De Yonne is een toevluchtsoord in corona tijd

op 17 maart veroorzaakten de beelden van de overvolle Parijse treinstations een aantal reacties. Bewoners van het platteland, die tot dan toe minder door de epidemie waren getroffen, vreesden voor een toename van het aantal ziektegevallen, veroorzaakt door de massale komst van mensen die hier een tweede huis bezitten.
Vorige week bracht Orange naar buiten dat naar schatting 1,2 miljoen mensen tussen 13 en 20 maart uit Groot-Parijs zijn vertrokken. Om de omvang van de ritten te meten, verzamelde en analyseerde de operator de lokalisatiegegevens van de mobiele telefoons. Volgens dezelfde berekeningen zou het departement de Yonne zijn bevolking met 10% hebben zien toenemen. Niet iedereen is daar even blij mee.

Dorpen in de Yonne zijn erg populair

In de Avallonnais zijn in de kleine gemeente Quarré-les-Tombes volgens INSEE bijna 31% van de huizen tweede woningen. Veel van die woningen zijn enkele uren voor het officiële begin van de lockdown in allerijl bewoond. De burgemeester, Bernard Ragage, begrijpt ‘de timing van de overheidsaankondigingen, vooral de ruimte die op dinsdagochtend is ontstaan’ niet. ‘Genoeg tijd voor gezinnen uit Ile-de-France om hun regio te verlaten’, zegt hij verwijtend. ‘Het virus zal zich mogelijk sneller verspreiden in onze regio’s die nog niet erg getroffen zijn en slecht uitgerust zijn met ziekenhuizen’. De bezorgdheid wordt gedeeld door Sylvain Mathieu, president van het regionale natuurpark de Morvan, en burgemeester van Château-Chinon (Nièvre). ‘Deze bevolkingsverplaatsingen, die heel begrijpelijk zijn, vormen een gezondheidsrisico voor de Morvan, dat tot nu toe vrij is van besmetting. Bovendien maakt ons grondgebied deel uit van wat men ‘een medische woestijn’ noemt. Er zijn te weinig artsen en geen grote ziekenhuizen in de buurt’, publiceerde hij op 21 maart op Twitter.

Sommige burgemeesters zijn minder uitgesproken en dringen aan op de noodzaak om de inperkingsmaatregelen, die voor iedereen gelden, te eerbiedigen. Dit is bijvoorbeeld het geval in Vézelay, waar het gemeentehuis een systeem heeft opgezet om het aantal verplaatsingen te verminderen. De elektrische shuttle, die meestal gebruikt wordt voor toeristen, wordt nu ingezet om een thuisbezorgservice te bieden aan mensen in de gevarenzone. Burgemeester Hubert Barbieux merkt echter op dat ‘hij liever had gezien dat de Parijzenaren thuis waren gebleven’, ook al heeft de gemeente 36% tweede woningen.

‘Veel mensen zijn gelijk in de eerste week aangekomen en ik snap wel waarom ze niet in Parijs wilden blijven’, merkt Bertrand de la Gravière op, de burgemeester van Châtel-Censoir. ‘Als ze komen en de lockdownisinstructies respecteren, is er geen probleem. Er zijn nog steeds mensen die buiten wandelen en ik weet dat er boetes zijn uitgedeeld. …maar het is een zeer kleine minderheid die zich niet aan de regels houdt’.

De gemeente Treigny-Perreuse-Sainte-Colombe in Puisaye kent eenzelfde soort verhaal. ‘Inderdaad, de meeste van de tweede huizen in de gemeente zijn bezet. Er zijn ook gezinnen die huisjes hebben gehuurd voor een maand of meer,’ zegt burgemeester Paulo Da Silva Moreira met gemengde gevoelens.

Als de epidemie zijn hoogtepunt bereikt

‘Ik begrijp dat deze mensen liever op het platteland zijn en niet in de stad, waar de risico’s op besmetting groter zijn. Aan de andere kant vraag ik me af of de Yonne in de huidige situatie wel in staat is om deze secundaire bewoners op te vangen. In sommige gemeenten – dit is niet het geval in Saint-Sauveur-en-Puisaye, waar we een verpleeghuis hebben – is het zorgaanbod zeer beperkt. In het geval van een epidemische piek, lopen we het risico dat we niet voor iedereen een bed hebben’.
Auxerre en Joigny
In kleine gemeenten met veel tweede woningen is het aantal bewoners uit de hoofdstad waarneembaar en meetbaar, maar in grote steden is het fenomeen logischerwijs moeilijker te identificeren en te meten. Ten eerste, omdat er daar minder vakantiewoningen zijn, maar ook omdat het weinig zin heeft om Parijs te verlaten voor een andere stedelijke omgeving. In Auxerre zeggen ambtenaren geen enkele opmerkelijke beweging te hebben opgemerkt: ‘Wat we kunnen zeggen, met wat we op straat zien, is dat er geen mensen zijn aangekomen die de regio Parijs zouden zijn ontvlucht om hierheen te komen. Voor de rest is het moeilijk om meer te zeggen, omdat onze openbare diensten gesloten zijn, dus we kunnen het niet meten aan de hand van bijvoorbeeld schoolinschrijvingen.’ Wat wel opvalt, is dat veel jongvolwassenen, of ze nu student zijn of niet, hun respectievelijke steden hebben verlaten om terug te keren naar de ouderlijke woning in de Auxerrois in deze tijd van lockdown.
In Joigny en omgeving was er ook een toename van bevolking te zien. Maar ook hier ontbreken onafhankelijke cijfers. ‘Ik zag op de markt op de eerste zaterdag inderdaad heel wat Parijzenaars’, zegt Bernard Moraine, van Joigny. Maar statistisch gezien is het moeilijk voor mij om te zeggen hoeveel het er zijn.’

Hoe reageren Parijzenaars

De mensen uit Ile-de-France begrijpen niet zo goed waarom er op deze manier naar hen gekeken wordt. ‘Als eigenaar van een klein tweede huis in de Yonne kwamen we stemmen voor de gemeenteraad en kozen we ervoor om te blijven’, zegt Philippe, een inwoner van Seine-Saint-Denis. ‘Achteraf gezien wordt de stigmatisering van de Parijzenaars die Parijs hebben verlaten niet goed begrepen. Voor ons was de keuze tussen onze twee adressen helemaal geen vraag. Hier in de Yonne is het risico op besmetting voor ons en voor anderen veel lager’, vervolgt hij, terwijl hij eraan toevoegt dat ‘het enige probleem van deze beslissing is dat we de lokale medische zorg dreigen te overbelasten als we ziek worden’.
Zich bewust van het besmettingsrisico dat ze zou kunnen nemen, nam Marie bepaalde voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van de hoofdstad om naar haar huis in Arcy-sur-Cure te gaan. ‘Ik was heel voorzichtig, ging weg met latex handschoenen aan en lette heel erg op wat ik aanraakte’, legt ze uit. Mijn eerste bedoeling was om in Parijs te blijven, maar toen ik me realiseerde dat ik mijn zieke familieleden niet eens zou kunnen bezoeken, zelfs niet als ze zouden sterven, zei ik tegen mezelf dat ik hier veel beter af zou zijn’. Zij heeft sindsdien, samen met anderen, veel tijd gestoken in een systeem om boodschappen groepsgewijs te bestellen en te verspreiden in het dorp.
Ook Maud, een student in Parijs, heeft besloten om haar terugkeer naar de Yonne goed te benutten. De 23-jarige vrouw bood aan de boeren te helpen. ‘Wat ik nu echt belangrijk vind, is dat ik winkeliers en ambachtslieden in de regio, die het slachtoffer zijn van deze lockdown, help ondersteunen’, zegt Maud uit Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes. ‘Toen de lockdownmaatregelen twee weken geleden werden afgekondigd, ben ik dezelfde avond nog in Bercy op de trein gesprongen. Ik wilde niet opgesloten zitten in mijn kleine appartement. Ik heb mijn ouders op de hoogte gebracht en ben direct vertrokken.’ De studente heeft geen rijbewijs en in de buurt is geen winkel te bekennen. Toch kon ze heel snel rekenen op hulp van familie en vrienden om voor haar boodschappen en verse producten mee te nemen. ‘Dingen worden snel georganiseerd en er ontstaat een soms onverwachte solidariteit. Ik hoop oprecht dat na deze periode de dorpen weer bevolkt zullen worden door dynamische mensen om de cafés over te nemen, de banden tussen de inwoners weer aan te halen en dit Frankrijk nieuw leven in te blazen’, zegt de jonge vrouw.
Aart Sierksma
Bron: L’Yonne, refuge de confinement pour les Franciliens: paroles d’élus et de résidents [Sophie Bardin]

  • Bekeken465