Berichten

BZ nummer 66

55 keer bekeken

55 keer bekeken

BZ nummer 65

355 keer bekeken

355 keer bekeken

De koepelgevangenis in Autun

Het culturele erfgoed in Autun kun je best veelzijdig noemen: vele oude en middeleeuwse gebouwen, zowel religieus als seculier, waaronder een koepelgevangenis (panopticum), de enige die nog bewaard is gebleven in Frankrijk.

Voordat de gevangenis werd opgenomen in het uitbreidingsproject van het musée Rolin, heeft de gemeentelijke archeologische dienst er een studie verricht, waarbij alle graffiti werden geregistreerd die de gevangenen er in de loop van de eeuw van bewoning hadden achtergelaten.

De gevangenis van Autun, gebouwd in 1852 door architect André Berthier, is gebaseerd op een circulair systeem dat panoptisch wordt genoemd en werd bedacht door de Engelse filosoof en hervormer Jeremy Bentham.

(Een panopticum of panopticon is een gebouw dat bestaat uit een centrale hal met daarrond ringen van cellen over verschillende verdiepingen gestapeld. Een cel heeft twee ramen: één naar buiten en één naar de centrale hal gericht. Eén opzichter in de hal volstaat om alle bewoners te bewaken. Het werd vroeger gebruikt als gevangenis, als school, als werkplaats of ziekenhuis).

De gevangenis van Autun, die van meet af aan zeer onaangenaam was om in te wonen, heeft maar weinig veranderingen ondergaan. Wijzigingen werden eerder aangebracht in het gebruik van de cellen dan in de bouw. Daarom is deze gevangenis ook zo zeldzaam.

De geschiedenis

Sinds een jaar onderzoekt de gemeentelijke dienst voor archeologie van Autun het gebouw, met een eerste diagnosefase die in december 2020 begon, en een tweede tussen juli en oktober. Archeologe Clarisse Couderc: ‘We wilden onderzoeken wat er aan archeologisch materiaal aanwezig was. We probeerden uit te vinden hoe deze gevangenis was ingericht, daarna bestudeerden we de graffiti op de muren en deuren. De gevangenis werd geopend in 1856 en gesloten tussen 1954 en 1956. Het werd vervolgens verkocht aan een particulier die er een garage en opslagruimte van maakte voordat de stad het uiteindelijk in 2003 verwierf.’

Liefdesverklaringen, geloofsuitingen, kalenders, gedichten…

Vierhonderd graffiti werden ontdekt op de meest recente pleisterlagen. De archeoloog heeft een speciale opleiding moeten volgen om dit soort tekeningen vast te leggen en te ontcijferen. De berichten en tekeningen werden eerst gelokaliseerd om vervolgens dertig tot veertig foto’s met verschillende flitsinstellingen te maken. De beelden werden daarna samengevoegd door een softwareprogramma dat het mogelijk maakte met het licht te spelen om de op de muren gegraveerde beelden beter te kunnen lezen.

De beelden getuigen van de behoefte van de gevangenen van alle leeftijden en herkomst om hun verblijf in de gevangenis te markeren. Voornamen, kalenders, boten, landschappen, dieren of het bombarderen van een dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn nauwkeurig gegraveerd of met potlood getekend. ‘We hebben religieuze teksten gevonden, maar ook beschrijvingen van maaltijden, liefdesverklaringen en veel verwijzingen naar Algerije, Oran (de tweede stad van Algerije) in het bijzonder. Wij beschikken ook over een groot aantal data en namen die ons in staat stellen de gevangenisarchieven te raadplegen om meer over deze gevangenen te weten te komen.

We moesten ons eerst verdiepen in wat in de wetenschap stratigrafie heet, de bestudering van de oorsprong, samenstelling, spreiding en opeenvolging van de zg. strata oftewel lagen (verflagen en pleisterlagen),’ zegt Yannick Labaune, archeoloog van de gemeente.

Omdat deze graffiti als schade werd gezien, werden de muren regelmatig opnieuw geschilderd. We weten dat de hele gevangenis in de 19e eeuw rood was geverfd, terwijl het huis van de directeur blauw was geverfd,’ legt Clarisse Couderc uit, die enkele maanden heeft samengewerkt met Amélie Roger, een archeologe die op contractbasis was ingehuurd.

Registreren en documenteren van de graffiti

Tijdens toekomstige werkzaamheden voor de herinrichting van de gevangenis in het kader van de uitbreiding van het Musée Rolin zouden de tekeningen en berichten bedekt of vernietigd kunnen worden en daarmee verloren kunnen gaan. Doordat ze nu geregistreerd en gedocumenteerd zijn zullen de sporen van deze inscripties bewaard blijven.

We hebben het met onze studie en werkzaamheden kunnen veiligstellen. Wij zullen de inventarisatie samen met de catalogus van foto’s aan het ministerie van Culturele Zaken overhandigen. Het geeft een mooi totaalbeeld van het gebouw en zijn potentieel. Het is voor ons een echte uitdaging om hiermee het belang van deze studie aan te tonen. Het zeer rijke Autun heeft namelijk naast de Romeinse periode of de Middeleeuwen nog andere schatten op haar grondgebied die misschien als minder interessant worden beschouwd maar dat zeker niet zijn’, vertrouwt Yannick Labaune ons toe.

Een deel van de cellen zal worden bewaard en aan het publiek worden getoond om te laten zien hoe deze gevangenis eruit heeft gezien. Autun zal een nieuw facet van zijn culturele erfgoed onthullen met deze panoptische gevangenis, uniek in Frankrijk. De integratie ervan in een groot ontwikkelingsproject zal het weer tot leven brengen, want, zoals Yannick Labaune het ons toevertrouwt, ‘archeologie mag nooit een belemmering zijn’.

Tot voor kort werd graffiti niet erg serieus genomen, maar nu wordt het bestudeerd omdat het ons veel vertelt over de sociologie van de gevangenen, hun levensomstandigheden en hun idealen, en omdat het de geschiedenis van een speciale plaats een beetje levendiger maakt.

Een panoptisch seizoen in Autun

Vrijdag 19 november om 20.30 uur

Cinéma Arletty in Autun: vertoning van de documentaire Il n’y aura plus de nuit een ontmoeting met de regisseur en leden van het Maison du patrimoine oral de Bourgogne.

Van vrijdag 19 tot zondag 21 november

Déprisonner: surveiller, enfermer et déporter pendant la Seconde Guerre mondiale. Gratis toegang. Informatie op www.deprisonner.org

Vrijdag 3 en zaterdag 4 december

Studiedagen over de voormalige ronde gevangenis van Autun met conferenties gedurende twee dagen over panopticisme, de bouw en de werking van deze gevangenis. Gratis. In de stadsschouwburg.

Zaterdag 4 december om 20:30 uur

Vertoning in de bioscoop Arletty van de film Bruno Reidal van Vincent le Port, waarvan sommige scènes in 2019 in de gevangenis zijn opgenomen. Vertoning gevolgd door een ontmoeting met de directeur.

Van 3 tot 10 december

Tentoonstelling Amnesty International en de gevangenis bij de ingang van het stadhuis en in het Lycée Bonaparte.

Van 3 december tot 28 februari

Het einde van een gevangenis, tentoonstelling van Ferrante Ferranti’s foto’s in het Musée Rolin.

Van 22 tot 23 januari

Bij het MPOB ( Maison du patrimoine oral de Bourgogne) in Anost: final de déprisonner.

Van gevangenen wordt verwacht dat ze een cultuur van gehoorzaamheid ontwikkelen

Théophile Lavault, doctor in de politieke filosofie, is sinds september 2020 aan het werk bij het Maison du patrimoine oral de Bourgogne. Hij kreeg de opdracht de archieven van het departement te doorzoeken. ‘Er zijn meer dan 8.500 vellen papier met documenten over de geschiedenis van de gevangenis en de gevangenenregisters, waarin we bijna de hele geschiedenis van de gevangenis hebben, met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog, tijdens welke de gevangenis door de Gestapo werd bestuurd. Het is een wetenschappelijk werk dat zich richt op de geschiedenis van de architectuur en deze in dialoog brengt met de sporen die door de gevangenen zijn achtergelaten,’ aldus de jonge filosoof.

Landloperij bestraft met gevangenisstraf

Uit deze archieven kon hij informatie putten over de mensen die in deze gevangenis werden ontvangen voor korte straffen van één tot vijf jaar. ‘Veel arbeiders, mijnwerkers en later metaalbewerkers uit Le Creusot, werden gevangen gezet na de grote staking van 1870 en de repressie die daarop volgde. Er waren ook reizigers in Autun die als bedelaars of landlopers werden beschouwd. 40% van de toenmalige gevangenisbevolking in Frankrijk werd opgesloten wegens landloperij of bedelarij voor een periode van drie tot zes maanden. Anderen werden gevangen gezet voor kleine diefstallen. Er waren ook enkele vrouwen in Autun, soms vergezeld van hun kinderen tot de leeftijd van vier jaar. Deze vrouwen werden soms gevangen gezet voor vrouwelijke illegaliteit: abortus en kindermoord’, legt Théophile Lavault uit.

Ouders die betaalden om hun recalcitrante kind op te sluiten

En onder de minderjarigen die in de gevangenis zaten, zijn er ook die op verzoek van hun ouders gevangen werden gehouden. ‘De ouders betaalden om hun kind voor een paar dagen of weken op te sluiten’.

Een belangrijke bron van informatie voor Théophile Lavault waren de gevangenisregisters. ‘De griffier registreerde de datum van binnenkomst, de achternaam, voornaam, beroep en woonadres als die er was. Het Vichy-regime voegde daar nog de vermelding van ras aan toe. Er zijn ook fysieke beschrijvingen van gevangenen en hun kleren te vinden, zodat die konden worden teruggegeven bij hun vrijlating. Dit is interessant omdat het veel zegt over sociale status. Als een verdachte in Autun terechtstaat, kunnen we de datum van de terechtzitting en de tenlastelegging achterhalen’, aldus de jonge filosoof, die ook de aard van de straffen heeft ontdekt die gevangenen tijdens hun opsluiting kregen opgelegd. ‘Ik dacht dat mensen vooral voor geweld naar een isoleercel werden gestuurd, maar in de 19e eeuw werden twee broers gestraft met droog brood en water omdat ze in de werkplaats hadden gelachen. Volgens de gevangenisregels moest je zwijgen. Dit maakte het mogelijk om de 50 gevangenen in Autun te straffen, die onder toezicht stonden van slechts drie personen: de hoofdbewaker, zijn vrouw die voor de vrouwen zorgde, en een plaatsvervanger’, aldus de jonge onderzoeker, die wijst op een ‘cultuur van gehoorzaamheid’.

Deze studie, die een mengeling is van geschiedenis en sociologie, stelt ons in staat ‘deze strafmaatschappij’ waarover de Franse filosoof Michel Faucoult (bekend vanwege zijn politieke activisme in de jaren 70 en 80) sprak, te begrijpen.

Aart Sierksma

Bron: 400 graffitis étudiés et inventoriés à la prison circulaire [Meriem Souissi]

300 keer bekeken

De koepelgevangenis in Autun

Het culturele erfgoed in Autun kun je best veelzijdig noemen: vele oude en middeleeuwse gebouwen, zowel religieus als seculier, waaronder een koepelgevangenis (panopticum), de enige die nog bewaard is gebleven in Frankrijk.

Voordat de gevangenis werd opgenomen in het uitbreidingsproject van het musée Rolin, heeft de gemeentelijke archeologische dienst er een studie verricht, waarbij alle graffiti werden geregistreerd die de gevangenen er in de loop van de eeuw van bewoning hadden achtergelaten.

De gevangenis van Autun, gebouwd in 1852 door architect André Berthier, is gebaseerd op een circulair systeem dat panoptisch wordt genoemd en werd bedacht door de Engelse filosoof en hervormer Jeremy Bentham.

(Een panopticum of panopticon is een gebouw dat bestaat uit een centrale hal met daarrond ringen van cellen over verschillende verdiepingen gestapeld. Een cel heeft twee ramen: één naar buiten en één naar de centrale hal gericht. Eén opzichter in de hal volstaat om alle bewoners te bewaken. Het werd vroeger gebruikt als gevangenis, als school, als werkplaats of ziekenhuis).

De gevangenis van Autun, die van meet af aan zeer onaangenaam was om in te wonen, heeft maar weinig veranderingen ondergaan. Wijzigingen werden eerder aangebracht in het gebruik van de cellen dan in de bouw. Daarom is deze gevangenis ook zo zeldzaam.

De geschiedenis

Sinds een jaar onderzoekt de gemeentelijke dienst voor archeologie van Autun het gebouw, met een eerste diagnosefase die in december 2020 begon, en een tweede tussen juli en oktober. Archeologe Clarisse Couderc: ‘We wilden onderzoeken wat er aan archeologisch materiaal aanwezig was. We probeerden uit te vinden hoe deze gevangenis was ingericht, daarna bestudeerden we de graffiti op de muren en deuren. De gevangenis werd geopend in 1856 en gesloten tussen 1954 en 1956. Het werd vervolgens verkocht aan een particulier die er een garage en opslagruimte van maakte voordat de stad het uiteindelijk in 2003 verwierf.’

Liefdesverklaringen, geloofsuitingen, kalenders, gedichten…

Vierhonderd graffiti werden ontdekt op de meest recente pleisterlagen. De archeoloog heeft een speciale opleiding moeten volgen om dit soort tekeningen vast te leggen en te ontcijferen. De berichten en tekeningen werden eerst gelokaliseerd om vervolgens dertig tot veertig foto’s met verschillende flitsinstellingen te maken. De beelden werden daarna samengevoegd door een softwareprogramma dat het mogelijk maakte met het licht te spelen om de op de muren gegraveerde beelden beter te kunnen lezen.

De beelden getuigen van de behoefte van de gevangenen van alle leeftijden en herkomst om hun verblijf in de gevangenis te markeren. Voornamen, kalenders, boten, landschappen, dieren of het bombarderen van een dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn nauwkeurig gegraveerd of met potlood getekend. ‘We hebben religieuze teksten gevonden, maar ook beschrijvingen van maaltijden, liefdesverklaringen en veel verwijzingen naar Algerije, Oran (de tweede stad van Algerije) in het bijzonder. Wij beschikken ook over een groot aantal data en namen die ons in staat stellen de gevangenisarchieven te raadplegen om meer over deze gevangenen te weten te komen.

We moesten ons eerst verdiepen in wat in de wetenschap stratigrafie heet, de bestudering van de oorsprong, samenstelling, spreiding en opeenvolging van de z.g. strata oftewel lagen (verflagen en pleisterlagen),’ zegt Yannick Labaune, archeoloog van de gemeente.

Omdat deze graffiti als schade werd gezien, werden de muren regelmatig opnieuw geschilderd. We weten dat de hele gevangenis in de 19e eeuw rood was geverfd, terwijl het huis van de directeur blauw was geverfd,’ legt Clarisse Couderc uit, die enkele maanden heeft samengewerkt met Amélie Roger, een archeologe die op contractbasis was ingehuurd.

Registreren en documenteren van de graffiti

Tijdens toekomstige werkzaamheden voor de herinrichting van de gevangenis in het kader van de uitbreiding van het Musée Rolin zouden de tekeningen en berichten bedekt of vernietigd kunnen worden en daarmee verloren kunnen gaan. Doordat ze nu geregistreerd en gedocumenteerd zijn zullen de sporen van deze inscripties bewaard blijven.

We hebben het met onze studie en werkzaamheden kunnen veiligstellen. Wij zullen de inventarisatie samen met de catalogus van foto’s aan het ministerie van Culturele Zaken overhandigen. Het geeft een mooi totaalbeeld van het gebouw en zijn potentieel. Het is voor ons een echte uitdaging om hiermee het belang van deze studie aan te tonen. Het zeer rijke Autun heeft namelijk naast de Romeinse periode of de Middeleeuwen nog andere schatten op haar grondgebied die misschien als minder interessant worden beschouwd maar dat zeker niet zijn’, vertrouwt Yannick Labaune ons toe.

Een deel van de cellen zal worden bewaard en aan het publiek worden getoond om te laten zien hoe deze gevangenis eruit heeft gezien. Autun zal een nieuw facet van zijn culturele erfgoed onthullen met deze panoptische gevangenis, uniek in Frankrijk. De integratie ervan in een groot ontwikkelingsproject zal het weer tot leven brengen, want, zoals Yannick Labaune het ons toevertrouwt, ‘archeologie mag nooit een belemmering zijn’.

Tot voor kort werd graffiti niet erg serieus genomen, maar nu wordt het bestudeerd omdat het ons veel vertelt over de sociologie van de gevangenen, hun levensomstandigheden en hun idealen, en omdat het de geschiedenis van een speciale plaats een beetje levendiger maakt.

Een panoptisch seizoen in Autun

Vrijdag 19 november om 20.30 uur

Cinéma Arletty in Autun: vertoning van de documentaire Il n’y aura plus de nuit een ontmoeting met de regisseur en leden van het Maison du patrimoine oral de Bourgogne.

Van vrijdag 19 tot zondag 21 november

Déprisonner: surveiller, enfermer et déporter pendant la Seconde Guerre mondiale. Gratis toegang. Informatie op www.deprisonner.org

Vrijdag 3 en zaterdag 4 december

Studiedagen over de voormalige ronde gevangenis van Autun met conferenties gedurende twee dagen over panopticisme, de bouw en de werking van deze gevangenis. Gratis. In de stadsschouwburg.

Zaterdag 4 december om 20:30 uur

Vertoning in de bioscoop Arletty van de film Bruno Reidal van Vincent le Port, waarvan sommige scènes in 2019 in de gevangenis zijn opgenomen. Vertoning gevolgd door een ontmoeting met de directeur.

Van 3 tot 10 december

Tentoonstelling Amnesty International en de gevangenis bij de ingang van het stadhuis en in het Lycée Bonaparte.

Van 3 december tot 28 februari

Het einde van een gevangenis, tentoonstelling van Ferrante Ferranti’s foto’s in het Musée Rolin.

Van 22 tot 23 januari

Bij het MPOB ( Maison du patrimoine oral de Bourgogne) in Anost: final de déprisonner.

Van gevangenen wordt verwacht dat ze een cultuur van gehoorzaamheid ontwikkelen

Théophile Lavault, doctor in de politieke filosofie, is sinds september 2020 aan het werk bij het Maison du patrimoine oral de Bourgogne. Hij kreeg de opdracht de archieven van het departement te doorzoeken. ‘Er zijn meer dan 8.500 vellen papier met documenten over de geschiedenis van de gevangenis en de gevangenenregisters, waarin we bijna de hele geschiedenis van de gevangenis hebben, met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog, tijdens welke de gevangenis door de Gestapo werd bestuurd. Het is een wetenschappelijk werk dat zich richt op de geschiedenis van de architectuur en deze in dialoog brengt met de sporen die door de gevangenen zijn achtergelaten,’ aldus de jonge filosoof.

Landloperij bestraft met gevangenisstraf

Uit deze archieven kon hij informatie putten over de mensen die in deze gevangenis werden ontvangen voor korte straffen van één tot vijf jaar. ‘Veel arbeiders, mijnwerkers en later metaalbewerkers uit Le Creusot, werden gevangen gezet na de grote staking van 1870 en de repressie die daarop volgde. Er waren ook reizigers in Autun die als bedelaars of landlopers werden beschouwd. 40% van de toenmalige gevangenisbevolking in Frankrijk werd opgesloten wegens landloperij of bedelarij voor een periode van drie tot zes maanden. Anderen werden gevangen gezet voor kleine diefstallen. Er waren ook enkele vrouwen in Autun, soms vergezeld van hun kinderen tot de leeftijd van vier jaar. Deze vrouwen werden soms gevangen gezet voor vrouwelijke illegaliteit: abortus en kindermoord’, legt Théophile Lavault uit.

Ouders die betaalden om hun recalcitrante kind op te sluiten

En onder de minderjarigen die in de gevangenis zaten, zijn er ook die op verzoek van hun ouders gevangen werden gehouden. ‘De ouders betaalden om hun kind voor een paar dagen of weken op te sluiten’.

Een belangrijke bron van informatie voor Théophile Lavault waren de gevangenisregisters. ‘De griffier registreerde de datum van binnenkomst, de achternaam, voornaam, beroep en woonadres als die er was. Het Vichy-regime voegde daar nog de vermelding van ras aan toe. Er zijn ook fysieke beschrijvingen van gevangenen en hun kleren te vinden, zodat die konden worden teruggegeven bij hun vrijlating. Dit is interessant omdat het veel zegt over sociale status. Als een verdachte in Autun terechtstaat, kunnen we de datum van de terechtzitting en de tenlastelegging achterhalen’, aldus de jonge filosoof, die ook de aard van de straffen heeft ontdekt die gevangenen tijdens hun opsluiting kregen opgelegd. ‘Ik dacht dat mensen vooral voor geweld naar een isoleercel werden gestuurd, maar in de 19e eeuw werden twee broers gestraft met droog brood en water omdat ze in de werkplaats hadden gelachen. Volgens de gevangenisregels moest je zwijgen. Dit maakte het mogelijk om de 50 gevangenen in Autun te straffen, die onder toezicht stonden van slechts drie personen: de hoofdbewaker, zijn vrouw die voor de vrouwen zorgde, en een plaatsvervanger’, aldus de jonge onderzoeker, die wijst op een ‘cultuur van gehoorzaamheid’.

Deze studie, die een mengeling is van geschiedenis en sociologie, stelt ons in staat ‘deze strafmaatschappij’ waarover de Franse filosoof Michel Foucault (bekend vanwege zijn politieke activisme in de jaren 70 en 80) sprak, te begrijpen.

Aart Sierksma

Bron: 400 graffitis étudiés et inventoriés à la prison circulaire [Meriem Souissi]

195 keer bekeken

De monumenten van Tanlay

De monumenten van Tanlay

Heb je het over Tanlay dan heb je het over het majestueuze renaissancekasteel. De gemeente ligt aan het canal de Bourgogne. Het dorp is zo’n beetje rond het kasteel gebouwd. Als je het dorp inloopt of -rijdt, zie je een indrukwekkende dubbele laan van 700 jaar oude lindebomen dat een koninklijk perspectief biedt. Deze laan leidt de bezoeker naar de poort van een van de mooiste renaissance residenties van de Bourgogne. Het kasteel is regelmatig als decor gebruikt voor verschillende historische films, zoals de beroemde Angélique, Marquise des anges of Ces Messieurs des Bois dorées.

De haven met alle bedrijvigheid

Het ook onmogelijk de 17e-eeuwse kerk Saint-Sylvestre in Tanlay over het hoofd te zien, die in de hoofdstraat staat. Het is gebouwd in 1655 en draagt op de klokkentoren de wapens van de koning, des Chabots et des Clermont-Tonnerre.

Iets verderop, een ander juweeltje, l’abbaye de Quincy. Het is een symbool van de cisterciënzer kunst in al zijn soberheid. Deze abdij werd gesticht in 1133 en maakt deel uit van de zes abdijen van Pontigny.

Maar in het dorp gaat het niet alleen om oude monumenten. Tanlay, Commissey en Saint-Vinnemer zijn drie goed samenwerkende gemeenten die volop met hun tijd meegaan. In de haven bijvoorbeeld is het altijd druk en zijn de ligplaatsen meestal bezet. Toeristen, zowel op het water als op de weg weten Tanlay tegenwoordig heel goed te vinden. Aan de ene kant van de haven liggen de boten, aan de andere kant staan de campers. Het is bijzonder goed toeven in en rond het restaurant zo bij het water. De boten op enkele meters afstand geven je de indruk dat je in een andere wereld bent aangekomen.

Guillaume heeft z’n hele hebben en houden in België achtergelaten en zich definitief op enkele meters van het kasteel gevestigd. Zijn winkel draagt de naam ‘La basse-cour’ en is een knipoog naar het Belgische bier. Tegenover zijn winkel staat Chambres d’hôtes ‘La virgule’.

Tanlay heeft ook heel wat te bieden voor sportliefhebbers met zijn golfbaan (9 holes) en zijn twee permanente circuits voor trailrunning. (Trailrunning is een duursport die bestaat uit hardlopen over onverharde paden. Meestal over een heuvelachtig terrein met grote afdalingen en stijgingen. Trailrunning lijkt wel iets op veldlopen, maar veldloopwedstrijden zijn vrijwel altijd over kortere afstanden). In juli en september worden in Tanlay twee trailrunning wedstrijden georganiseerd en die zijn een begrip in de kleine wereld van deze sport.

Bezoek aan het kasteel

Het kasteel van Tanlay, dat tijdens de godsdienstoorlogen (1552-1598) in bezit was van de familie Admiraal de Coligny, werd voltooid door Michel Particelli d’Hemery en kwam aan het eind van de 17e eeuw in handen van de Markies de Tanlay. Het bouwwerk is beroemd om zijn trompe-l’oeil galerij, maar ook om de fresco’s in de Liga-toren, zijn imposante slotgracht, zijn stallen en het Nymphaeum. (Een nymphaeum (Oudgrieks Νυμφαῖον) is, in de Griekse en Romeinse oudheid, een monument gewijd aan de nimfen, in het bijzonder de bronnimfen. Deze monumenten waren oorspronkelijk kleine grotten, door tradities aangewezen als de woonplaats van de lokale nimfen. Soms werden ze zo ingericht dat ze voorzien konden worden van een waterbron. Vervolgens begonnen kunstmatige grotjes de plaats in te nemen van de natuurlijke).

Een bezoek is zeer de moeite waard. Het is voor het publiek geopend op maandag, woensdag, donderdag en vrijdag van 10.00 tot 12.30 uur en van 14.00 tot 18.00 uur; op zaterdag en zondag van 10.00 tot 18.00 uur.

Aart Sierksma

Bron: Tanlay et ses vieilles pierres

408 keer bekeken

l’Escargot morvandiau

In februari 2014 is Martine Belin een slakkenkwekerij begonnen. In zeven jaar heeft haar slakkenkwekerij in Barnay een behoorlijke groei doorgemaakt. Zij legt uit hoe de ontwikkeling van de Escargot Morvandiau, de naam van haar boerderij, zich in de eerste drie jaar heeft voltrokken.

Martine Belin is begonnen met een oppervlakte van 200 m². ‘Destijds was het de bedoeling om eens te kijken of zo’n kwekerij levensvatbaar zou kunnen zijn’. Dit bleek al snel erg succesvol en een jaar later werd de oppervlakte vergroot tot 400 m². Sinds 2016 worden de slakken gehouden op een oppervlakte van 600 m².

In 2018 heeft Martine Belin een belangrijke stap voorwaarts gezet met de bouw van haar eigen verwerkingsfabriek. ‘Vroeger moest ik naar Besançon en Louhans reizen voor de verwerking. Het hebben van een eigen werkplaats was een enorm voordeel voor mijn middelgrote bedrijf’, vertelt de slakkenkweker. ‘Als je in je eentje zo’n bedrijf wilt runnen, is een kwekerij met een oppervlakte van 600 m² voor een jaarlijkse productie van 200.000 slakken voldoende. Vanaf nu heb ik geen ontwikkelingsprojecten meer op de agenda staan. Het belangrijkste is om mijn bedrijf, met alle activiteiten die daarbij horen, voort te zetten.’

De kweek

In 2019 heeft Martine Belin besloten om te stoppen met de kweekfase, die in haar ogen te beperkend is geworden. ‘Er zijn allerlei omstandigheden in de slakkenkweek die we niet in de hand hebben, zoals klimatologische risico’s. Voortplanting is een heel grillige fase, en daardoor een bron van extra stress. Wij lijden aanzienlijke verliezen wanneer het bijvoorbeeld slecht weer is. Dit jaar zijn zelfs de gerenommeerde kwekerijen niet in staat om babyslakken te leveren,’ legt Martine Belin uit. Zij heeft ervoor gekozen om babyslakken te kopen van verschillende kweekleveranciers. Om het hoofd te bieden aan de steeds grilliger weersomstandigheden, denkt Martine erover om over te stappen op iets anders naast haar slakkenkwekerij. ‘Met de opeenvolgende hittegolven hebben sommige kwekers veel verloren,’ legt ze uit. ‘In onze branche wordt nu gesproken om over te stappen op meer geschiktere slakken die beter tegen hitte kunnen of soorten die juist water, schaduw en koelte op prijs stellen.’ Door al deze ontwikkelingen is Martine Belin begonnen met het telen van aardperen, een plant die volgens haar aan haar verwachtingen zou voldoen.

100% lokaal

Martine Belin koopt bij verschillende leveranciers babyslakken van maximaal een week oud. Eenmaal op haar kwekerij, zorgt zij voor de kweek van de slakken door de groeicyclus van de weekdieren, die in de open lucht worden grootgebracht, dagelijks te volgen. De tweede fase is de oogst, die in september plaatsvindt. Daarna volgt de verwerking in haar eigen fabriek, dat tot januari duurt. In deze belangrijke tijd van het jaar, doet ze een beroep op twee seizoenarbeiders om haar te helpen. De productie en bereiding gebeurt uiteraard op traditionele wijze: Slakken in de schelp, in een bouillon, in een Bourgondische saus, met Vieux Marc, in eendenvet of in een slakkenmarinade zijn de voornaamste recepten die ter plaatse, op de slakkenboerderij van Barnay, worden bereid. Martine Belin verkoopt haar producten rechtstreeks vanaf de boerderij, maar ook op herfstmarkten, traditionele markten en kerstmarkten. Zij levert ook aan de horeca, waarnaar vooral in juli en augustus veel vraag is. Je kunt haar boerderij ook bezoeken.

De gegevens

Slakkenkwekerij : L’Escargot Morvandiau

Productie en bereiding van slakken

Leiding: Martine Belin

1, rue de l’Ouche de Velay

Lieu-dit ” Barnay Dessus ” – 71540 Barnay

Tel: 03 85 52 26 45 of 06 31 89 03 51

E-mail: contact@escargot-morvandiau.fr

Site : www.escargot-morvandiau.fr

Activiteiten: Kweken en verwerken van slakken, rechtstreekse verkoop op de boerderij en toeristische bezoeken, verkoop op markten en beurzen. Directe verkoop op afspraak.

L’Escargot Morvandiau heeft het label “Parc du Morvan” en het merk “Morvan Nature et Talents” gekregen. De slakken worden uitsluitend gevoed met planten die in de Morvan groeien en een supplement van granen van een regionale coöperatie.

Aart Sierksma

Bron: Sept ans après, Martine Belin croit encore en l’Escargot morvandiau [Michel Sookhoo]

560 keer bekeken

De Tour de France 2021 doorkruist de Nièvre

De Tour de France 2021 zal tijdens de 7e etappe, vrijdag 2 juli, door Fourchambault, Varennes-Vauzelles, Nevers, Saint-Benin-d’Azy, Rouy, Châtillon-en-Bazois, Château-Chinon…rijden.

Er was al een sterk vermoeden tijdens de presentatie, maar het wachten was op de officiële bekendmaking van de A.S.O. (Amaury Sport Organisation, de organisator van de Tour de France, een Frans bedrijf dat gespecialiseerd is in het organiseren van grote sportevenementen. A.S.O. is actief in het wielrennen, de auto- en motorsport, atletiek, golf en paardensport). De kogel is nu dus door de kerk. In een officieel document van de A.S.O., dat aan de departementale raad van de Cher werd aangeboden, staat het verloop van de 7de etappe van de editie 2021. De Nièvre wordt op vrijdag 2 juli over 95 km doorkruist tijdens de etappe tussen Vierzon (Cher) en Le Creusot (Saône-et-Loire), die 248 km lang is. Het is al weer elf jaar gelden dat het peloton door het departement de Nièvre trok.

Na het passeren van Foëcy, Bourges, Saint-Germain-du-Puy, Jouet-sur-l’Aubois en Cours-les-Barres in de Cher, zullen de renners de Nièvre inrijden. Ze hebben er al 87 km opzitten als ze via Fourchambault richting le Creusot gaan. Ze zullen de volgende gemeenten in de Nièvre doorkruisen:

Fourchambault, Marzy, Varennes-Vauzelles, Nevers, Saint-Éloi, Sauvigny-les-Bois, Saint-Jean-aux-Amognes, Saint-Benin-d’Azy, Billy-Chevannes, Rouy, Alluy, Châtillon-en-Bazois, Tamnay-en-Bazois, Maux, Saint-Péreuse, Dommartin, Saint-Hilaire-en-Morvan, Château-Chinon, Arleuf en Glux-en-Glenne.

Aart Sierksma

Bron: Le Tour de France 2021 passera dans la Nièvre sur 95 km : voici les communes traversées [Yannick Borde]

2344 keer bekeken

De Dionne-bron in Tonnerre

De verdere verkenning van de Dionne-bron in Tonnerre wordt bemoeilijkt door een onbekend natuurverschijnsel. Duiker Pierre-Eric Deseigne merkte afgelopen herfst tijdens een oefening dat er ergens een verstopping is, die de toegang naar beneden blokkeert. ‘Er is ongeveer drie kubieke meter rots verschoven en in het toegangspad gestort.’

De Dionne-bron is een karstbron, ook wel een resurgentie of vauclusebron genoemd. Een bron waar een rivier na een ondergrondse loop weer aan de oppervlakte komt. Dit fenomeen komt vooral voor in kalksteengebieden. Met de term karst worden alle verschijnselen bedoeld die te maken hebben met de oplossing van kalksteen in water. Het water verdwijnt eerst in de grond via kleine openingen (karstpijpen) of via dwijngaten (pertes) om via één of meer ondergrondse wegen terug aan de oppervlakte te komen. Meestal zal slechts een deel van de rivier ondergronds gaan stromen en blijft de bovengrondse loop eveneens bestaan. Soms komen daarbij de bovengrondse en ondergrondse loop na de resurgentie weer bij elkaar, zoals bij de Lesse in de Ardennen. In andere gevallen verdwijnt de bovengrondse loop volledig en blijft alleen een droge vallei over.

We kunnen er niet meer doorheen

Eind september 2020 ontdekte Pierre-Eric Deseigne het. ‘Het was tijdens mijn laatste duik,’ zegt hij. ‘Ik was ter plekke met een TF1-team als onderdeel van een reportage voor de televisie. Ik had niet meer gedoken sinds november 2019. Het is waarschijnlijk gebeurd in de zomer, tijdens die lange periode van droogte. Het moet wel een soort aardverschuiving zijn geweest, een lawine van stenen, onmogelijk om daar nog door te kunnen’, vat de duiker samen. ‘De doorgang bevindt zich op een diepte van ongeveer 30 meter, terwijl we hiervoor al eens tot 79 meter zijn gekomen. De opening was zo’n 60 cm en is nu teruggebracht tot 5 cm. Dit wonderbaarlijke natuurverschijnsel is lang geleden ontdekt.’

Er moeten duiken worden georganiseerd om het gebied met de hand te ontruimen. Pierre-Eric Deseigne is van plan om eens per maand een soort estafette duik te organiseren. Ondanks deze onvoorziene gebeurtenis blijft hij, zoals gewoonlijk, optimistisch. ‘Het is natuurlijk een enorme opgave en zal de nodige tijd duren, maar naar mijn mening is het geen probleem. Ik heb trouwens alle tijd van de wereld! Het zal de exploratie van verdere dieptes vertragen en veel werk vergen, maar het gaat ons lukken. De komende duiken zullen we volledig aan het opruimen wijden. We gaan het samen doen.’

Vergunning

Na verschillende dodelijke ongelukken werd het duiken in de Dionne-bron 22 jaar geleden verboden. In 2018 heeft de voormalige burgemeester van Tonnerre, Dominique Aguilar, dit verbod opgeheven en Pierre-Eric Deseigne toestemming gegeven om de exploratie voort te zetten. Ook de nieuwe burgemeester Cédric Clech, die in mei 2020 gekozen is, heeft zijn toestemming gegeven. ‘Het is een kans voor onze gemeente. La Fosse Dionne is één van de bekendste lavoirs in de Bourgogne met bovendien een mysterieuze bron in de diepte’, legt de burgemeester uit.

Aart Sierksma

Bron: L’exploration de la Fosse Dionne à Tonnerre freinée par un phénomène inattendu [Marc Charasson]

433 keer bekeken

De menhirs van het Vauluisantbos

In het noordelijke deel van het departement kun je onverwacht oog in oog komen te staan met een van de archeologische overblijfselen in het bos van Vauluisant bij Saint-Maurice.

Vele millennia geleden zijn in de vallei van de Orvin deze dolmen, menhirs en hunebedden tijdens het neolithicum opgericht. (Het neolithicum wordt ook wel de jonge of nieuwe steentijd genoemd. Het is de prehistorische periode die ca. 11000 v.Chr. begon, en duurde tot de bronstijd. Deze periode wordt gekenmerkt door technische en sociale veranderingen. Deze kwamen voort uit de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden (sedentarisme) en aan landbouw en veeteelt deden. Zij legden voorraden aan voor slechte tijden. Men spreekt ook wel van de neolithische revolutie.)

Volksgeloof

Deze verspreid liggende stenen, voornamelijk te vinden in de bossen van Lancy enTraînel, hebben eeuwenlang allerlei populaire ideologieën gevoed. Ideologieën met duivelse invloeden en bloedige opofferingen, vooral van de Galliërs.

Ten oosten van de RD 25, tussen Saint-Maurice en La Chaume vind je de Lancy dolmen, met de menhirs eromheen. Deze dolmen zijn een van de meest opmerkelijke monumenten in de Senonais door de grootte, de staat van onderhoud en de kwaliteit voor de omgeving.

In de richting van Saint-Maurice, een paar honderd meter links en ten westen van de RD 25, langs een rotsachtig pad, kun je de overblijfselen van de twee hunebedden in het bos van de Traînel vinden. Ze zijn weliswaar ingestort doordat ze voortijdige opgegraven zijn rond 1910.

Dan heb je nog de Bertauche (of Bardauche) dolmen in het gelijknamige bos. Deze kun je vinden in de buurt van Thorigny-sur-Oreuse. Ze zijn zo’n veertig jaar geleden ontdekt door Henri Cymérys en Daniel Buthod-Ruffier.

Pas-Dieu

Op de grens van Sognes en Saint-Maurice ontdekte men de legendarische menhir van Pas-Dieu, die in de 18e eeuw werd gebruikt als scheidslijn tussen de domeinen Villeneuve, Trancault en Charmesseaux. Deze domeinen werden in de Middeleeuwen Heerlijkheden genoemd. De Heer van een Heerlijkheid had het dagelix gerecht over burgerlijke zaken en kleine vergrijpen in dat gebied met daaraan verbonden inkomsten (belastingen) en verplichtingen (bescherming, ordehandhaving). De Pas-Dieu dankt zijn legendarische naam aan de confrontaties tussen de demon en de schepper. De Prins van de Duisternis had God uitgedaagd: Wie van ons twee is in staat de vallei tussen Sognes en de Vignot met een sprong over te steken. De Prins van de Duisternis pochte dat hij die moeiteloos kon maken, maar hij faalde en de Goede God bereikte met een fantastische sprong het doel en drukte zijn voet op de rots die vanaf toen Pas-Dieu werd genoemd.

De megaliet bevindt zich op een rots in het Bois du Vignot, kijkend naar Sognes.

Aart Sierksma

Bron: Les coups de cœur de nos correspondants : les mégalithes de la forêt de Vauluisant

516 keer bekeken

De heksen van Chéu

Het verleden van het kleine dorp Chéu, in de Florentinois, heeft iets huiveringwekkends. Dertien eeuwen lang werd de gemeente ervan beschuldigd het hol van de duivel te zijn en door heksen te worden bevolkt.

Op het eerste gezicht lijkt het niet logisch. Het dorp Chéu ligt er vredig bij. Ver weg van het angstaanjagende verleden.

Er doen veel verhalen de ronde. Ze worden van generatie op generatie verteld: Koeien die gek worden, langdurig raadselachtig geschreeuw in de nacht, jonge vrouwen die letterlijk bezeten zijn, schapen die met elkaar vechten, kinderen die op mysterieuze wijze sterven… Tussen de 6e en 19e eeuw was Chéu het toneel van een echte heksenjacht die duurde tot 1829. In dat jaar werd het dorp verwoest en ‘gezuiverd’ door een enorme brand. Bijna tweehonderd jaar later hangt de schaduw van de legende nog steeds over het dorp.

Er is echter niets dat ons doet herinneren aan die woelige tijden. Geen monument, niets. Alleen in het archief van de gemeente en in de bibliotheek van Saint-Florentin kun je wat documenten vinden over deze heksenverhalen.

De reputatie van Chéu was zo rampzalig dat zowel de kerk als het Parlement van Parijs gealarmeerd werd. Om het kwaad te bestrijden werden vanaf 1691 allerlei maatregelen getroffen: kruisbeelden plaatsen, dode kraaien aan deuren hangen en zelfs brandstapels oprichten om vrouwen te doden die heksen zouden zijn. Ook de ‘koud water beproeving’ (het proces bij de rivier) werd in ere hersteld. Iedereen die verdacht werd van hekserij werd in het water gegooid: als het lichaam zonk, werd het door God ontvangen en was hij of zij dus onschuldig. Als het lichaam bleef drijven was dat het bewijs dat de verdachte schuldig was. Maar veel inwoners van Chéu wisten hoe ze moesten zwemmen en wisten om deze manier te ontkomen. De autoriteiten verklaarden dit als een truc van de duivel.

Montesquieu meldt dat de meeste van de van hekserij beschuldigde vrouwen oud, kwetsbaar en zelfs skeletachtig waren, omdat ze in de marge van de samenleving leefden. Ze hadden daarom de neiging om te blijven drijven. Deze test werd al toegepast in Mesopotamië, waar ze dit ‘het oordeel van de rivier’ noemden.

Een radicalere aanpak

Vanaf dat moment koos de overheid voor een andere aanpak. De verdachte werd nu vastgebonden voordat hij in het water werd gegooid. Deze aanpak had meer resultaat: ofwel hij verdronk, wat een teken was dat hij een goed christen was en een herinnering aan God. Of hij zou naar boven komen, wat betekende dat hij door God werd afgewezen en dus schuldig was. De verdachte werd daarna opgehangen en verbrand. Er wordt geschat dat in Chéu tientallen mannen, vrouwen en kinderen op deze manier zijn gedood.

Het was nogal vreselijk, maar het was meer uit onwetendheid dan uit boosheid. Chéu was een naar binnen gekeerd dorp. Als iemand vandaag de dag koorts heeft, neemt men aan dat hij ziek is. Vroeger werd je dan al snel als heks beschouwd. Ik ben er niet trots op, maar dat is onze geschiedenis. Het komt regelmatig voor dat mensen willen weten wat er hier vroeger speelde. Ik vertel deze legende dan met plezier en besluit mijn verhaal altijd met de zin: En in 1829 werd ons dorp gezuiverd,’ aldus burgemeester Maurice Henriot.

Dit legendarische verhaal zou mettertijd paradoxaal genoeg een echte toeristische trekpleister voor Chéu kunnen worden. De heksen hebben waarschijnlijk hun laatste woord nog niet gezegd…

Sinds 2009 wordt elk laatste weekend van september de heksendag georganiseerd. Het zal dit jaar niet plaatsvinden, vanwege de gezondheidscrisis.

Aart Sierksma

Bron: L’ombre des sorcières de Chéu [Nicolas Ruiz]

560 keer bekeken