Vertaald uit het Frans naar het Nederlands uit le Journal du Centre 

Woning te koop in de Nièvre

Na een stilstand van twee maanden, vanwege de lockdown, werden de vastgoedtransacties in juni en juli weer hervat. Er zijn op dit moment beduidend meer mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar huizen op het platteland, waarbij ze profiteren van de nog steeds lage rente en verkoopprijzen.

Van het ene op het andere moment kwamen we terecht in een periode van onzekerheid: na een goed jaar in 2019 en een goede start in 2020, kwam de vastgoedsector van maart tot mei van dit jaar volledig tot stilstand. Ondanks de angst voor zowel een psychologisch effect als voor economische instabiliteit, was er geen weg terug. Zodra we de bezichtigingen weer konden hervatten zagen we een stijgende lijn’, zegt Jean-Claude Beugnot, voorzitter van de FNAIM 58, opgelucht. ‘De mensen wilden gewoon doorgaan met waar ze mee bezig waren, waardoor we vrij snel de draad weer konden oppakken’.

Twee keer zoveel vraag

Vooral Parijzenaars zijn op zoek naar een woning in een rustige omgeving. Velen zijn getraumatiseerd door de lockdown en het zo dicht op elkaar wonen. Ze willen naar Nevers of nog liever naar het platteland. Directeur van het agentschap Century 21 in Clamecy, Marc Ducreux bevestigt: ‘We zien een explosieve groei in de vraag naar zowel hoofdverblijven als naar tweede woningen. Er zijn veel aanvragen van mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar een landhuis met een tuin, om er even tussenuit te zijn en misschien ook wel om te investeren in een vaste verblijfplaats. En de cijfers liegen niet. In mei, juni en juli hadden we twee keer zoveel aanvragen als voorheen: Van 80 tot 100 dossiers van voor de crisis tot 200 per maand op dit moment.’

En wat opvalt is dat er geen enkel onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende districten’, zegt Marc Ducreux, wiens activiteiten zich uitspreiden van Cosne (met een tweede agentschap van zijn broer) tot Clamecy via Corbigny en La Charité-sur-Loire. ‘Een van de troeven van dit gebied, helaas voor de verkopers, is uiteraard de prijs. In de omgeving van Clamecy ligt de gemiddelde prijs per vierkante meter rond de 500 euro, vergeleken met 1.000 euro in Nevers… En meer dan 10.000 euro in Parijs. Resultaat: Het is eenvoudig om hier een huis te vinden voor minder dan 50.000 euro.

Bovendien blijft de rente laag, hoewel de makelaars opmerken dat de banken voorzichtiger zijn met het verstrekken van krediet aan kopers zonder onderpand. ‘Ze willen op zijn minst een aanbetaling om de notariskosten te dekken. Maar soms zien we toch ook dat jongeren zonder borgstelling een financiering krijgen’, zegt Marc Ducreux.

Bij het makelaarskantoor Morvan Patrimoine in Château-Chinon bevestigt Myriam Thenin de positieve ontwikkeling in de Morvan: ‘We hadden het erg druk in juni en juli en al gauw honderd e-mails per dag tijdens de lockdown. Parijzenaren die de stad willen verlaten. Maar dat niet alleen. Ook aanvragen vanuit de lokale bevolking, vooral jonge mensen die op eens een woning zoeken’.

Myriam Thenin zag ook mensen uit de Haute-Savoie, Franche-Comté en een koper uit Corsica. ‘Wat de buitenlanders betreft zien we dat de Nederlanders vooral zoeken via de hier gevestigde Nederlandse makelaars en dat de Belgen weer meer bij ons aankloppen. De vraag concentreert zich nu vooral op kleine huizen met kleine percelen, en internet’, zegt Myriam Thenin, ‘wat natuurlijk alles te maken heeft met de mogelijkheid om te kunnen telewerken.’

De Morvan heeft veel troeven in huis, maar er is één voorwaarde: het internet moet goed en snel werken. ‘We zijn niet ver van Parijs en hebben een relatief goede infrastructuur, met de bus ben je voor 1,50 euro in Nevers. Daarnaast hebben we schitterende meren, een prachtig landschap, huizen met karakter en ……. de huizenprijzen.

Hetzelfde geldt voor Moulins-Engilbert, bij Immobilière du Château, waar Jean-Michel Chapelin ‘een overduidelijke ontwikkeling’ noteert. ‘Als het zo doorgaat, krijgen we een uitzonderlijk jaar! Onze klantenkring is niet beperkt tot Parijzenaren. We hebben veel aanvragen uit de Lyonnais, maar ook lokale aspirant kopers en wat buitenlanders. Waarschijnlijk hopen ze op tijd te zijn voordat de prijzen stijgen. Wat zeldzaam is, wordt duurder’, is zijn devies.

Er is een tekort

Het eerste gevolg van deze hernieuwde belangstelling is dat het aantal te koop staande woningen nu al begint op te raken. ‘We hebben de voorraad al flink zien dalen,’ geeft Marc Ducreux toe. Zelfs in Nevers merkt Jean-Claude Beugnot op: ‘We hebben nu al een tekort aan woningen in de verkoop. Vandaar dat we flyeren en eigenaren uitnodigen om hun huis te koop te zetten. In de Morvan bijvoorbeeld zijn huizen tussen de €40.000 en €70.000, het meest gewild en die beginnen aardig op te raken.

Geen prijsverhoging

Aan de andere kant heeft deze sterkere vraag de prijzen vooralsnog niet opgedreven. ‘Sommige verkopers hebben het wel over een hogere prijs, maar we zitten hier niet in Parijs,’ zegt Jean-Claude Beugnot. ‘De prijzen zijn niet gestegen maar zelfs licht gedaald, in tegenstelling tot wat we dachten’, merkt Marc Ducreux op.

We hopen dat deze opleving de verliezen van twee maanden lockdown kunnen compenseren. We moeten in staat zijn om de verloren omzet in te halen’, zegt Marc Ducreux. Jean-Claude Beugnot is voorzichtiger: ‘Het laatste kwartaal van dit jaar zullen we de balans opmaken. Er is sprake van een inhaalslag, maar er zijn nog steeds onzekerheden. We hebben veel gehoord over telewerken, wat de kleine steden ten goede kan komen. De ontwikkeling van de economische situatie, en dus van de werkgelegenheid, zal de komende maanden ook van essentieel belang zijn voor de vastgoedmarkt.’

Aart Sierksma

Bron: Immobilier : une forte reprise des ventes dans la Nièvre après l’épisode de confinement [Alain Gavriloff]

Dit bericht is 365 keer bekeken

In de voetsporen van de Grand Meaulnes

  Alain-Fournier heeft met één enkele roman meerdere generaties ingrijpend veranderd. Le Grand Meaulnes is het verhaal over een adolescentie vol herinneringen en mysteries. Hij was de auteur met slechts één roman, gepubliceerd in 1913. Dit unieke werk werd direct heel enthousiast ontvangen waardoor Alain-Fournier al snel tot één van de beroemdste schrijvers van zijn tijd werd gerekend.

Onmiddellijk succes

  Alain-Fournier, zijn echte naam was Henri-Alban Fournier, is geboren op 3 oktober 1886 in La Chapelle-d’Angillon, een gemeente in het noorden van de Cher, in het huisje van zijn grootouders van moederszijde. Het huis staat er nog steeds en wordt onderhouden alsof de tijd er geen vat op heeft gehad. Hij stamde uit een onderwijsgezin en kreeg les van zijn vader, die in 1891 werd benoemd tot directeur van de school van Épineuil-le-Fleuriel, waar hij tot 1898 verbleef. Daarna verhuisde hij naar Parijs en woonde drie jaar in het internaat van het Lycée Voltaire. Na een mislukte poging om op de marineschool in Brest te komen, keerde hij terug naar Bourges om daar zijn eindexamen te doen. Aansluitend probeerde hij, zonder succes, toegelaten te worden tot een lerarenopleiding.

  Eén ontmoeting zal de rest van zijn korte leven markeren en hem inspireren tot het schrijven van het verhaal van de Grand Meaulnes. Hij werd verliefd op Yvonne de Quiévrecourt die hij in juni 1905 op de trappen van het Grand Palais in Parijs had ontmoet. Jammer genoeg een onbeantwoorde liefde. Na zijn militaire diensttijd werd hij in 1910 redacteur bij Paris-Journal en begon hij de Grand Meaulnes te schrijven, die hij in 1913 voltooide. Een roman die eerst als een kort verhaal verscheen in La Nouvelle Revue Française (juli tot november 1913), daarna in boekvorm bij Émile-Paul. Het boek werd als een meesterwerk onthaald en miste op een haar na, in de tiende stemronde, de prestigieuze Prix Goncourt.

  Zodra de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kwam Alain-Fournier als luitenant infanterie aan het front van Lotharingen. Op 23 augustus 1914 nam hij deel aan drie veldslagen rond Verdun waarbij veel doden vielen. Eind september werd een deel van zijn regiment als vermist opgegeven. Hij was nog geen achtentwintig jaar oud. Pas in mei 1991 werden de stoffelijke overschotten in een massagraf ontdekt. Zes maanden later is het lichaam van Alain-Fournier samen met dat van zijn strijdmakkers begraven op de militaire begraafplaats Saint-Remy-la-Calonne (Meuse).

Een roman, een reis

  Le Grand Meaulnes wordt vaak vergeleken met een literaire reis. Een reis doordrenkt met nostalgie naar de kindertijd en de adolescentie. Op het platteland van de Berry ontstaan de eerste emoties van liefde en vooral de grenzeloze bewondering voor de grote zeventienjarige Meaulnes, met wie alles mogelijk lijkt. ‘De komst van Augustin Meaulnes was voor mij het begin van een nieuw leven’, schreef de held François. ‘Een Meaulnes die na een reis naar Vierzon enkele dagen verdwijnt om daarna, in het kostuum van een markies onder zijn schooluniform, als een andere persoon terug te keren.Het is een aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen waarin alle literaire bronnen van betovering, mysterie en romantiek met elkaar vermengd worden.

Musée Alain-Fournier

  In 1991 is de school van Alain Fournier omgevormd tot een museum, een museum dat de kindertijd van de schrijver vertelt. ‘Het is een typische school uit de Derde Republiek, alles in de oorspronkelijke staat hersteld, volgens de verhalen van Isabelle, Alain-Fournier’s zus,’ verklaart Patricia, een gids en oud-leerlinge van school. Tijdens het bezoek vertelt ze vele anekdotes over het leven van de familie Fournier: ‘Marie-Albanie, de moeder van de familie, werd de eerste onderwijzeres op deze jongensschool in 1893. Haar gehandicapte dochter Isabelle was een van haar leerlingen’, vertelt ze.

Tussen fictie en werkelijkheid

  De familie Fournier was zeer bescheiden en tegelijkertijd erg gerespecteerd. Ze woonden in een appartement en sliepen met vier mensen in een kamer van 12 vierkante meter. De steden en plekken in het boek zijn plaatsen in de Cher hoewel de roman zich volgens Alain-Fournier afspeelt in Sologne. ‘Vierzon is Urçay, een dorp 9 kilometer verderop en La Gare is eigenlijk Vallon-en-Sully, een dorp dichtbij Épineuil-le-Fleuriel’, zegt de gids. De personages in de roman zijn ook geïnspireerd door mensen die de auteur in zijn leven heeft ontmoet. Yvonne de Galais, een van de hoofdfiguren, is Yvonne de Quiévrecourt, waar de schrijver smoorverliefd op was. François Seurel en Augustin Meaulnes vertegenwoordigen het zachtaardige en het opstandige deel van de schrijver. De bezoekers kunnen legio foto’s, door de schrijver zelf gemaakt, bekijken. Zijn neven en nichten, zijn oom of zijn moeder…..

Tentoonstelling over de school in 1900

  Van 1 juli tot 31 augustus is de tentoonstelling Op weg naar school te zien. Bezoekers kunnen de school uit die tijd beter leren kennen, door middel van verschillende boeken, posters, notitieboekjes en schoolkinderkleding. Het museum is geopend van 1 juli tot en met 31 oktober, van woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur. De school is gelegen in het dorp Epineuil-le-Fleuriel, rue Alain-Fournier 8.

Pléiade

  Op 20 maart 2020 is Le Grand Meaulnes toegelaten tot La Pléiade. Alain-Fournier is een van de zeldzame auteurs die één enkele roman heeft geschreven die in deze prestigieuze collectie zal worden gepubliceerd.

  Noot van de vertaler: De Bibliothèque de la Pléiade is een Franse redactionele collectie die in 1931 werd gecreëerd door Jacques Schiffrin, een onafhankelijke jonge redacteur. Schiffrin wilde het publiek referentie-uitgaven van de volledige werken van klassieke auteurs in zakformaat aanbieden.

Aart Sierksma

Bron: Sur les traces du Grand Meaulnes entre Berry et Sologne [Frank Simon],Dans les pas du Grand Meaulnes [Blanche Joffrin]

Dit bericht is 64 keer bekeken

Medische zorg op afstand

Tijdens de lockdown is van het ene op het andere moment digitale zorg op afstand ingevoerd.  Wat vinden de huisartsen? Hoe nu verder? Heeft deze periode iets nieuws opgeleverd of behoren de consultaties op afstand alweer tot een ver verleden?

In de Nièvre zijn sinds de lockdown meer dan 1000 consulten op afstand uitgevoerd door 300 professionals op een speciaal daarvoor gecreëerd plateforme régionale de télémédecine. En dan zijn de consulten van privé platforms, zoals Doctolib, niet meegerekend. Voor zowel artsen als patiënten lijkt deze vorm echter geen onverdeeld succes.

Zij zijn tegen

In Nevers verzekerde een arts me tussen twee afspraken door: ‘Ik heb heel wat digitale consulten gedaan, maar na de lockdown kap ik daarmee’. Zonder verdere uitleg.

In Sermoise geeft een secretaresse toe: ‘Daar zijn we mee gestopt. De dokter wil liever dat de mensen naar de praktijk komen, onze wachtkamer is groot genoeg. En we hebben eigenlijk ook niet veel Covid-gevallen gehad. Tijdens de lockdown hadden we twee tot drie consulten op afstand per dag voor mensen die kwetsbaar waren, maar sinds eind mei zijn we daar dus mee gestopt. We zouden het uiteindelijk wel kunnen gebruiken voor kleine problemen.’

Zij zijn voor

Omgekeerd ziet Dr. De Boerio consultatie op afstand als een echte kans om mensen in ver afgelegen gebieden medische zorg te bieden, ‘Ik heb mijn hele jeugd in La Charité doorgebracht, waar ik nog steeds een woning heb’, legt deze huisarts uit die nu in de regio Parijs werkt. Maar dankzij de digitale mogelijkheden biedt hij patiënten uit de Nièvre vier tot vijf avonden per week consultaties aan, van 20.00 uur tot middernacht. Hij werkt ook nog twee avonden per week voor de Samu.

Mensen uit de Nièvre vertegenwoordigen 15% van zijn patiënten. ‘Ik weet dat er in de Nièvre erg weinig artsen zijn, vooral in de omgeving van La Charité. Aangezien dit mijn lievelingsstreek is, bied ik deze consultaties op afstand aan. Mensen kunnen mij vinden via Doctolib. Dat zijn bijna altijd mensen die geen eigen huisarts hebben of waarvan de dokter op dat moment niet bereikbaar is. Dankzij consultatie op afstand hoeven ze niet te wachten in een wachtkamer, maar kunnen ze gewoon thuis op de bank, voor de tv wachten. En als ik beschikbaar ben, piept de computer en begint het consult. ‘s Avonds krijg ik veel verzoeken. Het kan bijvoorbeeld gaan om urineweginfecties, ischiaspijn, of spit. Het voorkomt dat patiënten de hele nacht moeten opblijven met pijn en moeten wachten tot de volgende dag om naar de dokter te gaan. Het stelt hen ook in staat om erg snel afspraken te maken voor laboratoriumtests, echografieën of röntgenfoto’s. Voor sommigen is dat van fundamenteel belang, omdat werkgevers vaak binnen 48 uur een verklaring eisen.’

Dr. De Boerio rekent een derde deel van de kosten, zodat patiënten niet te veel betalen, zelfs niet ’s nachts (ongeveer 20 euro).

Digitale zorg op afstand kan problemen in de Nièvre helpen verminderen. Iedereen in de Nièvre kan daardoor terecht bij specialisten in Nevers, Clermont-Ferrand, Dijon en zelfs in Parijs. Voor bepaalde medische specialiteiten gelden wel beperkingen, omdat men geen klinisch onderzoek kan doen: longziekten, kindergeneeskunde… Maar voor suikerziekte is er geen lichamelijk onderzoek nodig, en voor huidziekten zijn foto’s op smartphones meestal voldoende…’.

Zij zijn voor, maar…

In Garchizy voerde Dr. Vié vijftig tot zestig consulten op afstand uit tijdens de lockdown. Nu heeft hij er gemiddeld nog één per dag. Hij zegt: ‘Consultatie op afstand is een goede zaak, maar het heeft zijn beperkingen. De belangrijkste voordelen: Het stelde ons in staat om patiënten te spreken die niet naar buiten wilden uit angst voor het virus. En het kostte minder tijd, waardoor we extra tijd overhielden voor andere zorg. Maar ik zie ook nadelen. Er vindt geen klinisch onderzoek plaats, je kunt het niet controleren. Tijdens de lockdown heb ik enkele patiënten terug moeten bellen om zeker te zijn van de diagnose.’

Dr. Vié is van plan om ruimte te maken voor één of twee consulten op afstand per dag. Het idee zou zijn dat de medisch secretaresse patiënten doorverwijst die geschikt zijn voor dit soort afspraken. ‘Het kunnen mensen zijn die last hebben van allergieën of diabetici die stabiel zijn. Hoe dan ook, het moeten patiënten zijn die ik ken. En het kan niet systematisch zijn, het moet incidenteel blijven’.

In St. Eloi was Dr. Roche al in december begonnen met medische zorg op afstand. ‘Ik vond het heel geschikt voor het oplossen van kleine problemen zoals: eenmalig medisch advies, verlenging van recepten voor een patiënt op vakantie….. Alles wat geen klinisch onderzoek nodig had. Ik had vijf consulten per dag vrijgemaakt voor deze zorg. Tijdens de lockdown kwam niemand meer naar de praktijk, dus koos ik voor 100% zorg op afstand. Er kwam van alles en nog wat voorbij en ik hoefde niet één patiënt naar de praktijk te laten komen. Ik was in staat om veel dingen te regelen, zelfs longembolieën en tromboses. Het gaat ook sneller zo. Tien minuten in vergelijking met de gebruikelijke vijftien minuten. Alleen digitaal recepten uitschrijven kost wat meer tijd. Voor de patiënt is het vrij eenvoudig, behalve voor mensen die niet weten hoe ze computers moeten gebruiken. Ik heb heel veel patiënten uit de hele Nièvre gehad,maar ook uit Moulins en uit Parijs! Sinds de deconfiniëring heb ik vijftien consulten per dag aangehouden. Mensen moeten zich via Doctolib registreren. Wel ben ik gestopt met het opnemen van nieuwe patiënten voor zorg op afstand, omdat ik de geschiedenis van mijn patiënten wil kennen.’

De twee belangrijkste belemmeringen

1. De kosten

Het platform, dat door l’Agence régionale de santé is opgezet, is gratis. Privéplatforms, zoals Doctolib, hebben het voordeel dat ze populairder zijn, maar worden door de diverse praktijken betaald. ‘Voorlopig betalen we € 129 per maand per praktijk om op het platform te komen en €1 per consult. Maar ze onderhandelen opnieuw over de contracten voor oktober en overwegen, naast de € 129, een vast bedrag van € 79 per maand. Een deel zou worden gedekt door de sociale zekerheid, maar dat is nog steeds erg onduidelijk’, zegt Dr. Vié.

2. Het netwerk

We hebben nogal wat problemen met het internet gehad tijdens de lockdown’, vervolgt Dr. Vié. ‘En op 9 juni waren zelfs alle artsen in het medisch centrum 30 minuten offline, omdat alles geblokkeerd was. We hebben echt versneld een nieuw glasvezelnet nodig! Want de logische volgende stap voor deze zorg is medische expertise op afstand, met een verpleegkundige die voor dit soort praktijken is opgeleid en die de stethoscoop, de tensiometer of de otoscoop voor ons hanteert, bijvoorbeeld in een bejaardentehuis. Maar daarvoor heb je een netwerk nodig dat doet wat je vraagt.’

Aart Sierksma

Bron: Pour ou contre la télémédecine ? Les médecins de la Nièvre donnent leur avis [Marlène Martin]

Dit bericht is 92 keer bekeken

Tekenbeten

De komende weken moet de telefoon-app Signalement Tique het mogelijk maken om tekenbeten, departement voor departement, in kaart te brengen.

Door de opwarming van de aarde worden zowel mensen als dieren steeds vaker door teken gebeten. De ziekteverschijnselen door een tekenbeet breiden zich overal in Frankrijk in een rap tempo uit. De nieuwe versie van de telefoon-app, die in 2017 werd geïntroduceerd in het kader van het CiTIQUE-programma van het Franse Nationaal Instituut voor Onderzoek voor Landbouw, Voeding en Milieu (INRAE), moet vanaf volgende maand helpen om de beten van deze mijt te inventariseren.

Een honderdtal beten in de Nièvre

Elk slachtoffer wordt gevraagd om mee te doen en de tekenbeet bij de wetenschappers van CiTIQUE te melden. Op die manier kunnen de medewerkers van CiTIQUE de kaart met besmettingen zo betrouwbaar mogelijk houden en worden de leefomstandigheden en leefomgevingen van deze mijten steeds beter in kaart gebracht.

De teken zullen de heropening van parken, tuinen en bossen na de lockdown geweldig vinden. Tussen 2017 en 2019 zijn er in de Bourgogne-Franche-Comté 1600 beten gemeld, waarvan bijna honderd in de Nièvre. Weinig natuurlijk, maar toch te veel, want deze kleine dieren kunnen maar liefst vijfenveertig bacteriën en parasieten dragen die besmettelijke ziekten met zich meebrengen.

Ziekte van Lyme

Zij liggen vooral aan de basis van de ziekte van Lyme. Het kan organen, de huid, maar ook de gewrichten en het zenuwstelsel aantasten. ‘Maanden tot jaren na de infectie kunnen er tertiaire verschijnselen optreden, zoals gewrichts-, huid-, neurologische, spier- of hartziekten’, volgens het Ministerie van Solidariteit en Volksgezondheid.

Volgens INREA: ‘De beste manier om te voorkomen dat je gestoken wordt, is om op de paden te blijven en om struiken, varens en hoog gras te vermijden. Ook is het aan te raden om lange kleren te dragen die armen en benen bedekken, een hoed op te zetten, de onderkant van de broek in sokken te stoppen, en het hemd in de broek. Lichtgekleurde kleding maakt het makkelijker om teken te herkennen.’

Noot 1: CiTIQUE (een samentrekking van Citoyens et Tiques, burgers en teken) is een programma dat geleid wordt door wetenschappers die hun onderzoek willen openstellen voor burgers om zo de wetenschappelijke kennis sneller te verspreiden. CiTIQUE wil onderzoekers en burgers die geïnteresseerd zijn in teken en de ziekten die ze overdragen, bij elkaar brengen.

Noot 2: INREA, het Institut national de la recherche agronomique is een Frans onderzoeksinstituut dat zich toelegt op landbouwwetenschappen. Het werd opgericht in 1946 en is een openbare instelling voor wetenschappelijk en technisch onderzoek, onder het gezag van de ministeries van Onderzoek en Landbouw.

Aart Sierksma

Bron: Bientôt une carte des piqûres de tiques, ces acariens qui n’épargnent pas la Nièvre [Ludovic Pillevesse]

 

Dit bericht is 260 keer bekeken

Een nieuwsbrief over de gemeenteraadsverkiezingen

Het Journal du Centre lanceert een nieuwsbrief Lettre de campagne tot de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen op zondag 28 juni. Op deze manier worden elke week de belangrijkste punten van de verkiezingscampagne op een rijtje gezet. Je kunt de informatie gratis ontvangen in je mailbox.

Door de coronavirusepidemie zijn de verkiezingen twee en een halve maand onderbroken geweest. Nu wordt de gemeentelijke verkiezingscampagne dus weer hervat. In 34 gemeenten van de Nièvre is er in de tweede ronde nog wel wat te kiezen op zondag 28 juni. Waaronder met name Varennes-Vauzelles en Cosne-sur-Loire.

In de wekelijkse Lettre de campagne, die in z’n geheel gewijd is aan de verkiezingen, krijg je een kijkje achter de schermen en proberen ze de verschillende standpunten uiteen te zetten. Deze gratis digitale nieuwsbrief wordt geschreven en verzorgd door de journalisten van het Journal du Centre en geeft je alle nodige informatie om tot een goed besluit te komen voor 28 juni. Het wordt elke woensdagochtend verzonden.

De essentie in minder dan vijf minuten leestijd

De nieuwsbrief zal onderverdeeld worden in verschillende exclusieve rubrieken.

1. Bruit de la campagne blikt terug op de politieke gebeurtenissen van de afgelopen week en de kwesties die op het spel staan.

2.Séance de rattrapage geeft een terugblik in drie artikelen die je niet mag missen.

3.Vu des internets geeft een inkijkje in de campagne gezien vanaf het web en hoe kandidaten en gekozen functionarissen sociale netwerken gebruiken om te proberen de kiezers te overtuigen.

4. Chut c’est off zal ons een kijkje achter de schermen geven, oftewel wat speelt er zich af in de keuken en vooral in de achterkamertjes!

5. Tot slot zal Pass Your Code ingaan op de kieswet, evenals op informatie over de campagne op nationaal niveau.

Lettre de campagne wordt een hele uitdaging: de essentie van de gemeenteraadsverkiezingen in de Nièvre, in minder dan vijf minuten lezen! Om je te registreren hoef je alleen maar je e-mailadres in te vullen.

Aart Sierksma

Bron: “Lettre de campagne”, la newsletter sur les municipales, revient jusqu’au second tour

Dit bericht is 20 keer bekeken

De flora in de Nièvre verandert

De Bourgondische delegatie van het Nationaal Botanisch Conservatorium in Saint-Brisson houdt een Atlas Flore Bourgogne (verspreidingsatlas) bij en kan maar tot één conclusie komen: de biodiversiteit is de laatste jaren drastisch afgenomen.

De wilde flora van de Bourgogne bestond uit 2043 inheemse en uitheemse soorten. Na 1990 zijn er nog maar 1679 gezien. De rest wordt beschouwd als uitgestorven. Van die 1679 zijn 398 soorten uiterst zeldzaam.

Wat verdwenen is

In de Nièvre zijn verschillende soorten sinds 1990 niet meer gezien. Dit zijn onder andere de streepvaren (Asplenium foreziense),

de zware dreps (Bormus grossus),

de gekroesde rolvaren (Cryptogramma crispa),

en de heide-ereprijs (Veronica Dillanii).

De redenen

Deze achteruitgang kan gestopt worden door verschillende veranderingen door te voeren. Menselijke activiteiten en de landbouw komen als eerste in aanmerking voor aanpassingen. Als je het land op een andere manier gebruikt, verandert daardoor ook de plantengroei’, legt Eric Federoff, een botanicus van het Nationaal Plantenconservatorium, uit.

Hoe zit het met de rol van de opwarming van de aarde

Moeilijk te beoordelen voor het Nationaal Botanisch Conservatorium op dit moment. Maar droogte en hittegolven kunnen gevolgen hebben. ‘De analyses van de mogelijke gevolgen van de zomers van 2018 en 2019 zijn nog niet klaar. Maar ons gevoel wat dat betreft is, dat de opeenvolging van dergelijke hittegolven van grote invloed zou kunnen zijn. Zeker als je het bekijkt op korte termijn en dan specifiek op de veranderingen van de biodiversiteit van open kruidachtige omgevingen, weiden in het bijzonder’, aldus Eric Federoff.

Wat is er aan het licht gekomen

Sommige planten, zoals de mariadistel,

die historisch gezien verder naar het zuiden is te vinden, zijn nu in de Nièvre. ‘Je kunt ze zien in de velden. Ze gedijen goed als het warm is. We hebben het al opgemerkt in 2003 en vorig jaar opnieuw,’ zegt Eric Federoff.

In de Nièvre zien we dat bepaalde planten langzaam maar zeker naar het noorden oprukken, zoals de alsemambrosia,

die nu in de Morvan voorkomen. Dit is een van de vier uitheemse soorten die in de Bourgogne een probleem vormt, samen met de teunisbloem,

de witte acacia

en de Japanse duizendknoop.

Deze planten hebben gevolgen voor de economie, het milieu en de volksgezondheid. ‘Uitheemse soorten vormen de derde grootste bedreiging voor de wereldwijde biodiversiteit na de vervuiling van het milieu en de overexploitatie zoals buitensporige jacht op wilde dieren, overmatig kappen van brandhout, overbegrazing en uitputting van landbouwgrond. Ze zijn verantwoordelijk voor de helft van alle geregistreerde verdwijningen.’

Hoe zit het met de bossen van de Nièvre

Het Nivernais-plateau bestaat voornamelijk uit wintereiken. Het klimaat, de bodem en het handelen van de mens hebben de ontwikkeling ervan bevorderd. ‘De wintereik is een, wat men noemt, zeer plastische soort. Hij groeit eenvoudig op zo’n beetje iedere ondergrond en is goed bestand tegen klimaatverandering’, zegt Marc Lefauvre, directeur van het Office national des forêts Bourgogne Ouest. ‘Naast de wintereiken groeien hier veel beuken. De beuk houdt van koelte, schaduw en vochtigheid. Alles wijst erop dat de beuken veel te lijden hebben van de opwarming van de aarde. Als er nog zo’n derde jaar op rij bijkomt, zal deze soort misschien wegkwijnen.’

In de Morvan vinden we de gewone spar, de zilverspar 

en de douglasspar.

De eerste twee worden bedreigd. ‘De omstandigheden tot 2010 waren goed, maar de laatste jaren met de droogte en de hitte is de populatie verzwakt en is er veel schorsval.’

Het Office national des forêts Bourgogne Ouest bevindt zich nu in een periode van bezinning. ‘We doen onderzoek, maar hebben nog niet alle antwoorden. Vroeger hielden we ons vooral bezig met de theoretische kant van de klimaatverandering. Op dit moment kunnen we daadwerkelijk zien dat er van alles gebeurt. We denken dat we al in 2030 een verandering in het landschap zullen zien. Maar in welke mate? Wat voor verandering?’

Aart Sierksma

Bron: Par l’action de l’homme ou le changement climatique, la flore nivernaise se modifie au fil du temps [Anne-Charlotte Eveillé]

Dit bericht is 15 keer bekeken

Weinig of geen Nederlanders verwacht in de Morvan

Ondanks het begin van de schoolvakanties en het goede weer, denken de Nederlanders die in de Morvan wonen niet dat er veel landgenoten naar de Nièvre zullen vertrekken.
De schoolvakanties in Nederland begonnen op 25 april en sommige mensen vragen zich af of er misschien Nederlanders naar de Morvan komen. Deze bezorgdheid komt voort uit de tegenstrijdige informatie over de inperkingsmaatregelen in Nederland.

Verschillende burgemeesters verzetten zich tegen toeristische verhuur

De Nederlandse autoriteiten hebben de lockdown gebaseerd op een vrijwillig isolement en op zelfdiscipline van de bevolking om maatregelen op het gebied van afstand en gezondheid ten uitvoer te brengen. ‘Er is mooi weer voorspeld in Nederland. We zullen zien hoe de mensen zich gedragen bij mooi weer en of de regels zullen veranderen’, zegt Nettie, Morvandelle met hart en ziel.
Maarten Stroes, een inwoner van Saint-Honoré-les-Bains, die regelmatig contact heeft met de medische wereld, zegt: ‘De Nederlandse artsen zijn geleidelijk aan van mening veranderd. Dwangmaatregelen bewijzen, net als in Frankrijk, hun doeltreffendheid.’ Hij vreest voor zijn land, dat 17 miljoen inwoners heeft en ongeveer net zo groot is als de Bourgogne.
Wat de komst van hun landgenoten naar Frankrijk betreft, kan niet één van de Nederlanders die wij spraken zich daar iets bij voorstellen. En als dat wel gebeurt zouden zij zich daar als eerste enorm over opwinden. ‘De regering raadt het trouwens sterk af. Er zijn grenscontroles en controles op de snelwegen. De kans is nagenoeg nihil dat ze komen, tenzij ze een professionele reden hebben’, zegt Maarten Stroes.
Bovendien zijn verschillende burgemeesters gekant tegen toeristische verhuur tijdens deze lockdownperiode. Daniel Martin, burgemeester van Onlay, is formeel: ‘De Nederlanders die op dit moment in de Morvan zijn, zijn voor de lockdown aangekomen. De Nederlandse inwoners in onze gemeente die voor de lockdown vertrokken zijn – bijvoorbeeld om hun familie te bezoeken – zijn niet eens teruggekomen om te stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen.’
Nettie benadrukt: ‘Ik ben heel erg blij om hier te zijn en ik moet de regels die van kracht zijn in het land waar ik graag verblijf nauwgezet respecteren, dat lijkt mij heel normaal.’
Aart Sierksma
Bron: Confinement, contrôles aux frontières… : peu ou pas de Néerlandais attendus dans le Morvan [Frédéric Lonjon]

Dit bericht is 34 keer bekeken

Een Franse kok in Amsterdam

30 maart 2020/in Nièvre (58), Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

De 24-jarige Thomas Demuth, geboren in Clamecy, is chef-kok in het bekende Amsterdams restaurant de Gouden Reael en probeert het hoofd te bieden aan de pandemie die ook het land waar hij de afgelopen twee jaar heeft gewoond, heeft getroffen. ‘Tien dagen rust thuis is nieuw voor mij,’ legt hij uit. ‘Ik hou een strak ritme aan. Ik kook veel thuis en kom absoluut niet meer buiten. Mijn leveranciers van het restaurant komen me bevoorraden met groenten, vlees en vis, zodat ik me er wel doorheen sla.’

We leven in afzondering

Hij erkent dat de situatie natuurlijk niet eenvoudig is op dit moment. ‘Ik ben bij mijn vrouw en mijn kat, we hebben een klein huis met een tuin in Amsterdam. We leven zo goed als in afzondering. Ik werk aan nieuwe recepten, ik kijk wat films, ik speel ook online spelletjes met mijn vrienden in Frankrijk en ik heb voortdurend contact met mijn ouders, mijn vader die wijnmaker is in Tannay, mijn broer, mijn familie en vrienden in Clamecy en in de rest van Frankrijk.’

Thomas is meestal zeer actief, maar heeft nu het gevoel dat zijn wereld volledig op de kop staat. ‘Ik vermijd het huis te verlaten uit respect voor anderen. Ik wil het virus niet krijgen, laat staan aan iemand anders geven. Ik neem dit heel serieus.’ Hij heeft ook permanent contact met een andere Clamecycois in Amsterdam, François Guenot, hoofd banketbakker van de Caron Group. ‘We steunen en helpen elkaar. We zitten hier in Amsterdam niet in quarantaine, er is heel weinig controle. Ik vind het jammer dat er ondanks de instructies nog steeds mensen en kinderen op straat zijn. Nederland kiest voor een ander systeem dat de economie niet te zeer ondermijnt. Het is beter, volgens de deskundigen hier, om het virus te krijgen en om er daarna immuun voor te zijn. Ik hoop dat deze epidemie snel voorbij is.’

Aart Sierksma

Bron: Cuisinier à Amsterdam et confiné, le Clamecycois Thomas Demuth prend son mal en patience [Pierre Brérard]

Dit bericht is 25 keer bekeken

De gemeenteraadsverkiezingen (Vragen van kinderen)

Waar is de burgemeester voor? Wie kan burgemeester worden? Hoeveel verdient een burgemeester?

Frankrijk heeft een president, de gemeente heeft… een burgemeester die om de 6 jaar door de inwoners wordt gekozen. Deze verkiezingen, die gemeenteraadsverkiezingen worden genoemd, vinden plaats op zondag 15 en 22 maart 2020. Om te kunnen stemmen moet je ten minste 18 jaar oud zijn, ingeschreven staan op de kiezerslijst van de gemeente en met je kiezerskaart en identiteitskaart komen. Let op: de burgemeester is de populairste gekozen vertegenwoordiger van de Fransen, omdat hij ook de dichtstbijzijnde is.

De burgemeester runt de gemeente (per 1 januari 2019 waren dat er 34.979), maar hij of zij staat er niet alleen voor. Hij of zij wordt geholpen door gemeenteraadsleden (des conseillers municipaux), waaronder zijn of haar plaatsvervangers (ses adjoints), die samen de verschillende taken verdelen: wegen, scholen, kinderopvang, geldzaken, verenigingen, afvalscheiding, het milieu… Het aantal gemeenteraadsleden is afhankelijk van de grootte van de gemeente.
Wat een burgemeester kan beslissen (afhankelijk van het geld dat hij heeft) met het akkoord van de gemeenteraad: een stoep repareren, een theaterfestival organiseren, materiaal voor de school kopen, geld geven aan verenigingen, de bibliotheek renoveren, een kinderopvang regelen, een speeltuin aanleggen, een besluit nemen om het maaien van het gazon op zondagochtend te verbieden… Hij sluit ook huwelijken, ondertekent vergunningen om een huis te bouwen, een garage… Hij zorgt voor de veiligheid van de bewoners: hij is degene die de hulpdiensten organiseert in geval van een overstroming of brand. Hij vertegenwoordigt de staat en moet de wetten van het land handhaven. Op het stadhuis (of gemeentehuis) worden ook geboorten en sterfgevallen aangekondigd. Hij neemt ook beslissingen over verkeer en parkeren.

Waar komt het geld van de gemeente vandaan?

De inwoners van een gemeente betalen belasting. Dit geld wordt gebruikt voor het schoolvervoer, de kantines, de scholen, het schoonmaken van de wegen… De staat geeft ook geld en sommige gemeenten lenen ook geld.

Wie kan burgemeester worden?

Om burgemeester van je gemeente te worden, moet je een man of een vrouw zijn die op de eerste dag van de verkiezingen minstens 18 jaar oud is, ingeschreven zijn op de kiezerslijst van de gemeente of daar je belastingen betalen. Je moet ook tijd hebben en mensen vinden om een kieslijst op te stellen.

Wordt de burgemeester betaald?

We noemen dat compensatie. Hoe groter de gemeente (en dus de werklast), hoe meer geld de burgemeester krijgt. Voor gemeenten met minder dan 500 inwoners ontvangen de burgemeesters 646 euro bruto per maand. Het salaris stijgt tot 1.178 euro voor burgemeesters van gemeenten met tussen 500 en 999 inwoners en vervolgens tot 3.421 euro voor een gemiddelde stad van 50.000 inwoners. Boven de 100.000 inwoners stijgt het salaris naar 5.512 euro. Uitzonderingen zijn Parijs, Lyon en Marseille Hier krijgen de burgemeesters tussen de 8.137 en 8.650 euro.

Kinderen in de gemeenteraad?

Sommige steden zijn bezig met het opzetten van kinder- of jeugdraden. Hier kunnen kinderen discussiëren, met ideeën komen en projecten voorstellen. Een plek om te leren over burgerschap en democratie! Je moet bij de gemeentehuizen nagaan of jouw gemeente een gemeentelijke jeugdraad heeft ingesteld.

Woordenlijst

Bureau de vote (Stembureau)
Hier wordt de stemming gehouden, op het stadhuis, in een school, in een gymzaal…

Bulletin de vote (Stembiljet)
Dit is het blad waarop de naam van de kandidaat (of de lijst van kandidaten) is geschreven.

Isoloir (Stemhokje)
Het is een afgesloten hokje met een gordijn waar de kiezer zijn stembiljet uit het zicht van anderen kan invullen.

Assesseurs (Stembureauleden)
Personen die de voorzitter van het stembureau helpen.

Dépouillement (de stemmen tellen)
Dit is het moment aan het einde van de dag, na het sluiten van het stembureau, waarop de enveloppen worden geopend om de stembiljetten te tellen.

Aart Sierksma
Bron: Dis, maman (ou papa), c’est quoi les municipales? [Florence Chédotal]

Dit bericht is 10 keer bekeken

Langue de bois en langue de coton

Samenbouwen, synergie, structurerend project, multifactoriële aanpak, gecoördineerde reacties… Allemaal lege woorden die eigenlijk niets zeggen en waarvan we graag een concrete beschrijving wensen’, zegt Samir Bajric, hoogleraar taalkunde aan de Universiteit van Bourgogne, die probeert de raadselachtige begrippen uit de titel te ontcijferen.

Vooral tijdens verkiezingscampagnes zijn er mooie voorbeelden van te horen. Ze worden vaak bedacht door specialisten die onze gekozen vertegenwoordigers voorzien van speeches. Maar ook lokale politici, vertegenwoordigers van verenigingen en bedrijven maken gretig gebruik van dit soort understatements. Holle frasen aangevuld met modieus taalgebruik zorgen er voor dat lezers, toehoorders en gesprekspartners steeds vaker afhaken.

François Diot, raadslid in Nevers, mag graag op Facebook de spot drijven met de gebruikers van dit soort taalgebruik. Het laatste voorbeeld tot nu toe is de stemming in de raad over: het protocol voor het industriegebied van Nevers Val de Loire in het kader van een strategie van industriële herovering en territoriale ontwikkeling. Wie het snapt, mag het zeggen. ‘Dit soort voorstelling van zaken wil graag de indruk wekken dat wij (de gezagsdragers) er wel voor zorgen dat alles in orde komt. Holle woorden als parels aaneengeregen’.

De uitdrukking langue de bois is in de 20e eeuw ontstaan en hieruit is weer de uitdrukking langue de coton voortgekomen. De eerste komt voor in zo’n beetje alle Europese talen. In het Nederlands noemen we het: om de hete brij heendraaien. De tweede (langue de coton) komt bijna alleen in de Franse taal voor. Het verschil tussen die twee is eerder een kwestie van mate dan van inhoud. De langue de bois komt veel vaker voor dan de langue de coton.

Wat is het verschil tussen die twee        Samir Barjric

Het gebruik van langue de bois zou je het beste kunnen omschrijven als een ontwijkingsstrategie, een manier om met woorden een ontsnappingsroute te vinden. Het staat dicht bij politieke correctheid. Het politiek discours is de bakermat van het gebruik van langue de bois, want politiek is vaak de kunst van het ontmoedigen, maar ook van het overtuigen en soms van het verdrinken van de vis’. Marc Baratin, professor linguïstiek, schreef: ‘Wie de taal beheerst, beheerst de wereld.

Met het gebruik van langue de coton gaan we een stap verder, een stap in het vermijden van het essentiële. Met langue de bois kun je nog vermijden te zeggen wat je dwars zit, om de hete brij heendraaien. Met langue de coton verzand je in deze vermijding door allerlei voor de hand liggende termen te gebruiken en dus eigenlijk niks te zeggen. Een voorbeeld: Franse vrouwen en mannen willen zo comfortabel mogelijk leven.’

 

Hoe verklaart u het feit dat dit eigenlijk een vorm van misleiden is

Het gebeurt over de hele wereld. Het werd gepopulariseerd in de tijd van de voormalige Sovjet-Unie. In de jaren tachtig bleek na uitgebreid onderzoek echter dat de effectiviteit ervan afnam. De mensen van nu, gezegend met individuele vrijheden en vrijheid van meningsuiting, willen niet meer voor de gek gehouden worden. Zij willen begrijpen wat er gezegd wordt en slikken niet alles meer voor zoete koek. Langue de coton komt minder vaak voor dus. Als een welbespraakte politicus nu gebruik maakt van langue de coton, neemt hij een groot risico. De mensen zullen snel doorhebben dat ze voor de gek worden gehouden.’

Waarom gebruiken politici ze zo veel

Interpretatie wordt moeilijker als er betekenisloze woorden worden gebruikt. Een toespraak kan bewust moeilijk te begrijpen zijn voor de toehoorders. We noemen dit manipulatie van de massa. Als een administratieve tekst ondoorzichtige termen gebruikt, zal de gemiddelde burger deze niet kunnen interpreteren. Deze manipulatie kan opzettelijk zijn. Een gekozen politicus kan met opzet het essentiële willen verbergen, maar het kan ook zijn dat hij het, zonder het te weten, overgenomen heeft van een ander. De president van de regio Bourgogne-Franche-Comté, Marie-Guite Dufay, blinkt uit in de kunst van de langue de coton. Lees haar recente tweet: ‘Al het beleid dat ik voer gaat over het feit dat iedereen in deze samenleving erbij hoort. Broederschap voor iedereen’. We kunnen het alleen maar met haar eens zijn. Ook bedrijven bedienen zich vaak van dit soort taalgebruik: ‘Onze verwijzing naar de doelstellingen van duurzame ontwikkeling wordt sterk bevestigd in al ons overheidsbeleid, gevolgd door een proces van extrafinanciële beoordeling, waarbij het gewest nu proactief is’. Vertaling alstublieft!!’

Nog een paar voorbeelden       

Plan voor behoud van werkgelegenheid. Beter bekend als het sociaal plan. Het is inderdaad moeilijk om tegen een plan in te gaan dat zich voordoet als het willen behouden van werkgelegenheid, terwijl het in werkelijkheid de bedoeling is dat er banen verdwijnen.

Werkgelegenheidscijfers. Er wordt niet langer gesproken over werkloosheidscijfers zoals we dat enkele jaren geleden in de pers lazen. Bovendien hebben de overheidsdiensten het in hun kwartaalstatistieken nooit over werklozen, maar over werkzoekenden.

Werknemers. In het bedrijfsleven zijn werkgevers en werknemers nu medewerkers. Een verzachtende gedachte die bedoeld is om de relatie van ondergeschiktheid tussen de twee te verkleinen.

Kansarmen. Dit is meer ‘politiek correct’ dan praten over armen.

Aart Sierksma

Bron: Langue de bois et langue de coton : quelles sont ces langues que manient si bien nos dirigeants

Fanny Delaire

Dit bericht is 8 keer bekeken