De Yonne is een toevluchtsoord in corona tijd

op 17 maart veroorzaakten de beelden van de overvolle Parijse treinstations een aantal reacties. Bewoners van het platteland, die tot dan toe minder door de epidemie waren getroffen, vreesden voor een toename van het aantal ziektegevallen, veroorzaakt door de massale komst van mensen die hier een tweede huis bezitten.
Vorige week bracht Orange naar buiten dat naar schatting 1,2 miljoen mensen tussen 13 en 20 maart uit Groot-Parijs zijn vertrokken. Om de omvang van de ritten te meten, verzamelde en analyseerde de operator de lokalisatiegegevens van de mobiele telefoons. Volgens dezelfde berekeningen zou het departement de Yonne zijn bevolking met 10% hebben zien toenemen. Niet iedereen is daar even blij mee.

Dorpen in de Yonne zijn erg populair

In de Avallonnais zijn in de kleine gemeente Quarré-les-Tombes volgens INSEE bijna 31% van de huizen tweede woningen. Veel van die woningen zijn enkele uren voor het officiële begin van de lockdown in allerijl bewoond. De burgemeester, Bernard Ragage, begrijpt ‘de timing van de overheidsaankondigingen, vooral de ruimte die op dinsdagochtend is ontstaan’ niet. ‘Genoeg tijd voor gezinnen uit Ile-de-France om hun regio te verlaten’, zegt hij verwijtend. ‘Het virus zal zich mogelijk sneller verspreiden in onze regio’s die nog niet erg getroffen zijn en slecht uitgerust zijn met ziekenhuizen’. De bezorgdheid wordt gedeeld door Sylvain Mathieu, president van het regionale natuurpark de Morvan, en burgemeester van Château-Chinon (Nièvre). ‘Deze bevolkingsverplaatsingen, die heel begrijpelijk zijn, vormen een gezondheidsrisico voor de Morvan, dat tot nu toe vrij is van besmetting. Bovendien maakt ons grondgebied deel uit van wat men ‘een medische woestijn’ noemt. Er zijn te weinig artsen en geen grote ziekenhuizen in de buurt’, publiceerde hij op 21 maart op Twitter.

Sommige burgemeesters zijn minder uitgesproken en dringen aan op de noodzaak om de inperkingsmaatregelen, die voor iedereen gelden, te eerbiedigen. Dit is bijvoorbeeld het geval in Vézelay, waar het gemeentehuis een systeem heeft opgezet om het aantal verplaatsingen te verminderen. De elektrische shuttle, die meestal gebruikt wordt voor toeristen, wordt nu ingezet om een thuisbezorgservice te bieden aan mensen in de gevarenzone. Burgemeester Hubert Barbieux merkt echter op dat ‘hij liever had gezien dat de Parijzenaren thuis waren gebleven’, ook al heeft de gemeente 36% tweede woningen.

‘Veel mensen zijn gelijk in de eerste week aangekomen en ik snap wel waarom ze niet in Parijs wilden blijven’, merkt Bertrand de la Gravière op, de burgemeester van Châtel-Censoir. ‘Als ze komen en de lockdownisinstructies respecteren, is er geen probleem. Er zijn nog steeds mensen die buiten wandelen en ik weet dat er boetes zijn uitgedeeld. …maar het is een zeer kleine minderheid die zich niet aan de regels houdt’.

De gemeente Treigny-Perreuse-Sainte-Colombe in Puisaye kent eenzelfde soort verhaal. ‘Inderdaad, de meeste van de tweede huizen in de gemeente zijn bezet. Er zijn ook gezinnen die huisjes hebben gehuurd voor een maand of meer,’ zegt burgemeester Paulo Da Silva Moreira met gemengde gevoelens.

Als de epidemie zijn hoogtepunt bereikt

‘Ik begrijp dat deze mensen liever op het platteland zijn en niet in de stad, waar de risico’s op besmetting groter zijn. Aan de andere kant vraag ik me af of de Yonne in de huidige situatie wel in staat is om deze secundaire bewoners op te vangen. In sommige gemeenten – dit is niet het geval in Saint-Sauveur-en-Puisaye, waar we een verpleeghuis hebben – is het zorgaanbod zeer beperkt. In het geval van een epidemische piek, lopen we het risico dat we niet voor iedereen een bed hebben’.
Auxerre en Joigny
In kleine gemeenten met veel tweede woningen is het aantal bewoners uit de hoofdstad waarneembaar en meetbaar, maar in grote steden is het fenomeen logischerwijs moeilijker te identificeren en te meten. Ten eerste, omdat er daar minder vakantiewoningen zijn, maar ook omdat het weinig zin heeft om Parijs te verlaten voor een andere stedelijke omgeving. In Auxerre zeggen ambtenaren geen enkele opmerkelijke beweging te hebben opgemerkt: ‘Wat we kunnen zeggen, met wat we op straat zien, is dat er geen mensen zijn aangekomen die de regio Parijs zouden zijn ontvlucht om hierheen te komen. Voor de rest is het moeilijk om meer te zeggen, omdat onze openbare diensten gesloten zijn, dus we kunnen het niet meten aan de hand van bijvoorbeeld schoolinschrijvingen.’ Wat wel opvalt, is dat veel jongvolwassenen, of ze nu student zijn of niet, hun respectievelijke steden hebben verlaten om terug te keren naar de ouderlijke woning in de Auxerrois in deze tijd van lockdown.
In Joigny en omgeving was er ook een toename van bevolking te zien. Maar ook hier ontbreken onafhankelijke cijfers. ‘Ik zag op de markt op de eerste zaterdag inderdaad heel wat Parijzenaars’, zegt Bernard Moraine, van Joigny. Maar statistisch gezien is het moeilijk voor mij om te zeggen hoeveel het er zijn.’

Hoe reageren Parijzenaars

De mensen uit Ile-de-France begrijpen niet zo goed waarom er op deze manier naar hen gekeken wordt. ‘Als eigenaar van een klein tweede huis in de Yonne kwamen we stemmen voor de gemeenteraad en kozen we ervoor om te blijven’, zegt Philippe, een inwoner van Seine-Saint-Denis. ‘Achteraf gezien wordt de stigmatisering van de Parijzenaars die Parijs hebben verlaten niet goed begrepen. Voor ons was de keuze tussen onze twee adressen helemaal geen vraag. Hier in de Yonne is het risico op besmetting voor ons en voor anderen veel lager’, vervolgt hij, terwijl hij eraan toevoegt dat ‘het enige probleem van deze beslissing is dat we de lokale medische zorg dreigen te overbelasten als we ziek worden’.
Zich bewust van het besmettingsrisico dat ze zou kunnen nemen, nam Marie bepaalde voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van de hoofdstad om naar haar huis in Arcy-sur-Cure te gaan. ‘Ik was heel voorzichtig, ging weg met latex handschoenen aan en lette heel erg op wat ik aanraakte’, legt ze uit. Mijn eerste bedoeling was om in Parijs te blijven, maar toen ik me realiseerde dat ik mijn zieke familieleden niet eens zou kunnen bezoeken, zelfs niet als ze zouden sterven, zei ik tegen mezelf dat ik hier veel beter af zou zijn’. Zij heeft sindsdien, samen met anderen, veel tijd gestoken in een systeem om boodschappen groepsgewijs te bestellen en te verspreiden in het dorp.
Ook Maud, een student in Parijs, heeft besloten om haar terugkeer naar de Yonne goed te benutten. De 23-jarige vrouw bood aan de boeren te helpen. ‘Wat ik nu echt belangrijk vind, is dat ik winkeliers en ambachtslieden in de regio, die het slachtoffer zijn van deze lockdown, help ondersteunen’, zegt Maud uit Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes. ‘Toen de lockdownmaatregelen twee weken geleden werden afgekondigd, ben ik dezelfde avond nog in Bercy op de trein gesprongen. Ik wilde niet opgesloten zitten in mijn kleine appartement. Ik heb mijn ouders op de hoogte gebracht en ben direct vertrokken.’ De studente heeft geen rijbewijs en in de buurt is geen winkel te bekennen. Toch kon ze heel snel rekenen op hulp van familie en vrienden om voor haar boodschappen en verse producten mee te nemen. ‘Dingen worden snel georganiseerd en er ontstaat een soms onverwachte solidariteit. Ik hoop oprecht dat na deze periode de dorpen weer bevolkt zullen worden door dynamische mensen om de cafés over te nemen, de banden tussen de inwoners weer aan te halen en dit Frankrijk nieuw leven in te blazen’, zegt de jonge vrouw.
Aart Sierksma
Bron: L’Yonne, refuge de confinement pour les Franciliens: paroles d’élus et de résidents [Sophie Bardin]

Een Franse kok in Amsterdam

30 maart 2020/in Nièvre (58), Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

De 24-jarige Thomas Demuth, geboren in Clamecy, is chef-kok in het bekende Amsterdams restaurant de Gouden Reael en probeert het hoofd te bieden aan de pandemie die ook het land waar hij de afgelopen twee jaar heeft gewoond, heeft getroffen. ‘Tien dagen rust thuis is nieuw voor mij,’ legt hij uit. ‘Ik hou een strak ritme aan. Ik kook veel thuis en kom absoluut niet meer buiten. Mijn leveranciers van het restaurant komen me bevoorraden met groenten, vlees en vis, zodat ik me er wel doorheen sla.’

We leven in afzondering

Hij erkent dat de situatie natuurlijk niet eenvoudig is op dit moment. ‘Ik ben bij mijn vrouw en mijn kat, we hebben een klein huis met een tuin in Amsterdam. We leven zo goed als in afzondering. Ik werk aan nieuwe recepten, ik kijk wat films, ik speel ook online spelletjes met mijn vrienden in Frankrijk en ik heb voortdurend contact met mijn ouders, mijn vader die wijnmaker is in Tannay, mijn broer, mijn familie en vrienden in Clamecy en in de rest van Frankrijk.’

Thomas is meestal zeer actief, maar heeft nu het gevoel dat zijn wereld volledig op de kop staat. ‘Ik vermijd het huis te verlaten uit respect voor anderen. Ik wil het virus niet krijgen, laat staan aan iemand anders geven. Ik neem dit heel serieus.’ Hij heeft ook permanent contact met een andere Clamecycois in Amsterdam, François Guenot, hoofd banketbakker van de Caron Group. ‘We steunen en helpen elkaar. We zitten hier in Amsterdam niet in quarantaine, er is heel weinig controle. Ik vind het jammer dat er ondanks de instructies nog steeds mensen en kinderen op straat zijn. Nederland kiest voor een ander systeem dat de economie niet te zeer ondermijnt. Het is beter, volgens de deskundigen hier, om het virus te krijgen en om er daarna immuun voor te zijn. Ik hoop dat deze epidemie snel voorbij is.’

Aart Sierksma

Bron: Cuisinier à Amsterdam et confiné, le Clamecycois Thomas Demuth prend son mal en patience [Pierre Brérard]

Het kasteel Alone-Toulongeon

Tien jaar geleden nog kon je zoeken wat je wilde; elke zoektocht naar informatie over het kasteel van Alone-Toulongeon was tevergeefs. Vandaag de dag verschijnen er in één zoekopdracht op het internet verschillende sites. Het is de vrucht van het werk van Bernard Gueugnon, die deze historische plek uit de vergetelheid heeft gehaald.

Een ontmoeting.

Niets heeft Bernard Gueugnon, toenmalig directeur van het Gueugnon College, voorbestemd om historicus te worden. Hij erfde de molen van Toulongeon bij de dood van zijn ouders in 2001. Ze hadden het eigendom verworven in 1997, na verliefd te zijn geworden op de vijver die de ruïnes omringde. Het waren de ruïnes van het kasteel van Toulongeon, waarvan alleen de noordelijke toren nog zichtbaar was. De vijver had een open verbinding met de oude gracht.

De geboorte van een passie

‘Oorspronkelijk was ik niet van plan om iets te doen’, zegt Bernard. ‘We wisten een beetje van de geschiedenis van de mensen die hier hadden gewoond. Maar in 2007 was ik na een operatie aan huis gekluisterd en begon ik een boek van Anatole de Charmasse te lezen, dat het verhaal van het kasteel vertelde. Dit werd het uitgangspunt van mijn echte interesse in deze vesting’, legt Bernard Gueugnon uit. ‘In 2008 kon ik met pensioen en werd ik verliefd op deze oude stapel stenen. Daarna volgden de ontwikkelingen elkaar in een snel tempo op.’
Parallel aan de restauratiewerkzaamheden verrichtte Bernard Gueugnon onderzoek om de ware identiteit van het huidige Château d’Alone-Toulongeon te achterhalen.

Een beetje geschiedenis

De overblijfselen dateren uit de 12de eeuw, maar het kasteel van Toulongeon werd afgebroken en herbouwd tussen 1756 en 1759.
In de 17e eeuw woonden er beroemde mensen: de familie Toulonjon, de ouders van Mme de Sévigné, Sainte-Jeanne-de-Chantal, Bussy-Rabutin en Charles Gravier de Vergennes.
Een foto van een schilderij getuigt van het feit dat het in 1820 nog overeind stond, alleen het dak was ingestort. Het werd niet vernietigd tijdens de Revolutie, wel werd het daarna geplunderd en vervolgens stortte het in de 19e eeuw in.

En wat nu?

‘Het is interessant om de opéénvolgende bewoners van het kasteel te reconstrueren om het belang van dit kasteel beter te kunnen begrijpen’, zegt Bernard Gueugnon, die nog verder wil gaan in de ontdekking van de overblijfselen.
Voor hem is het belangrijkste werk nu gedaan. ‘Alone-Toulongeon staat weer op de kaart en er is nog genoeg om mee bezig te zijn’. Zo verschijnt er regelmatig een publicatie van zijn hand en grijpt hij elke gelegenheid aan om mensen de site te laten ontdekken. ‘Ik heb zo veel informatie om te delen over deze rijke geschiedenis. Iedereen die geïnteresseerd is, moet niet aarzelen om contact met mij op te nemen’, concludeert de historicus.

Opmerking: Contactadres van Bernard Gueugnon in Toulongeon: 71 190 La Chapelle- sous-Uchon. Tel. 06 81 97 59 04. E-mail: bernardgueugnon@aol.com en zijn Facebook-pagina: Alone Toulongeon.

Enkele cijfers:

2008
Bernard Gueugnon schreef als uitgangspunt een artikel over het kasteel dat als basis diende voor het verkrijgen van toestemming om de restauratie te starten.
2009
Bernard kreeg het label van de Fondation du Patrimoine om het werk te starten, waardoor hij subsidie kon krijgen. Hij begint met de restauratie van de noordelijke toren.
2011
Bernard Gueugnon herstelt de vierkante toren, bekend als de toren van Alone, die aan de noordelijke toren grenst.
2012
Bernard ging verder met het droogleggen van de gracht om de twee andere torens, West en Oost te kunnen restaureren.
➤ Het werk werd uitgevoerd samen met de buurman van Bernard, een metselaar, en met de hulp van enkele vrienden en leden van het Centre de Castellologie de Bourgogne (CeCaB).
➤ Van 2008 tot heden heeft Bernard Gueugnon historisch onderzoek verricht, opnieuw in samenwerking met het CeCaB, waarvan hij momenteel de penningmeester is.
➤ De allereerste kasteelheer heette Bernard d’Alone in 1151.

Aart Sierksma

Bron: Bernard, propriétaire passionné du château d’Alone-Toulongeon [Guy Lhenry]

Coronavirus

President Macron kondigde 16 maart om 20:00 nieuwe maatregelen aan. Het land verkeert officieel in fase 3 van de epidemie, met 6.633 besmettingen en 148 doden per 16 maart.

Welke maatregelen heeft Macron aangekondigd?
Vanaf 15 maart zijn alle niet-essentiële openbare gelegenheden zoals bars, restaurants en bioscopen gesloten, tot nader order. Supermarkten, apotheken, benzinestations blijven wel open.

LOCK DOWN vanaf 17 maart om 12:00 voor 15 dagen
Frankrijk zal officieel in lock-down gaan op dinsdag 17 maart vanaf 12.00 uur. Bewoners dienen dan minimaal 15 dagen thuis te blijven; naar buiten mag alleen voor het doen van boodschappen of bezoek noodzakelijke diensten of voor het uitoefenen van een (vitaal) beroep. Zelfs familie- vriendenbezoekjes of andere vormen van samenzijn in een groepje wordt niet toegestaan. Treinen en metro’s rijden nog wel, volgens een sterk aangepaste dienstregeling. Alle winkels zijn dicht, ook bouwmarkten. De grenzen zijn gesloten, en de 2e ronde van de verkiezingen is uitgesteld. Sporten buiten mag nog wel, maar verder mag je dus niet meer zonder goede reden ergens naartoe. Binnen blijven dus.

Kun je treintickets en vliegtickets naar Frankrijk annuleren vanwege de corona-crisis?
Thalys, de Franse spoorwegen en ook de Air France en KLM hebben aangegeven dat tickets voor reizen tot en met eind april kosteloos omgeboekt of geannuleerd kunnen worden.

Voor meer info:
Franse overheid

 

Papier van brandnetels, uien, prei…

De plastische kunstenares en papiermaakster Sophie Bernert uit Bléneau maakt, dankzij haar eigen uitvinding, papier van planten. Ze heeft haar eco-verantwoord concept en merk geregistreerd.

Het papier heeft als basis: brandnetel, prei, ui, mierikswortel, courgette of radijs. Grondstoffen die ze het hele jaar door in haar eigen tuin kan vinden. Maar ook tijdens het koken verzamelt ze materiaal. ‘Soms gebruik ik de bloem, de vezel of de pulp’, legt Bléneau’s beeldend kunstenares en grafisch ontwerpster uit. ‘Ik gebruik ook mijn groenteschillen van de composthoop. Afhankelijk van het materiaal gebruik ik verschillende technieken en verschillende processen op een geheel natuurlijke manier.’

Een concept en een geregistreerd handelsmerk

Sophie Bernert respecteert ‘een eco-verantwoorde ethiek’. Ze heeft een ‘zeer natuurlijk technisch proces bedacht en uitgevoerd, waarbij geen chemische oplosmiddelen worden gebruikt’. Het papierbedrijf heeft het concept en proces geregistreerd bij het INPI ((Institut national de la propriété industrielle), net als het merk Papier des jardins©, en het logo.

Voorlopig maakt ze alles met de hand, met behulp van een hydraulische papierpers die ongeveer twintig vellen per keer kan platdrukken. ‘Op de middellange termijn heb ik een grotere nodig,’ voorspelt ze. De meeste tijd is ze kwijt aan het drogen van de papieren vellen; dat duurt ongeveer een maand.

Een bestelling van de familie Sennelier

Ze verkoopt haar papier in klein formaat (A5) met name in de Galerie des Créacteurs, in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zeer binnenkort gaat ze aan Sennelier grotere vellen (A3) leveren. Sennelier is een Frans bedrijf voor kunstbenodigdheden en beroemd om zijn met de hand geselecteerde pigmenten. Het bedrijf produceert olieverf, aquarellen, gouache, pastels en dergelijke. Gustave Sennelier opende zijn kunstwinkel in 1887 vlak bij de beroemde Ecole des Beaux-Arts in Parijs. De eerste bestelling bestaat uit vijf velletjes van vijf verschillende planten. ‘Het contact met Sennelier is toevallig tot stand gekomen. Ik heb een tijdje terug de baas van één van de Sennelier-winkels in Parijs ontmoet’, zegt ze. ‘Ik vertelde haar over mijn creaties en ze leek erg geïnteresseerd. Op 24 februari kon ik iemand van de familie Sennelier ontmoeten. Van hem kreeg ik kort daarop te horen, dat ze wilden dat ik een van hun leveranciers zou worden. Ze vonden het uitstekend dat ik in mijn eigen tempo blijf werken; ze begrepen heel goed dat ik een ambachtelijk bedrijf heb.’

Aart Sierksma

Bron: À Bléneau, Sophie Bernert crée du papier avec des orties, de l’oignon, du poireau… [Olivier Richard]

De gemeenteraadsverkiezingen (Vragen van kinderen)

Waar is de burgemeester voor? Wie kan burgemeester worden? Hoeveel verdient een burgemeester?

Frankrijk heeft een president, de gemeente heeft… een burgemeester die om de 6 jaar door de inwoners wordt gekozen. Deze verkiezingen, die gemeenteraadsverkiezingen worden genoemd, vinden plaats op zondag 15 en 22 maart 2020. Om te kunnen stemmen moet je ten minste 18 jaar oud zijn, ingeschreven staan op de kiezerslijst van de gemeente en met je kiezerskaart en identiteitskaart komen. Let op: de burgemeester is de populairste gekozen vertegenwoordiger van de Fransen, omdat hij ook de dichtstbijzijnde is.

De burgemeester runt de gemeente (per 1 januari 2019 waren dat er 34.979), maar hij of zij staat er niet alleen voor. Hij of zij wordt geholpen door gemeenteraadsleden (des conseillers municipaux), waaronder zijn of haar plaatsvervangers (ses adjoints), die samen de verschillende taken verdelen: wegen, scholen, kinderopvang, geldzaken, verenigingen, afvalscheiding, het milieu… Het aantal gemeenteraadsleden is afhankelijk van de grootte van de gemeente.
Wat een burgemeester kan beslissen (afhankelijk van het geld dat hij heeft) met het akkoord van de gemeenteraad: een stoep repareren, een theaterfestival organiseren, materiaal voor de school kopen, geld geven aan verenigingen, de bibliotheek renoveren, een kinderopvang regelen, een speeltuin aanleggen, een besluit nemen om het maaien van het gazon op zondagochtend te verbieden… Hij sluit ook huwelijken, ondertekent vergunningen om een huis te bouwen, een garage… Hij zorgt voor de veiligheid van de bewoners: hij is degene die de hulpdiensten organiseert in geval van een overstroming of brand. Hij vertegenwoordigt de staat en moet de wetten van het land handhaven. Op het stadhuis (of gemeentehuis) worden ook geboorten en sterfgevallen aangekondigd. Hij neemt ook beslissingen over verkeer en parkeren.

Waar komt het geld van de gemeente vandaan?

De inwoners van een gemeente betalen belasting. Dit geld wordt gebruikt voor het schoolvervoer, de kantines, de scholen, het schoonmaken van de wegen… De staat geeft ook geld en sommige gemeenten lenen ook geld.

Wie kan burgemeester worden?

Om burgemeester van je gemeente te worden, moet je een man of een vrouw zijn die op de eerste dag van de verkiezingen minstens 18 jaar oud is, ingeschreven zijn op de kiezerslijst van de gemeente of daar je belastingen betalen. Je moet ook tijd hebben en mensen vinden om een kieslijst op te stellen.

Wordt de burgemeester betaald?

We noemen dat compensatie. Hoe groter de gemeente (en dus de werklast), hoe meer geld de burgemeester krijgt. Voor gemeenten met minder dan 500 inwoners ontvangen de burgemeesters 646 euro bruto per maand. Het salaris stijgt tot 1.178 euro voor burgemeesters van gemeenten met tussen 500 en 999 inwoners en vervolgens tot 3.421 euro voor een gemiddelde stad van 50.000 inwoners. Boven de 100.000 inwoners stijgt het salaris naar 5.512 euro. Uitzonderingen zijn Parijs, Lyon en Marseille Hier krijgen de burgemeesters tussen de 8.137 en 8.650 euro.

Kinderen in de gemeenteraad?

Sommige steden zijn bezig met het opzetten van kinder- of jeugdraden. Hier kunnen kinderen discussiëren, met ideeën komen en projecten voorstellen. Een plek om te leren over burgerschap en democratie! Je moet bij de gemeentehuizen nagaan of jouw gemeente een gemeentelijke jeugdraad heeft ingesteld.

Woordenlijst

Bureau de vote (Stembureau)
Hier wordt de stemming gehouden, op het stadhuis, in een school, in een gymzaal…

Bulletin de vote (Stembiljet)
Dit is het blad waarop de naam van de kandidaat (of de lijst van kandidaten) is geschreven.

Isoloir (Stemhokje)
Het is een afgesloten hokje met een gordijn waar de kiezer zijn stembiljet uit het zicht van anderen kan invullen.

Assesseurs (Stembureauleden)
Personen die de voorzitter van het stembureau helpen.

Dépouillement (de stemmen tellen)
Dit is het moment aan het einde van de dag, na het sluiten van het stembureau, waarop de enveloppen worden geopend om de stembiljetten te tellen.

Aart Sierksma
Bron: Dis, maman (ou papa), c’est quoi les municipales? [Florence Chédotal]

Contributie 2020

Recent heeft iedereen waarvan het emailadres bij BZ bekend is, een mail ontvangen met daarin het verzoek de contributie voor 2020 te betalen. Alle overige abonnees ontvangen binnenkort een verzoek per post.

Betalen kan dit jaar voor het eerst ook via ideal en paypal.

Het abonnementsgeld voor 2020 is:

30,- voor leden die het blad in Nederland of Frankrijk ontvangen.

35,- voor leden die het blad in België ontvangen

De contributie voor 2020 kan betaald worden door:

  1. Het bedrag over te maken op:

Credit Agricole CENTRE-EST in Autun
IBAN: FR76 1780 6002 5004 1446 5553 805 / BIC AGRIFRPP878
t.n.v. Assoc. Bourgondische Zaken

O.v.v. uw naam (de naam waar het abonnement op vermeld staat) en woonplaats.

Let op: het nummer van Caisse d’Epargne is opgeheven.

 

  1. Een cheque te sturen naar:

Bourgondische Zaken

Domaine les Sauges

71190 Dettey

Frankrijk

 

  1. Te klikken op deze link: https://www.bourgondischezaken.com/verlengen-abonnement/

 

log in met uw inlognaam en password en kies voor een betalingsvorm naar keuze(o.m. Ideal, Paypal en creditcard)

 

Mocht u verder nog vragen hebben, neem dan contact met ons op via ledenadministratie@bourgondischezaken.com

Vogels in de Morvan

Elke week heeft Le Journal De Saône Et Loire een interessant artikel over de geschiedenis van dit departement. Dit keer heb ik een studie over vogels en roofvogels uitgekozen waarvan de documentatie te vinden is in de bibliotheek van Anost.

Het grondgebied van de Morvan staat bekend om zijn vele verschillende soorten vee. Minder vaak wordt aandacht besteed aan de Morvan als het land van de vogels. In een onderzoek dat in 1997 werd uitgevoerd, werden in de Morvan bijna 230 soorten geregistreerd, waaronder 123 broed- en 26 overwinteringssoorten.

Naast houtsnip 

watersnip

uil, koekoek

torenvalk, steenuil, klauwier

ruigpootuil

slechtvalk

graspieper

ijsvogel

etc. zijn er nog vele andere vogels en roofvogels.

Bruine kiekendief

Zijn kop is lichter dan zijn rug en het mannetje heeft een asgrijze staart, terwijl het vrouwtje meer bruin is. In de lucht zijn ze te herkennen aan hun trage cirkelvormige glijbewegingen boven natte gebieden. Ze jagen in open gebieden. Hun voedsel bestaat vooral uit amfibieën.

Roofvogels van de nacht

Er zijn veel soorten roofvogels die uitsluitend in het donker uitvliegen. Hun kenmerken zijn: grote koppen met opvallend grote ogen die honderd keer beter zien dan die van de mens. We hebben het natuurlijk over de prachtige, mysterieuze uilen, die huizen op zolders van gebouwen en kerken en zich voeden met woelmuizen en spitsmuizen.

De ransuil

Met zijn mooie oranje ogen onder zijn twee rechtopstaande oren en zijn bruine verenkleed met de schutkleur van de bast van een boom. De ransuil is ongeveer zo groot als een merel.

De velduil

De enige nachtelijke roofvogel die een nest op het land bouwt en zich alleen voedt met veldmuizen.

De Morvan blijft een van de belangrijkste gebieden voor het behoud en de bescherming van deze soorten.

Aart Sierksma

Bron: Les oiseaux et les rapaces peuplent les communes du Morvan [Claude Chermain]

In Arthonnay produceert Gabriel Taviot houtskool.

Gabriel Taviot zet een oude traditie van houtskool bereiden voort. Een techniek die hij van zijn tante heeft geleerd en die hij deelt met zijn vrouw Laurence. 5000 jaar geleden werd deze techniek al toegepast.

Het klinkt net als glas,’ zegt Gabriel Taviot. Tegenover hem, op zijn bureau liggen drie stukken houtskool. ‘Het is niet zomaar houtskool hoor, dit is echt hoogwaardige houtskool. Het is niet zwart maar grijs en je handen worden er niet vies van’ zegt hij.

Zijn hoofdactiviteit is de zagerij en de houthandel. Hij is ongetwijfeld een van de laatste die dit zeer oude gebruik onder de knie heeft.

Het principe van een vulkaan

Het is een methode die teruggaat tot 3300 jaar voor Christus. Het is het principe van een vulkaan,’ legt hij uit. ‘Een centrale schoorsteen wordt gebruikt om de molensteen te verhitten. Het enige dat nodig is, is een sintel die door de schoorsteen wordt gegooid. Het gaat na een tijdje roken als een uitbarstende vulkaan. Op dat moment sluit je de schoorsteen af en het verhittingsproces van hout tot houtskool gaat starten. Als het onderaan breekt, weet je zeker dat het houtskool is geworden. Van de 20 ton hout (gemiddeld) blijft er twee ton houtskool over.’

Gabriel en Laurence laten ons met veel plezier en toewijding hun werk zien. ‘Laten we beginnen met de schoorsteen. Het hout is gemonteerd op een stellage van drie tot vier meter op een hoogte van anderhalve meter. Daar is het bedekt met rottend stro en aarde. We gebruiken beuk, esdoorn, haagbeuk en boomschors. We krijgen ook wat overblijft van andere houtzagerijen. Na 72 uur verhitten is de houtskool klaar. Het levert twee keer zoveel op als industriële houtskool,’ zegt Gabriel. ‘Het hout heeft meer dan 90% van zijn water verloren en het koolstofgehalte ligt dicht bij 90%. De kwaliteit is echt superieur.’

Theeceremonie, Eurodisney en de smederij van Guédelon

Gabriel Taviot produceert dus meer dan vijftig ton houtskool per jaar. De klanten zijn voornamelijk particulieren, ook al heeft de concurrentie van gas-barbecues de markt doen dalen. Maar deze kwaliteits-houtskool wordt ook gebruikt in smederijen, in restaurants, in Eurodisney en zelfs voor Japanse theeceremonies. En ook om de Guédelon-smederij, die van maart tot november non-stop aangestoken blijft, van brandstof te voorzien. ‘Het verbranden van onze kolen duurt veel langer.’

De traditie zou eigenlijk voortgezet moeten worden. Onze zoon doet op dit moment een bosbouw opleiding en zou zich in de toekomst bij het familiebedrijf moeten aansluiten. Hij heeft de passie. Hij is net als ik en is nergens bang voor.’

Aart Sierksma

Bron: À Arthonnay, Gabriel Taviot produit du charbon de bois comme il y a plus de 5.000 ans

Langue de bois en langue de coton

Samenbouwen, synergie, structurerend project, multifactoriële aanpak, gecoördineerde reacties… Allemaal lege woorden die eigenlijk niets zeggen en waarvan we graag een concrete beschrijving wensen’, zegt Samir Bajric, hoogleraar taalkunde aan de Universiteit van Bourgogne, die probeert de raadselachtige begrippen uit de titel te ontcijferen.

Vooral tijdens verkiezingscampagnes zijn er mooie voorbeelden van te horen. Ze worden vaak bedacht door specialisten die onze gekozen vertegenwoordigers voorzien van speeches. Maar ook lokale politici, vertegenwoordigers van verenigingen en bedrijven maken gretig gebruik van dit soort understatements. Holle frasen aangevuld met modieus taalgebruik zorgen er voor dat lezers, toehoorders en gesprekspartners steeds vaker afhaken.

François Diot, raadslid in Nevers, mag graag op Facebook de spot drijven met de gebruikers van dit soort taalgebruik. Het laatste voorbeeld tot nu toe is de stemming in de raad over: het protocol voor het industriegebied van Nevers Val de Loire in het kader van een strategie van industriële herovering en territoriale ontwikkeling. Wie het snapt, mag het zeggen. ‘Dit soort voorstelling van zaken wil graag de indruk wekken dat wij (de gezagsdragers) er wel voor zorgen dat alles in orde komt. Holle woorden als parels aaneengeregen’.

De uitdrukking langue de bois is in de 20e eeuw ontstaan en hieruit is weer de uitdrukking langue de coton voortgekomen. De eerste komt voor in zo’n beetje alle Europese talen. In het Nederlands noemen we het: om de hete brij heendraaien. De tweede (langue de coton) komt bijna alleen in de Franse taal voor. Het verschil tussen die twee is eerder een kwestie van mate dan van inhoud. De langue de bois komt veel vaker voor dan de langue de coton.

Wat is het verschil tussen die twee        Samir Barjric

Het gebruik van langue de bois zou je het beste kunnen omschrijven als een ontwijkingsstrategie, een manier om met woorden een ontsnappingsroute te vinden. Het staat dicht bij politieke correctheid. Het politiek discours is de bakermat van het gebruik van langue de bois, want politiek is vaak de kunst van het ontmoedigen, maar ook van het overtuigen en soms van het verdrinken van de vis’. Marc Baratin, professor linguïstiek, schreef: ‘Wie de taal beheerst, beheerst de wereld.

Met het gebruik van langue de coton gaan we een stap verder, een stap in het vermijden van het essentiële. Met langue de bois kun je nog vermijden te zeggen wat je dwars zit, om de hete brij heendraaien. Met langue de coton verzand je in deze vermijding door allerlei voor de hand liggende termen te gebruiken en dus eigenlijk niks te zeggen. Een voorbeeld: Franse vrouwen en mannen willen zo comfortabel mogelijk leven.’

 

Hoe verklaart u het feit dat dit eigenlijk een vorm van misleiden is

Het gebeurt over de hele wereld. Het werd gepopulariseerd in de tijd van de voormalige Sovjet-Unie. In de jaren tachtig bleek na uitgebreid onderzoek echter dat de effectiviteit ervan afnam. De mensen van nu, gezegend met individuele vrijheden en vrijheid van meningsuiting, willen niet meer voor de gek gehouden worden. Zij willen begrijpen wat er gezegd wordt en slikken niet alles meer voor zoete koek. Langue de coton komt minder vaak voor dus. Als een welbespraakte politicus nu gebruik maakt van langue de coton, neemt hij een groot risico. De mensen zullen snel doorhebben dat ze voor de gek worden gehouden.’

Waarom gebruiken politici ze zo veel

Interpretatie wordt moeilijker als er betekenisloze woorden worden gebruikt. Een toespraak kan bewust moeilijk te begrijpen zijn voor de toehoorders. We noemen dit manipulatie van de massa. Als een administratieve tekst ondoorzichtige termen gebruikt, zal de gemiddelde burger deze niet kunnen interpreteren. Deze manipulatie kan opzettelijk zijn. Een gekozen politicus kan met opzet het essentiële willen verbergen, maar het kan ook zijn dat hij het, zonder het te weten, overgenomen heeft van een ander. De president van de regio Bourgogne-Franche-Comté, Marie-Guite Dufay, blinkt uit in de kunst van de langue de coton. Lees haar recente tweet: ‘Al het beleid dat ik voer gaat over het feit dat iedereen in deze samenleving erbij hoort. Broederschap voor iedereen’. We kunnen het alleen maar met haar eens zijn. Ook bedrijven bedienen zich vaak van dit soort taalgebruik: ‘Onze verwijzing naar de doelstellingen van duurzame ontwikkeling wordt sterk bevestigd in al ons overheidsbeleid, gevolgd door een proces van extrafinanciële beoordeling, waarbij het gewest nu proactief is’. Vertaling alstublieft!!’

Nog een paar voorbeelden       

Plan voor behoud van werkgelegenheid. Beter bekend als het sociaal plan. Het is inderdaad moeilijk om tegen een plan in te gaan dat zich voordoet als het willen behouden van werkgelegenheid, terwijl het in werkelijkheid de bedoeling is dat er banen verdwijnen.

Werkgelegenheidscijfers. Er wordt niet langer gesproken over werkloosheidscijfers zoals we dat enkele jaren geleden in de pers lazen. Bovendien hebben de overheidsdiensten het in hun kwartaalstatistieken nooit over werklozen, maar over werkzoekenden.

Werknemers. In het bedrijfsleven zijn werkgevers en werknemers nu medewerkers. Een verzachtende gedachte die bedoeld is om de relatie van ondergeschiktheid tussen de twee te verkleinen.

Kansarmen. Dit is meer ‘politiek correct’ dan praten over armen.

Aart Sierksma

Bron: Langue de bois et langue de coton : quelles sont ces langues que manient si bien nos dirigeants

Fanny Delaire