Foodtrucks overspoelen de Nièvre

Mobiele restaurants met pizza’s, traditionele gerechten, hamburgers, de Indiase keuken. Je ziet ze tegenwoordig overal en in allerlei stijlen:

  • camion-cantine
  • food truck
  • baraque à frites
  • camion gourmand
  • restaurant ambulant
  • camion restaurant
  • camion-bar

Ze veranderen de relatie met restaurants doordat ze hun klanten in dorpen, op campings en in de buurt van drukke plaatsen in de stad opzoeken. Er is duidelijk behoefte aan, gezien de schare trouwe klanten.

Een paar jaar geleden kondigden verschillende nationale kranten het einde van deze rondreizende restaurants aan: Binnenkort het einde van foodtrucks? De foodtrucks op hun retour? Foodtrucks: geen blijvertje. In de Nièvre is dat niet zo. Integendeel, het recept werkt goed.

Op dit moment zijn er ongeveer vijftien ambulante restaurants in het departement, waaronder vijf of zes die iets anders doen dan pizza’s verkopen. De meest in het oog springende is ongetwijfeld Rajasthan, in Nevers. Een foodtruck met Indiase en Pakistaanse gerechten die al vijf jaar bestaat en wordt geprezen door de Nivernais. Baljinder Singh, de baas, had het idee om, als eerste in Europa, een Indiase foodtruck te openen. “Ze bestaan zelfs niet in Engeland, waar een grote Indiase gemeenschap is”. Singh heeft vrienden die een Indiaas restaurant hebben. “Mensen durfden niet binnen te komen omdat ze dachten dat ons voedsel te pittig was”. Toen bedacht hij het restaurant op wielen. Dat zou de mensen over de streep kunnen trekken. “De heerlijke geur van ons eten maakt passanten nieuwsgierig. Je kunt bij ons iets proeven voordat je een grotere bestelling doet”.

Het begin was trouwens niet eenvoudig. Hij moest zes maanden tot een jaar wachten voordat hij toestemming kreeg van de gemeente Nevers om zich te vestigen. Ondertussen zijn ze alle dagen actief. Zaterdagochtend op de Carnot-markt in Nevers, zondagochtend op de Fourchambault-markt en door de week zijn ze te vinden tegenover de ‘Isat’ (technische school, op weg naar Coulanges-lès-Nevers). Baljinder Singh en zijn werknemers hebben een druk bestaan. “Zelfs wanneer we in Pougues of Guérigny zijn, bijvoorbeeld bij speciale evenementen, komen mensen uit Nevers naar ons toe.”

Bron: Food trucks : la sauce a pris dans la Nièvre [Jenny Pierre]

 

Asbest

Sinds 1997 is het gebruik van asbest in de bouw in Frankrijk verboden. Voor alle gebouwen, dus ook woningen, gebouwd vóór 1 juli 1997, is een diagnose van de aanwezigheid van asbest verplicht en moet een asbest technisch dossier (Dossier Technique Amiante DTA) worden opgesteld.

Voor wie geldt dit?

Er bestaan verschillende juridische documenten met betrekking tot de aanwezigheid van asbest: DTA, maar ook DAPP (Dossier amiante des parties privatives). Welke van de twee moet je nu kiezen en voor wie gelden welke regels? We vragen uitleg aan Olivier Guinot, vastgoeddeskundige bij Veritas. Veritas is één van de vele bedrijven met veel expertise op dit gebied.

Het DTA

Olivier Guinot: “Het asbest-technisch dossier (DTA) is verplicht voor bouwwerken die vóór 1 juli 1997 zijn neergezet. Dit is een visuele controle op zichtbare materialen en moet om de drie jaar worden bijgewerkt. Als er dus kwetsbare materialen aanwezig zijn zoals systeemplafonds, isolatiemateriaal of asbestvezelplaten en er is niets aan veranderd, dan is het nodig om iedere drie jaar een controle te laten uitvoeren. Is er wel sprake van een verandering of verslechtering dan volgt er een uitgebreid onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de hoeveelheid stofdeeltjes in de atmosfeer. Als het toegestane percentage van vezels in de atmosfeer wordt overschreden, wordt de verwijdering van de materialen gevraagd. Voor niet-kwetsbare materialen kennen we alleen aanbevelingen en geen verplichtingen. De klant kan een periodieke zelfcontrole uitvoeren en zijn DTA opwaarderen.”

Openbare gebouwen die geen periodieke verplichtingen hebben voor kwetsbaar materiaal, hebben tot 2022 de tijd om alles bij te werken.

In geval van overdracht van onroerend goed, moet de update vóór de overdracht worden gedaan.

Voor particulieren is de DTA niet verplicht zolang ze in hun eigendom wonen. Als ze hun huis te koop willen aanbieden, hebben ze er een nodig. Als het een appartement in een gebouw is, maakt de DTA plaats voor het DAPP.

Het DAPP

 

Vanaf 1 januari 2013 is het DAPP verplicht voor elk woonappartement waarvan de bouwvergunning dateert van vóór 1 juli 1997. De eigenaren moeten in bezit zijn van zo’n dossier, ongeacht of het te koop wordt aangeboden, wordt verhuurd of in aanbouw is.

Als het rapport concludeert dat er geen asbest is, is de DAPP levenslang geldig. Als asbest wordt ontdekt, moet er om de drie jaar een controle worden uitgevoerd.

Als de woning wordt verhuurd, moet de DAPP beschikbaar worden gesteld aan de huurder.

Opgelet. Het is niet geldig voor een verkoop. In dat geval is een uitvoerige asbestdiagnose vereist.

Diagnose vóór verbouw of sloop

Om ervoor te zorgen dat mensen die op een bouwplaats werken niet worden blootgesteld aan asbeststof, moeten eigenaren van gebouwen die vóór 1997 zijn gebouwd, een diagnose stellen vóór de verbouwing of vóór de sloop.

Als in het dossier staat dat het gaat om zichtbare, direct toegankelijke materialen, moet een diagnose voorafgaande aan de verbouwing of sloop grondiger zijn, met voorbeelden en analyses van alle materialen die aanwezig zijn. Afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van asbest en de verschillende soorten materialen (kwetsbaar of niet), zullen beschermingsmaatregelen worden opgelegd. Wat er ook gebeurt, beschermende uitrusting is verplicht voor de werknemers en alle werknemers moeten gekwalificeerd zijn.

Aart Sierksma

Bron: Présence d’amiante dans les bâtiments : votre logement est-il concerné par les diagnostics? [Catherine Lambertini]

 

Een nieuwe boerderij met scharrelvarkens

François Breugnot is de eigenaar van de nieuwe varkenshouderij onder de merknaam ‘Porc plein air du Morvan’, in het gehucht Les Gravillots bij Château-Chinon.

Een nieuwe manier van varkenshouden

Als aanvulling op het fokken van melkvee, de hoofdactiviteit van de boeren in de Morvan, is het Regionaal Natuurpark van de Morvan(PNRM) in 2017 de oprichting  van een varkenshouderij gestart in het kader van het ontwerp-handvest ‘Morvan 2035’.

“De landbouwcommissie van het PNRM heeft een plan opgesteld om de fokregels te definiëren die moeten worden gerespecteerd om te kunnen profiteren van het merk  ‘Porc plein air du Morvan’ en het bijbehorende logo,” verklaarde Sylvain Mathieu, president van de PNRM, bij de officiële opening van de nieuwe varkensboerderij van François Breugnot.

Het idee om een varkenshouderij te starten viel direct in goede aarde bij François Breugnot. Vroeger waren er ook varkensboerderijen in de Morvan. Zijn vader en vooral zijn grootvader fokten al varkens in dit gebied. “Zonder deze kwaliteitsbenadering zou ik niet bij dit nieuwe project betrokken zijn”, zegt François Breugnot. “Deze varkenshouderij komt bovenop de fokkerij van melkvee in Blismes, waar ik al langere tijd mee bezig ben. Ook daar probeer ik dieren te fokken met een kwaliteitskenmerk.”

Met deze nieuwe fokkerij ziet François Breugnot belangrijke nieuwe mogelijkheden. “Het betekent niet veel extra werk, hooguit 10 minuten per dag, maar biedt vooral kansen om landerijen die niet of nauwelijks exploitabel zijn te gebruiken”.

Scharrelvarkens verplaatsen en voeden zich op steile, beboste gronden. Zij voelen zich erg thuis op onontgonnen terreinen. “Varkens krijgen op die terreinen meer lichaamsbeweging dat ook weer bijdraagt aan de kwaliteit van het vlees”, voegt François Breugnot eraan toe. Elke ochtend wandelt Karine Breugnot langs de omheining om de staat van de hekken te controleren. “Het is waar, het terrein is moeilijk begaanbaar, maar het is zo leuk om de varkens naar me toe te zien komen….”, bevestigt Karine.

Vierde varkensboerderij

En natuurlijk is er een economisch motief. François Breugnot wordt bijgestaan door het bedrijf Philicot, dat technische ondersteuning geeft, de hele administratie verzorgd en zorgt voor de aanvoer van biggen en voer (geen genetisch gemanipuleerde organismen of genetisch gemodificeerde organismen (GMO), maar lokale produkten). Vervolgens zorgen zij ervoor dat de vetgemeste varkens in het slachthuis van Autun terechtkomen.

De boerderij van François Breugnot is de vierde in de rij en er komen er binnenkort nog vier bij. Elke boer ontvangt twee partijen van vijfenveertig biggen per jaar en heeft dan vijf maanden de tijd om ze vet te mesten. De acht fokkers mogen vijftien varkens per week naar het slachthuis brengen. “De fokker weet dat hij een minimum bedrag van € 25 krijgt, dat kan oplopen naar 30 of 40 euro, afhankelijk van het seizoen”, zegt een vertegenwoordiger van het bedrijf Philicot.

Vervolgens wordt het vlees op de markt gebracht door de leden van de ‘Association Jambon du Morvan’ en door de stichting ‘Saveurs de Bourgogne’ van Dussert in Arleuf.

Eerste hammen in 2020

De Jambon du Morvan-vereniging, een bevoorrechte partner van deze sector, heeft zichzelf verschillende opdrachten gegeven. “We zullen hard werken om van deze Morvan-ham een kwaliteitsproduct te maken”, zegt Arnaud Sabatier, voorzitter van de vereniging. “De eerste hammen zijn in 2020 te koop, maar in de tussentijd kunnen we volgend jaar al genieten van het varkensvlees op de lokale markten.”

Aart Sierskma

Bron: Un nouvel élevage de porc en plein air voit le jour à Château-Chinon Campagne

 

Bibracte: “Wie vermoordde Senaos?”

Het museum van Bibracte organiseert tijdens de schoolvakanties een ‘Cluedomus’, een onderzoeksprogramma met als doel te ontdekken wie Senaos heeft gedood, de Edueanse eigenaar van het Romeinse huis op de Mont Beuvray. (De Edueans, ook wel Heduens genoemd, waren Galliërs die zich gevestigd hadden in de departementen Nièvre en Saône-et-Loire. Bibracte was hun hoofdstad). Het onderzoeksprogramma is een spel voor jong en oud dat helpt om meer te weten te komen over de geschiedenis en de beschaving van de oudheid in Bibracte.

We zijn in het jaar nul, de stralende zon verlicht de Mont Beuvray. Senaos organiseert een feestmaal ter ere van de voltooiing van zijn huis, een ruime Romeinse villa van 3.500 m² in Pompeï-stijl.

De eerste gasten arriveren en ontdekken zijn levenloze lichaam bij de ingang. Wie heeft deze rijke Eduean kunnen vermoorden, een overtuigd aanhanger van de beschaving van de Romeinse bezettingsmacht? Negen personages en evenzoveel wapens zijn betrokken bij deze misdaad en moeten worden onderzocht.

Een puzzel verspreid over 32 kamers

De moord op Senaos is het thema van ‘Cluedomus’, een spel dat op de komende maandagmiddagen gespeeld kan worden en geschikt is voor gezinnen, grootouders, ouders en kinderen. De opdracht is om de schuldige te ontdekken en met welk wapen hij zijn misdaad heeft gepleegd. De deelnemers worden verdeeld in teams van twee en de puzzels moeten gezocht worden in de 32 kamers van het huis. Om antwoorden te vinden, moet je goed de aanwijzingen op de informatieborden van het museum volgen. Iedere ontdekking moet je aan Claire, de spelleidster, melden. Zij vertelt je of je antwoord goed of fout is.

Ieder team heeft een lijst waarop ze een verdachte en een wapen kunnen afvinken. Uiteindelijk zullen de slimsten het raadsel als eerste hebben opgelost door de moordenaar en het moordwapen aan te wijzen. Tegelijkertijd hebben ze iets meer  geleerd over de geschiedenis van Bibracte, dat nog steeds niet al zijn geheimen heeft prijs gegeven.

Kortom: Ga terug naar het begin van onze jaartelling en maak als detectives twee spannende uren door, als in ‘La Tête et Les Jambes’.

(La Tête et les Jambes was een Franse spelshow die van oktober 1960 tot 1966 op de televisie te zien was. Heel Frankrijk zat gekluisterd aan de beeldbuis. Volgens schattingen keken 3 tot 4 miljoen mensen naar dit programma).

Info: Tijdens de schoolvakanties in het voorjaar, de zomer en Allerheiligen: elke maandag om 14.15 uur Duur: 2 uur. Reserveren verplicht op 03.85.86.52.40.

Aart Sierksma

Bron : Bibracte : “qui a tué Senaos”, propriétaire de la maison romaine ? [Guy Lhenry]

Vertaalcursus

Een zonnepark van 116 hectare

Een project van honderdzestien hectare aan zonnepanelen is in ontwikkeling in Thaix. Twee particuliere projectontwikkelaars werken op dit moment aan dit project in deze gemeente met vierenvijftig inwoners.

De gemeenschappelijke raad ‘Bazois-Loire-Morvan’ heeft er nog niet intern over gesproken, maar is op voorhand niet tegen de goedkeuring van het project.

Dit project is trouwens niet het eerste in zijn soort in de Nièvre. Het park Verneuil-Charrin is al in productie vanaf 2017. Met bijna 380.000 panelen is dit één van de grootste in Frankrijk. Het is aangelegd door Photosol en is verantwoordelijk voor 40% van de productie van Photosol-parken in de Nièvre en de Allier.

Sinds de ingebruikname heeft dit park jaarlijks vijftig miljoen gigawattuur (of 50.000.000 kWh)* geproduceerd. “De centrales van dit park worden nog verder aangepast en verbeterd om de prestaties te verhogen”, zegt Johnny Randoux, verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud van het project van de groep Photosol. “De geproduceerde energie wordt automatisch overgebracht naar het EDF-netwerk.”

Het park in cijfers

– 377.900 panelen.

– 43 MWp* (megawatt-piek) vermogen.

– 50 gigawattuur jaarlijkse voorspelde opbrengst. Dat is gelijk aan het energieverbruik van 38.400 mensen.

– een CO2-besparing van 4.200 ton per jaar.

– 69 hectare verdeeld in vier zones. Drie op het grondgebied van Verneuil (70% van het park) en één in de gemeente Charrin (30%).

Financiële voordelen

Naast de financiële voordelen bedraagt de winst € 300.000. € 250.000 komt rechtstreeks ten goede aan het departement (50%) en aan de twee gemeenschappelijke raden ‘Sud Nivernais’ (dat is verbonden met de gemeente Verneuil) en ‘Bazois Loire Morvan’ (waar Charrin onder valt). De twee gemeenten zelf ontvangen niets. De resterende € 50.000 is voor de bedrijven.

Photosol zonneparken bij de buren

In de Allier:

  • Yzeure, 5 MWp* aan vermogen, 44.000 panelen
  • Gennetines, 12 MWp* en 141.000 panelen
  • Diou, 12 MWp* en 133.000 panelen
  • Bessay, 12 MWp* (in aanbouw)
  • Domérat, 5 MWp* en 43.900 panelen

In de Yonne:

  • Méré, 5 MWp* (in aanbouw).
Werkgelegenheid

Er zijn voor het project Verneuil-Charrin 72 tijdelijke contracten uitgegeven en 20 voor de bouw van het park in Yzeure. Op dit moment werken er vier personen met een vast contract.

Aart Sierksma

Bron : ‘Un projet photovoltaïque de 116 hectares dans une petite commune du sud de la Nièvre’ en ‘Parc photovoltaïque de Verneuil/Charrin : plus de 31 millions de kilowattheures produits en huit mois’ [Jean-François Perret]

*Wat betekenen Wp en kWh?

 

Wp is de maximale hoeveelheid stroom die per seconde door de zonnepanelen kan worden opgewekt. kWh is de hoeveelheid stroom die is opgewekt in een bepaalde periode. Wp geeft het vermogen van het zonnepaneel aan, kWh de opbrengst. Wp is wat op de doos van de zonnepanelen staat, kWh staat op de elektriciteitsmeter. Je kunt het vergelijken met de maximale snelheid van een auto (Wp) en de gereden afstand in een bepaalde periode (kWh). Dat een auto 200 km/ uur kan, wil nog niet zeggen dat je er na een uur ook 200 km mee gereden hebt. Verschillende omstandigheden zorgen er voor dat de max maar zelden (of nooit) bereikt wordt. Bij zonnepanelen is het niet anders; er zijn verschillende omstandigheden die er voor zorgen dat de zonnepanelen niet continu hun volledige vermogen benutten. (www.opdezon.nl)

Verschillende stations in de Nièvre raken hun loket kwijt

De loketten van de stations van Luzy en Cercy-la-Tour zijn gesloten sinds 1 januari. Die van Decize en Clamecy zouden op korte termijn moeten sluiten. Deze beslissingen staan in het verdrag ‘TER 2018-2025’ volgens de ‘FNAUT’ (la Fédération nationale des associations d’usagers des transports). De FNAUT is een federatie die vergelijkbaar is met de reizigersvereniging Rover in Nederland.

Dertig stations

Er zijn op dit moment nog dertig stations in de Nièvre. De meeste zijn al niet meer uitgerust met een loket of een kaartautomaat. Sommige hebben alleen een toegangspoortje, andere hebben nog wel een zelfbedieningsautomaat en een verkooppunt met een informatiebalie.

Vijf stations hebben de beschikking over een loket en een kaartautomaat: Cosne-Cours-sur-Loire, Vézelay, La Charité-sur-Loire, Nevers en Decize. Drie stations hebben alleen nog een kaartautomaat: Fourchamboult, Imphy en Saincaize-Meauce. Op alle andere stations is het niet meer mogelijk om een kaartje te kopen.

In het hele departement Bourgogne-Franche-Comté gaat het om twintig stations waar de loketten gesloten worden. Cédric Journeau, regionaal president van de FNAUT: “De SNCF rechtvaardigt de sluitingen met twee argumenten. De loketten die nog open zijn op de kleine stations hebben te weinig klandizie om rendabel te zijn en de reserveringen via internet worden steeds belangrijker. Het directe gevolg van deze beslissing is dat mensen geen keuze meer hebben en verplicht worden om hun kaartjes via internet aan te schaffen. Eventueel zouden ze nog vooraf naar het dichtstbijzijnde loket kunnen reizen om daar hun kaartje te kopen.”

In Cercy-la-Tour en Luzy zijn er sinds 1 januari geen loketten meer open, maar er zijn ondertussen wel alternatieven bedacht. Beide stations hebben nu toegangspoortjes en bij het ‘Maison de services au public’ (MSAP) in Cercy-la-Tour en bij het ‘Maison de la Presse” in Luzy kunnen kaartjes gekocht worden.

Wat te doen

De FNAULT stelt voor om de taken van de conducteurs uit te breiden. Naast de veiligheid van de passagiers en het beheer van vertrek en aankomst, zouden de conducteurs ook de kaartverkoop op de kleine stations op zich kunnen nemen. “Ik ben ervan overtuigd dat zij bereid zijn om reizigers een kaartje te verkopen in de trein,” denkt Cedric Journeau.

Aart Sierksma

Bron: Plusieurs gares dans la Nièvre pourraient perdre leur guichet d’ici à 2025 [Simon Bolle]

Harry Verstappen: eerbetoon aan de mannen van Mhère

Om nooit meer te vergeten. 

Dit boekwerk van meer dan 300 pagina’s werd geschonken door Harry Verstappen aan de gemeente Mhère en aan de ‘Union Française des Associations de Combattants et des victimes de guerre (U.F.A.C.).

Een herdenkingsboek geschreven en uitgegeven door hemzelf, getiteld ‘Hommage aux hommes de Mhère, morts pour la France’. Van elke naam, vermeld op het monument, beschrijft Verstappen de identiteit, de familielijn, persoonlijke eigenschappen en een zeer gedetailleerde militaire geschiedenis vanaf het moment van in dienst gaan tot het moment van sterven. Foto’s van graven, soms van massagraven, reproducties van stafkaarten en gevechtsrapporten maken deze verhalen compleet.

Geschiedenis, lijden

Op het monument voor de doden van 1914 tot 1919 in Mhère zie je de namen van vijfenvijftig soldaten, die zijn omgekomen of verdwenen. Harry Verstappen, een Nederlander die sinds 2006 permanent in de Nièvre woont, was verrast door de jaarlijkse samenkomst van de bevolking voor het oorlogsmonument op 11 november. “Elke 11 november stelde ik mezelf de vraag: wie waren deze jongens en mannen? Wat weten we over hun geschiedenis, hun lijden, hun pijn en hun inspanningen?”

In het voorwoord wijst hij erop dat Nederland tijdens de eerste wereldoorlog neutraal was en dat hij, vanaf het moment dat hij zich definitief in Mhère gevestigd had, elk jaar op 11 november aanwezig was “om de mannen van het dorp die vermist, gedood of gestorven waren te eren.”

Harry Verstappen was politie-inspecteur in Nederland. Drie jaar lang zocht hij vastberaden op internet, in de archieven van de Nièvre en van het Ministerie van Defensie, op sites voor genealogie zoals het ‘Memorial Gen Web’ en in de archieven van Mhère. “De Franse overheid heeft hard gewerkt om de archieven openbaar te maken. Veel documenten zijn gedigitaliseerd en online beschikbaar.”

Slapeloze nachten

Hij kreeg veel informatie op een internetforum waar liefhebbers, zoals hij, informatie uitwisselen. Hij kon zelfs informatie bemachtigen over de organisatie van het Franse leger met foto’s van graven en ossuaria (knekelhuizen). Zelf voegde hij foto’s toe, die hij onderweg maakte wanneer hij naar Nederland reisde. Hij moet lachen als hij terugdenkt aan al die nachten zonder slaap. “Drie jaar lang heb ik allerlei informatie verzameld: van de burgerlijke stand, van de mobilisatie, inschrijvingen, werving, instructieopdrachten, medailles, gevechtskaarten, omgekomen soldaten, begrafenisplaatsen.”

Harry Verstappen heeft ook enkele fouten bij het dodenmonument achterhaald: verkeerd gespelde achternaam, omkering van voor- en achternaam, dubbele vermelding op een monument van een naburige gemeente. Maar ook ontdekte hij fouten en onnauwkeurigheden in citaten en arresten van de rechtbanken van Clamecy en Château-Chinon.

Een andere kijk op de oorlog

“Ik ben gegrepen door het verhaal van een jongeman van 18 jaar, die stierf tijdens een bombardement en nooit een graf heeft gekregen. Dit onderzoek heeft ertoe geleid dat ik een ander beeld van de oorlog heb gekregen. In ieder geval anders dan in de boeken staat beschreven. Ik vond geen enkele erkenning in de dood van deze soldaten. Ik ben geen antimilitarist, omdat ik zelf in het leger heb gediend, maar bepaalde bevelen van de generaals waren puur gekkenwerk. Bijvoorbeeld die van nooit terugtrekken en die van opeenvolgende aanvallen met dezelfde resultaten van mislukking”.

Feiten

Wie waren deze vijfenvijftig mannen? De compilatie van de gegevens verzameld door Harry Verstappen levert veel verduidelijkingen op. Het waren allemaal infanteristen of artilleristen van 19 tot 44 jaar oud. Zestig procent was jonger dan 30 toen ze stierven en zeven procent was 40 jaar of ouder. Er waren negen onderofficieren, sergeanten of korporaals, maar geen officieren. Achtenveertig gesneuvelden zijn geboren in de Nièvre, drieëndertig woonden in de gemeente Mhère. Er waren vierenveertig boeren of landarbeiders. Tweeëntwintig procent wordt als vermist beschouwd. De meeste gehuchten hebben wel een man verloren in deze oorlog.

Het boek is verkrijgbaar bij het gemeentehuis

De beroemde zinsnede uit ‘Je me souviens de ceux de 14’ van Maurice Genevoix (luitenant en romancier): ‘Ce que nous avons fait, c’est plus qu’on ne pouvait demander à des hommes et nous l’avons fait’.

Aart Sierksma

Bron : Harry Verstappen l’a remis, dimanche, à la municipalité et à l’association des Anciens combattants [Jean Sarcinella]

 

Een plantaardige foie gras

Elsa Sallenave en Arun Mehrbakhsh hebben een originele creatie met plantaardige vetten in de verkoop. Een alternatief voor ganzenlever, dat veel gegeten wordt met kerst en oud- en nieuw in Frankrijk.

Het ziet eruit als een foie gras en heeft de smaak (of bijna) van foie gras, maar bevat geen dierlijke producten. “Dit is de ‘Joie Gras’, een plantaardige ganzenlever zonder lever en zonder gans”, zeggen Elsa en Arun.

Het jonge stel, onlangs aangekomen in Puisaye, bereidt en verkoopt dit originele product, onder toezicht van de vereniging ‘Le Pas de côté’. Deze club promoot alternatieve vormen van consumptie, zoals biologische en lokale producten en allerlei voedingsmiddelen voor de vegetarische keuken.

Een geschenk uit de hemel

“We hebben twee maanden geleden onze banen en onze vorige manier van leven in de regio Parijs achter ons gelaten om ons te vestigen in Louesme, in de buurt van Champignelles”, legt Elsa uit. “We willen graag ons brood gaan verdienen met alternatieve voeding. De ‘Joie Gras’ bood ons deze mogelijkheid. Je kunt wel zeggen dat dit alternatief voor de ganzenlever als een geschenk uit de hemel is komen vallen.”

Elsa en Arun hebben het recept van twee vrienden overgenomen. Thomas en Youssef verkochten de afgelopen jaren de ‘Joie Gras’ op de markten in de omgeving, maar zijn inmiddels iets anders gaan doen. Elsa en Arun houden de naam ‘Yoyo Toto’ op de verpakking als eerbetoon aan de twee ontdekkers.

Het precieze recept blijft een fabrieksgeheim, maar Elsa en Arun zijn wel bereid om de belangrijkste ingrediënten prijs te geven: witte miso (gefermenteerde sojapasta), amandelpuree en geraffineerd kokosolievet (dat ganzenvet imiteert). “Alle ingrediënten zijn biologisch, maar niet noodzakelijk lokaal. Je kunt deze producten namelijk niet hier in de buurt krijgen”, zegt Arun.

Elsa en Arun, zelf flexitariërs, willen “veganisten en vegetariërs laten genieten van het traditionele vet van het einde van het jaar”. Ze hopen ook, indirect, de dwangvoeding te verminderen en het dierenwelzijn te verbeteren. Hun wens?? “Dat alle eenden en ganzen een gelukkig leven mogen leiden.”

Aart Sierksma

Bron: Un foie gras végétal fabriqué en Puisaye, pour les vegans et les végétariens [Olivier Richard]

Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

 

 

game

Hoe games helpen bij het leren van een vreemde taal

Vertaald uit FR naar NL

In Frankrijk gebruiken leraren het educatieve potentieel van videogames om hun leerlingen te verrassen en te motiveren bij het leren van vreemde talen, zoals ze aan de andere kant van de Atlantische Oceaan al veel langer doen. Games in de originele versie hebben een positieve invloed op leren, sterker dan films of tv-series.
In de Verenigde Staten gebruiken taaldocenten al veel langer videogames als leermiddel. Het cliché, dat het gebruik van games een afstompende, geestdodende activiteit zou zijn, is daar inmiddels een gepasseerd station.
“In de klas staat mijn spelcomputer en ik vraag vrijwilligers om ‘Assassin’s Creed’ te spelen. De andere studenten doen mee door instructies in het Italiaans te geven,” zegt Simone Bregni, docent Italiaans aan de universiteit van St. Louis, Missouri.

Betere resultaten
“Ik begin altijd met de klassieke leermethode en breid dat daarna uit, door videogames te gebruiken. Zo krijgt het geleerde een extra verdieping”, zegt Simone Bregni, zelf een gamer. Volgens hem krijgen zijn studenten 10% hogere resultaten als ze deze tool gebruiken. “Met deze methode kan ik bijvoorbeeld al in de eerste weken van een intensieve taalcursus de gebiedende wijs aanleren.”
“In Europa begonnen traditionele gamers te spelen toen er nog geen vertaling in hun taal was”, zegt Laura Gutierrez, tolk en oprichter van een bedrijf voor het vertalen van videogames. “Jump, start, game over … Jongeren zijn al heel lang vertrouwd met het Engels. Ze hebben natuurlijk niet zitten wachten totdat videogames in de klas verschijnen.”

Lees meer