Het Camembert-doosje

Het was op 6 april 1982, toen ik bij louter toeval, tijdens de verbouwing van ons boerderijtje in de Morvan, de restanten van een oud Camembert-doosje vond.
Twee en een half jaar eerder, in augustus 1979, hadden we dit huis in Les Quatre Vents, een gehucht bij Chaumard, gekocht. We vielen vooral voor het uitzicht: de Mont Beuvray en de heuvels van de zuidelijke Morvan op meer dan veertig kilometer afstand! Er moest wel het een en ander aan gebeuren. Wat wil je ook – een huis dat op de ‘carte d’état-major’ van 1820 voorkomt.
Die dag in april was ik bezig in het achterste gedeelte van de boerderij, een ruimte die door ons, op gezag van onze kinderen, tot op de huidige dag het ‘Zwaluwnestje’ genoemd wordt, omdat er aan een draagbalk een kunstig nest van een boerenzwaluw zat gemetseld. De balken waren verrot en zaten onder de houtwormgaten. Ze moesten dringend vervangen worden.
Toen ik een van de balken uit de muur tilde, werd het doosje zichtbaar. Ik haalde het te voorschijn en zag dat het niet zomaar een Camembert-doosje was, maar vanwege de met potlood beschreven tekst: een document. Het doosje inspireerde me ’s avonds tot het schrijven van de volgende bespiegeling:

Mr. Goudier
Toen een metselaar, 86 jaar geleden, om precies te zijn op 31 juli 1896, in Les Quatre Vents zijn stenen opgestapeld had, besloot hij na z’n lunch met brood, kaas en wijn, zijn naam, beroep, woonplaats en datum met sierlijke krulletters op de bodem van het Camembert-doosje te schrijven, in plaats van het weg te gooien, zoals hij anders deed. Hij metselde het in op een veilig, onvindbaar plekje in de muur en koos daarvoor een plaats uit achter een dikke balk, die hij vervolgens de muur binnenvoerde.
Waarom deed Mr. Goudier, maçon, uit Chaumard dit? Was het een grap? Deed hij het uit verveling, of was het een serieuze daad als een geheim signaal, dat met het verbergen achter de balk een feit werd. Camambert-doosjeWie was deze Mr. Goudier? Deed hij dit bij elk huis dat hij bouwde? Verbergen meer huizen in deze omgeving hun geheime merktekens? Wisten zijn kameraden hiervan, of deed hij het in het diepste geheim. Deed hij het om op die manier te kunnen voortleven, als vooruitwijzing en handreiking naar degene die misschien eens het doosje zou vinden? Was het een ritueel? Wie zal het zeggen…
En bovendien, wat betekenen trouwens die nauwelijks leesbare woorden op de achterkant van het doosje? Een boodschap? Waarom en voor wie bestemd? Of deed hij dit allemaal in de wetenschap dat toch niemand dit ooit zou lezen. Zeker geen Nederlander die 86 jaar later de brutaliteit had zijn doosje aan het daglicht bloot te stellen.  Allemaal vragen, waarop ik het antwoord schuldig moet blijven. Een feit blijft dat het een zeer curieuze vondst betreft, die met de meeste voorzichtigheid en eerbied moet worden behandeld. Toch blijft de vraag – wat heb ik, Siep Kooi, de vinder, met Mr. Goudier te maken? – mij nadrukkelijk bezig houden.  De eerste naspeuringen die middag leverden mij het volgende op:
Mme. Elise Léger, onze buurvrouw – bij wie ik onmiddellijk te rade ging – 84 jaar, geboren twee jaar nadat Mr. Goudier het doosje inmetselde dus, vertelde dat zij zich nog kon herinneren dat deze metselaar meer huizen in Les Quatre Vents had gebouwd. Onder andere het achterstuk van ons boerderijtje, ons ‘Zwaluwnestje’. De toenmalige bewoners hadden hun huis vergroot om als werkplaats voor een cordonnier, een schoenlapper, te dienen. De man had er een tiental jaren zijn beroep uitgeoefend. Volgens Mme. Elise zou er in het naburige Courgermain, in een smederij, nog een kleindochter van hem wonen.
Wat belette mij om meteen contact met deze vrouw op te nemen en haar te vragen of ze haar grootvader nog gekend had, of ze foto’s van hem had, of hij een goed metselaar was, waar hij begraven lag. Deze missie leverde jammer genoeg niets op. Wel zag ik in Courgermain de bekende travalje, de houten stellage waarbinnen de ossen vastgebonden stonden als ze beslagen werden. De smederij moet daar vlakbij hebben gestaan.  Ik reed weer terug, maakte een pas gekocht Camembert-doosje leeg, schreef er met potlood mijn geheime boodschap in, ging naar het ‘Zwaluwnestje’, legde het doosje in het nog openliggende gat, plaatste er een nieuwe balk voor, bracht nieuwe cement aan en ging naar buiten nieuwsgierig naar de houtduiven, die in de bejaarde pruimenboom driftig te keer gingen. Wie zou mijn doosje ooit vinden?  ‘s Avonds las ik Nescio’s schitterende ‘Boven het dal, en andere verhalen’ (Amsterdam, 12e druk, pag. 99/100). Op 19 februari 1942 – zes maanden na mijn geboorte – schreef hij in zijn verhaalstukje ‘Pleziertrein’:
‘Ik heb nog een oudere herinnering.
Donderdag, 30 Juli 1896. Kijkt u maar na in een ouwe almanak en u zult zien dat ‘t
klopt. Bestaan er nog almanakken?
(…)
Donderdag, 30 Juli 1896. (…) Goedkope trein naar Nijmegen. (…) En ik voel weer heel
even de oude verwachting van toen, toen die dag nog komen moest. (…) En het koeren
van de houtduif. En de vreemde ontroering.
Dat is alles.
(…)
Donderdag, 30 Juli 1896. Goedkope trein naar Arnhem en Nijmegen. De zoete pijnlijke
en onbegrepen weemoed, dat ‘t voorbij was en dat Donderdag de 30ste Juli 1896 nooit
meer komen zou.
Dat is alles.
Een vreemd gevoel van onvergankelijkheid.’

Een dag later – op een vrijdag dus – 31 juli 1896,

schreef een eenvoudige metselaar ergens in de Morvan op een Camembert-doosje:

‘Goudier, maçon, Chaumard, 1896, 31 juillet’.

Een vreemd gevoel van onvergankelijkheid.

auteur: Siep Kooi

Het Camembert-doosje : Vervolg en slot

  • Bekeken1156