Vertaald uit het Frans naar het Nederlands uit L’Yonne Républicaine

De Dionne-bron in Tonnerre

De verdere verkenning van de Dionne-bron in Tonnerre wordt bemoeilijkt door een onbekend natuurverschijnsel. Duiker Pierre-Eric Deseigne merkte afgelopen herfst tijdens een oefening dat er ergens een verstopping is, die de toegang naar beneden blokkeert. ‘Er is ongeveer drie kubieke meter rots verschoven en in het toegangspad gestort.’

De Dionne-bron is een karstbron, ook wel een resurgentie of vauclusebron genoemd. Een bron waar een rivier na een ondergrondse loop weer aan de oppervlakte komt. Dit fenomeen komt vooral voor in kalksteengebieden. Met de term karst worden alle verschijnselen bedoeld die te maken hebben met de oplossing van kalksteen in water. Het water verdwijnt eerst in de grond via kleine openingen (karstpijpen) of via dwijngaten (pertes) om via één of meer ondergrondse wegen terug aan de oppervlakte te komen. Meestal zal slechts een deel van de rivier ondergronds gaan stromen en blijft de bovengrondse loop eveneens bestaan. Soms komen daarbij de bovengrondse en ondergrondse loop na de resurgentie weer bij elkaar, zoals bij de Lesse in de Ardennen. In andere gevallen verdwijnt de bovengrondse loop volledig en blijft alleen een droge vallei over.

We kunnen er niet meer doorheen

Eind september 2020 ontdekte Pierre-Eric Deseigne het. ‘Het was tijdens mijn laatste duik,’ zegt hij. ‘Ik was ter plekke met een TF1-team als onderdeel van een reportage voor de televisie. Ik had niet meer gedoken sinds november 2019. Het is waarschijnlijk gebeurd in de zomer, tijdens die lange periode van droogte. Het moet wel een soort aardverschuiving zijn geweest, een lawine van stenen, onmogelijk om daar nog door te kunnen’, vat de duiker samen. ‘De doorgang bevindt zich op een diepte van ongeveer 30 meter, terwijl we hiervoor al eens tot 79 meter zijn gekomen. De opening was zo’n 60 cm en is nu teruggebracht tot 5 cm. Dit wonderbaarlijke natuurverschijnsel is lang geleden ontdekt.’

Er moeten duiken worden georganiseerd om het gebied met de hand te ontruimen. Pierre-Eric Deseigne is van plan om eens per maand een soort estafette duik te organiseren. Ondanks deze onvoorziene gebeurtenis blijft hij, zoals gewoonlijk, optimistisch. ‘Het is natuurlijk een enorme opgave en zal de nodige tijd duren, maar naar mijn mening is het geen probleem. Ik heb trouwens alle tijd van de wereld! Het zal de exploratie van verdere dieptes vertragen en veel werk vergen, maar het gaat ons lukken. De komende duiken zullen we volledig aan het opruimen wijden. We gaan het samen doen.’

Vergunning

Na verschillende dodelijke ongelukken werd het duiken in de Dionne-bron 22 jaar geleden verboden. In 2018 heeft de voormalige burgemeester van Tonnerre, Dominique Aguilar, dit verbod opgeheven en Pierre-Eric Deseigne toestemming gegeven om de exploratie voort te zetten. Ook de nieuwe burgemeester Cédric Clech, die in mei 2020 gekozen is, heeft zijn toestemming gegeven. ‘Het is een kans voor onze gemeente. La Fosse Dionne is één van de bekendste lavoirs in de Bourgogne met bovendien een mysterieuze bron in de diepte’, legt de burgemeester uit.

Aart Sierksma

Bron: L’exploration de la Fosse Dionne à Tonnerre freinée par un phénomène inattendu [Marc Charasson]

Dit bericht is 10 keer bekeken

De markthal van Sens

Ondanks de gezondheidscrisis en een reeks annuleringen van kerstmarkten, geven de kooplieden de moed niet op. Ze draaien op dit dit moment goed en zien zelfs een nieuwe klantenkring ontstaan.

De levensmiddelenindustrie doet het heel goed. We zijn een van de bedrijven die als essentieel worden beschouwd,’ zegt Patrick Vanhove van de zuivelkraam, waarmee hij het algemene gevoel verwoordt. De andere standhouders op de overdekte markthal van Sens zijn net als hij optimistisch gestemd. En dit in een tijd waarin de gezondheidscrisis keihard toeslaat en ook het departement de Yonne in volledige lockdown is. Lokale overheden en verenigingen zeggen nu al alle festiviteiten rond de feestdagen af, met name de kerstmarkten aan het eind van het jaar.

Élodie Monpoix, een pluimveehouder, legt echter uit dat ‘de periode van kerst en oud en nieuw ongeveer 30% van de jaarlijkse omzet van haar bedrijf vertegenwoordigt’. De standhouder profiteert ieder jaar geweldig van de kerstmarkt, die in het centrum van de stad wordt gehouden en die haar indirect vele klanten bezorgt. Op dit moment is het evenement nog niet geannuleerd. ‘En op dit moment gaat het goed. We zien minder oudere mensen dan gewoonlijk, maar we zien een nieuwe, jongere clientèle binnenkomen, die niet noodzakelijkerwijs bij ons kwam kopen voor de lockdown.’ De jonge vrouw zegt dat ze ‘weinig last heeft van de gezondheidscrisis’, dankzij de nodige aanpassingen, waaronder het bezorgen aan huis.

De komst van een nieuwe klantenkring

Laetitia en Jean-François Tomczyk, biologische bakkers, delen haar observatie. ‘Tussen maart en juni was het moeilijk. Maar sinds medio juli zijn we weer terug op een normaal niveau van de verkoop. Ik was een beetje bang voor het tweede golf effect dat voor de herfst werd aangekondigd, maar uiteindelijk blijkt het allemaal erg mee te vallen voor ons’, legt het bakkerspaar uit. ‘We zijn er zelfs op vooruit gegaan, we hebben er klanten bijgekregen. Tijdens de eerste lockdown hebben we in ons dorp, in La Chapelle-sur-Oreuse, aan huis bezorgd. Daarmee hebben we ongeveer 20 nieuwe klanten gewonnen, die vandaag de dag nog steeds hun brood bij ons komen kopen.’

De biologische bakker heeft de indruk dat de kopers hun manier van consumeren hebben veranderd en zich meer richten op lokale producten of zelfs op producten uit de biologische landbouw. ‘Wij, als biologische bakkers, staan voor een gezondere manier van eten die op dit moment aantrekkelijk is. Ik ken bijvoorbeeld biologische tuinders die een geweldig jaar hebben!’

Jean-Luc Dosnon, een imker, is meer gereserveerd. Voor hem is december de belangrijkste maand van het jaar geworden en het feestelijke seizoen is goed voor 15% van zijn omzet. Dus terwijl hij het op dit moment vrij goed doet, met name dankzij het verzenden van zijn producten, weet hij dat hij een groot deel van zijn omzet gaat verliezen in vergelijking met andere jaren. Temeer daar de handelaar regelmatig deelneemt aan tentoonstellingen en beurzen, die momenteel allemaal zijn afgelast.

Aart Sierksma

Bron: Sous la halle de Sens, les marchands sont plutôt sereins malgré la crise sanitaire [Cécile Carton]

Dit bericht is 112 keer bekeken

De menhirs van het Vauluisantbos

In het noordelijke deel van het departement kun je onverwacht oog in oog komen te staan met een van de archeologische overblijfselen in het bos van Vauluisant bij Saint-Maurice.

Vele millennia geleden zijn in de vallei van de Orvin deze dolmen, menhirs en hunebedden tijdens het neolithicum opgericht. (Het neolithicum wordt ook wel de jonge of nieuwe steentijd genoemd. Het is de prehistorische periode die ca. 11000 v.Chr. begon, en duurde tot de bronstijd. Deze periode wordt gekenmerkt door technische en sociale veranderingen. Deze kwamen voort uit de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden (sedentarisme) en aan landbouw en veeteelt deden. Zij legden voorraden aan voor slechte tijden. Men spreekt ook wel van de neolithische revolutie.)

Volksgeloof

Deze verspreid liggende stenen, voornamelijk te vinden in de bossen van Lancy enTraînel, hebben eeuwenlang allerlei populaire ideologieën gevoed. Ideologieën met duivelse invloeden en bloedige opofferingen, vooral van de Galliërs.

Ten oosten van de RD 25, tussen Saint-Maurice en La Chaume vind je de Lancy dolmen, met de menhirs eromheen. Deze dolmen zijn een van de meest opmerkelijke monumenten in de Senonais door de grootte, de staat van onderhoud en de kwaliteit voor de omgeving.

In de richting van Saint-Maurice, een paar honderd meter links en ten westen van de RD 25, langs een rotsachtig pad, kun je de overblijfselen van de twee hunebedden in het bos van de Traînel vinden. Ze zijn weliswaar ingestort doordat ze voortijdige opgegraven zijn rond 1910.

Dan heb je nog de Bertauche (of Bardauche) dolmen in het gelijknamige bos. Deze kun je vinden in de buurt van Thorigny-sur-Oreuse. Ze zijn zo’n veertig jaar geleden ontdekt door Henri Cymérys en Daniel Buthod-Ruffier.

Pas-Dieu

Op de grens van Sognes en Saint-Maurice ontdekte men de legendarische menhir van Pas-Dieu, die in de 18e eeuw werd gebruikt als scheidslijn tussen de domeinen Villeneuve, Trancault en Charmesseaux. Deze domeinen werden in de Middeleeuwen Heerlijkheden genoemd. De Heer van een Heerlijkheid had het dagelix gerecht over burgerlijke zaken en kleine vergrijpen in dat gebied met daaraan verbonden inkomsten (belastingen) en verplichtingen (bescherming, ordehandhaving). De Pas-Dieu dankt zijn legendarische naam aan de confrontaties tussen de demon en de schepper. De Prins van de Duisternis had God uitgedaagd: Wie van ons twee is in staat de vallei tussen Sognes en de Vignot met een sprong over te steken. De Prins van de Duisternis pochte dat hij die moeiteloos kon maken, maar hij faalde en de Goede God bereikte met een fantastische sprong het doel en drukte zijn voet op de rots die vanaf toen Pas-Dieu werd genoemd.

De megaliet bevindt zich op een rots in het Bois du Vignot, kijkend naar Sognes.

Aart Sierksma

Bron: Les coups de cœur de nos correspondants : les mégalithes de la forêt de Vauluisant

Dit bericht is 126 keer bekeken

Ontdek Auxerre vanuit een elektrisch bootje

Vanaf mei is het mogelijk om een elektrisch bootje te huren in Auxerre, maar het heeft aardig lang geduurd voordat de gang er een beetje in kwam.

Ze varen al 20 jaar op de Yonne en het canal du Nivernais. Kleine elektrische bootjes, beheerd door het toeristenbureau en vervolgens door het Maison du vélo. Ze zijn een onderdeel geworden van het zomerlandschap.

Een ongewone manier om Auxerre te ontdekken al moet je er wel even de tijd voor nemen: de topsnelheid is 9 km/u. ‘We zagen een bootje varen toen we op de kade stonden en zeiden tegen elkaar: dat willen wij ook’, legt een familie uit het departement de Ain uit voordat ze aan boord gingen. ‘Dit is een mooie kans om ons een dagje met de hele familie te vermaken en dan ook nog zonder moe te worden.’

Boten aan de kade

Het seizoen, dat tot eind september loopt, is een speciaal seizoen geworden voor de beheerders van deze vloot. Door de Covid-crisis en de lockdown zijn de boten lange tijd aangemeerd gebleven.

We zijn dit jaar pas op 11 mei gestart’, legt Jean-Philippe Duret, een van de leden van het Maison du vélo-team, uit. Maar op dat moment waren er geen klanten: de kades en het Parc de l’Arbre sec aan de Yonne waren gesloten. In juni begonnen de activiteiten heel geleidelijk op gang te komen en vanaf half juli liep het weer zoals van ouds. Ik denk dat we tot eind september open blijven. Hopelijk hebben we volgend jaar een normaal seizoen en hoeven we niet te verdwijnen.’

Maison du vélo d’Epinal © JF Hamard

Of het nu gaat om het verhuren van boten of om de hoofdactiviteit, namelijk het verhuren van fietsen, het seizoen is pas in juli op stoom geraakt. ‘In deze branche is het zo dat hoe meer boten er varen, hoe meer ze gezien worden, hoe meer ze gevraagd worden’, vat Jean-Philippe Duret samen. ‘We konden op een gegeven moment de vraag zelfs niet meer aan. We adviseerden de mensen om vooraf te reserveren. Niet gemakkelijk natuurlijk in zo’n periode na de lockdown, waarin we alles uit de kast wilden halen. We hadden er dagen tussen zitten dat er wel dertig blauwe bootjes uitvoeren.’

 

Stad of platteland

Hoe komt het dat dit zo’n succes is geworden? ‘Het is een leuke manier om met de familie een dagje door te brengen. Kinderen kunnen het roer overnemen en een stukje varen. En je hebt de mogelijkheid om Auxerre eens van een heel andere kant te bekijken, zo van het water. Het is ook nog eens een prachtige stad. En wat het extra leuk maakt is dat je van de stad via het stadion en de Auxerre-expo ook naar het achterland kunt varen. Twee gezichten en twee totaal verschillende sferen van Auxerre en haar omgeving.’

Aart Sierksma

Bron: Auxerre se découvre autrement grâce aux petits bateaux électriques [Marc Charasson]

 

Dit bericht is 165 keer bekeken

De heksen van Chéu

Het verleden van het kleine dorp Chéu, in de Florentinois, heeft iets huiveringwekkends. Dertien eeuwen lang werd de gemeente ervan beschuldigd het hol van de duivel te zijn en door heksen te worden bevolkt.

Op het eerste gezicht lijkt het niet logisch. Het dorp Chéu ligt er vredig bij. Ver weg van het angstaanjagende verleden.

Er doen veel verhalen de ronde. Ze worden van generatie op generatie verteld: Koeien die gek worden, langdurig raadselachtig geschreeuw in de nacht, jonge vrouwen die letterlijk bezeten zijn, schapen die met elkaar vechten, kinderen die op mysterieuze wijze sterven… Tussen de 6e en 19e eeuw was Chéu het toneel van een echte heksenjacht die duurde tot 1829. In dat jaar werd het dorp verwoest en ‘gezuiverd’ door een enorme brand. Bijna tweehonderd jaar later hangt de schaduw van de legende nog steeds over het dorp.

Er is echter niets dat ons doet herinneren aan die woelige tijden. Geen monument, niets. Alleen in het archief van de gemeente en in de bibliotheek van Saint-Florentin kun je wat documenten vinden over deze heksenverhalen.

De reputatie van Chéu was zo rampzalig dat zowel de kerk als het Parlement van Parijs gealarmeerd werd. Om het kwaad te bestrijden werden vanaf 1691 allerlei maatregelen getroffen: kruisbeelden plaatsen, dode kraaien aan deuren hangen en zelfs brandstapels oprichten om vrouwen te doden die heksen zouden zijn. Ook de ‘koud water beproeving’ (het proces bij de rivier) werd in ere hersteld. Iedereen die verdacht werd van hekserij werd in het water gegooid: als het lichaam zonk, werd het door God ontvangen en was hij of zij dus onschuldig. Als het lichaam bleef drijven was dat het bewijs dat de verdachte schuldig was. Maar veel inwoners van Chéu wisten hoe ze moesten zwemmen en wisten om deze manier te ontkomen. De autoriteiten verklaarden dit als een truc van de duivel.

Montesquieu meldt dat de meeste van de van hekserij beschuldigde vrouwen oud, kwetsbaar en zelfs skeletachtig waren, omdat ze in de marge van de samenleving leefden. Ze hadden daarom de neiging om te blijven drijven. Deze test werd al toegepast in Mesopotamië, waar ze dit ‘het oordeel van de rivier’ noemden.

Een radicalere aanpak

Vanaf dat moment koos de overheid voor een andere aanpak. De verdachte werd nu vastgebonden voordat hij in het water werd gegooid. Deze aanpak had meer resultaat: ofwel hij verdronk, wat een teken was dat hij een goed christen was en een herinnering aan God. Of hij zou naar boven komen, wat betekende dat hij door God werd afgewezen en dus schuldig was. De verdachte werd daarna opgehangen en verbrand. Er wordt geschat dat in Chéu tientallen mannen, vrouwen en kinderen op deze manier zijn gedood.

Het was nogal vreselijk, maar het was meer uit onwetendheid dan uit boosheid. Chéu was een naar binnen gekeerd dorp. Als iemand vandaag de dag koorts heeft, neemt men aan dat hij ziek is. Vroeger werd je dan al snel als heks beschouwd. Ik ben er niet trots op, maar dat is onze geschiedenis. Het komt regelmatig voor dat mensen willen weten wat er hier vroeger speelde. Ik vertel deze legende dan met plezier en besluit mijn verhaal altijd met de zin: En in 1829 werd ons dorp gezuiverd,’ aldus burgemeester Maurice Henriot.

Dit legendarische verhaal zou mettertijd paradoxaal genoeg een echte toeristische trekpleister voor Chéu kunnen worden. De heksen hebben waarschijnlijk hun laatste woord nog niet gezegd…

Sinds 2009 wordt elk laatste weekend van september de heksendag georganiseerd. Het zal dit jaar niet plaatsvinden, vanwege de gezondheidscrisis.

Aart Sierksma

Bron: L’ombre des sorcières de Chéu [Nicolas Ruiz]

Dit bericht is 277 keer bekeken

Joë Bousquet en Anne Frank

In twee wereldoorlogen in één eeuw, werden de levens van Joë Bousquet (1897-1950) en Anne Frank (1929-1945) verwoest. Hij werd op twintigjarige leeftijd doorboord door een Duitse kogel waardoor hij voor de rest van zijn leven aan zijn bed gekluisterd was. Zij werd gedwongen onder te duiken om aan de nazi’s te ontsnappen.

In de rue de Verdun op nummer 53, midden in Carcassonne staat het huis waar Joë Bousquet woonde en dat tegenwoordig aangeduid wordt als: Maison des Illustres.

Boven ziet zijn kamer eruit zoals je je kunt voorstellen, nog helemaal intact. Een bed omgeven door boekenkasten met alles binnen handbereik: papier, zijn pen en zijn opiumpijp. Een leven bij het licht van lampen en kaarsen, achter luiken die dag en nacht gesloten blijven. Daar leefde, creëerde en leed de in Narbonne geboren dichter drie decennialang.

Steeds weer als de lengte van mijn lijden ondraaglijk leek, vergoelijkte ik onmiddellijk mijn beproeving, alleen al door te kijken naar de schilderijen waarmee mijn vriend me had omringd, waarmee hij me vormde en beschermde.’

Joë Bousquet (Uit een ander leven)

Die vriend is de schilder Max Ernst (1891-1976) en Joë Bousquet deelt een ongelooflijke herinnering met hem. Op 27 mei 1918, toen luitenant Bousquet in Vailly (Aisne) gewond raakte, maakte Max Ernst, ook een luitenant in het kamp van de tegenpartij, deel uit van het bataljon dat de aanval afsloeg.

Jaren later ontmoetten ze elkaar weer, toen de schilder hem in Carcassonne kwam opzoeken, nadat hij hem een eerste schilderij had gestuurd. ‘Een prachtig doek’, schreef Joë Bousquet, ‘een schitterend bos […] als een bodemloze spiegel waarin materie zich vernieuwt als een waterval.’

Ik heb alleen nog het levende licht van mijn ogen. Ik bewoon dat deel van mijn wezen dat aan de doodgravers zal ontsnappen.’

Joë Bousquet leeft niet bepaald als een kluizenaar. Hij schrijft, wordt bekend, gaat een tijdje om met de surrealisten uit die tijd. Veel schrijvers en dichters, zowel uit Parijs als uit de rest van Frankrijk, komen bij hem op bezoek: Paul en Gala Éluard, met wie hij correspondeerde, Louis Aragon en Elsa Triolet, Simone Weil, André Gide, Paul Valéry, Jean Cassou, Yanette Delétang-Tardif, Christiane Burucoa, François-Paul Alibert en Ferdinand Alquié uit Carcassonne…

En zoals je niet vaak ziet, speelt Joë Bousquet, vele malen onderscheiden voor zijn rol in de Der des Der ( dernières des dernières guerres), ook nog een belangrijke rol in het verzet als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Bijna onder de neus van de Duitsers die het appartement van zijn buurman bezochten.

Anne Frank, twee jaar ondergedoken

Van de ene oorlog naar de andere, van het ene land naar het andere, verlaten we Joë Bousquet om Anne Frank te herdenken. Haar familie vluchtte in 1933 naar Nederland.

Na 1940 komt er een einde aan het goede leven: de oorlog, de capitulatie en de Duitse invasie stort ons in het verderf.’ (uit: het Achterhuis)

De Joden krijgen te maken met een opeenstapeling van verboden: niet meer mogen fietsen, geen trams, geen theaters, geen bioscopen, geen zwembaden, geen tennisbanen… ‘Ik durf niets meer te doen, omdat ik bang ben dat het verboden zal worden’, zegt een van haar vriendinnen.

In juli 1942 vindt Anne op dertienjarige leeftijd met haar familie en een paar vrienden met hun zoon onderdak in het Achterhuis, dat deel uitmaakt van het kantoor waar haar vader werkte. ‘Ik voel me benauwd, onbeschrijfelijk benauwd door het feit dat ik er nooit meer uit kom, en ik ben erg bang dat we ontdekt en neergeschoten zullen worden,’ schrijft ze in haar dagboek.

Dit dagboek kreeg ze een paar weken eerder, op 12 juni 1942, voor haar verjaardag. Waarschijnlijk een van mijn allermooiste cadeaus ooit’, noteert ze op die eerste dag. ‘Ik hoop dat ik je alles kan vertellen zoals ik dat aan niemand anders zou kunnen. Ik hoop ook dat je een grote steun voor me zult zijn.’

Twee jaar lang schrijft ze. ‘Dit dagboek moet heel erg persoonlijk zijn, daarom schrijf ik het in briefvorm aan een vriendin’, schrijft ze op de eerste pagina’s. ‘En die vriendin heet Kitty.’ Aan haar vertelt ze dus alle ontelbare details uit haar ondergedoken bestaan, zwevend tussen hoop en verdriet, maar ook haar meest intieme gedachten, haar blijdschap, haar verdriet en haar dromen? In maart 1945 stierf Anne in Bergen-Belsen. Van alle onderduikers uit het Achterhuis die op 4 juni 1944 werden gearresteerd, keerde alleen haar vader terug.

Aart Sierksma

Bron: Joë Bousquet, Anne Frank, deux vies confinées par la guerre [Martine Pesez]

Dit bericht is 123 keer bekeken

Testgebied voor opslag van elektriciteit

Hoe voorkom je dat overtollige electriciteit die op één plaats wordt geproduceerd, verloren gaat? Hoe kan de kwaliteit van het netwerk worden behouden in geval van een productiedaling? Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, experimenteert de elektriciteitsnetbeheerder in Frankrijk met een opslagoplossing waarvoor ze drie locaties hebben geselecteerd: Fontenelle in Côte-d’Or, Ventavon (Hautes-Alpes) en Bellac (Haute-Vienne). De elektriciteitsproductie varieert enorm, afhankelijk van de weersomstandigheden […]’, meldt Elisabeth Bertin, regionaal afgevaardigde van het Réseau de transport d’électricité (RTE).

10.000 huishoudens

Bij Fontenelle is het experimentele project – genaamd Ringo – het verst gevorderd. Op woensdag 1 juli 2020 ontving RTE een vierde container om de door Nidec Asi geleverde accu’s in onder te brengen. In totaal zullen er tien containers worden geplaatst vóór de ingebruikname die gepland staat voor juni 2021. Ze maken het mogelijk om tot 24 megawattuur – het equivalent van het verbruik van 10.000 huishoudens – op te slaan.

De drie locaties zullen met elkaar worden verbonden, zodat het overschot aan energie dat bijvoorbeeld in Côte-d’Or wordt geproduceerd, in de Haute-Vienne kan worden teruggeleverd aan het netwerk. Het experiment, waarvoor de Commission de régulation de l’énergie (CRE) een budget van 80 miljoen euro heeft goedgekeurd, moet het dus mogelijk maken om het ‘stuursysteem’ van een installatie met meerdere locaties te verbinden. ‘Dit project dat voor een vlottere doorstroming van het ene naar het andere netwerk moet zorgen is een wereldprimeur en wordt over de hele wereld met veel belangstelling gevolgd’, zegt Franck Girard, directeur van Nidec France.

Verschillende soorten batterijen worden daarnaast getest door bedrijven die zijn geselecteerd voor het Ringo-project. Nidec gaat NMC (nikkel, mangaan, kobalt) lithium-ionbatterijen plaatsen. Blue Solutions (Bolloré), geselecteerd op een van de drie andere locaties, zal lithium-metaal-polymeer batterijen plaatsen.

Voor dit project’, zegt Elisabeth Bertin, ‘hebben we veel aandacht besteed aan de levensduur van de batterijen d.m.v. analyseonderzoek. Milieuaspecten hebben tegenwoordig een toegevoegde waarde en worden geintegreerd in het analyseonderzoek. ‘Maar’, zo benadrukt ze, ‘onze grootste uitdaging op dit moment is om deel te nemen aan de ontwikkeling van de opslagcapaciteit van energie in Frankrijk’.

De Bourgogne Franche-Comté produceert 1.700 megawatt dankzij hernieuwbare energieën.Dit is te vergelijken met twee nucleaire centrales. In 2019 is de hernieuwbare energieopbrengst met 8% toegenomen ten opzichte van 2018 en is de productie ervan met 21,5% gestegen. De productie van windenergie is het sterkst gestegen (+14%), vóór die van zonne-energie (+8%).

Aart Sierksma

Bron: La Bourgogne, région test en France pour le stockage d’électricité [Alexandra Caccivio]

Dit bericht is 60 keer bekeken

Terug in de tijd

Voor academicus Jean-Christophe Rufin, arts, voormalig ministerieel adviseur en vervolgens ambassadeur, biedt de coronavirusepidemie een les in nederigheid aan een continent dat ‘zijn verleden verwaarloosd’. De schrijver en onvermoeibare reiziger, die de prix Goncourt in 2001 kreeg voor Rouge Brésil, maakt zich zorgen over de verleiding, misschien wel blijvend, om terug te keren naar de tijd van gesloten grenzen.

Vanuit de Alpen, waar hij twee maanden in lockdown aan huis gekluisterd was, observeert Jean-Christophe Rufin een wereld in stilstand. Verlaten straten, monumenten zonder bezoekers en stille, autoloze snelwegen. Hij is verbaasd en misschien wel verbijsterd. In de ogen van de academicus is deze lockdown in de eerste plaats een openbaring, die van een collectieve achteloosheid.

Epidemieën zijn nooit echt verdwenen. Maar in Europa zijn ze er gewend aan geraakt om ze niet langer als een bedreiging te beschouwen. Er was een vorm van roekeloosheid op het continent die soms grenst aan arrogantie. Het idee dat Europa, na een zware prijs te hebben betaald, buiten de geschiedenis stond, buiten de wereld, dat tragedies Europa niet meer konden treffen. Terrorisme heeft de oorlog weer terug in het hart van onze samenleving gebracht. De komst van migranten toonde aan dat de gevolgen van conflicten geen ver-van-mijn-bed-show waren. De komst van een grote epidemie bewijst eens te meer dat Frankrijk en Europa niet in een luchtbel leven, dat tegenslagen niet alleen ver weg gebeuren’.

Deze crisis stelt ons vermogen om de eindigheid van het leven te accepteren ter discussie

Jean-Christophe Rufin is ervan overtuigd dat deze crisis ons in de eerste plaats terug in de tijd zal plaatsen. ‘Het is ook een terugkeer naar hoe we over de dood denken. De dood, waarvan we vroeger dachten dat die bij het leven hoorde en die we in deze tijd proberen uit te schakelen. Maar met deze epidemie maakt de dood een bijna natuurlijke terugkeer. We zien dat vooral ouderen getroffen worden. Een paar decennia geleden zou men dit niet abnormaal hebben gevonden. Vandaag de dag wordt de dood van een honderdjarige als een ramp beschouwd. In onze beoordeling van deze crisis constateren we dat er vragen gesteld gaan worden over de plaats van de natuurlijke dood, over het vermogen om het einde van het leven te accepteren. In wat voor soort normaliteit zullen we na deze periode weer leven?’ vraagt de ‘onsterfelijke’.

Jean-Christophe Rufin geeft toe dat hij in zijn toespraken soms overdrijving gebruikt om te benadrukken dat we de komende maanden en jaren moeten nadenken over ons leven. Hij wil dat er nagedacht wordt over een noodzakelijke ‘nederigheid, bescheidenheid en voorzichtigheid’ in het menselijk gedrag. ‘We beheersen nu eenmaal niet alle bedreigingen en gevaren. Deze epidemie laat ons achter in het besef dat we kwetsbaar en vatbaar zijn en dat we dat moeten accepteren’, zegt hij. Wanneer hij de reacties op de crisis van dichtbij bekijkt, verbergt de voormalige humanitaire hulpverlener van Artsen Zonder Grenzen zijn bezorgdheid niet. Hij constateert dat zijn tijdgenoten zich een zekere ‘verkokering’ hebben eigen gemaakt die moeilijk te veranderen is. 

Zoals altijd wanneer er een ernstige dreiging is, vindt er een terugtrekking plaats naar kleinere gemeenschappen, waar mensen zich kunnen identificeren en een rol kunnen spelen. Zo’n terugtrekking gebeurt bijna instinctief. We gaan op deze manier de lockdown en het virus waarschijnlijk vrij gemakkelijk overwinnen, is de gedachte. Daar tegenover staat dat het wantrouwen en het sluiten van grenzen er voor zorgt dat het allemaal veel langer gaat duren. Tot nu toe was er een tendens naar het creëren van steeds grotere gebieden van vrij verkeer, maar het lijkt er op dat we nu de andere kant op gaan’, betreurt Jean-Christophe Rufin. In zijn boek Le Grand Coeur  beschrijft hij het droomleven van Jacques Coeur, de grote zilversmid van koning Karel VII, die in de 15e eeuw tussen Bourges en het Oosten heeft bijgedragen aan het openstellen van gebieden, waardoor ze vrij toegankelijk werden. Hij was een voorloper van de Renaissance en gaf de voorkeur aan ‘zachte handel’ boven de botsing der beschavingen.

Ons leven hierna, zo stelt de schrijver zich voor, zal meer onderhevig zijn aan grenzen en er ligt volgens hem nog een ander gevaar op de loer: dat van het inperken van fundamentele vrijheden, met name het recht om te debatteren. ‘Toen de president van de Republiek, Emmanuel Macron, de zin ‘we zijn in oorlog’ herhaalde, viel ik even stil. We moeten ons heel goed de exacte definitie van woorden realiseren. Deze crisis is geen oorlog. Het gevaar van het gebruik van de term ‘oorlog’ is dat het een andere vijand dan het virus zou kunnen aanduiden en aanleiding zou kunnen geven tot een vorm van agressie. Dit is in sommige landen waargenomen (Westerlingen werden gemolesteerd in Afrika, omdat ze het virus meebrachten en dus de vijand vertegenwoordigden). Dit lijkt me een te gemakkelijke manier om zich te bevrijden van controles en ondervragingen. Als we het over oorlog hebben, bediscussiëren we de te nemen maatregelen niet meer. Dan kunnen we niet langer debatteren, bekritiseren en openbare besluiten in twijfel trekken.’

Gewend aan beschouwingen over de relatie tot de dood en de kwetsbaarheid van de mensheid, zal ook aandacht geschonken moeten worden aan het leven na de crisis, benadrukt de academicus, en dan met name het leven in een democratische samenleving.

Aart Sierksma

Bron: “L’épidémie est un retour de l’histoire”, analyse l’académicien Jean-Christophe Rufin [Valérie Mazerolle]

Dit bericht is 51 keer bekeken

De Amerikaanse film Le Goût du vin op Netflix

Albert-Bichot’s landgoed Long-Dupaquit staat in de schijnwerpers in een kortgeleden uitgebrachte Amerikaanse film. Een speelfilm waarin Elijah, een jonge Afro-Amerikaan, meester-sommelier wil worden en in de ban raakt van de wijnmakerij in de Yonne.

Het is een liefdesverhaal tussen Elijah en Cécilia Trimaille en haar team op het Domaine Long-Depaquit in Chablis. De Amerikaanse film Le goût du vin is geregisseerd door Prentice Penny, en is sinds eind maart beschikbaar op Netflix.

Tussen september en december 2018 heeft de filmploeg, die uit zo’n zestig mensen bestond, beelden vastgelegd van het landgoed in de Yonne en van het château Albert-Bichot. ‘Ze hadden een bepaald beeld voor ogen, maar wilden eigenlijk liever de werkelijkheid vastleggen’, legt Cécilia Trimaille uit, die de afgelopen twee jaar de beheerder van het landgoed was. ‘De regisseur wilde graag alle stappen in het proces kennen, zodat hij het zo nauwkeurig mogelijk kon vastleggen’, vervolgt een van de weinige vrouwen in de regio die een wijnmakerij beheert. In het uiteindelijke resultaat vind je de gepassioneerdheid die bij dit beroep hoort goed terug’, complimenteert ze de makers.

De film gaat over een vader en zijn zoon Elijah (gespeeld door Mamoudou Athie). De vader ziet graag dat zijn zoon het familierestaurant in Memphis overneemt waarna hun gecompliceerde relatie aan het licht komt. De jongeman gaat op zoek en komt uiteindelijk in Frankrijk, waar hij in de ban zal raken van het landgoed in Chablis.

Om de verschillende stadia van het werk van de wijnbouwers te filmen, kwam de cameraploeg drie dagen in september in de Yonne, tijdens het einde van de oogst en nog eens drie dagen in december, ten tijde van het bottelen. Zo vereeuwigden ze het werk van een dertigtal vaste medewerkers op het 65-hectare tellende landgoed. ‘Uiteindelijk zijn ze niet toegekomen aan een bezoek van onze kelders’, zegt Cécilia Trimaille, maar deze ervaring was fascinerend en indrukwekkend.’

Commentaren                                       

The Taste of Wine (zoals de Engelse versie heet) is een zeer goede Amerikaanse film die het verhaal vertelt van een jongeman die sommelier wil worden, terwijl zijn vader wil dat hij zijn familierestaurant overneemt. Prentice Penny’s scenario richt zich op een man die van wijn houdt en er een carrière van wil maken, maar hij wordt geconfronteerd met zijn vader die zijn eigen barbecuerestaurant runt en die deze passie niet begrijpt. Het verhaal toont een mooie vader-zoonrelatie.

Prentice Penny’s film is echt interessant en zeer goed gefilmd. Hij weet perfect hoe hij deze vastberaden jongeman, die voortdurend aarzelt tussen zijn kinderlijke plicht en het verlangen dat hem drijft om een andere man dan zijn vader te worden, in de schijnwerpers kan zetten. De wijnbereidingsscènes zijn echt goed belicht en tonen de complexiteit, het harde werken en de moeilijkheid om te slagen in zo’n bijzondere omgeving.

Het is een heel mooi familieverhaal dat wordt verteld. Het is geen Disney-film, de situaties zijn veel reëler en overtuigender dan wat je ziet in een lichtere film. De hoofdrolspelers hebben allemaal grote persoonlijkheden en zijn vertederend.

Mamoudou Athie is een mooie jongeman, klaar om alles te doen om zijn droom te verwezenlijken. Courtney B. Vance is geweldig als een liefhebbende vader die soms moeite heeft met communiceren. Niecy Nash is geweldig als warme moeder. Gil Ozeri is leuk als een student die niet altijd erg begaafd is. En Sasha Compere is mooi neergezet als een toegewijde vriendin.

The Taste of Wine is een zeer interessante en leuke film om te ontdekken. Naast een zelden besproken omgeving, die van de oenologie, stelt het ons in staat om te kijken naar een vertederend gezin en een subtiele omgang met de verschillen tussen witte Amerikanen en Afro-Amerikanen.

Aart Sierksma

Bron : Tourné à Chablis, le film américain Le goût du vin est à visiter sur la plateforme Netflix [Lydia Berthomieu]

Dit bericht is 49 keer bekeken

De wereld na corona

We hebben het werkwoord hebben te vaak vervoegd’, zegt Nicolas Vanier.

Op zijn boerderij in Cerdon (Loiret) vertelt de schrijver en avonturier over de kansen die de coronaviruscrisis het milieu bieden. Maar hij maakt zich geen enkele illusie: ‘na de crisis, als de emotie eenmaal voorbij is, zal alles weer van voren af aan beginnen.

In een wereld die ‘volledig gek, luidruchtig en consumptief is geworden’, heeft Nicolas Vanier niet gewacht op overheidsmaatregelen om af en toe een vorm van sociale distantie toe te passen. In zijn ogen is het zelfs ‘absoluut noodzakelijk’. De avonturier, auteur en regisseur zit opgehokt in zijn boerderij in de Loiret, omgeven door vijvers en bossen en werkt aan zijn volgende speelfilm. Hij ziet de gezondheidscrisis en de daaruit voortvloeiende lockdown als een kans die aan de natuur wordt gegeven.

Pessimist

Ik ben pessimistisch gestemd. De mensen gaan de echte lessen uit deze geschiedenis helemaal niet leren. De rampen zullen zich namelijk blijven herhalen als we in dit tempo doorgaan. Ik wil de tragedie van dit virus en alle gevolgen die het kan hebben helemaal niet bagatelliseren, maar we weten dat de opwarming van de aarde veel grotere schade zal aanrichten dan de ellende die we nu meemaken. Ondanks de steeds nauwkeuriger en wetenschappelijk bewezen berichten, coronavirus of niet, de toestand van het milieu in de wereld blijft verslechteren. Zoals bij de ondergang van de Titanic, waar men enkele minuten voordat het schip zonk op het dek bleef dansen.’

Het stelsel moet hervormd worden

Vandaag de dag consumeren we in acht maanden wat de planeet in twaalf maanden produceert. Maar de planeet kan het zich niet veroorloven om failliet te gaan. We weten heel goed dat we met het hoofd tegen de muur lopen. Maar er is een ongebreidelde wedloop naar globalisering. Een halve eeuw geleden zou het coronavirus zich niet zo hebben verspreid. Welke lessen kunnen we daaruit leren? Produceer meer Frans, consumeer meer Frans. Het is volkomen krankzinnig om een auto te maken waarvan de onderdelen uit meer dan vijfentwintig verschillende landen komen. In werkelijkheid denk ik dat er slechts kleine veranderingen zullen komen, maar eigenlijk zou het hele systeem op de schop moeten. Elke keer als er een crisis is – en we gaan er steeds meer zien – repareren en veranderen we een paar kleine onderdelen van de auto, we dichten hier en daar wat gaten, maar eigenlijk zou de hele auto veranderd moeten worden.’

Terug naar het evenwicht

Mijn ideale wereld na corona is eigenlijk heel eenvoudig. Laten we wereldwijd referendum houden waarbij we de mensen van dit kleine dorp, dat de Aarde heet, vragen: Gaan we zo verder of keren we terug naar een wereld in balans? Dat evenwicht is mogelijk als we stoppen met het produceren van dingen die wij noodzakelijk achten, maar die steeds sneller opnieuw moeten worden veranderd. Mobiele telefoon nummer 10 is nog niet uitgekomen of nummer 11 is al weer onderweg. En als je nummer 11 hebt, denk je al weer aan nummer 12. Bovendien kunnen we met betrekking tot de toekomstige generaties niet toewerken naar een opwarming van de aarde van meer dan 2,5°C. Dat zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Maar we stevenen er recht op af. We moeten daarom onze manier van leven gaan versoberen. En deze lockdown van enkele weken geeft ons de mogelijkheid om iets te veranderen. We hebben een paar weken kunnen ervaren hoe een ander leven eruitziet.’

Ik heb tijdens mijn verblijf van meer dan een jaar bij nomadische rendierhoeders in Siberië gezien dat mensen die geen geld hebben, diep gelukkig kunnen zijn. Wij zouden eens wat meer moeten nadenken over alle moeite die we doen om onszelf gelukkig te maken. Ik ben helemaal niet iemand die ervoor pleit om terug te gaan naar de paardenkoets. Maar, zoals Pierre Rabhi in La Sobriété heureuse zegt: we moeten nadenken over wat we uit de natuur kunnen halen zonder dat er een gigantisch tekort ontstaat voor de volgende generatie. In een halve eeuw – een stofje op de schaal van de mensheid – heeft de mens behoeften voor zichzelf gecreëerd die onredelijk zijn geworden. We hebben te veel en te vaak het werkwoord hebben vervoegd. En daar plukken we nu de vruchten van. We moeten een begin maken met het vervoegen van het werkwoord zijn.’  

Biografie

Geboren in 1962 in Dakar (Senegal). Nicolas Vanier heeft zich gewaagd aan het hoge noorden van Quebec, Alaska, Siberië… Als hij niet reist, schrijft hij. De avonturier legt de laatste hand aan een film die hij deze herfst hoopt uit te brengen. De cast van Poly, gebaseerd op de romanreeks van Cécile Aubry, bestaat uit François Cluzet, Patrick Timsit en Julie Gayet. ‘Ik ben nog bezig met twee andere films die op dit moment in het schrijfproces zitten,’ zegt hij.

Aart Sierksma

Bron: Notre vie d’après : “Nous avons trop conjugué le verbe avoir”, pour Nicolas Vanier [Pauline Mareix]

Dit bericht is 39 keer bekeken