Berichten

Een papegaai in de Morvan

Sinds enkele maanden wordt er regelmatig een papegaai in de Morvan gezien, in de buurt van Mhère en Gâcogne. Een soortgelijke vogel is afgelopen zomer ontsnapt uit een broedbedrijf in Fleury-sur-Loire, wat doet vermoeden dat de eigenaar gevonden is. Maar het zou niet hetzelfde dier zijn. De eigenaar beweert dat deze die nu gespot is niet van zijn bedrijf afkomstig is.

Frédéric Pasté had vijf ara’s in zijn Fleury-sur-Loire kweek. Hij is lang op zoek geweest naar gezelschap voor een van zijn vogels. Zodoende adopteerde hij in 2019 Mikotte. Maar het samenwonen van het ara-echtpaar is niet het liefdesverhaal geworden waarop hij had gehoopt. ‘Het vrouwtje reageerde erg angstig. We hebben daarop besloten om het mannetje eruit te halen om hem verder in huis op te voeden, waardoor hij dus gewend is geraakt om met mensen om te gaan. Toen we besloten om hem terug te plaatsen in zijn kooi, ging het helemaal mis’, legt Frédéric uit. ‘De jonge ara besloot daarop weg te vliegen, en kwam nooit meer terug. We hebben natuurlijk stad en platteland afgezocht, maar helaas tevergeefs’, zegt Frédéric Pasté, die inmiddels de Nièvre heeft verlaten voor de Canarische Eilanden, ver van zijn papegaaien.

In het wild vliegt de ara, een papegaai uit Zuid-Amerika, veel. Hij heeft een stevig, gedrongen lichaam, een lange staart, rode, groene en blauwe veren, rode veren op zijn kop en kale witte wangen met rode vlekken. Hij is groot en winterhard. In Zuid-Amerika legt hij normaal gesproken grote afstanden af om zijn voedsel te vinden. ‘Dat is hier niet nodig omdat hij genoeg voedsel van de mensen krijgt. Zijn spieren zijn trouwens niet zo goed ontwikkeld als die van wilde ara’s’, verklaart Frédéric. ‘Als het een vogel van mij zou zijn, zou hij bijna 80 km gevlogen moeten hebben en dat lijkt me sterk.’ De bossen van de Morvan, waar dezelfde soort papegaai is waargenomen, in de buurt van Mhère en Gâcogne ligt hemelsbreed zo’n tachtig kilometer van Fleury-sur-Loire.

Ver van zijn soortgenoten

Deze soorten verdragen temperatuursveranderingen niet zo goed. Het zou werkelijk een wonder zijn als deze papegaai, zelfs als de winter niet te koud is, dit zou overleven,’ zegt Frédéric Pasté. ‘Ik hoop van harte dat zij het is en zou het fantastisch vinden als dit verhaal klopt, maar ik zou geen enkele verklaring kunnen bedenken. Ik ga er eigenlijk nog steeds van uit dat ze bij haar soortgenoten rond Decize is gebleven. Maar als ze het is en dus nog gezond, zou dat geweldig nieuws zijn. Mikotte, zoals alle ara’s, voedt zich met vruchten. Appels, noten en allerlei andere vruchten zijn daar natuurlijk in grote hoeveelheden te vinden. En tel daarbij op dat veel mensen het ook nog eens leuk vinden om deze papegaaien van voedsel te voorzien,’ zegt Frédéric Pasté.

In Mhère en Gâcogne is de vogel een echte mascotte geworden onder de bewoners, die niet aarzelen om de papegaai te voeren.

Als het inderdaad Mikotte zou zijn, zou de eigenaar niet weten wat hij zou moeten doen. ‘Ik heb geen contact met dierenartsen ter plaatse. Ik denk dat ze in de Nièvre niet zo vaak met dit soort dieren te maken hebben. Ik zou ze adviseren om contact op te nemen met specialisten en andere fokkers zoals ik. Het is niet heel eenvoudig om ze te vangen. Het vergt veel geduld. Wij doen het meestal ’s avonds, vooral omdat deze vogels heel hoog in de bomen zitten,’ zegt hij.

Twijfels over de identiteit

Cyril William Trinquet, burgemeester van Mhère, volgt de zaak van de papegaai op de voet en heeft twijfels over de identiteit van het dier. ‘Ik heb Frédéric Pasté gevraagd om mij documenten op te sturen die de juistheid van zijn woorden konden bevestigen. Ik was niet bepaald overtuigd. Zo’n papegaai is nogal duur en je weet dat er altijd mensen zijn die misbruik willen maken van de situatie,’ legt de burgemeester uit. Allebei merkten al snel op dat deze vogel zijn ringetje, waarop het identificatiedocument van beschermde vogels was aangegeven, om een ander pootje zat.

De datum waarop de papegaai voor het eerst zou zijn gezien komt ook niet overeen met de datum van Mikotte’s ontsnapping. In mei 2020 belde mijn wethouder, na een aperitief met zijn vrouw, om te zeggen dat hij een papegaai had gezien, ruim voor de datum waarop Mikotte naar verluidt was uitgevlogen.

We hebben vorige week een goed gesprek gehad met de eigenaar van Mikotte, die net als wij zijn twijfels houdt,’ zegt de burgemeester.

Ondertussen lijkt de papegaai een goed leven te leiden, tussen de wouwen en slechtvalken van de Morvan.

Aart Sierksma

Bron: L’espoir d’avoir retrouvé le propriétaire de l’ara aperçu dans le Morvan a du plomb dans l’aile

Fabien Agrain-Védille

383 keer bekeken

Harry Verstappen: eerbetoon aan de mannen van Mhère

Om nooit meer te vergeten. 

Dit boekwerk van meer dan 300 pagina’s werd geschonken door Harry Verstappen aan de gemeente Mhère en aan de ‘Union Française des Associations de Combattants et des victimes de guerre (U.F.A.C.).

Een herdenkingsboek geschreven en uitgegeven door hemzelf, getiteld ‘Hommage aux hommes de Mhère, morts pour la France’. Van elke naam, vermeld op het monument, beschrijft Verstappen de identiteit, de familielijn, persoonlijke eigenschappen en een zeer gedetailleerde militaire geschiedenis vanaf het moment van in dienst gaan tot het moment van sterven. Foto’s van graven, soms van massagraven, reproducties van stafkaarten en gevechtsrapporten maken deze verhalen compleet.

Geschiedenis, lijden

Op het monument voor de doden van 1914 tot 1919 in Mhère zie je de namen van vijfenvijftig soldaten, die zijn omgekomen of verdwenen. Harry Verstappen, een Nederlander die sinds 2006 permanent in de Nièvre woont, was verrast door de jaarlijkse samenkomst van de bevolking voor het oorlogsmonument op 11 november. “Elke 11 november stelde ik mezelf de vraag: wie waren deze jongens en mannen? Wat weten we over hun geschiedenis, hun lijden, hun pijn en hun inspanningen?”

In het voorwoord wijst hij erop dat Nederland tijdens de eerste wereldoorlog neutraal was en dat hij, vanaf het moment dat hij zich definitief in Mhère gevestigd had, elk jaar op 11 november aanwezig was “om de mannen van het dorp die vermist, gedood of gestorven waren te eren.”

Harry Verstappen was politie-inspecteur in Nederland. Drie jaar lang zocht hij vastberaden op internet, in de archieven van de Nièvre en van het Ministerie van Defensie, op sites voor genealogie zoals het ‘Memorial Gen Web’ en in de archieven van Mhère. “De Franse overheid heeft hard gewerkt om de archieven openbaar te maken. Veel documenten zijn gedigitaliseerd en online beschikbaar.”

Slapeloze nachten

Hij kreeg veel informatie op een internetforum waar liefhebbers, zoals hij, informatie uitwisselen. Hij kon zelfs informatie bemachtigen over de organisatie van het Franse leger met foto’s van graven en ossuaria (knekelhuizen). Zelf voegde hij foto’s toe, die hij onderweg maakte wanneer hij naar Nederland reisde. Hij moet lachen als hij terugdenkt aan al die nachten zonder slaap. “Drie jaar lang heb ik allerlei informatie verzameld: van de burgerlijke stand, van de mobilisatie, inschrijvingen, werving, instructieopdrachten, medailles, gevechtskaarten, omgekomen soldaten, begrafenisplaatsen.”

Harry Verstappen heeft ook enkele fouten bij het dodenmonument achterhaald: verkeerd gespelde achternaam, omkering van voor- en achternaam, dubbele vermelding op een monument van een naburige gemeente. Maar ook ontdekte hij fouten en onnauwkeurigheden in citaten en arresten van de rechtbanken van Clamecy en Château-Chinon.

Een andere kijk op de oorlog

“Ik ben gegrepen door het verhaal van een jongeman van 18 jaar, die stierf tijdens een bombardement en nooit een graf heeft gekregen. Dit onderzoek heeft ertoe geleid dat ik een ander beeld van de oorlog heb gekregen. In ieder geval anders dan in de boeken staat beschreven. Ik vond geen enkele erkenning in de dood van deze soldaten. Ik ben geen antimilitarist, omdat ik zelf in het leger heb gediend, maar bepaalde bevelen van de generaals waren puur gekkenwerk. Bijvoorbeeld die van nooit terugtrekken en die van opeenvolgende aanvallen met dezelfde resultaten van mislukking”.

Feiten

Wie waren deze vijfenvijftig mannen? De compilatie van de gegevens verzameld door Harry Verstappen levert veel verduidelijkingen op. Het waren allemaal infanteristen of artilleristen van 19 tot 44 jaar oud. Zestig procent was jonger dan 30 toen ze stierven en zeven procent was 40 jaar of ouder. Er waren negen onderofficieren, sergeanten of korporaals, maar geen officieren. Achtenveertig gesneuvelden zijn geboren in de Nièvre, drieëndertig woonden in de gemeente Mhère. Er waren vierenveertig boeren of landarbeiders. Tweeëntwintig procent wordt als vermist beschouwd. De meeste gehuchten hebben wel een man verloren in deze oorlog.

Het boek is verkrijgbaar bij het gemeentehuis

De beroemde zinsnede uit ‘Je me souviens de ceux de 14’ van Maurice Genevoix (luitenant en romancier): ‘Ce que nous avons fait, c’est plus qu’on ne pouvait demander à des hommes et nous l’avons fait’.

Aart Sierksma

Bron : Harry Verstappen l’a remis, dimanche, à la municipalité et à l’association des Anciens combattants [Jean Sarcinella]

 

358 keer bekeken