Berichten

De waterrekening

In de Nièvre schommelt de prijs van water volgens de laatste beschikbare gegevens tussen 1 en 3,75 euro per kubieke meter. Waarom is er zo’n groot verschil?

Grofweg zijn er drie factoren die van belang zijn:

1. De geografische ligging van de gemeente.

2. De politieke situatie.

3. De geschiedenis.

Op de waterrekening staan twee hoofdrubrieken aangegeven: drinkwater en sanitair. Deze zijn weer onderverdeeld in: abonnement, consumptie, BTW… voor een totaal dat soms sterk verschilt van gemeente tot gemeente.

Wel of geen abonnement

Een jaarlijkse bijdrage wordt overeengekomen tussen de plaatselijke autoriteit (de gemeente, het samenwerkingsverband van gemeenten) en het bedrijf dat het water beheert: Saur, Véolia of Suez in de Nièvre.

Het kan ook zo zijn dat de gemeente gekozen heeft om de waterhuishouding niet over te dragen. In dat geval heeft de gemeente het water in eigen beheer. Dit is vaak het geval in plattelandsgemeenten. Een gemeente met een eigen openbare dienst wint aan autonomie en is vaak voordeliger uit. Een gemeente die het beheer overgedragen heeft aan een waterbedrijf heeft er verder geen omkijken meer naar en heeft geen personeel te managen.

Het abonnement financiert gedeeltelijk de investeringen die in het netwerk moeten worden gedaan en die door de gemeenschap en het waterbedrijf worden betaald. Het is een basis voor alle gebruikers, ongeacht hun verbruik, om de werkzaamheden te helpen financieren. In het geval van een tweede huis bijvoorbeeld, zou het verbruik niet de kosten dekken van het onderhoud van het netwerk naar de woning. Het abonnement compenseert dat.

Hoeveel water verbruik je

Een huishouden van drie personen verbruikt gemiddeld 120 m³ water per jaar. Op de rekening wordt bij de rubriek ‘verbruik’ logischerwijs meer in rekening gebracht aan degenen die dit gemiddelde overschrijden. Maar het is niet alleen de prijs van het verbruikte water dat in rekening wordt gebracht. Er kan ook een vergoeding zijn voor de financiering van bijvoorbeeld een stuwdam of een aandeel dat dient om de werking van de infrastructuur te financieren. Wat in rekening wordt gebracht is evenredig met het verbruik.

Er is ook een deel van de rekening dat naar de watermaatschappijen gaat. Dit geld wordt gebruikt om watervervuiling tegen te gaan, de waterkwaliteit te verbeteren, de watervoorraden in stand te houden, waterzuiveringsinstallaties te bouwen, de waterwegen te herstellen… Het kan ook worden herverdeeld onder lokale overheden, bijvoorbeeld via subsidies wanneer zij hun netwerk moderniseren. Het kan ook diensten financieren, zoals de watervoorziening van het departement.

Hoeveel BTW

Dit is de belasting die aan de staat wordt betaald: 5,5% voor drinkwater en 10% voor sanitaire voorzieningen. Deze belasting kan worden terugbetaald in de vorm van subsidies aan lokale overheden, met name in het kader van de Dotation d’équipements des territoires ruraux. Voor een gemeente met minder dan 3.000 inwoners is deze BTW facultatief. Gemeenten die deze niet betalen, krijgen deze echter niet terug in geval van werkzaamheden.

Welke onderhandelingen zijn mogelijk?

Over contracten tussen lokale overheden en waterbedrijven wordt om de 12 jaar opnieuw onderhandeld, of sinds de wet-Sapin om de 20 jaar. Voorheen konden deze contracten 50 jaar duren. Bij de heronderhandelingen hangt alles af van de concurrentie tussen de waterbedrijven: is die sterk, dan dalen de prijzen, zo niet, dan stagneren ze.

Geografische ligging en hulpbronnen

Als de woningen ver uit elkaar liggen, is het netwerk uitgebreider en duurder in onderhoud. Als er een bron boven de gemeente ligt, hoeft er niet te worden gepompt, omdat de zwaartekracht zijn werk doet, en hoeft het water niet te worden gezuiverd, omdat de kwaliteit al goed is.

Maar in het algemeen wordt er bij het opstellen van de waterfactuur rekening gehouden met alle factoren die een rol spelen. Het waterbedrijf of de overheid is verplicht de begroting in evenwicht te houden: zij berekenen hun personeelskosten, hun leningen, hun toekomstige investeringen en bepalen aldus de rekeningen voor de afnemers.

Aart Sierksma

Bron: Facture d’eau : on vous explique ce que vous payez et pourquoi [Marlène Martin]

131 keer bekeken

Zes miljoen euro om het vrachtvervoer weer op gang te krijgen

De renovatie van twee spoorlijnen voor goederenvervoer in de Nièvre gaat binnenkort van start. Twaalf partners zijn bereid gevonden om financieel bij te dragen. De werkzaamheden, die 6 miljoen euro kosten, combineren ‘economische en ecologische belangen’. De overeenkomst is ondertussen ondertekend door de prefectuur en bevat alle nodige aspecten: ‘herstel’, ‘ecologisch’, ‘duurzaam’, ‘samenwerking’.

De financiële overeenstemming van 6 miljoen euro, die betrekking heeft op de lijnen Nevers-Arzembouy en Cercy-Corbigny-Clamecy, is ondertekend door twaalf partners: de staat (2 miljoen), de regio Bourgogne-Franche-Comté (1,7 miljoen), de Nièvre (300.000 euro), de Groep Soufflet (620.000 euro), Granulats Bourgogne Auvergne (600.000 euro), Carmat (600.000 euro), Axéréal (180.000 euro), Bazois Loire Morvan (3.000 euro), Tannay-Brinon-Corbigny (3.000 euro), Bertranges (2.000 euro), Haut Nivernais Val d’Yonne (2.000 euro) en de SNCF.

Eén trein is te vergelijken met 30 tot 40 vrachtwagens op de weg

Deze spoorlijnen bedienen zes producenten:

de twee steengroeven Montauté en Picampoix

Lafarge vervoert jaarlijks 40.000 ton aggregaten

Eiffage (Carmat) 150.000 ton

Soufflet 50.000 ton graan

Axéréal 193.000 ton graan.

De uitdaging is het gebruik van de trein nieuw leven in te blazen, aangezien één trein maar liefst 30 tot 40 vrachtwagens op de weg vertegenwoordigt.

De tussen 2021 en 2023 geplande werkzaamheden, waarbij de rails, ballast en dwarsliggers worden vernieuwd, zijn absoluut noodzakelijk om het verkeer in beweging te houden’, zegt Jérôme Grand, directeur van de SNCF Bourgogne-Franche-Comté. ‘Neem bijvoorbeeld de Groep Soufflet uit Arzembouy, die vroeger tot 100 treinen per jaar kon vullen. Dat aantal is gedaald tot een vijftigtal door de bouwvallige staat van de sporen en de traagheid van de treinen’.

Voor de prefect, Daniel Barnier, is dit project belangrijk en kan het dienen als voorbeeld voor de aanstaande transitie op economisch en ecologisch gebied. Michel Neugnot, vicevoorzitter van de regionale raad belast met vervoer, herinnerde eraan dat het vrachtvervoer bijna was opgegeven, en dat die tendens nu wordt omgekeerd.

Het onderhoud van deze spoorlijnen heeft zelfs volksvertegenwoordigers op andere ideeën gebracht, onder wie Jean-Pierre Château, burgemeester van Guérigny, en Alain Lassus, voorzitter van de departementale raad: ‘Misschien kunnen er in de toekomst ook passagiers op deze lijnen vervoerd worden, een goed alternatief voor de auto. Tien jaar geleden, zou ik nee gezegd hebben, onmogelijk. Maar in 2021 kan dat dankzij de technologische ontwikkelingen wel worden overwogen’, aldus Michel Neugnot. Hij spreekt van ‘een eenvoudige oplossing, economisch haalbaar, met bijvoorbeeld lightrails, zoals de taxirail die is uitgevonden door een Bretonse start-up. De regio is ook van plan een dergelijk experiment uit te voeren tussen Autun en Étang-sur-Arroux. Alain Lassus ziet hier ook een gat in de markt en zou ter ondersteuning van het groene toerisme zo’n lightrail wel zien zitten tussen Clamecy en Decize, parallel aan het canal du Nivernais en het fietspad.

Investering in zicht tussen Dijon en Tours

In dit verband, met verbetering van de bestaande spoorlijnen in plaats van het introduceren van projecten voor nieuwe lijnen, maakte Daniel Barnier van de gelegenheid gebruik om melding te maken van ‘een zeer belangrijke investering’ in de komende jaren, om eindelijk de spoorlijn Centre Europe Atlantique te moderniseren, tussen Dijon en Tours via Nevers.

Aart Sierksma

Bron: Six millions d’euros de travaux pour remettre le transport de marchandises sur de bons rails, dans la Nièvre [Alain Gavriloff]

191 keer bekeken

l’Escargot morvandiau

In februari 2014 is Martine Belin een slakkenkwekerij begonnen. In zeven jaar heeft haar slakkenkwekerij in Barnay een behoorlijke groei doorgemaakt. Zij legt uit hoe de ontwikkeling van de Escargot Morvandiau, de naam van haar boerderij, zich in de eerste drie jaar heeft voltrokken.

Martine Belin is begonnen met een oppervlakte van 200 m². ‘Destijds was het de bedoeling om eens te kijken of zo’n kwekerij levensvatbaar zou kunnen zijn’. Dit bleek al snel erg succesvol en een jaar later werd de oppervlakte vergroot tot 400 m². Sinds 2016 worden de slakken gehouden op een oppervlakte van 600 m².

In 2018 heeft Martine Belin een belangrijke stap voorwaarts gezet met de bouw van haar eigen verwerkingsfabriek. ‘Vroeger moest ik naar Besançon en Louhans reizen voor de verwerking. Het hebben van een eigen werkplaats was een enorm voordeel voor mijn middelgrote bedrijf’, vertelt de slakkenkweker. ‘Als je in je eentje zo’n bedrijf wilt runnen, is een kwekerij met een oppervlakte van 600 m² voor een jaarlijkse productie van 200.000 slakken voldoende. Vanaf nu heb ik geen ontwikkelingsprojecten meer op de agenda staan. Het belangrijkste is om mijn bedrijf, met alle activiteiten die daarbij horen, voort te zetten.’

De kweek

In 2019 heeft Martine Belin besloten om te stoppen met de kweekfase, die in haar ogen te beperkend is geworden. ‘Er zijn allerlei omstandigheden in de slakkenkweek die we niet in de hand hebben, zoals klimatologische risico’s. Voortplanting is een heel grillige fase, en daardoor een bron van extra stress. Wij lijden aanzienlijke verliezen wanneer het bijvoorbeeld slecht weer is. Dit jaar zijn zelfs de gerenommeerde kwekerijen niet in staat om babyslakken te leveren,’ legt Martine Belin uit. Zij heeft ervoor gekozen om babyslakken te kopen van verschillende kweekleveranciers. Om het hoofd te bieden aan de steeds grilliger weersomstandigheden, denkt Martine erover om over te stappen op iets anders naast haar slakkenkwekerij. ‘Met de opeenvolgende hittegolven hebben sommige kwekers veel verloren,’ legt ze uit. ‘In onze branche wordt nu gesproken om over te stappen op meer geschiktere slakken die beter tegen hitte kunnen of soorten die juist water, schaduw en koelte op prijs stellen.’ Door al deze ontwikkelingen is Martine Belin begonnen met het telen van aardperen, een plant die volgens haar aan haar verwachtingen zou voldoen.

100% lokaal

Martine Belin koopt bij verschillende leveranciers babyslakken van maximaal een week oud. Eenmaal op haar kwekerij, zorgt zij voor de kweek van de slakken door de groeicyclus van de weekdieren, die in de open lucht worden grootgebracht, dagelijks te volgen. De tweede fase is de oogst, die in september plaatsvindt. Daarna volgt de verwerking in haar eigen fabriek, dat tot januari duurt. In deze belangrijke tijd van het jaar, doet ze een beroep op twee seizoenarbeiders om haar te helpen. De productie en bereiding gebeurt uiteraard op traditionele wijze: Slakken in de schelp, in een bouillon, in een Bourgondische saus, met Vieux Marc, in eendenvet of in een slakkenmarinade zijn de voornaamste recepten die ter plaatse, op de slakkenboerderij van Barnay, worden bereid. Martine Belin verkoopt haar producten rechtstreeks vanaf de boerderij, maar ook op herfstmarkten, traditionele markten en kerstmarkten. Zij levert ook aan de horeca, waarnaar vooral in juli en augustus veel vraag is. Je kunt haar boerderij ook bezoeken.

De gegevens

Slakkenkwekerij : L’Escargot Morvandiau

Productie en bereiding van slakken

Leiding: Martine Belin

1, rue de l’Ouche de Velay

Lieu-dit ” Barnay Dessus ” – 71540 Barnay

Tel: 03 85 52 26 45 of 06 31 89 03 51

E-mail: contact@escargot-morvandiau.fr

Site : www.escargot-morvandiau.fr

Activiteiten: Kweken en verwerken van slakken, rechtstreekse verkoop op de boerderij en toeristische bezoeken, verkoop op markten en beurzen. Directe verkoop op afspraak.

L’Escargot Morvandiau heeft het label “Parc du Morvan” en het merk “Morvan Nature et Talents” gekregen. De slakken worden uitsluitend gevoed met planten die in de Morvan groeien en een supplement van granen van een regionale coöperatie.

Aart Sierksma

Bron: Sept ans après, Martine Belin croit encore en l’Escargot morvandiau [Michel Sookhoo]

409 keer bekeken

Marie-Guite Dufay, de nieuwe voorzitter van de regio Bourgogne Franche-Comté

Marie-Guite Dufay (PS) is op vrijdag 2 juli herbenoemd tot president van de regio Bourgogne Franche-Comté, nadat zij de regionale verkiezingen van 20 en 27 juni had gewonnen. Zij analyseert haar succes en zet de koers uit voor de komende zes jaar.

Hoe voelt u zich na deze herverkiezing?

Er hebben helaas veel mensen dit keer niet gestemd. Ik voel het als mijn verantwoordelijkheid om mij ook te richten tot al degenen die niet hebben gestemd. Het overheersende gevoel is er echter een van vertrouwen, want de uitslag is duidelijk. Ik ben vastberaden.

Is dit vertrouwen het resultaat van een grotere meerderheid in de Kamer?

Ik heb de alliantie samengesteld die ik graag wilde. Het is geen lappendeken, zoals sommige mensen hebben gezegd. Het is ook geen geklungel voor de tweede ronde, want ik had mijn voorkeur na de eerste ronde al aangekondigd. Door mij aan de zijde van de PS-PRG (socialisten) te versterken met de PCF (communisten), en door de Groenen en de ecologen in deze alliantie op te nemen, heb ik het gevoel dat ik kan rekenen op bondgenoten die mij zullen helpen om het beleid dat ik wil voeren kracht bij te zetten. De speerpunten zijn: Solidariteit, onderwijs en economische ontwikkeling. Daarnaast: Het in stand houden van onze openbare diensten en natuurlijk de ecologische transformatie.

Bent u niet bang dat u standpunten moet gaan inleveren?

Ik ben niet naïef, er zullen discussies komen. Maar we blijven kalm en verenigd. We weten wat ons samenbrengt. Ik ben er erg op gebrand deze diverse meerderheid in stand te houden. Met het vertrouwen dat tijdens de verkiezingen is uitgesproken en met deze alliantie die ons in staat stelt om onze verkiezingsbeloftes uit te voeren, zijn wij vastbesloten dit te doen.

Hebt u getwijfeld om u nog een keer verkiesbaar te stellen?

Mijn belangrijkste drijfveer was om de strijd tegen de RN (Rassemblement National) te leiden. Ik wist dat deze strijd niet eenvoudig zou worden. Maar wat ik het interessantste vond, was om de complexiteit van de problemen aan te pakken: solidariteit, ecologie. Het is ingewikkeld, want je moet iedereen aan boord zien te krijgen. Wij moeten onze economie verder ontwikkelen, maar daarbij oppassen dat wij geen mensen aan de kant laten staan. Dit vergt veel voorlichting, discussie en overleg. Het blijft belangrijk om zaken te veranderen en om het leven van mensen te verbeteren. De ecologische problemen worden steeds nijpender, ik ben al sinds 2008 regiopresident. Het is dus geen bevlieging of zo. Het wordt erop of eronder. Dit alles kost tijd, en er moeten compromissen worden gesloten.

Was het een van uw moeilijkste campagnes?

Dat wil ik niet zeggen. Ik was echter verrast door de hardheid van opmerkingen die in de tweede ronde werden gemaakt. Gelukkig had ik een boek bij me dat een zeer dierbare vriend, mijn beste vriend, die op de verkiezingsdag van de eerste ronde overleed, me had aangeraden. Dit boek – Le courage de la nuance -, geschreven door de redacteur van Le Monde des livres, Jean Birnbaum, volgt moedige schrijvers die in staat zijn om nuances aan te brengen in hun werk. Dit heeft me gevoed. Het kwam me goed van pas in deze buitensporig harde verkiezingsstrijd. Maar 2015 was ook verschrikkelijk, omdat we toen campagne moesten voeren in een voor ons onbekende regio. We werden gelukkig heel goed ontvangen zowel in de Bourgogne als in de Franche-Comté. Dat gaf me een heel goed gevoel.

De oppositie denkt dat u gegijzeld wordt door uw alliantie…

We hebben een mandaatcontract met de Groenen. Zij zullen zich houden aan de gemaakte afspraken. Natuurlijk hebben we een aantal meningsverschillen, maar die hebben we nu terzijde geschoven. Er zullen vast en zeker discussies komen en waarschijnlijk zullen ze niet overal mee instemmen.

Wat zijn de pijnpunten?

De voortzetting van het TGV-project tussen Belfort en Mulhouse. Een deel is nog niet af en ik denk dat dit project van grote betekenis is voor ons grondgebied. De Groenen hebben ook bedenkingen bij kernenergie. Wat windenergie betreft, nemen wij hetzelfde standpunt in. En persoonlijk hoef ik mijn standpunt daarover niet te wijzigen. We hebben windenergie nodig, net zoals we veel andere hernieuwbare energiebronnen nodig hebben. Er wordt veel onzin en vele onwaarheden over windenergie rondgestrooid. Omdat de passie het gewonnen heeft van de rede in dit debat. Maar als er zoveel animositeit is, komt dat omdat er dingen staan te gebeuren die voor verandering gaan zorgen en dat vinden veel mensen lastig. Het geld voor windmolens komt trouwens niet van de staat, noch van de departementen of de regio, het komt van particuliere investeerders. Het lijkt me erg noodzakelijk dat de ontwikkelaars in een zeer vroeg stadium in dialoog treden met de burgemeesters. Niet pas als het project klaar is. En ik denk dat uiteindelijk deze investering de bewoners zal verzoenen met de windenergie.

  

Aan het einde van uw periode zette u de financiële sluizen wijd open om de economie verder te helpen. Zal een budgettair realiteitsbeginsel zich niet opdringen aan uw meerderheid tijdens dit nieuwe mandaat?

Daar zullen we allemaal mee te maken krijgen. We hebben te maken met een ongekende crisis. Ik hoop dat we in de komende jaren niet nog zo’n grote gebeurtenis meemaken. Wij hebben inderdaad veel geld gestoken in zowel de bescherming van de belangrijkste sectoren van de economie als in het herstel van de economie. En we zitten nu middenin dat herstelplan met een prioriteit om het door te zetten. Dit betekent dat allerlei activiteiten moeten worden gestimuleerd, waardoor werkgelegenheid wordt geschapen en een impuls wordt gegeven. Maar het is zeker zo dat we in de nabije toekomst niet opnieuw zoveel geld in de economie kunnen pompen. Anderzijds zullen wij de economische sector moeten blijven ondersteunen in het licht van de enorme uitdagingen die ons te wachten staan.

Wat zijn uw belangrijkste projecten voor de komende zes maanden?

Alles is met elkaar verweven. Allereerst moeten we ons herstelplan goed uitvoeren. Dit is van essentieel belang voor de economie. Daarna wil ik een periode van uitwisseling en discussie met de gemeenten, maar ook met de departementen. We hebben de gezondheidscrisis al aangegrepen om een alliantie aan te gaan ten dienste van de lokale economie. Wij moeten nu nagaan hoe wij het differentiatiebeginsel kunnen toepassen op de gebieden die het meest te lijden hebben. We zullen ze niet allemaal op dezelfde manier kunnen helpen, wij moeten precieze criteria vaststellen die ons in staat zullen stellen onze ingrepen in al ons overheidsbeleid te verbeteren.

Wat zijn, in economische termen, de uitdagingen van dit mandaat?

De belangrijkste uitdaging in een auto-industrie regio als de onze is de revolutie die in deze sector plaatsvindt, te ondersteunen. De industrie wordt volledig opgeschud door de overschakeling van verbrandingsmotoren op elektrische voertuigen. Het is een verandering die wij zullen ondersteunen door opleiding, door steun voor robotisering en door de verandering van banen te ondersteunen. Wij moeten ook bronnen aanboren die voor risicospreiding zorgen. Waterstof zou wel eens met een vooruitziende blik aan deze behoefte kunnen voldoen. Dit geldt ook voor de gehele biotechnologiesector in Dijon en Besançon, een sector die zich snel ontwikkelt en werkgelegenheid schept. Maar dwars door al deze uitdagingen hebben te maken met nog een andere uitdaging, namelijk die van de digitalisering: de uitdaging van de digitalisering is enorm voor onze regio, zowel voor de bedrijven als voor de inwoners.

La République en Marche komt in de regionale raad Kan het een bondgenoot worden, ook al heeft u de deur tijdens de verkiezingscampagne dichtgegooid?

Er is de tijd van campagne en een tijd van regeren. De problemen zijn dit jaar van dien aard dat het voor de hand ligt dat er toenaderingen plaatsvinden tussen rechts en links. Er zullen dus onvermijdelijk ook gesprekken worden gevoerd met de République en Marche. Dat is de realiteit. Als er geen toenadering gezocht zou worden, zouden we in sektarisme vervallen. Het gaat mij om een duurzame dialoog en wanneer de voorstellen van de oppositie mij billijk lijken, schaam ik mij er niet voor om ze over te nemen.

Uw meerderheid, maar ook de regionale uitvoerende macht is vernieuwd, soms zelfs verjongd. Moeten we dit zien als een teken van wat ons te wachten staat?

Alles op zijn tijd. Het is duidelijk dat er behoefte was aan vernieuwing. Het vond vooral plaats in de gelederen van de gekozenen uit de Yonne. Maar 2015 zagen we ook al een verjonging. Dit weerspiegelt het beeld van een vermenging van generaties om de toekomst beter voor te bereiden.

Aart Sierksma

Bron: Marie-Guite Dufay, présidente de la région Bourgogne Franche-Comté : “Déterminée à changer les choses pour changer la vie des gens” [Franck Morales et Matthieu Villeroy]

239 keer bekeken

Villa Léonie in Marcigny

De toeristen keren geleidelijk terug naar Villa Léonie, maar de gezondheidscrisis heeft zijn sporen nagelaten. Valérie Challine, eigenares van het pand sinds 1997, wil het gebouw in de rue de Borchamp een nieuw leven inblazen.

Eindelijk waren daar vorige week dan weer de eerste huurders. Voor Valérie Challine was het wel even wennen. ‘Vorig jaar hebben we slechts vijf keer iets kunnen verhuren tegen 35 gasten in 2019. Het trekt langzaam weer een beetje aan. Voor de komende zomer is het nog wel op eieren lopen, we moeten nog maar afwachten welke versoepelingen er gaan komen en welke mogelijke maatregelen nog genomen worden, maar we geloven er nu wel in dat het goed gaat komen.’

Bedrijfstoerisme

Gelukkig is er ook wel iets goeds te melden, al had Valérie grote twijfels over het voortbestaan van haar passie. ‘Ik heb regelmatig gedacht om de gîte voorgoed te sluiten.’ Valerie Challine woont zelf in het huis naast de Villa. De hele periode tijdens de lockdown heeft ze daar gezeten. ‘Ik kon ook niet veel anders doen, het was alsof ik een kapitein was aan boord van een schip in gevaar. Uiteindelijk heb ik het volgehouden en besloten om door te gaan. De aanwezigheid van mijn zoon, die sinds drie jaar in Marcigny woont, heeft me erg geholpen. De lockdown was natuurlijk voor iedereen een ingewikkelde periode en als je in de problemen zit is het niet zo moeilijk om iets stoms uit te halen. Villa Léonie heeft gelukkig nog steeds een grote uitstraling met een vaste klantenkring en heeft al vele stormen doorstaan.’

Tijdens de lockdown heeft de eigenares van de Villa allerlei nieuwe ideeën ontwikkeld met de bedoeling een frisse wind te laten waaien door het etablissement: ‘Wij gaan proberen het zakentoerisme te ontwikkelen. Het huis heeft een paar behoorlijke troeven in handen. We denken aan seminars voor bedrijven met een tiental personen. Het is hier heerlijk rustig, midden in het groen en de muren hebben geen oren. Wij werken bijvoorbeeld al heel lang samen met Emile Henry. (Bak- en braadpannen gemaakt van Bourgondische klei en bekend bij chef-koks over de hele wereld). Het bedrijf ontvangt hier soms zijn buitenlandse distributeurs.’

Valerie Challine heeft de expertise van Romain Bolis ingehuurd. ‘Ik heb tien jaar in Parijs in het bedrijfstoerisme gewerkt. Ik zit dus al een tijdje in de zakenwereld. We zullen de juiste formule moeten vinden, maar ik ben ervan overtuigd dat deze nieuwe vorm van B&B-beheer een succes kan worden. Het idee zou zijn om een structuur op te zetten en een tussenpersoon te zijn tussen de gîte en de klanten’, legt de 35-jarige voormalige Parijzenaar uit. Het staat allemaal nog in de kinderschoenen, maar ik zie er wel brood in.’

Een nieuwe koers

Voor de eigenaar van de Villa lijken zich andere horizonten te openen: ‘Het is mijn bedoeling om een team samen te stellen dat de gîte gaat leiden, al blijf ik wel financieel aan het roer staan. Mijn uiteindelijke plan is om terug te keren naar Parijs. Ik heb al verschillende levens gehad en ik denk dat ik er nog één of twee over heb. Voor mij is het komende jaar een overgangsjaar. Aan het eind van dit jaar wil ik me, ijs en weder dienende, terugtrekken uit Villa Léonie.’

Aart Sierksma

Bron: À Marcigny un vent de changement souffle sur la Villa Léonie [ Corentin Murat]

297 keer bekeken

De olieslagerij van Leblanc uit 1840

Geroosterde koolzaadolie, hazelnootolie, walnootolie, pistacheolie, pruimenpitolie. Bij Huilerie Leblanc in Iguerande worden veel soorten olie geproduceerd. En een paar meter verderop staat hun winkel waar het altijd druk is. Mensen komen van ver om hier hun speciale olie in te slaan.

Het is bijna niet mogelijk om de Huilerie Jean Leblanc et fils in Iguerande te missen. Ten eerste, omdat dit dorp in de Brionnais (een streek in het zuiden van de Bourgogne) klein is. Maar meer nog omdat de heerlijke geur, die vrijkomt bij de fabricage en vooral het roosteren van de grondstof vóór het persen, de hele buurt lekker laat ruiken. Op de dag dat wij de olieslagerij bezoeken is het de hazelnoot die je neusgaten prikkelt en je hongerig maakt.

En dat is dus al zo sinds het einde van de 19e eeuw. De Huilerie Leblanc is de laatste in de Saône-et-Loire en een van de weinige in de Bourgogne die zo’n groot assortiment aan producten aanbiedt.

Een 19e -eeuwse molensteen

We maken een tiental verschillende oliën met af en toe iets nieuws, maar de oliën die het best werken zijn de walnoot- en hazelnootolie’, zegt Jean-Charles Leblanc, die met zijn broer de vierde generatie vertegenwoordigt die deze productie in stand houdt. Het fabricageproces is in al die jaren geen steek veranderd; bovendien dateert de stenen molensteen die de grondstof vermaalt uit de 19e eeuw. Het duurt tussen de 15 en 30 minuten om de ideale maling te bereiken. Om hazelnootolie te maken, wordt de gemalen pulp vervolgens in een pan gedaan om te koken. Michel, de productieleider, weet precies wanneer de bereiding klaar is. De geur en de kleur zijn voor hem bepalend. Het geroosterde mengsel gaat vervolgens zonder af te koelen door de hydraulische pers die dateert uit de jaren vijftig. Het duurt maar een paar seconden om de kostbare olie in een emmer te zien stromen. Daarna gaat hij een paar dagen in een roestvrijstalen tank om te decanteren voordat hij wordt gebotteld. ‘Er is ongeveer 500 kilo hazelnoten nodig om 250 liter olie te maken,’ zegt Jean-Charles Leblanc.

De productie stopt nooit

We stoppen nooit met de productie, zelfs tijdens de lockdown zijn we doorgegaan,’ zegt hij. ‘Want ook al is de export met de Covid sterk teruggevallen, de Amerikaanse en Japanse restauranthouders blijven vragen. Zij zijn heel erg op onze oliën gesteld. Daarnaast hebben we onze Franse clientèle die graag in onze winkel komt en dat is ook in deze tijd niet veranderd. En tot slot wordt er steeds vaker online besteld. Het is mijn leven, zoals het het leven was van mijn moeder die de winkel 55 jaar lang runde tot ze vorig jaar op 88-jarige leeftijd overleed.’

De herinnering aan de oude dame is nog steeds zichtbaar in de winkel. Jacques en Denise, die nu in Dompierre-les-Ormes wonen en al meer dan 30 jaar klant zijn van de olieslagerij, herinneren zich haar vriendelijkheid en vooral haar snelheid in hoofdrekenen. ‘Wij gebruiken druivenpitolie, koolzaadolie, sesamolie en op dit moment zijn we er helemaal door’, vertrouwt Jacques ons toe terwijl zijn vrouw Denise een klein flesje pakt. ‘Ik doe altijd een scheutje amandelolie in mijn walnotentaart en een beetje pistacheolie op verse kaas. Heerlijk!’ Haar heldere ogen spreken boekdelen!

Tot slot nog een advies van Jean-Michel Leblanc: ‘Als je olie een goed jaar wilt bewaren, zet hem dan in de koelkast.’

Aart Sierksma

Bron: L’huilerie Leblanc régale les palais les plus fins depuis 1840 [Meriem Souissi]

398 keer bekeken

Wat betekent de gezondheidscrisis voor Avallon

Net als veel andere gemeenten heeft de gemeente Avallon te kampen met aanzienlijke inkomstenverliezen, die voor een groot deel te wijten zijn aan de administratieve opschorting van bepaalde diensten. Een totaal verlies van iets meer dan 500.000 euro. De lokale overheden moeten behoorlijk in de buidel tasten. Zo moeten ze zorgen voor beschermende uitrusting en voor producten die nodig zijn voor de installatie van de sanitaire protocollen. Maar dit zijn niet de enige uitzonderlijke uitgaven waarmee de gemeente te maken heeft.

De cijfers

70.000

Dit is wat de gemeente Avallon moest uitgeven voor de aankoop van duizenden maskers en beschermende uitrusting. De gemeenteraad had zelf besloten om gratis maskers uit te delen aan alle inwoners.

452.721

Maar wat de gemeente het meest heeft gekost, is het verlies aan inkomsten in verband met de langdurige administratieve sluiting van bepaalde diensten en faciliteiten, zoals het zwembad, de muziekschool, de bioscoop…

Door de sluiting van de bioscoop heeft de gemeente 159 263 euro aan inkomsten misgelopen. Voor het zwembad wordt het verlies geraamd op 135.572 euro. Ook de camping leed een groot verlies (61.970 euro aan gederfde inkomsten).

Tenslotte heeft iedere gemeente ook nog te maken met allerlei andere kosten. Als bepaalde diensten moeten sluiten, moeten ambtenaren, die niet in aanmerking komen voor een gedeeltelijke werkloosheidsuitkering, immers doorbetaald worden. Dit is voor een gemeente een behoorlijke extra schadepost waar ze rekening mee moeten houden. De uiteindelijke kosten kunnen pas aan het eind van de rit precies in kaart worden gebracht.

Een geringer effect voor de gemeentelijke samenwerkingsverbanden

Voor de twee samenwerkingsverbanden in deze regio vallen de gevolgen nogal mee. Het CCAVM (Communauté de Communes Avallon-Vézelay-Morvan) gaf ongeveer 30.000 euro uit aan beschermingsmiddelen. Daarnaast liep het bijna 70.000 euro mis aan inkomsten uit kinderactiviteiten. Je moet dan denken aan contributie die gezinnen betalen omdat hun kinderen gebruik maakten van een van de diensten die worden aangeboden door de Pôle enfance jeunesse (recreatiecentrum, crèche).

Het CCS (Communauté de Communes du Serein) besteedde 10.000 euro aan beschermingsmateriaal. Net als de buren van het CCAVM lijdt ook het CCS verlies op zijn kinderactiviteiten.

Aart Sierksma

Bron: Ce que la crise sanitaire a coûté à la Ville d’Avallon [Maëlle Hamma]

217 keer bekeken

Autun gaat ondernemers helpen

Ondanks de Covid-19 is de gemeenteraad van Autun bezig met de herlancering van zijn commerciële startersregeling voor toekomstige ondernemers. De oproep tot het indienen van aanvragen is in volle gang.

Wij bieden hulp aan mensen die een zaak willen openen of aan degenen die al gevestigd zijn en een nieuwe winkel willen openen’, zegt Joseph De Rose, hoofd van de afdeling Coeur de ville van de gemeente Autun.

Dit systeem, bekend als de ‘commerciële startersregeling’, is in 2018 door de gemeente opgezet. Zo kan een startende ondernemer steun ontvangen voor bijvoorbeeld de huur van een pand.

50% van de huur

In het eerste jaar betaalt de gemeente 50% van de huur’, zegt het hoofd van de Coeur de ville. ‘Deze steun kan met een tweede jaar worden verlengd, maar het doel van deze subsidie is dat de starter na een jaar zelfstandig van zijn onderneming kan rondkomen. Aan het eind van het jaar maken we de balans op van de activiteit en passen we het systeem zo nodig aan voor een tweede jaar’, zegt Joseph De Rose.

Hoe kom je in aanmerking

Zelfs in deze moeilijke tijd vanwege de gezondheidscrisis, is de startersregeling zeer succesvol. In 2019 zijn acht beginnende ondernemers geaccepteerd. Op dit moment zijn ze allemaal nog in bedrijf. Vorig jaar werden zes andere aanvragen door de gemeente goedgekeurd en deze maken alle zes nog steeds gebruik van de regeling. Joseph De Rose wil erop wijzen dat het niet moeilijk is om te solliciteren en als mensen problemen hebben, kunnen ze contact met hem opnemen.

Om een aanvraag in te dienen moet je een motivatiebrief sturen aan de burgemeester waarin het project wordt toegelicht en de wens om van de regeling gebruik te maken wordt beargumenteerd. Een gedetailleerde presentatie van het project (foto’s, plannen, teksten, verkochte producten, aangeboden diensten, enz.) helpt. Daarnaast is een schriftelijke en ondertekende instemming van de eigenaar van het pand nodig met de huurovereenkomst. Kandidaten kunnen zich tot 15 februari melden.

Aart Sierksma

Bron: La Ville d’Autun vient en aide aux futurs commerçants

267 keer bekeken

Jonge mensen op het platteland

Uit een INSEE-analyse (Institut national de la statistique et des études) blijkt dat meer dan de helft van de jongeren onder de 30 jaar in de Nièvre in zogenaamde zwakke plattelandsgebieden woont. Dit heeft gevolgen voor de mobiliteit en de integratie. Het platteland heeft te maken met bevolkingsverlies en economische problemen. De analyse betrekt de hele Bourgogne-Franche-Comté in haar onderzoek.

Zwakke plattelandsgebieden

Volgens Hélène Ville, een van de twee onderzoekers die aan het onderwerp heeft gewerkt, onderscheidt de Nièvre zich door twee bijzonderheden:

De eerste is dat meer dan de helft van de jongeren onder de 30 jaar in zwakke plattelandsgebieden woont: 52 procent, het hoogste percentage in de regio. Het gemiddelde voor de hele Bourgogne-Franche-Comté is 19%.

De tweede bijzonderheid is dat de Nièvre het departement is met de meest zogenaamde zwakke plattelandsgebieden: meer dan de helft van de Nièvre wordt als zwak gekwalificeerd.

Mobiliteit is een noodzakelijke voorwaarde voor aansluiting bij de arbeidsmarkt

Volgens het INSEE is er minder werkgelegenheid in deze gebieden en is het aanbod minder breed (vooral minder banen voor managers, middenkader en technici). Hélène Ville: ‘Een andere vaststelling voor deze gebieden is dat, gezien de geografische afstand van opleidings- en werkgelegenheidslocaties, mobiliteit vaak een noodzakelijke voorwaarde is voor aansluiting bij de arbeidsmarkt. Om toegang te krijgen tot een baanaanbod dat groot, gevarieerder en over het algemeen meer kwalificaties vraagt.’

Het INSEE beschrijft:  ‘De landelijke gebieden in het hart van de Morvan en aan de noordelijke rand van de regio zijn het minst toegankelijk en het verst verwijderd van de grote agglomeraties. De werkende bevolking is niet erg mobiel: het geldt voor zes van de tien werkenden in dit woongebied. In deze gebieden is de ongelijkheid tussen de jongeren onder de dertig jaar en de rest van de bevolking het grootst zijn. Jongeren hebben hier de grootste moeite om aansluiting te vinden met de arbeidsmarkt. Ze stoppen op jonge leeftijd met hun opleiding en hebben de minste kwalificaties.’

De gemeente Luzy

Luzy doet het beter omdat het verbonden is met een groep van kleine industriële groeikernen die voor veel banen zorgt. Dit vergemakkelijkt de uitwisseling van werkenden.

De gemeenten waar de meeste jongeren geen aansluiting kunnen vinden met de arbeidsmarkt, met een zeer hoge werkloosheid: Saint-Pierre-le-Moûtier, Saint-Saulge, La Machine en Cercy-la-Tour (dicht bij een grote stad), Decize, Cosne, Clamecy, Lormes, Corbigny en rond Moulins-Engilbert (ver van grote steden).

Aart Sierksma

Bron: Plus de la moitié des moins de 30 ans de la Nièvre vivent en zone rurale fragile [Jenny Pierre]

336 keer bekeken

Straatnamen

Het zijn niet alleen de kleine gemeenten waar de wegen nog geen straatnamen hebben. Ook in Chauffailles bijvoorbeeld hebben niet alle straten een naam. Buiten het centrum van veel gemeenten zijn adressen moeilijk te vinden. Meestal is het nog beperkt tot de naam van een lieu-dit. Veel gemeenteraden zijn van plan om dit binnenkort te verhelpen.

Om de komst van hulpdiensten, zoals brandweer en ambulances, maar ook pakketdiensten en binnenkort glasvezel te vergemakkelijken, is een nauwkeurig adres een noodzaak. Chauffailles beslaat bijna 23 km² en de bewoners van verschillende buurten hebben nog steeds geen volledig adres, met straatnamen en huisnummers. De gemeenteraad is van plan om dit in het eerste kwartaal van 2021 te verhelpen. Het project voor de nieuwe adressering van ongeveer 70 gemeentelijke wegen is nog in de steigers gezet door de vorige gemeenteraad.

Voltooiing van het dossier tegen het einde van het eerste kwartaal van 2021.

La Poste heeft alle plaatsen die in aanmerkingen komen in kaart gebracht en voorstellen gedaan voor een naam’, zegt Stéphanie Dumoulin, de burgemeester van Chauffailles. ‘We hebben dit als uitgangspunt genomen en hebben ons verder laten inspireren door de naam van de bestemming van de weg, het bestaande erfgoed of de plaats in het kadaster. We hebben er goed op gelet dat er geen onnodige herhalingen in zitten.’

De volgende fase wordt nu in overleg met de bevolking uitgevoerd. ‘Het is belangrijk dat de bewoners hun mening geven. Tijdens de verkiezingscampagne hoorden we regelmatig dat de bewoners behoefte hadden aan een eigen, nauwkeurig adres en ook hoorden we dat zij betrokken wilden worden. Maar met de gezondheidscrisis van dit moment waren we niet in staat zijn om een openbare vergadering te organiseren’, betreurt de gekozen vertegenwoordiger. ‘De gemeenteraad heeft nu voorstellen gedaan voor straatnamen, die bekeken kunnen worden in het gemeentehuis en die in digitale vorm op de website van de gemeente te zien zijn. De inwoners hebben tot eind december de tijd om deze te raadplegen en eventuele opmerkingen te maken’.

Na dit overleg zal de gemeenteraad dit project samen met La Poste voortzetten. Het doel is om de naamborden begin 2021 te bestellen voor installatie in het eerste kwartaal. ‘We hebben geprobeerd zo volledig mogelijk te zijn. Normaal gesproken heeft iedereen aan het eind van dit project een nummer en een straatnaam’, besluit de burgemeester.

Aart Sierksma

Bron: Adressage: près de 70 rues et voies en attente d’un nom [Charlotte Rebet]

707 keer bekeken