De heksen van Chéu

Het verleden van het kleine dorp Chéu, in de Florentinois, heeft iets huiveringwekkends. Dertien eeuwen lang werd de gemeente ervan beschuldigd het hol van de duivel te zijn en door heksen te worden bevolkt.

Op het eerste gezicht lijkt het niet logisch. Het dorp Chéu ligt er vredig bij. Ver weg van het angstaanjagende verleden.

Er doen veel verhalen de ronde. Ze worden van generatie op generatie verteld: Koeien die gek worden, langdurig raadselachtig geschreeuw in de nacht, jonge vrouwen die letterlijk bezeten zijn, schapen die met elkaar vechten, kinderen die op mysterieuze wijze sterven… Tussen de 6e en 19e eeuw was Chéu het toneel van een echte heksenjacht die duurde tot 1829. In dat jaar werd het dorp verwoest en ‘gezuiverd’ door een enorme brand. Bijna tweehonderd jaar later hangt de schaduw van de legende nog steeds over het dorp.

Er is echter niets dat ons doet herinneren aan die woelige tijden. Geen monument, niets. Alleen in het archief van de gemeente en in de bibliotheek van Saint-Florentin kun je wat documenten vinden over deze heksenverhalen.

De reputatie van Chéu was zo rampzalig dat zowel de kerk als het Parlement van Parijs gealarmeerd werd. Om het kwaad te bestrijden werden vanaf 1691 allerlei maatregelen getroffen: kruisbeelden plaatsen, dode kraaien aan deuren hangen en zelfs brandstapels oprichten om vrouwen te doden die heksen zouden zijn. Ook de ‘koud water beproeving’ (het proces bij de rivier) werd in ere hersteld. Iedereen die verdacht werd van hekserij werd in het water gegooid: als het lichaam zonk, werd het door God ontvangen en was hij of zij dus onschuldig. Als het lichaam bleef drijven was dat het bewijs dat de verdachte schuldig was. Maar veel inwoners van Chéu wisten hoe ze moesten zwemmen en wisten om deze manier te ontkomen. De autoriteiten verklaarden dit als een truc van de duivel.

Montesquieu meldt dat de meeste van de van hekserij beschuldigde vrouwen oud, kwetsbaar en zelfs skeletachtig waren, omdat ze in de marge van de samenleving leefden. Ze hadden daarom de neiging om te blijven drijven. Deze test werd al toegepast in Mesopotamië, waar ze dit ‘het oordeel van de rivier’ noemden.

Een radicalere aanpak

Vanaf dat moment koos de overheid voor een andere aanpak. De verdachte werd nu vastgebonden voordat hij in het water werd gegooid. Deze aanpak had meer resultaat: ofwel hij verdronk, wat een teken was dat hij een goed christen was en een herinnering aan God. Of hij zou naar boven komen, wat betekende dat hij door God werd afgewezen en dus schuldig was. De verdachte werd daarna opgehangen en verbrand. Er wordt geschat dat in Chéu tientallen mannen, vrouwen en kinderen op deze manier zijn gedood.

Het was nogal vreselijk, maar het was meer uit onwetendheid dan uit boosheid. Chéu was een naar binnen gekeerd dorp. Als iemand vandaag de dag koorts heeft, neemt men aan dat hij ziek is. Vroeger werd je dan al snel als heks beschouwd. Ik ben er niet trots op, maar dat is onze geschiedenis. Het komt regelmatig voor dat mensen willen weten wat er hier vroeger speelde. Ik vertel deze legende dan met plezier en besluit mijn verhaal altijd met de zin: En in 1829 werd ons dorp gezuiverd,’ aldus burgemeester Maurice Henriot.

Dit legendarische verhaal zou mettertijd paradoxaal genoeg een echte toeristische trekpleister voor Chéu kunnen worden. De heksen hebben waarschijnlijk hun laatste woord nog niet gezegd…

Sinds 2009 wordt elk laatste weekend van september de heksendag georganiseerd. Het zal dit jaar niet plaatsvinden, vanwege de gezondheidscrisis.

Aart Sierksma

Bron: L’ombre des sorcières de Chéu [Nicolas Ruiz]

Dit bericht is 227 keer bekeken

Joë Bousquet en Anne Frank

In twee wereldoorlogen in één eeuw, werden de levens van Joë Bousquet (1897-1950) en Anne Frank (1929-1945) verwoest. Hij werd op twintigjarige leeftijd doorboord door een Duitse kogel waardoor hij voor de rest van zijn leven aan zijn bed gekluisterd was. Zij werd gedwongen onder te duiken om aan de nazi’s te ontsnappen.

In de rue de Verdun op nummer 53, midden in Carcassonne staat het huis waar Joë Bousquet woonde en dat tegenwoordig aangeduid wordt als: Maison des Illustres.

Boven ziet zijn kamer eruit zoals je je kunt voorstellen, nog helemaal intact. Een bed omgeven door boekenkasten met alles binnen handbereik: papier, zijn pen en zijn opiumpijp. Een leven bij het licht van lampen en kaarsen, achter luiken die dag en nacht gesloten blijven. Daar leefde, creëerde en leed de in Narbonne geboren dichter drie decennialang.

Steeds weer als de lengte van mijn lijden ondraaglijk leek, vergoelijkte ik onmiddellijk mijn beproeving, alleen al door te kijken naar de schilderijen waarmee mijn vriend me had omringd, waarmee hij me vormde en beschermde.’

Joë Bousquet (Uit een ander leven)

Die vriend is de schilder Max Ernst (1891-1976) en Joë Bousquet deelt een ongelooflijke herinnering met hem. Op 27 mei 1918, toen luitenant Bousquet in Vailly (Aisne) gewond raakte, maakte Max Ernst, ook een luitenant in het kamp van de tegenpartij, deel uit van het bataljon dat de aanval afsloeg.

Jaren later ontmoetten ze elkaar weer, toen de schilder hem in Carcassonne kwam opzoeken, nadat hij hem een eerste schilderij had gestuurd. ‘Een prachtig doek’, schreef Joë Bousquet, ‘een schitterend bos […] als een bodemloze spiegel waarin materie zich vernieuwt als een waterval.’

Ik heb alleen nog het levende licht van mijn ogen. Ik bewoon dat deel van mijn wezen dat aan de doodgravers zal ontsnappen.’

Joë Bousquet leeft niet bepaald als een kluizenaar. Hij schrijft, wordt bekend, gaat een tijdje om met de surrealisten uit die tijd. Veel schrijvers en dichters, zowel uit Parijs als uit de rest van Frankrijk, komen bij hem op bezoek: Paul en Gala Éluard, met wie hij correspondeerde, Louis Aragon en Elsa Triolet, Simone Weil, André Gide, Paul Valéry, Jean Cassou, Yanette Delétang-Tardif, Christiane Burucoa, François-Paul Alibert en Ferdinand Alquié uit Carcassonne…

En zoals je niet vaak ziet, speelt Joë Bousquet, vele malen onderscheiden voor zijn rol in de Der des Der ( dernières des dernières guerres), ook nog een belangrijke rol in het verzet als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Bijna onder de neus van de Duitsers die het appartement van zijn buurman bezochten.

Anne Frank, twee jaar ondergedoken

Van de ene oorlog naar de andere, van het ene land naar het andere, verlaten we Joë Bousquet om Anne Frank te herdenken. Haar familie vluchtte in 1933 naar Nederland.

Na 1940 komt er een einde aan het goede leven: de oorlog, de capitulatie en de Duitse invasie stort ons in het verderf.’ (uit: het Achterhuis)

De Joden krijgen te maken met een opeenstapeling van verboden: niet meer mogen fietsen, geen trams, geen theaters, geen bioscopen, geen zwembaden, geen tennisbanen… ‘Ik durf niets meer te doen, omdat ik bang ben dat het verboden zal worden’, zegt een van haar vriendinnen.

In juli 1942 vindt Anne op dertienjarige leeftijd met haar familie en een paar vrienden met hun zoon onderdak in het Achterhuis, dat deel uitmaakt van het kantoor waar haar vader werkte. ‘Ik voel me benauwd, onbeschrijfelijk benauwd door het feit dat ik er nooit meer uit kom, en ik ben erg bang dat we ontdekt en neergeschoten zullen worden,’ schrijft ze in haar dagboek.

Dit dagboek kreeg ze een paar weken eerder, op 12 juni 1942, voor haar verjaardag. Waarschijnlijk een van mijn allermooiste cadeaus ooit’, noteert ze op die eerste dag. ‘Ik hoop dat ik je alles kan vertellen zoals ik dat aan niemand anders zou kunnen. Ik hoop ook dat je een grote steun voor me zult zijn.’

Twee jaar lang schrijft ze. ‘Dit dagboek moet heel erg persoonlijk zijn, daarom schrijf ik het in briefvorm aan een vriendin’, schrijft ze op de eerste pagina’s. ‘En die vriendin heet Kitty.’ Aan haar vertelt ze dus alle ontelbare details uit haar ondergedoken bestaan, zwevend tussen hoop en verdriet, maar ook haar meest intieme gedachten, haar blijdschap, haar verdriet en haar dromen? In maart 1945 stierf Anne in Bergen-Belsen. Van alle onderduikers uit het Achterhuis die op 4 juni 1944 werden gearresteerd, keerde alleen haar vader terug.

Aart Sierksma

Bron: Joë Bousquet, Anne Frank, deux vies confinées par la guerre [Martine Pesez]

Dit bericht is 89 keer bekeken

Testgebied voor opslag van elektriciteit

Hoe voorkom je dat overtollige electriciteit die op één plaats wordt geproduceerd, verloren gaat? Hoe kan de kwaliteit van het netwerk worden behouden in geval van een productiedaling? Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, experimenteert de elektriciteitsnetbeheerder in Frankrijk met een opslagoplossing waarvoor ze drie locaties hebben geselecteerd: Fontenelle in Côte-d’Or, Ventavon (Hautes-Alpes) en Bellac (Haute-Vienne). De elektriciteitsproductie varieert enorm, afhankelijk van de weersomstandigheden […]’, meldt Elisabeth Bertin, regionaal afgevaardigde van het Réseau de transport d’électricité (RTE).

10.000 huishoudens

Bij Fontenelle is het experimentele project – genaamd Ringo – het verst gevorderd. Op woensdag 1 juli 2020 ontving RTE een vierde container om de door Nidec Asi geleverde accu’s in onder te brengen. In totaal zullen er tien containers worden geplaatst vóór de ingebruikname die gepland staat voor juni 2021. Ze maken het mogelijk om tot 24 megawattuur – het equivalent van het verbruik van 10.000 huishoudens – op te slaan.

De drie locaties zullen met elkaar worden verbonden, zodat het overschot aan energie dat bijvoorbeeld in Côte-d’Or wordt geproduceerd, in de Haute-Vienne kan worden teruggeleverd aan het netwerk. Het experiment, waarvoor de Commission de régulation de l’énergie (CRE) een budget van 80 miljoen euro heeft goedgekeurd, moet het dus mogelijk maken om het ‘stuursysteem’ van een installatie met meerdere locaties te verbinden. ‘Dit project dat voor een vlottere doorstroming van het ene naar het andere netwerk moet zorgen is een wereldprimeur en wordt over de hele wereld met veel belangstelling gevolgd’, zegt Franck Girard, directeur van Nidec France.

Verschillende soorten batterijen worden daarnaast getest door bedrijven die zijn geselecteerd voor het Ringo-project. Nidec gaat NMC (nikkel, mangaan, kobalt) lithium-ionbatterijen plaatsen. Blue Solutions (Bolloré), geselecteerd op een van de drie andere locaties, zal lithium-metaal-polymeer batterijen plaatsen.

Voor dit project’, zegt Elisabeth Bertin, ‘hebben we veel aandacht besteed aan de levensduur van de batterijen d.m.v. analyseonderzoek. Milieuaspecten hebben tegenwoordig een toegevoegde waarde en worden geintegreerd in het analyseonderzoek. ‘Maar’, zo benadrukt ze, ‘onze grootste uitdaging op dit moment is om deel te nemen aan de ontwikkeling van de opslagcapaciteit van energie in Frankrijk’.

De Bourgogne Franche-Comté produceert 1.700 megawatt dankzij hernieuwbare energieën.Dit is te vergelijken met twee nucleaire centrales. In 2019 is de hernieuwbare energieopbrengst met 8% toegenomen ten opzichte van 2018 en is de productie ervan met 21,5% gestegen. De productie van windenergie is het sterkst gestegen (+14%), vóór die van zonne-energie (+8%).

Aart Sierksma

Bron: La Bourgogne, région test en France pour le stockage d’électricité [Alexandra Caccivio]

Dit bericht is 24 keer bekeken

Terug in de tijd

Voor academicus Jean-Christophe Rufin, arts, voormalig ministerieel adviseur en vervolgens ambassadeur, biedt de coronavirusepidemie een les in nederigheid aan een continent dat ‘zijn verleden verwaarloosd’. De schrijver en onvermoeibare reiziger, die de prix Goncourt in 2001 kreeg voor Rouge Brésil, maakt zich zorgen over de verleiding, misschien wel blijvend, om terug te keren naar de tijd van gesloten grenzen.

Vanuit de Alpen, waar hij twee maanden in lockdown aan huis gekluisterd was, observeert Jean-Christophe Rufin een wereld in stilstand. Verlaten straten, monumenten zonder bezoekers en stille, autoloze snelwegen. Hij is verbaasd en misschien wel verbijsterd. In de ogen van de academicus is deze lockdown in de eerste plaats een openbaring, die van een collectieve achteloosheid.

Epidemieën zijn nooit echt verdwenen. Maar in Europa zijn ze er gewend aan geraakt om ze niet langer als een bedreiging te beschouwen. Er was een vorm van roekeloosheid op het continent die soms grenst aan arrogantie. Het idee dat Europa, na een zware prijs te hebben betaald, buiten de geschiedenis stond, buiten de wereld, dat tragedies Europa niet meer konden treffen. Terrorisme heeft de oorlog weer terug in het hart van onze samenleving gebracht. De komst van migranten toonde aan dat de gevolgen van conflicten geen ver-van-mijn-bed-show waren. De komst van een grote epidemie bewijst eens te meer dat Frankrijk en Europa niet in een luchtbel leven, dat tegenslagen niet alleen ver weg gebeuren’.

Deze crisis stelt ons vermogen om de eindigheid van het leven te accepteren ter discussie

Jean-Christophe Rufin is ervan overtuigd dat deze crisis ons in de eerste plaats terug in de tijd zal plaatsen. ‘Het is ook een terugkeer naar hoe we over de dood denken. De dood, waarvan we vroeger dachten dat die bij het leven hoorde en die we in deze tijd proberen uit te schakelen. Maar met deze epidemie maakt de dood een bijna natuurlijke terugkeer. We zien dat vooral ouderen getroffen worden. Een paar decennia geleden zou men dit niet abnormaal hebben gevonden. Vandaag de dag wordt de dood van een honderdjarige als een ramp beschouwd. In onze beoordeling van deze crisis constateren we dat er vragen gesteld gaan worden over de plaats van de natuurlijke dood, over het vermogen om het einde van het leven te accepteren. In wat voor soort normaliteit zullen we na deze periode weer leven?’ vraagt de ‘onsterfelijke’.

Jean-Christophe Rufin geeft toe dat hij in zijn toespraken soms overdrijving gebruikt om te benadrukken dat we de komende maanden en jaren moeten nadenken over ons leven. Hij wil dat er nagedacht wordt over een noodzakelijke ‘nederigheid, bescheidenheid en voorzichtigheid’ in het menselijk gedrag. ‘We beheersen nu eenmaal niet alle bedreigingen en gevaren. Deze epidemie laat ons achter in het besef dat we kwetsbaar en vatbaar zijn en dat we dat moeten accepteren’, zegt hij. Wanneer hij de reacties op de crisis van dichtbij bekijkt, verbergt de voormalige humanitaire hulpverlener van Artsen Zonder Grenzen zijn bezorgdheid niet. Hij constateert dat zijn tijdgenoten zich een zekere ‘verkokering’ hebben eigen gemaakt die moeilijk te veranderen is. 

Zoals altijd wanneer er een ernstige dreiging is, vindt er een terugtrekking plaats naar kleinere gemeenschappen, waar mensen zich kunnen identificeren en een rol kunnen spelen. Zo’n terugtrekking gebeurt bijna instinctief. We gaan op deze manier de lockdown en het virus waarschijnlijk vrij gemakkelijk overwinnen, is de gedachte. Daar tegenover staat dat het wantrouwen en het sluiten van grenzen er voor zorgt dat het allemaal veel langer gaat duren. Tot nu toe was er een tendens naar het creëren van steeds grotere gebieden van vrij verkeer, maar het lijkt er op dat we nu de andere kant op gaan’, betreurt Jean-Christophe Rufin. In zijn boek Le Grand Coeur  beschrijft hij het droomleven van Jacques Coeur, de grote zilversmid van koning Karel VII, die in de 15e eeuw tussen Bourges en het Oosten heeft bijgedragen aan het openstellen van gebieden, waardoor ze vrij toegankelijk werden. Hij was een voorloper van de Renaissance en gaf de voorkeur aan ‘zachte handel’ boven de botsing der beschavingen.

Ons leven hierna, zo stelt de schrijver zich voor, zal meer onderhevig zijn aan grenzen en er ligt volgens hem nog een ander gevaar op de loer: dat van het inperken van fundamentele vrijheden, met name het recht om te debatteren. ‘Toen de president van de Republiek, Emmanuel Macron, de zin ‘we zijn in oorlog’ herhaalde, viel ik even stil. We moeten ons heel goed de exacte definitie van woorden realiseren. Deze crisis is geen oorlog. Het gevaar van het gebruik van de term ‘oorlog’ is dat het een andere vijand dan het virus zou kunnen aanduiden en aanleiding zou kunnen geven tot een vorm van agressie. Dit is in sommige landen waargenomen (Westerlingen werden gemolesteerd in Afrika, omdat ze het virus meebrachten en dus de vijand vertegenwoordigden). Dit lijkt me een te gemakkelijke manier om zich te bevrijden van controles en ondervragingen. Als we het over oorlog hebben, bediscussiëren we de te nemen maatregelen niet meer. Dan kunnen we niet langer debatteren, bekritiseren en openbare besluiten in twijfel trekken.’

Gewend aan beschouwingen over de relatie tot de dood en de kwetsbaarheid van de mensheid, zal ook aandacht geschonken moeten worden aan het leven na de crisis, benadrukt de academicus, en dan met name het leven in een democratische samenleving.

Aart Sierksma

Bron: “L’épidémie est un retour de l’histoire”, analyse l’académicien Jean-Christophe Rufin [Valérie Mazerolle]

Dit bericht is 26 keer bekeken

De Amerikaanse film Le Goût du vin op Netflix

Albert-Bichot’s landgoed Long-Dupaquit staat in de schijnwerpers in een kortgeleden uitgebrachte Amerikaanse film. Een speelfilm waarin Elijah, een jonge Afro-Amerikaan, meester-sommelier wil worden en in de ban raakt van de wijnmakerij in de Yonne.

Het is een liefdesverhaal tussen Elijah en Cécilia Trimaille en haar team op het Domaine Long-Depaquit in Chablis. De Amerikaanse film Le goût du vin is geregisseerd door Prentice Penny, en is sinds eind maart beschikbaar op Netflix.

Tussen september en december 2018 heeft de filmploeg, die uit zo’n zestig mensen bestond, beelden vastgelegd van het landgoed in de Yonne en van het château Albert-Bichot. ‘Ze hadden een bepaald beeld voor ogen, maar wilden eigenlijk liever de werkelijkheid vastleggen’, legt Cécilia Trimaille uit, die de afgelopen twee jaar de beheerder van het landgoed was. ‘De regisseur wilde graag alle stappen in het proces kennen, zodat hij het zo nauwkeurig mogelijk kon vastleggen’, vervolgt een van de weinige vrouwen in de regio die een wijnmakerij beheert. In het uiteindelijke resultaat vind je de gepassioneerdheid die bij dit beroep hoort goed terug’, complimenteert ze de makers.

De film gaat over een vader en zijn zoon Elijah (gespeeld door Mamoudou Athie). De vader ziet graag dat zijn zoon het familierestaurant in Memphis overneemt waarna hun gecompliceerde relatie aan het licht komt. De jongeman gaat op zoek en komt uiteindelijk in Frankrijk, waar hij in de ban zal raken van het landgoed in Chablis.

Om de verschillende stadia van het werk van de wijnbouwers te filmen, kwam de cameraploeg drie dagen in september in de Yonne, tijdens het einde van de oogst en nog eens drie dagen in december, ten tijde van het bottelen. Zo vereeuwigden ze het werk van een dertigtal vaste medewerkers op het 65-hectare tellende landgoed. ‘Uiteindelijk zijn ze niet toegekomen aan een bezoek van onze kelders’, zegt Cécilia Trimaille, maar deze ervaring was fascinerend en indrukwekkend.’

Commentaren                                       

The Taste of Wine (zoals de Engelse versie heet) is een zeer goede Amerikaanse film die het verhaal vertelt van een jongeman die sommelier wil worden, terwijl zijn vader wil dat hij zijn familierestaurant overneemt. Prentice Penny’s scenario richt zich op een man die van wijn houdt en er een carrière van wil maken, maar hij wordt geconfronteerd met zijn vader die zijn eigen barbecuerestaurant runt en die deze passie niet begrijpt. Het verhaal toont een mooie vader-zoonrelatie.

Prentice Penny’s film is echt interessant en zeer goed gefilmd. Hij weet perfect hoe hij deze vastberaden jongeman, die voortdurend aarzelt tussen zijn kinderlijke plicht en het verlangen dat hem drijft om een andere man dan zijn vader te worden, in de schijnwerpers kan zetten. De wijnbereidingsscènes zijn echt goed belicht en tonen de complexiteit, het harde werken en de moeilijkheid om te slagen in zo’n bijzondere omgeving.

Het is een heel mooi familieverhaal dat wordt verteld. Het is geen Disney-film, de situaties zijn veel reëler en overtuigender dan wat je ziet in een lichtere film. De hoofdrolspelers hebben allemaal grote persoonlijkheden en zijn vertederend.

Mamoudou Athie is een mooie jongeman, klaar om alles te doen om zijn droom te verwezenlijken. Courtney B. Vance is geweldig als een liefhebbende vader die soms moeite heeft met communiceren. Niecy Nash is geweldig als warme moeder. Gil Ozeri is leuk als een student die niet altijd erg begaafd is. En Sasha Compere is mooi neergezet als een toegewijde vriendin.

The Taste of Wine is een zeer interessante en leuke film om te ontdekken. Naast een zelden besproken omgeving, die van de oenologie, stelt het ons in staat om te kijken naar een vertederend gezin en een subtiele omgang met de verschillen tussen witte Amerikanen en Afro-Amerikanen.

Aart Sierksma

Bron : Tourné à Chablis, le film américain Le goût du vin est à visiter sur la plateforme Netflix [Lydia Berthomieu]

Dit bericht is 17 keer bekeken

De wereld na corona

We hebben het werkwoord hebben te vaak vervoegd’, zegt Nicolas Vanier.

Op zijn boerderij in Cerdon (Loiret) vertelt de schrijver en avonturier over de kansen die de coronaviruscrisis het milieu bieden. Maar hij maakt zich geen enkele illusie: ‘na de crisis, als de emotie eenmaal voorbij is, zal alles weer van voren af aan beginnen.

In een wereld die ‘volledig gek, luidruchtig en consumptief is geworden’, heeft Nicolas Vanier niet gewacht op overheidsmaatregelen om af en toe een vorm van sociale distantie toe te passen. In zijn ogen is het zelfs ‘absoluut noodzakelijk’. De avonturier, auteur en regisseur zit opgehokt in zijn boerderij in de Loiret, omgeven door vijvers en bossen en werkt aan zijn volgende speelfilm. Hij ziet de gezondheidscrisis en de daaruit voortvloeiende lockdown als een kans die aan de natuur wordt gegeven.

Pessimist

Ik ben pessimistisch gestemd. De mensen gaan de echte lessen uit deze geschiedenis helemaal niet leren. De rampen zullen zich namelijk blijven herhalen als we in dit tempo doorgaan. Ik wil de tragedie van dit virus en alle gevolgen die het kan hebben helemaal niet bagatelliseren, maar we weten dat de opwarming van de aarde veel grotere schade zal aanrichten dan de ellende die we nu meemaken. Ondanks de steeds nauwkeuriger en wetenschappelijk bewezen berichten, coronavirus of niet, de toestand van het milieu in de wereld blijft verslechteren. Zoals bij de ondergang van de Titanic, waar men enkele minuten voordat het schip zonk op het dek bleef dansen.’

Het stelsel moet hervormd worden

Vandaag de dag consumeren we in acht maanden wat de planeet in twaalf maanden produceert. Maar de planeet kan het zich niet veroorloven om failliet te gaan. We weten heel goed dat we met het hoofd tegen de muur lopen. Maar er is een ongebreidelde wedloop naar globalisering. Een halve eeuw geleden zou het coronavirus zich niet zo hebben verspreid. Welke lessen kunnen we daaruit leren? Produceer meer Frans, consumeer meer Frans. Het is volkomen krankzinnig om een auto te maken waarvan de onderdelen uit meer dan vijfentwintig verschillende landen komen. In werkelijkheid denk ik dat er slechts kleine veranderingen zullen komen, maar eigenlijk zou het hele systeem op de schop moeten. Elke keer als er een crisis is – en we gaan er steeds meer zien – repareren en veranderen we een paar kleine onderdelen van de auto, we dichten hier en daar wat gaten, maar eigenlijk zou de hele auto veranderd moeten worden.’

Terug naar het evenwicht

Mijn ideale wereld na corona is eigenlijk heel eenvoudig. Laten we wereldwijd referendum houden waarbij we de mensen van dit kleine dorp, dat de Aarde heet, vragen: Gaan we zo verder of keren we terug naar een wereld in balans? Dat evenwicht is mogelijk als we stoppen met het produceren van dingen die wij noodzakelijk achten, maar die steeds sneller opnieuw moeten worden veranderd. Mobiele telefoon nummer 10 is nog niet uitgekomen of nummer 11 is al weer onderweg. En als je nummer 11 hebt, denk je al weer aan nummer 12. Bovendien kunnen we met betrekking tot de toekomstige generaties niet toewerken naar een opwarming van de aarde van meer dan 2,5°C. Dat zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Maar we stevenen er recht op af. We moeten daarom onze manier van leven gaan versoberen. En deze lockdown van enkele weken geeft ons de mogelijkheid om iets te veranderen. We hebben een paar weken kunnen ervaren hoe een ander leven eruitziet.’

Ik heb tijdens mijn verblijf van meer dan een jaar bij nomadische rendierhoeders in Siberië gezien dat mensen die geen geld hebben, diep gelukkig kunnen zijn. Wij zouden eens wat meer moeten nadenken over alle moeite die we doen om onszelf gelukkig te maken. Ik ben helemaal niet iemand die ervoor pleit om terug te gaan naar de paardenkoets. Maar, zoals Pierre Rabhi in La Sobriété heureuse zegt: we moeten nadenken over wat we uit de natuur kunnen halen zonder dat er een gigantisch tekort ontstaat voor de volgende generatie. In een halve eeuw – een stofje op de schaal van de mensheid – heeft de mens behoeften voor zichzelf gecreëerd die onredelijk zijn geworden. We hebben te veel en te vaak het werkwoord hebben vervoegd. En daar plukken we nu de vruchten van. We moeten een begin maken met het vervoegen van het werkwoord zijn.’  

Biografie

Geboren in 1962 in Dakar (Senegal). Nicolas Vanier heeft zich gewaagd aan het hoge noorden van Quebec, Alaska, Siberië… Als hij niet reist, schrijft hij. De avonturier legt de laatste hand aan een film die hij deze herfst hoopt uit te brengen. De cast van Poly, gebaseerd op de romanreeks van Cécile Aubry, bestaat uit François Cluzet, Patrick Timsit en Julie Gayet. ‘Ik ben nog bezig met twee andere films die op dit moment in het schrijfproces zitten,’ zegt hij.

Aart Sierksma

Bron: Notre vie d’après : “Nous avons trop conjugué le verbe avoir”, pour Nicolas Vanier [Pauline Mareix]

Dit bericht is 18 keer bekeken

De Yonne is een toevluchtsoord in corona tijd

op 17 maart veroorzaakten de beelden van de overvolle Parijse treinstations een aantal reacties. Bewoners van het platteland, die tot dan toe minder door de epidemie waren getroffen, vreesden voor een toename van het aantal ziektegevallen, veroorzaakt door de massale komst van mensen die hier een tweede huis bezitten.
Vorige week bracht Orange naar buiten dat naar schatting 1,2 miljoen mensen tussen 13 en 20 maart uit Groot-Parijs zijn vertrokken. Om de omvang van de ritten te meten, verzamelde en analyseerde de operator de lokalisatiegegevens van de mobiele telefoons. Volgens dezelfde berekeningen zou het departement de Yonne zijn bevolking met 10% hebben zien toenemen. Niet iedereen is daar even blij mee.

Dorpen in de Yonne zijn erg populair

In de Avallonnais zijn in de kleine gemeente Quarré-les-Tombes volgens INSEE bijna 31% van de huizen tweede woningen. Veel van die woningen zijn enkele uren voor het officiële begin van de lockdown in allerijl bewoond. De burgemeester, Bernard Ragage, begrijpt ‘de timing van de overheidsaankondigingen, vooral de ruimte die op dinsdagochtend is ontstaan’ niet. ‘Genoeg tijd voor gezinnen uit Ile-de-France om hun regio te verlaten’, zegt hij verwijtend. ‘Het virus zal zich mogelijk sneller verspreiden in onze regio’s die nog niet erg getroffen zijn en slecht uitgerust zijn met ziekenhuizen’. De bezorgdheid wordt gedeeld door Sylvain Mathieu, president van het regionale natuurpark de Morvan, en burgemeester van Château-Chinon (Nièvre). ‘Deze bevolkingsverplaatsingen, die heel begrijpelijk zijn, vormen een gezondheidsrisico voor de Morvan, dat tot nu toe vrij is van besmetting. Bovendien maakt ons grondgebied deel uit van wat men ‘een medische woestijn’ noemt. Er zijn te weinig artsen en geen grote ziekenhuizen in de buurt’, publiceerde hij op 21 maart op Twitter.

Sommige burgemeesters zijn minder uitgesproken en dringen aan op de noodzaak om de inperkingsmaatregelen, die voor iedereen gelden, te eerbiedigen. Dit is bijvoorbeeld het geval in Vézelay, waar het gemeentehuis een systeem heeft opgezet om het aantal verplaatsingen te verminderen. De elektrische shuttle, die meestal gebruikt wordt voor toeristen, wordt nu ingezet om een thuisbezorgservice te bieden aan mensen in de gevarenzone. Burgemeester Hubert Barbieux merkt echter op dat ‘hij liever had gezien dat de Parijzenaren thuis waren gebleven’, ook al heeft de gemeente 36% tweede woningen.

‘Veel mensen zijn gelijk in de eerste week aangekomen en ik snap wel waarom ze niet in Parijs wilden blijven’, merkt Bertrand de la Gravière op, de burgemeester van Châtel-Censoir. ‘Als ze komen en de lockdownisinstructies respecteren, is er geen probleem. Er zijn nog steeds mensen die buiten wandelen en ik weet dat er boetes zijn uitgedeeld. …maar het is een zeer kleine minderheid die zich niet aan de regels houdt’.

De gemeente Treigny-Perreuse-Sainte-Colombe in Puisaye kent eenzelfde soort verhaal. ‘Inderdaad, de meeste van de tweede huizen in de gemeente zijn bezet. Er zijn ook gezinnen die huisjes hebben gehuurd voor een maand of meer,’ zegt burgemeester Paulo Da Silva Moreira met gemengde gevoelens.

Als de epidemie zijn hoogtepunt bereikt

‘Ik begrijp dat deze mensen liever op het platteland zijn en niet in de stad, waar de risico’s op besmetting groter zijn. Aan de andere kant vraag ik me af of de Yonne in de huidige situatie wel in staat is om deze secundaire bewoners op te vangen. In sommige gemeenten – dit is niet het geval in Saint-Sauveur-en-Puisaye, waar we een verpleeghuis hebben – is het zorgaanbod zeer beperkt. In het geval van een epidemische piek, lopen we het risico dat we niet voor iedereen een bed hebben’.
Auxerre en Joigny
In kleine gemeenten met veel tweede woningen is het aantal bewoners uit de hoofdstad waarneembaar en meetbaar, maar in grote steden is het fenomeen logischerwijs moeilijker te identificeren en te meten. Ten eerste, omdat er daar minder vakantiewoningen zijn, maar ook omdat het weinig zin heeft om Parijs te verlaten voor een andere stedelijke omgeving. In Auxerre zeggen ambtenaren geen enkele opmerkelijke beweging te hebben opgemerkt: ‘Wat we kunnen zeggen, met wat we op straat zien, is dat er geen mensen zijn aangekomen die de regio Parijs zouden zijn ontvlucht om hierheen te komen. Voor de rest is het moeilijk om meer te zeggen, omdat onze openbare diensten gesloten zijn, dus we kunnen het niet meten aan de hand van bijvoorbeeld schoolinschrijvingen.’ Wat wel opvalt, is dat veel jongvolwassenen, of ze nu student zijn of niet, hun respectievelijke steden hebben verlaten om terug te keren naar de ouderlijke woning in de Auxerrois in deze tijd van lockdown.
In Joigny en omgeving was er ook een toename van bevolking te zien. Maar ook hier ontbreken onafhankelijke cijfers. ‘Ik zag op de markt op de eerste zaterdag inderdaad heel wat Parijzenaars’, zegt Bernard Moraine, van Joigny. Maar statistisch gezien is het moeilijk voor mij om te zeggen hoeveel het er zijn.’

Hoe reageren Parijzenaars

De mensen uit Ile-de-France begrijpen niet zo goed waarom er op deze manier naar hen gekeken wordt. ‘Als eigenaar van een klein tweede huis in de Yonne kwamen we stemmen voor de gemeenteraad en kozen we ervoor om te blijven’, zegt Philippe, een inwoner van Seine-Saint-Denis. ‘Achteraf gezien wordt de stigmatisering van de Parijzenaars die Parijs hebben verlaten niet goed begrepen. Voor ons was de keuze tussen onze twee adressen helemaal geen vraag. Hier in de Yonne is het risico op besmetting voor ons en voor anderen veel lager’, vervolgt hij, terwijl hij eraan toevoegt dat ‘het enige probleem van deze beslissing is dat we de lokale medische zorg dreigen te overbelasten als we ziek worden’.
Zich bewust van het besmettingsrisico dat ze zou kunnen nemen, nam Marie bepaalde voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van de hoofdstad om naar haar huis in Arcy-sur-Cure te gaan. ‘Ik was heel voorzichtig, ging weg met latex handschoenen aan en lette heel erg op wat ik aanraakte’, legt ze uit. Mijn eerste bedoeling was om in Parijs te blijven, maar toen ik me realiseerde dat ik mijn zieke familieleden niet eens zou kunnen bezoeken, zelfs niet als ze zouden sterven, zei ik tegen mezelf dat ik hier veel beter af zou zijn’. Zij heeft sindsdien, samen met anderen, veel tijd gestoken in een systeem om boodschappen groepsgewijs te bestellen en te verspreiden in het dorp.
Ook Maud, een student in Parijs, heeft besloten om haar terugkeer naar de Yonne goed te benutten. De 23-jarige vrouw bood aan de boeren te helpen. ‘Wat ik nu echt belangrijk vind, is dat ik winkeliers en ambachtslieden in de regio, die het slachtoffer zijn van deze lockdown, help ondersteunen’, zegt Maud uit Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes. ‘Toen de lockdownmaatregelen twee weken geleden werden afgekondigd, ben ik dezelfde avond nog in Bercy op de trein gesprongen. Ik wilde niet opgesloten zitten in mijn kleine appartement. Ik heb mijn ouders op de hoogte gebracht en ben direct vertrokken.’ De studente heeft geen rijbewijs en in de buurt is geen winkel te bekennen. Toch kon ze heel snel rekenen op hulp van familie en vrienden om voor haar boodschappen en verse producten mee te nemen. ‘Dingen worden snel georganiseerd en er ontstaat een soms onverwachte solidariteit. Ik hoop oprecht dat na deze periode de dorpen weer bevolkt zullen worden door dynamische mensen om de cafés over te nemen, de banden tussen de inwoners weer aan te halen en dit Frankrijk nieuw leven in te blazen’, zegt de jonge vrouw.
Aart Sierksma
Bron: L’Yonne, refuge de confinement pour les Franciliens: paroles d’élus et de résidents [Sophie Bardin]

Dit bericht is 162 keer bekeken

Papier van brandnetels, uien, prei…

De plastische kunstenares en papiermaakster Sophie Bernert uit Bléneau maakt, dankzij haar eigen uitvinding, papier van planten. Ze heeft haar eco-verantwoord concept en merk geregistreerd.

Het papier heeft als basis: brandnetel, prei, ui, mierikswortel, courgette of radijs. Grondstoffen die ze het hele jaar door in haar eigen tuin kan vinden. Maar ook tijdens het koken verzamelt ze materiaal. ‘Soms gebruik ik de bloem, de vezel of de pulp’, legt Bléneau’s beeldend kunstenares en grafisch ontwerpster uit. ‘Ik gebruik ook mijn groenteschillen van de composthoop. Afhankelijk van het materiaal gebruik ik verschillende technieken en verschillende processen op een geheel natuurlijke manier.’

Een concept en een geregistreerd handelsmerk

Sophie Bernert respecteert ‘een eco-verantwoorde ethiek’. Ze heeft een ‘zeer natuurlijk technisch proces bedacht en uitgevoerd, waarbij geen chemische oplosmiddelen worden gebruikt’. Het papierbedrijf heeft het concept en proces geregistreerd bij het INPI ((Institut national de la propriété industrielle), net als het merk Papier des jardins©, en het logo.

Voorlopig maakt ze alles met de hand, met behulp van een hydraulische papierpers die ongeveer twintig vellen per keer kan platdrukken. ‘Op de middellange termijn heb ik een grotere nodig,’ voorspelt ze. De meeste tijd is ze kwijt aan het drogen van de papieren vellen; dat duurt ongeveer een maand.

Een bestelling van de familie Sennelier

Ze verkoopt haar papier in klein formaat (A5) met name in de Galerie des Créacteurs, in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zeer binnenkort gaat ze aan Sennelier grotere vellen (A3) leveren. Sennelier is een Frans bedrijf voor kunstbenodigdheden en beroemd om zijn met de hand geselecteerde pigmenten. Het bedrijf produceert olieverf, aquarellen, gouache, pastels en dergelijke. Gustave Sennelier opende zijn kunstwinkel in 1887 vlak bij de beroemde Ecole des Beaux-Arts in Parijs. De eerste bestelling bestaat uit vijf velletjes van vijf verschillende planten. ‘Het contact met Sennelier is toevallig tot stand gekomen. Ik heb een tijdje terug de baas van één van de Sennelier-winkels in Parijs ontmoet’, zegt ze. ‘Ik vertelde haar over mijn creaties en ze leek erg geïnteresseerd. Op 24 februari kon ik iemand van de familie Sennelier ontmoeten. Van hem kreeg ik kort daarop te horen, dat ze wilden dat ik een van hun leveranciers zou worden. Ze vonden het uitstekend dat ik in mijn eigen tempo blijf werken; ze begrepen heel goed dat ik een ambachtelijk bedrijf heb.’

Aart Sierksma

Bron: À Bléneau, Sophie Bernert crée du papier avec des orties, de l’oignon, du poireau… [Olivier Richard]

Dit bericht is 8 keer bekeken

In Arthonnay produceert Gabriel Taviot houtskool.

Gabriel Taviot zet een oude traditie van houtskool bereiden voort. Een techniek die hij van zijn tante heeft geleerd en die hij deelt met zijn vrouw Laurence. 5000 jaar geleden werd deze techniek al toegepast.

Het klinkt net als glas,’ zegt Gabriel Taviot. Tegenover hem, op zijn bureau liggen drie stukken houtskool. ‘Het is niet zomaar houtskool hoor, dit is echt hoogwaardige houtskool. Het is niet zwart maar grijs en je handen worden er niet vies van’ zegt hij.

Zijn hoofdactiviteit is de zagerij en de houthandel. Hij is ongetwijfeld een van de laatste die dit zeer oude gebruik onder de knie heeft.

Het principe van een vulkaan

Het is een methode die teruggaat tot 3300 jaar voor Christus. Het is het principe van een vulkaan,’ legt hij uit. ‘Een centrale schoorsteen wordt gebruikt om de molensteen te verhitten. Het enige dat nodig is, is een sintel die door de schoorsteen wordt gegooid. Het gaat na een tijdje roken als een uitbarstende vulkaan. Op dat moment sluit je de schoorsteen af en het verhittingsproces van hout tot houtskool gaat starten. Als het onderaan breekt, weet je zeker dat het houtskool is geworden. Van de 20 ton hout (gemiddeld) blijft er twee ton houtskool over.’

Gabriel en Laurence laten ons met veel plezier en toewijding hun werk zien. ‘Laten we beginnen met de schoorsteen. Het hout is gemonteerd op een stellage van drie tot vier meter op een hoogte van anderhalve meter. Daar is het bedekt met rottend stro en aarde. We gebruiken beuk, esdoorn, haagbeuk en boomschors. We krijgen ook wat overblijft van andere houtzagerijen. Na 72 uur verhitten is de houtskool klaar. Het levert twee keer zoveel op als industriële houtskool,’ zegt Gabriel. ‘Het hout heeft meer dan 90% van zijn water verloren en het koolstofgehalte ligt dicht bij 90%. De kwaliteit is echt superieur.’

Theeceremonie, Eurodisney en de smederij van Guédelon

Gabriel Taviot produceert dus meer dan vijftig ton houtskool per jaar. De klanten zijn voornamelijk particulieren, ook al heeft de concurrentie van gas-barbecues de markt doen dalen. Maar deze kwaliteits-houtskool wordt ook gebruikt in smederijen, in restaurants, in Eurodisney en zelfs voor Japanse theeceremonies. En ook om de Guédelon-smederij, die van maart tot november non-stop aangestoken blijft, van brandstof te voorzien. ‘Het verbranden van onze kolen duurt veel langer.’

De traditie zou eigenlijk voortgezet moeten worden. Onze zoon doet op dit moment een bosbouw opleiding en zou zich in de toekomst bij het familiebedrijf moeten aansluiten. Hij heeft de passie. Hij is net als ik en is nergens bang voor.’

Aart Sierksma

Bron: À Arthonnay, Gabriel Taviot produit du charbon de bois comme il y a plus de 5.000 ans

Dit bericht is 13 keer bekeken

Iedere week een vegetarische maaltijd in de kantine

Gedurende twee jaar moeten alle scholen, bij wijze van proef, ten minste eenmaal per week een vegetarisch menu aanbieden. In de Yonne hebben sommige gemeenten al het voortouw genomen.
Geen vlees, vis of zeevruchten. Eieren en zuivelproducten worden daarentegen wel geaccepteerd. Van de kleuterschool tot de middelbare school, alle schoolkantines, zowel openbare als particuliere, moeten sinds 1 november minstens één vegetarische maaltijd per week aanbieden. De maatregel is vastgelegd in een wet in 2017 met de mooie naam Egalim (États généraux de l’alimentation). In de Yonne hebben sommige gemeenten niet gewacht en hebben direct actie ondernomen. Anderen zijn van plan volgend jaar te starten. Sommigen zijn tot slot van mening dat ze nog niet klaar of onvoldoende voorbereid zijn.

Sinds 2015 al een eco-verantwoord menu in Auxerre

‘We noemen het geen vegetarische maaltijd. Maar het is het wel. Omdat het geen vlees of vis bevat hebben we het een eco-verantwoord menu genoemd. Sinds 2015 worden deze menu’s één keer per maand geserveerd’, legt Noëlle Choquenot, directeur van de dienst Service du Temps de l’Enfant, uit. (Deze dienst is verantwoordelijk voor de oprichting, het beheer en de animatie van crèches, kinderdagverblijven, kleuter- en basisscholen in opdracht van het Franse Ministerie van Onderwijs). ‘We kozen ervoor om ze zo te noemen omdat de ondertoon anders is. Het moet iets normaals worden. Sinds één november worden ze wekelijks op maandag geserveerd.’
‘We regelen dagelijks de gemeenschappelijke maaltijdverzorging hier in Auxerre, waarbij we rekening houden met afvalscheiding, verspilling, volksgezondheid en duurzame ontwikkeling’, vervolgt Noëlle Choquenot. De commissie die de menu’s samenstelt staat onder leiding van een diëtist. En of ze nu vegetarisch zijn of niet, de maaltijden moeten evenwichtig samengesteld zijn’.

Sinds een jaar een maaltijd zonder vlees in Sens

Vanaf het begin van het schooljaar 2018-2019 is de vleesvrije maaltijd opgenomen in het dagmenu van de schoolkantines in Sens. Niet strikt genomen vegetarisch, want het kan gaan om vis, eieren, maar ook zuivelproducten. De vleesvrije maaltijd wordt bereid door diëtisten van API-Restauration. Deze dienstverlener moet er voor zorgen dat minstens 20% van de producten biologisch is en uit de regio komt.

‘We hebben het niet aangedurfd om een 100% vegetarische maaltijd te introduceren, dus kozen we voor de flexibiliteit van vleesloos. Nu wordt het verplicht om elke week een vegetarische maaltijd te serveren. Dit zal geen probleem zijn voor API Restauration, dat één keer per week zijn vleesloze maaltijd zal veranderen in een vegetarische maaltijd voor de 700 kinderen in onze kantines’, zegt wethouder Pascale Larché.

In Charny-Orée-de-Puisaye worden kinderen voorzichtig voorbereid

‘We hebben al één keer per maand een vegetarisch hoofdgerecht, zonder het echt te specificeren”, zegt Aurélien Brain, hoofd van de centrale keuken. ‘Het gaat onder meer om een groente-lasagne en een gehakt van linzen. Het doel was om de kinderen langzaam voor te bereiden op een maaltijd zonder vlees of vis. Er is overweldigend positief op gereageerd.’
Aurélien Brain heeft er alle vertrouwen in dat de wettelijke verplichting wordt toegepast. ‘We hebben al een aantal recepten, maar we zullen nog wat meer moeten variëren. We zijn intern al een eind op weg.’

In Joigny

‘We waren er al klaar voor’, stelt burgemeester Bernard Moraine. In overleg met onze dienstverlener Elite-Restauration, bieden we al enkele jaren een vegetarisch menu aan. 200 tot 250 schoolkinderen eten elke dag in de kantine en ongeveer 30 kinderen hebben om verschillende redenen voor dit menu gekozen. De regeling stelt kinderen in staat om meer groenten te eten en in dat opzicht vind ik het een zeer goede zaak. Het is tegelijk ook een vorm van voedseleducatie.’

In Sauvigny-le-Bois zijn ze overtuigd van het belang

In de kantine van Sauvigny-le-Bois hebben ze niet gewacht tot de wet ze verplicht om de kinderen vegetarische menu’s voor te schotelen. Lokale biologische producten, de strijd tegen afval, een educatieve tuin, leuke workshops rond lekker eten: het schoolrestaurant is de kern van een globale aanpak om de bewustwording rond voedsel te vergroten. ‘Sinds 2011 bieden we vegetarische menu’s aan, eerst één keer per maand, sinds vorig jaar twee keer per maand. We hebben deze keuze gemaakt omdat we ervan overtuigd zijn dat het essentieel is om ook voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardig eiwitten aan te bieden”, zegt burgemeester Didier Ides. ‘De maatregel wordt over het algemeen positief beoordeeld. In ieder geval op zijn inhoud, maar niet noodzakelijkerwijs op zijn vorm. Het is een beslissing uit Parijs, ver van het veld en al helemaal niet aangepast aan de plaatselijke situatie. De maatregel is een stap in de goede richting wat betreft voedseleducatie, maar qua uitvoering een gedrocht. Er wordt ons gevraagd om in korte tijd grote stappen te zetten, maar evenwichtige menu’s samenstellen doe je niet van de ene op de andere dag. Het zal enige tijd en aanpassing vergen voor het personeel om te begrijpen hoe je een evenwichtig menu opbouwt en hoe je verschillende recepten vindt. Wij doen dit op onze eigen manier en in ons eigen tempo.’

Aart Sierksma

Bron: Obligation d’un repas végétarien chaque semaine dans les cantines : des communes de l’Yonne l’affichaient déjà à leur men

Dit bericht is 28 keer bekeken