden ingehouden. Geen idee of dat een misselijk trucje van de overheid van mijn vaderland was of misschien een Europese regel, maar ik was per maand een paar honderd euro kwijt aan premie voor met name AWBZ, als ik me goed herinner. Ik heb er nog over gedacht om bij het kantoor in Diemen thuishulp aan te vragen omdat ik thuis in La Celle-en-Morvan hulpeloos met mijn been in het gips zat, maar liet dat na omdat (a) ik er niet van houd om mezelf belachelijk te maken en (b) mijn been niet in het gips zat.
Na het overlijden van Rina liet ik mijn belastingzaken regelen door de onvolprezen Marianne Claus en die adviseerde mij auto-entrepreneur te worden in een micro entreprise. Als ik braaf sociale premies in Frankrijk zou afdragen over mijn omzet, zou ik in Nederland vrijstelling van premieheffing kunnen krijgen. (om misverstanden te voorkomen: het is niet de bedoeling hier te adviseren over belastingzaken; ik ben daartoe bevoegd noch bekwaam en de regels zullen inmiddels vast wel veranderd zijn)

Lees meer

Le Poisson Qui Rit

Op 31 oktober 1981, een zaterdag, verhuisden wij van Doorn naar Den Bosch. In Doorn hadden we een lief, klein boerderijtje dat zich verschool in de schaduw van imposante, grote beukenbomen aan het begin van de oprijlaan naar het landgoed Leeuwenburg in Langbroek. Heel Klein Leeuwenburg noemden we ons huis en bijgevolg viel er ook niet zo verschrikkelijk veel te verhuizen. Niettemin stonden de vertrekken van het huis in Den Bosch tamelijk vol met meubels en dozen. Op zulke momenten ben ik niet op z’n best, ik weet gewoon niet waar te beginnen en het liefst was ik in de eerste de beste stoel gaan zitten met een flesje bier in de hand en dan quasi diepzinnig kijken alsof ik diep nadacht. Maar Rina kende mij inmiddels goed genoeg om daar niet in te trappen, begon met de dozen waarop stond keukenspullen en was in korte tijd zover dat kopjes en schotels waren uitgepakt, de eettafel bereikbaar was en er koffie kon worden gezet, wetend dat dit beter zou werken dan mij vermanend toespreken. En even later was ook ik nuttig bezig, nou ja, nuttig … soms gooi ik met mijn kont weer om wat mijn handen juist hebben rechtgezet. Het bouwradiootje dat uiteraard op Hilversum 3 stond afgesteld blèrde vanaf een vensterbank heel toepasselijk de nummer 1 hit van The Police: “Every Little Thing She Does Is Magic”.

De volgende middag waren we al een heel eind op streek. De meeste dozen waren leeg en de inhoud was veilig opgeborgen, er hingen een paar lampen, de tv deed het en de meubelen stonden ongeveer op hun plek. De rest had geen haast vond ik en ik stelde voor in de auto te stappen, van het rustige weer te profiteren en de omgeving te gaan verkennen. We reden allereerst naar Lith, dat centraal staat in het boek “Dorp aan de rivier” van Antoon Coolen en waar ook de gelijknamige film is opgenomen. Daarna reden we zoveel mogelijk over de Maasdijk naar Nederhemert waar we een echtpaar wisten te wonen dat in de categorie verre vrienden thuis hoorde. Dat echtpaar was niet thuis en we besloten over dezelfde weg terug naar huis te rijden. In het piepkleine maasdorp Oud Empel viel mijn oog op het uithangbord van een café met de naam De Lachende Vis. Ik zweer u – hand op het hart – dat ik zou zijn doorgereden als het Café Maaszicht had geheten, maar aan zo’n naam kan ik geen weerstand bieden, dus we stapten naar binnen. Een klein kroegje met een biljart, blauw van de rook, vijf uur zondagmiddag, begin november, tien of elf man aan de toog, luide stemmen, daverend gelach. We moesten een beetje duwen en worstelen om een plek aan de bar te krijgen en nadat we die hadden veroverd werden er meteen twee pilsjes neergezet, alsof het de gebruikelijke beloning was voor zoveel doorzettingsvermogen. “Van Piet” zei iemand, dus ik hief mijn glas naar de kant waar ik Piet vermoedde, maar niemand reageerde. We hadden ieder net een slok genomen toen er opnieuw twee vers getapte biertjes werden neergezet. “Van Johan” hoorden we zeggen, dus ik riep in het wilde weg en volkomen zinloos “Proost Johan”.

Lees meer

Franse zangers (vervolg)

Franse zangers (link naar eerste deel)

Omdat mijn bijdrage niet helemaal onopgemerkt bleef, werd ik door de vaste tenor van het koor, tevens voorzitter, Jacques, gevraagd als invaller mee te doen aan een project met het Magnificat van Dietrich Buxtehude (1637-1707). Die mooie compositie is geschreven voor vierstemmig koor met daarbij een kleiner koor dat als solistenkwartet opereert. Daarvoor had men versterking nodig. Het betrof hier een koor uit een kleine plaats zo’n 30 kilometer verderop, onder leiding van Madame D. Zij had wel heel bijzondere opvattingen over de partituur van Buxtehudes Magnificat. Zo bewerkte ze sommige passages door in snelle fragmenten de noten te veranderen. Volgens haar klonk dat beter en bovendien zei ze, toen ik daarover een opmerking maakte: ‘Ik heb getelefoneerd met meneer Buxtehude en die vond het goed!’ Humor uit de campagne is niet per se leuk.
Deze zeer energieke dame, in de vijftig schat ik, dirigeerde het koor op dwingende wijze, met een slag die deed denken aan molenwieken. Al drukkend en persend probeerde zij met drukke gebaren uit het ensemble te halen wat zij wilde horen, met een energie, een betere zaak waardig. Voor haar is dirigeren eigenlijk een zware bevalling. Zij heeft het dan ook niet volgehouden en moest na een drietal repetities naar het ziekenhuis wegens hartklachten.

Die repetities, ook alweer aan het einde van de dag, vonden meestal plaats in een zaaltje van de Mairie, maar aan het einde van de repetitiereeks ook enkele malen in de grote stad A., al gauw nog weer 80 kilometer noordelijk, maar voor Franse zangers is dat een peulenschil. Jacques haalde mij en nog een tenor steeds weer thuis op en bracht ons weer terug en onderweg converseerden wij over van alles en nog wat. Over goede en slechte bakkers, het faillissement van het plaatselijke restaurant, over de nasleep van de Algerijnse oorlog, de Franse binnenlandse politiek, de stijgende prijzen van de wijn en die vreselijke Amerikaanse cultuur, want daar heeft men hier een duidelijke mening over. In A. – een dromerige oude stad aan de rivier de Yonne – repeteerden wij Buxtehude in het plaatselijke conservatorium annex muziekschool met een jeugdorkest. Ik zie ons nog bezig in die warme zomer in een oud gebouw, gelegen rond een grote binnenplaats. Koor en orkest dicht op elkaar in een te klein zaaltje met alle ramen open. Het was heel vertederend om jongens en meisjes – van de leeftijd van mijn kleinkinderen soms – aan het werk te zien, sommigen met een veel te grote cello en zelfs een frêle meisje, hooguit tien jaar, met paardenstaart, spelend op een enorme contrabas. Maar, dat is het belangrijkste, Buxtehude begon vorm te krijgen.

Lees meer

Franse zangers

In het lied van Harry Bannink op de schitterende tekst van Annie M.G. Schmidt ‘Op een mooie Pinksterdag’ maakt de vader zich zorgen over zijn nu nog kleine meid met wie hij vredig in het park wandelt. Immers: Morgen kan ze zwanger zijn, ’t kan ook nog vandaag, ’t kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn of iemand uit Den Haag.
Onduidelijk is wie de zaak erger maakt: de behanger, een Franse zanger of de Hagenaar. Wat is er toch met Franse zangers? Onwillekeurig denk je dan aan types als de onlangs overleden Johnny Hallyday, maar die had Annie vast niet voor ogen. Ik ook niet, het gaat hier over andere zangers.

Niet lang nadat wij ons, jaren geleden, in de Bourgogne hadden gevestigd word ik gevraagd mee te zingen in een plaatselijk gemengd koor in het naburige stadje. Van mijn buurvrouw had men begrepen dat ik als baszanger enige ervaring had en die konden ze wel gebruiken. Waarom ook niet, het is een goede manier om je Franse kennissenkring uit te breiden en deel te nemen aan het culturele leven van de nieuwe woonomgeving. En dus meld ik mij op een avond bij het ensemble dat repeteert in het zaaltje van het plaatselijke medisch-sociaal centrum. Lees meer

Ontrouw

Beste Ko, ik ben je een verklaring verschuldigd. Ja ik weet het, daarvoor is het rijkelijk laat, om precies te zijn 11 jaar te laat. Maar, beter laat dan nooit, nietwaar…

Misschien is het beter dat ik begin bij het begin, anders kunt u er niet dan met de grootste moeite een touw aan vast knopen. En het logische begin is de bekentenis dat ik een echt gewoontedier ben. Ik hoef niet zo nodig steeds andere zaken en andere mensen om mij heen. Ik houd er ook niet zo van voortdurend mijn beste beentje te moeten voorzetten bij een nieuwe kennismaking. Een vorm van luiheid of soms gewoon gebrek aan belangstelling. Het zij zo, ik voel me er prima bij. Het heeft stellig ook onhandige kanten. Zo heb ik jarenlang een stamkroegje gehad op ruim 50 kilometer van huis dat werd uitgebaat door Ome Ben die de uitsmijters bakte en Tante Mies die achter de tap stond als ze haar in een streng korset gesnoerde lijf niet aan de kaarttafel had aangeschoven. Een prima stel samen daar niet van, maar het café bood niets bijzonders, dus ik was eigenlijk gewoon te lui om uit te zien naar een even goed of misschien wel beter adres dichter bij huis voor een pilsje, een potje ouwehoeren en een partijtje biljart. En waar ik ook woonde in Nederland vóór mijn verhuizing naar Frankrijk, auto’s kocht ik steevast op een adres in Loosdrecht, waar ik ook consequent onderhoud liet uitvoeren. Zoals reeds gezegd onhandig, tijdrovend en dus kostbaar, maar wel prettig en vertrouwd en dat is mij veel waard.
Lees meer

Meubelen van Karel

Min of meer bij toeval waren Rina en ik begin jaren tachtig van de vorige eeuw in Den Bosch beland, waar we een heel prettig, nieuw en ruim houtskeletbouw huis hadden gevonden. Het stond te koop en de vraagprijs was zeker niet onredelijk, maar het was de tijd van torenhoge hypotheekrentes, dus niet bepaald een goede kopersmarkt. De projectontwikkelaar bood het na een lange periode van leegstand te huur aan en dat kwam ons heel goed uit want ik kon ook niet makkelijk een koper vinden voor het huis dat ooit door advocaten werd omschreven als de voormalige echtelijke woning.
Nadat we het anderhalf jaar hadden gehuurd, kwam het opnieuw te koop en als huurders hadden we eerste keus. De vraagprijs was flink gedaald, de hypotheekrente ook en de voormalige echtelijke woning was verkocht, zij het voor minder dan we hadden gehoopt. Niettemin vielen de stukjes van de puzzel allemaal op hun plaats en we hapten snel toe. We hebben er ruim twintig jaar met veel plezier in gewoond.
We naderden wat toen werd genoemd de pensioengerechtigde leeftijd en het idee om naar Frankrijk te verhuizen nam steeds vastere vormen aan. Wilden we in het huis in Den Bosch blijven wonen, dan hadden we daarin fors moeten investeren voor verbouwen en opknappen. Rina was altijd al echt francofiel, ze had als jonge vrouw een tijdje in Frankrijk gewerkt, ze sprak de taal goed en wilde niets liever dan haar laatste jaren daar slijten. Ze was ernstig ziek, maar door haar mentale instelling en haar geweldige lichamelijke conditie merkte je dat niet. Lees meer

Marthe – Kenny – Ree

Het is alweer bijna zeven jaar geleden dat Marthe bij me kwam logeren, ik woonde toen nog in La Celle-en-Morvan. Marthe kende ik van de HBS in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Die combinatie van drie letters zal jonge Nederlanders niet veel zeggen, maar ik vrees dat het merendeel van de abonnees van Bourgondische Zaken niet onder de categorie “jong” valt, dus nadere toelichting zal niet nodig zijn.

In die tijd deden de meeste meisjes op de middelbare school de talenkant, maar Marthe was een van de slechts drie meisjes in onze HBS-B klas, de wis- en natuurkunde kant dus. Zij was een vrolijke, sportieve en een beetje jongensachtige meid die spontaan in schaterlachen kon uitbarsten en die prachtig kon vloeken. Veel van haar mannelijke klasgenoten waren stiekem een beetje verliefd op haar, denk ik. Ik dus ook (dat “dus” is welbewust geplaatst in de tekst, u ziet maar wat u ervan denkt). Iedereen ging toen op de fiets naar school en ik moest een paar kilometer rijden vóór Marthe in de vroege ochtend mijn pad kruiste en heel vaak wachtte ik haar zo onopvallend mogelijk op. Ik heb haar heel wat kilometers uit de wind gehouden en ik mocht haar zelfs af en toe een duwtje geven, hoewel dat eigenlijk niet nodig was. Niettemin moest ik het afleggen tegen de aantrekkingskracht die ene Theo op de meisjes had en ik legde me daarbij neer. Theo was gezegend of opgezadeld met een mooie dubbele achternaam en hij kwam inderdaad uit een familie van enig aanzien, hoewel hij daar nooit mee schermde en het had voor Marthe ook geen bijzondere betekenis.
Veel later hoorde ik dat de ouders van Theo het meisje toch niet helemaal geschikt achtten voor een plekje in de familie. Wat Theo daarvan dacht weet ik niet.

Lees meer

Rabais

Als u in de supermarkt een beetje royaal inkoopt, mag u rekenen op korting. Soms aanzienlijk en soms ook bar weinig, maar toch. Kost bij voorbeeld uw favoriete tandpasta normaal per tube € 2,80, als u drie tubes koopt in de aanbieding, zou de totale prijs wel eens € 7,- kunnen zijn, pardon, ik bedoel natuurlijk € 6,99. En als u een doos van zes flessen wijn in uw kar laadt, kan de 6de fles best wel eens gratis zijn. U let daarop bij de dagelijkse of wekelijkse boodschappen. Niet? Nou, ik wel. Ik laat me lang niet altijd verleiden door de aanbiedingen, maar als ik het idee heb dat het goed of tenminste redelijk uitkomt, dan sla ik graag mijn slag. Echt een Nederlander, net wat u zegt. Hoewel, zal een Fransman daarin anders zijn?

Bij een Brico-winkel kocht ik pas nog een eenvoudig snoer, alleen geschikt voor verlichting en alleen voor binnenshuis. Een rolletje van 5 meter kostte € 3,50 en die van 10 meter € 6,50, tot zoverre allemaal heel normaal. Maar een rol van 25 meter moest € 18,44 opbrengen, dus dat betekent dat 2 rollen van 10 meter plus één van 5 meter samen bijna 2 euro goedkoper zijn. Of heeft u wel eens voor binnenverlichting één snoer van 25 meter nodig?
Koffiefilters stond onder andere op het slordig afgescheurde hoekje van een enveloppe dat ik had mee gekregen. Ik zag tot mijn verbazing dat een pak van 80 stuks iets duurder was dan twee pakken van 40 stuks, dus sloeg ik twee pakken van 40 in; ik heb het thuis goed moeten uitleggen.

Lees meer

Knipoog

Een paar jaar geleden verwees mijn Franse huisarts mij voor een routine onderzoek naar een plaatselijke cardioloog. In Nederland kom je dan altijd in een ziekenhuis terecht, maar hier in Frankrijk mocht ik me vervoegen op een privé praktijkadres.
De wachtkamer was groot genoeg om minstens twintig patiënten te bergen, maar ik zat er moederziel alleen. Ik vond dat niet erg, in tegendeel zelfs. In een volle wachtkamer weet ik nooit zo goed waarnaar of naar wie ik moet kijken en ik pak maar zelden een tijdschrift, uit een soort smetvrees. En over kwaaltjes praten vind ik al helemaal niets.
De muren waren beplakt met ernstig verkleurd juten behang dat je heel vroeger nog wel eens zag op zogenaamd betingelde muren; het dateerde uit het eind van de twintiger jaren van de vorige eeuw, schatte ik. Hier en daar hingen met pleister vastgeplakte posters die de lezers attent maakten op de gevaren van roken of wezen op voorschriften van verzekeraars. Sommige hoekjes van de posters waren al eens los gescheurd en opnieuw met pleisters vastgeplakt. Langs de plinten zag ik een paar wollige stofpluizen.
Er stonden overal verschillende stoelen, zeer waarschijnlijk afkomstig uit de Emmaüs, geen van alle erg comfortabel om te zien, maar dat hoort ook niet in een wachtkamer, vind ik.
De spreekkamer zag er niet veel frisser uit en de witte jas die de dokter droeg zou een Nederlandse huisvrouw graag eens in een lekker sopje hebben gezet.
Nadat mijn carte vitale in ontvangst was genomen, werd ik uitgenodigd mijn shirt uit te trekken en plaats te nemen op de onderzoektafel die in een hoek stond. Tegen een schoorsteenmantel stonden twee stapels apparaten, waar de dokter een tijdje naar staarde, alvorens er eentje uit te trekken, waardoor de rest van de stapel dreigde te kapseizen. Lees meer

Bonne Fête!

Op één van die laatste prachtige dagen van augustus was ik vol overgave bezig mijn rozen te besproeien, die hun tweede bloei beleefden! Plotseling naderde over ons zandpad een groot formaat bestelwagen, zonder opschrift. De jongeman die uitstapte, begroette mij enthousiast. Ik had die ochtend, voor het eerst bij hem, een prachtige geranium gekocht. ‘Ah, vous habitez ici!,’ riep hij enthousiast.
‘Je vous apporte votre commande de la semaine dernière, madame Prioville.’ In zijn hand hield hij alvast de piëdestal, die duidelijk onderdeel vormde van een enorm bloemstuk, dat hij vooralsnog in zijn auto had laten staan.
Ik vertelde hem dat genoemde mevrouw, die ik af en toe in de supermarkt in Saulieu spreek, in het huis aan de horizon woonde en legde hem uit hoe hij daar zo gemakkelijk mogelijk naar toe kon rijden.

Lees meer