Een dagje meelopen met een postbode in Nevers

We volgen een hele ochtend een postbode van La Poste in Nevers, voor en tijdens haar ronde. Haar taak bestaat niet alleen uit brieven in brievenbussen stoppen.

Nathalie werkt al twintig jaar bij La Poste, eerst aan het loket, de laatste twee jaar als postbezorgster. Van 8.25 uur tot 13.15 uur rijdt ze op haar elektrische fiets 22 kilometer door Nevers tot in Coulanges.

06.00 uur

De dag begint met een algemene sortering van postpakketten en brieven. Vervolgens regelt ze de rondes van de andere postmedewerkers voordat ze die van haarzelf voorbereidt. Gemiddeld moeten 650 klanten dagelijks van post worden voorzien, maar de helft ontvangt de post niet iedere dag.
Na ongeveer een uur sorteren keert elke medewerker terug naar zijn eigen postvak. Nathalie heeft postvak QL6. De postvakken staan verticaal opgesteld om rugklachten te voorkomen. ‘De sortering vereist behendigheid en de voorbereiding op je ronde vereist een goed geheugen,’ zegt Nathalie. Je moet je route en de straatnamen goed opnemen. Vandaag zal ze in zestien straten de post bezorgen.

08.00 uur

Nathalie legt alle post in de juiste volgorde. Daarna maakt ze er bundels van die ze in de vier tassen van haar elektrische fiets stopt. Ze doet haar veiligheidsschoenen aan, zet haar helm op, de fiets is helemaal opgeladen, de ronde kan beginnen na een korte vergadering van tien minuten. Het is 8.25 uur.
Ze zegt, met een glimlach op haar gezicht, dat ze van haar werk houdt en vindt dat ook een voorwaarde om het goed te doen. ‘Het is gezellig en ik voel me nuttig. Ik hou van contact maken met de mensen. Vaak komen mensen naar de deur om me te begroeten en on de post in ontvangst te nemen.’ Een van de bewoners riep: ‘Je moet aardig voor haar zijn hoor. Ze doet haar werk heel goed!’

Sommige straten zijn niet bereikbaar met de auto en andere hebben weer éénrichtsverkeer. Soms heeft Nathalie geen andere keuze dan voorzichtig over het trottoir te rijden.
‘De stad waar ik mijn ronde doe is een waar doolhof. Maar ja, zo zijn oude steden nu eenmaal en ik heb op deze manier Nevers goed leren kennen. Maar, je moet wel voorzichtig zijn’, zegt ze in één adem.

Een goede training vooraf is noodzakelijk. De postbodes worden getest op hun vermogen om dingen te onthouden en worden in onvoorziene situaties geplaatst waar ze zelf voor een oplossing moeten zorgen. Daarnaast krijgen ze tests die te maken hebben met verkeersveiligheid. Ze moeten zich ook bewust zijn van het feit dat er wel eens loslopende honden zijn. Nathalie is al eens gebeten. Ze neemt geen enkel risico als ze weet dat iets niet pluis is.

09.30 uur

Nathalie stopt bij het bejaardentehuis la Residence du Parc, een plek waar ze heel graag de post komt bezorgen. ‘Ik ben dol op dit adres. Even kletsen en mensen ontmoeten. Iedereen is altijd blij als ik kom’. ‘Ze is onze huispostbode, we kijken altijd naar haar uit, ze is behulpzaam en we vertrouwen haar’, zegt een assistente van het bejaardentehuis, terwijl Nathalie de post in vakken plaatst. De assistente verspreidt later de post onder de bewoners.

10.20 uur

De postbode komt aan bij Marcel. Al twee jaar lang bezoeken postbodes ouderen die alleen ergens afgezonderd leven in het kader van het project: Houd een oogje in het zeil. Soms gaat een postbode iedere dag even controleren of alles in orde is en een praatje maken, soms een keer per week.
Sinds mei brengt Nathalie wekelijks een bezoek aan de 83-jarige man, die daar zichtbaar van geniet. Op zijn T-shirt staat te lezen: Geniet met volle teugen van het leven. Nathalie controleert nauwkeurig of hij genoeg eet en drinkt. Ze noteert op haar tablet haar bevindingen en wat hij eventueel nodig heeft. Dit bericht wordt automatisch verzonden naar een familielid.

La Poste heeft haar diensten de laatste jaren behoorlijk moeten aanpassen, vooral doordat mensen minder brieven versturen en steeds meer gebruik maken van internet.
Tussen 2008 en 2019 werd La Poste geconfronteerd met een verlies van 50% aan postvolume, wat een daling van 7% per jaar betekent: 18 miljard verstuurde objecten in 2008 tegen 9 miljard nu. Daarom biedt La Poste tegenwoordig verschillende andere diensten aan: maaltijdbezorging, inneming van kartonnen dozen om te recyclen, digitale identiteitsverificatie …

Aart Sierksma
Bron: En tournée avec Nathalie, factrice à Nevers, un métier multiservice [Rébecca-Alexie Langard]

Les misophones: Lawaai van haat (*)

Ter gelegenheid van de boekenbeurs van Saint-Honoré-les-Bains op zondag 7 juli presenteerde Bruno Salomone zijn nieuwste roman ‘Les Misophones’. Cinema, theater, televisie, literatuur …. Niets lijkt Bruno Salomone tegen te houden. Hij boekt succes na succes. De laatste in de rij is zijn nieuwe roman ‘Les Misophones’, verschenen op 18 april.

Een ontmoeting

Wat is misofonie?

Laten we bij het begin beginnen. Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Letterlijk betekent het: haat voor geluid. Je moet dan denken aan allerlei geluiden uit het dagelijks leven. Bruno Salomone somt er een groot aantal op in zijn roman: “Er zijn heel veel geluiden, maar kauwen is wel het meest voorkomend. Het kan een persoon zijn die een appel kauwt, chips eet, zwaar ademhaalt, snurkt, piepend ademhaalt, regelmatig snuift van verkoudheid, iemand die de letter ‘s’ scherp uitspreekt, enzovoorts. Het lijken eenvoudige onbenulligheden, maar 15% van de bevolking lijdt aan deze aandoening”.

 Wat is uw relatie met misofonie?

“Het is heel moeilijk om te begrijpen wat misofonie is … Je moet het eerst zelf ervaren om erover te kunnen praten. Ja, ik ben misofoon. Maar ik houd er niet van om er over te praten, want ik wil niet dat mensen mij zien als een patient.

Misofonie is een interessante, nieuwe wereld. Het is nog helemaal niet zo bekend. De term is heel recent en komt pas rond het jaar 2000 voor. ‘Les Misophones’ is het eerste boek dat dit onderwerp echt aanpakt. Veel mensen vinden dit ziektebeeld bespottelijk en onbegrijpelijk. Daarom besloot ik om in boekvorm de avonturen tussen twee misofonen te vertellen”.

Het is een roman, maar wel gebaseerd op ware gebeurtenissen?

“Wie zegt dat een roman altijd fictie is? Het deel dat plaatsvindt in China bijvoorbeeld is geheel en al verzonnen. Ik wilde in dit boek de grens tussen fictie en non-fictie oprekken. En trouwens, als je schrijft, praat je altijd over jezelf. Dus ja, ik werd ook geïnspireerd door echte feiten. Het grappige aan dit alles is dat sommige mensen om me heen vertellen dat ze zich in mijn personages herkennen. Maar ik heb niemand gemodelleerd. Ik heb hier en daar kleine stukjes genomen en die samengevoegd.”

Heb u wel genoeg tijd om te schrijven naast al uw andere bezigheden?

“Het kostte me bijna een jaar om het te schrijven. Het is een tijdrovende bezigheid, maar het is een buitengewoon avontuur. In tegenstelling tot een show, heb je nu alleen woorden tot je beschikking die het werk moeten doen. Het moet eenvoudig zijn, je moet meteen ter zake komen en je moet proberen de lezer te bereiken”.

In deze roman spreekt u van “het negeren van misofonie”. Denkt u dat mensen te bereiken zijn zonder kennis van zaken? Wanneer kunnen we onszelf als een misofoon beschouwen?

“Volgens Thomas Dozier lijdt 15 tot 20% van de bevolking in de VS aan misofonie. Dat zijn er dus behoorlijk wat. Ik denk dat we allemaal wel een beetje misofoon zijn, maar dan op verschillende niveaus. Sommige mensen zijn echt fobisch, zoals we dat kennen bij arachnofobie (angst voor spinnen).

De reacties op mijn boek zijn heel erg verschillend. Veel mensen hebben me in vertrouwen genomen na het lezen van mijn roman. Sommigen hebben extreme, soms gewelddadige reacties. Het kan zelfs in haat veranderen. Het kan een leven totaal verpesten. Onder familieleden is het nog erger omdat deze geluiden in dat geval dagelijks terugkomen”.

Als u zou moeten kiezen tussen Damien en Alexis, met welk personage identificeert u zich dan het meest?

“Geen van twee!” (lacht) Daarna meer serieus: “Voor allebei. Tenminste, voor sommige aspecten van allebei. Aanvankelijk wilde ik maar één personage maken, maar ik vond het interessanter om een tweede personage erbij te zetten en ze te laten communiceren. Het is een beetje een dialoog met mezelf, de een staat voor de donkere kant en de ander voor het mooie deel”.

Kan uw roman bijdragen tot meer begrip voor misofonie?

“Ik hoop het. Ik stel het al op prijs als mensen het hebben gelezen. Dat is een eerste stap naar het luisteren en begrijpen van elkaar”.

In hoeverre wordt uw leven beheerst door misofonie? Wat zijn de geluiden die u het meest irriteren?

“Als je misofoon bent, heb je te maken met allerlei kleine geluiden die je brein volledig in beslag nemen en heb je dus grote moeite om nog aan iets anders te denken. Het is mij al op jonge leeftijd overkomen dat ik gesprekken niet kon volgen vanwege de geluiden die me omringden. Maar wat me het meest stoort, is kauwgom kauwen! Het ergste is dat je niet weet wanneer het zal stoppen. Ik vind kauwgom kauwen trouwens sowieso heel smerig. Sommige mensen houden hun kauwgom heel lang in hun mond, veel te lang. Wat me ook heel erg irriteert als mensen hun neus ophalen. Over het algemeen kun je stellen dat het openbaar vervoer de slechtste plek is om te zijn. Je wordt daar geconfronteerd met zo verschrikkelijk veel lawaai, om gek van te worden. Misofonie is permanent aanwezig. Iedereen probeert, als het even kan, er aan te ontsnappen. Soms zelfs met een helm op hun hoofd”.

Hoe maak u het op een nette manier aan iemand duidelijk dat hij of zij u ergert?

“Dat blijft altijd moeilijk. Zelfs als je zegt: Weet je, ik stoor me niet aan jou, maar aan het geluid dat je maakt! Dan probeer je het dus niet op de persoon te spelen, maar….. sorry, meestal kun je het niet sturen. En ik wil niet steeds degene zijn die loopt te…….. Hoe dan ook, er is aan beide kanten een gevoel van onbehagen. We zullen op een of andere manier samen moeten leven, toch?”

Aart Sierksma

Bron: Les Misophones : des bruits parasites à la haine… il n’y a qu’un pas! ljdc [Alexandra Tasic]

Les misophones,Bruno Salomone, éditions Le Cherche-Midi, 18/04/2019, 272 pages, 17 €.

 

* Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woedehaat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid, van het Griekse μῖσος (misos) “haat” en φωνή (phónè) “stem, geluid”. Het gaat bij misofonie om specifieke geluiden, niet om geluid in het algemeen. Misofonie is vooral een afkeer van geluiden die door mensen geproduceerd worden, zoals mond- en keelgeluiden (smakken, slikken, ademen, neus ophalen, etc). Ook geluiden als typen op een toetsenbord, klikken met een pen en lopen met hakken op een harde vloer zijn veelvoorkomende triggers. Over het algemeen gaat het om neutrale en zachte geluiden. Wat iemand triggert verschilt van persoon tot persoon. Doordat er een hyperfocus (overconcentratie) voor bepaalde geluiden ontstaat, zijn mensen met misofonie in staat om deze geluiden boven alles uit te horen. Deze hyperfocus speelt een centrale rol bij misofonie.

Foodtrucks overspoelen de Nièvre

Mobiele restaurants met pizza’s, traditionele gerechten, hamburgers, de Indiase keuken. Je ziet ze tegenwoordig overal en in allerlei stijlen:

  • camion-cantine
  • food truck
  • baraque à frites
  • camion gourmand
  • restaurant ambulant
  • camion restaurant
  • camion-bar

Ze veranderen de relatie met restaurants doordat ze hun klanten in dorpen, op campings en in de buurt van drukke plaatsen in de stad opzoeken. Er is duidelijk behoefte aan, gezien de schare trouwe klanten.

Een paar jaar geleden kondigden verschillende nationale kranten het einde van deze rondreizende restaurants aan: Binnenkort het einde van foodtrucks? De foodtrucks op hun retour? Foodtrucks: geen blijvertje. In de Nièvre is dat niet zo. Integendeel, het recept werkt goed.

Op dit moment zijn er ongeveer vijftien ambulante restaurants in het departement, waaronder vijf of zes die iets anders doen dan pizza’s verkopen. De meest in het oog springende is ongetwijfeld Rajasthan, in Nevers. Een foodtruck met Indiase en Pakistaanse gerechten die al vijf jaar bestaat en wordt geprezen door de Nivernais. Baljinder Singh, de baas, had het idee om, als eerste in Europa, een Indiase foodtruck te openen. “Ze bestaan zelfs niet in Engeland, waar een grote Indiase gemeenschap is”. Singh heeft vrienden die een Indiaas restaurant hebben. “Mensen durfden niet binnen te komen omdat ze dachten dat ons voedsel te pittig was”. Toen bedacht hij het restaurant op wielen. Dat zou de mensen over de streep kunnen trekken. “De heerlijke geur van ons eten maakt passanten nieuwsgierig. Je kunt bij ons iets proeven voordat je een grotere bestelling doet”.

Het begin was trouwens niet eenvoudig. Hij moest zes maanden tot een jaar wachten voordat hij toestemming kreeg van de gemeente Nevers om zich te vestigen. Ondertussen zijn ze alle dagen actief. Zaterdagochtend op de Carnot-markt in Nevers, zondagochtend op de Fourchambault-markt en door de week zijn ze te vinden tegenover de ‘Isat’ (technische school, op weg naar Coulanges-lès-Nevers). Baljinder Singh en zijn werknemers hebben een druk bestaan. “Zelfs wanneer we in Pougues of Guérigny zijn, bijvoorbeeld bij speciale evenementen, komen mensen uit Nevers naar ons toe.”

Bron: Food trucks : la sauce a pris dans la Nièvre [Jenny Pierre]

 

Asbest

Sinds 1997 is het gebruik van asbest in de bouw in Frankrijk verboden. Voor alle gebouwen, dus ook woningen, gebouwd vóór 1 juli 1997, is een diagnose van de aanwezigheid van asbest verplicht en moet een asbest technisch dossier (Dossier Technique Amiante DTA) worden opgesteld.

Voor wie geldt dit?

Er bestaan verschillende juridische documenten met betrekking tot de aanwezigheid van asbest: DTA, maar ook DAPP (Dossier amiante des parties privatives). Welke van de twee moet je nu kiezen en voor wie gelden welke regels? We vragen uitleg aan Olivier Guinot, vastgoeddeskundige bij Veritas. Veritas is één van de vele bedrijven met veel expertise op dit gebied.

Het DTA

Olivier Guinot: “Het asbest-technisch dossier (DTA) is verplicht voor bouwwerken die vóór 1 juli 1997 zijn neergezet. Dit is een visuele controle op zichtbare materialen en moet om de drie jaar worden bijgewerkt. Als er dus kwetsbare materialen aanwezig zijn zoals systeemplafonds, isolatiemateriaal of asbestvezelplaten en er is niets aan veranderd, dan is het nodig om iedere drie jaar een controle te laten uitvoeren. Is er wel sprake van een verandering of verslechtering dan volgt er een uitgebreid onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de hoeveelheid stofdeeltjes in de atmosfeer. Als het toegestane percentage van vezels in de atmosfeer wordt overschreden, wordt de verwijdering van de materialen gevraagd. Voor niet-kwetsbare materialen kennen we alleen aanbevelingen en geen verplichtingen. De klant kan een periodieke zelfcontrole uitvoeren en zijn DTA opwaarderen.”

Openbare gebouwen die geen periodieke verplichtingen hebben voor kwetsbaar materiaal, hebben tot 2022 de tijd om alles bij te werken.

In geval van overdracht van onroerend goed, moet de update vóór de overdracht worden gedaan.

Voor particulieren is de DTA niet verplicht zolang ze in hun eigendom wonen. Als ze hun huis te koop willen aanbieden, hebben ze er een nodig. Als het een appartement in een gebouw is, maakt de DTA plaats voor het DAPP.

Het DAPP

 

Vanaf 1 januari 2013 is het DAPP verplicht voor elk woonappartement waarvan de bouwvergunning dateert van vóór 1 juli 1997. De eigenaren moeten in bezit zijn van zo’n dossier, ongeacht of het te koop wordt aangeboden, wordt verhuurd of in aanbouw is.

Als het rapport concludeert dat er geen asbest is, is de DAPP levenslang geldig. Als asbest wordt ontdekt, moet er om de drie jaar een controle worden uitgevoerd.

Als de woning wordt verhuurd, moet de DAPP beschikbaar worden gesteld aan de huurder.

Opgelet. Het is niet geldig voor een verkoop. In dat geval is een uitvoerige asbestdiagnose vereist.

Diagnose vóór verbouw of sloop

Om ervoor te zorgen dat mensen die op een bouwplaats werken niet worden blootgesteld aan asbeststof, moeten eigenaren van gebouwen die vóór 1997 zijn gebouwd, een diagnose stellen vóór de verbouwing of vóór de sloop.

Als in het dossier staat dat het gaat om zichtbare, direct toegankelijke materialen, moet een diagnose voorafgaande aan de verbouwing of sloop grondiger zijn, met voorbeelden en analyses van alle materialen die aanwezig zijn. Afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van asbest en de verschillende soorten materialen (kwetsbaar of niet), zullen beschermingsmaatregelen worden opgelegd. Wat er ook gebeurt, beschermende uitrusting is verplicht voor de werknemers en alle werknemers moeten gekwalificeerd zijn.

Aart Sierksma

Bron: Présence d’amiante dans les bâtiments : votre logement est-il concerné par les diagnostics? [Catherine Lambertini]

 

Een nieuwe boerderij met scharrelvarkens

François Breugnot is de eigenaar van de nieuwe varkenshouderij onder de merknaam ‘Porc plein air du Morvan’, in het gehucht Les Gravillots bij Château-Chinon.

Een nieuwe manier van varkenshouden

Als aanvulling op het fokken van melkvee, de hoofdactiviteit van de boeren in de Morvan, is het Regionaal Natuurpark van de Morvan(PNRM) in 2017 de oprichting  van een varkenshouderij gestart in het kader van het ontwerp-handvest ‘Morvan 2035’.

“De landbouwcommissie van het PNRM heeft een plan opgesteld om de fokregels te definiëren die moeten worden gerespecteerd om te kunnen profiteren van het merk  ‘Porc plein air du Morvan’ en het bijbehorende logo,” verklaarde Sylvain Mathieu, president van de PNRM, bij de officiële opening van de nieuwe varkensboerderij van François Breugnot.

Het idee om een varkenshouderij te starten viel direct in goede aarde bij François Breugnot. Vroeger waren er ook varkensboerderijen in de Morvan. Zijn vader en vooral zijn grootvader fokten al varkens in dit gebied. “Zonder deze kwaliteitsbenadering zou ik niet bij dit nieuwe project betrokken zijn”, zegt François Breugnot. “Deze varkenshouderij komt bovenop de fokkerij van melkvee in Blismes, waar ik al langere tijd mee bezig ben. Ook daar probeer ik dieren te fokken met een kwaliteitskenmerk.”

Met deze nieuwe fokkerij ziet François Breugnot belangrijke nieuwe mogelijkheden. “Het betekent niet veel extra werk, hooguit 10 minuten per dag, maar biedt vooral kansen om landerijen die niet of nauwelijks exploitabel zijn te gebruiken”.

Scharrelvarkens verplaatsen en voeden zich op steile, beboste gronden. Zij voelen zich erg thuis op onontgonnen terreinen. “Varkens krijgen op die terreinen meer lichaamsbeweging dat ook weer bijdraagt aan de kwaliteit van het vlees”, voegt François Breugnot eraan toe. Elke ochtend wandelt Karine Breugnot langs de omheining om de staat van de hekken te controleren. “Het is waar, het terrein is moeilijk begaanbaar, maar het is zo leuk om de varkens naar me toe te zien komen….”, bevestigt Karine.

Vierde varkensboerderij

En natuurlijk is er een economisch motief. François Breugnot wordt bijgestaan door het bedrijf Philicot, dat technische ondersteuning geeft, de hele administratie verzorgd en zorgt voor de aanvoer van biggen en voer (geen genetisch gemanipuleerde organismen of genetisch gemodificeerde organismen (GMO), maar lokale produkten). Vervolgens zorgen zij ervoor dat de vetgemeste varkens in het slachthuis van Autun terechtkomen.

De boerderij van François Breugnot is de vierde in de rij en er komen er binnenkort nog vier bij. Elke boer ontvangt twee partijen van vijfenveertig biggen per jaar en heeft dan vijf maanden de tijd om ze vet te mesten. De acht fokkers mogen vijftien varkens per week naar het slachthuis brengen. “De fokker weet dat hij een minimum bedrag van € 25 krijgt, dat kan oplopen naar 30 of 40 euro, afhankelijk van het seizoen”, zegt een vertegenwoordiger van het bedrijf Philicot.

Vervolgens wordt het vlees op de markt gebracht door de leden van de ‘Association Jambon du Morvan’ en door de stichting ‘Saveurs de Bourgogne’ van Dussert in Arleuf.

Eerste hammen in 2020

De Jambon du Morvan-vereniging, een bevoorrechte partner van deze sector, heeft zichzelf verschillende opdrachten gegeven. “We zullen hard werken om van deze Morvan-ham een kwaliteitsproduct te maken”, zegt Arnaud Sabatier, voorzitter van de vereniging. “De eerste hammen zijn in 2020 te koop, maar in de tussentijd kunnen we volgend jaar al genieten van het varkensvlees op de lokale markten.”

Aart Sierskma

Bron: Un nouvel élevage de porc en plein air voit le jour à Château-Chinon Campagne

 

Bibracte: “Wie vermoordde Senaos?”

Het museum van Bibracte organiseert tijdens de schoolvakanties een ‘Cluedomus’, een onderzoeksprogramma met als doel te ontdekken wie Senaos heeft gedood, de Edueanse eigenaar van het Romeinse huis op de Mont Beuvray. (De Edueans, ook wel Heduens genoemd, waren Galliërs die zich gevestigd hadden in de departementen Nièvre en Saône-et-Loire. Bibracte was hun hoofdstad). Het onderzoeksprogramma is een spel voor jong en oud dat helpt om meer te weten te komen over de geschiedenis en de beschaving van de oudheid in Bibracte.

We zijn in het jaar nul, de stralende zon verlicht de Mont Beuvray. Senaos organiseert een feestmaal ter ere van de voltooiing van zijn huis, een ruime Romeinse villa van 3.500 m² in Pompeï-stijl.

De eerste gasten arriveren en ontdekken zijn levenloze lichaam bij de ingang. Wie heeft deze rijke Eduean kunnen vermoorden, een overtuigd aanhanger van de beschaving van de Romeinse bezettingsmacht? Negen personages en evenzoveel wapens zijn betrokken bij deze misdaad en moeten worden onderzocht.

Een puzzel verspreid over 32 kamers

De moord op Senaos is het thema van ‘Cluedomus’, een spel dat op de komende maandagmiddagen gespeeld kan worden en geschikt is voor gezinnen, grootouders, ouders en kinderen. De opdracht is om de schuldige te ontdekken en met welk wapen hij zijn misdaad heeft gepleegd. De deelnemers worden verdeeld in teams van twee en de puzzels moeten gezocht worden in de 32 kamers van het huis. Om antwoorden te vinden, moet je goed de aanwijzingen op de informatieborden van het museum volgen. Iedere ontdekking moet je aan Claire, de spelleidster, melden. Zij vertelt je of je antwoord goed of fout is.

Ieder team heeft een lijst waarop ze een verdachte en een wapen kunnen afvinken. Uiteindelijk zullen de slimsten het raadsel als eerste hebben opgelost door de moordenaar en het moordwapen aan te wijzen. Tegelijkertijd hebben ze iets meer  geleerd over de geschiedenis van Bibracte, dat nog steeds niet al zijn geheimen heeft prijs gegeven.

Kortom: Ga terug naar het begin van onze jaartelling en maak als detectives twee spannende uren door, als in ‘La Tête et Les Jambes’.

(La Tête et les Jambes was een Franse spelshow die van oktober 1960 tot 1966 op de televisie te zien was. Heel Frankrijk zat gekluisterd aan de beeldbuis. Volgens schattingen keken 3 tot 4 miljoen mensen naar dit programma).

Info: Tijdens de schoolvakanties in het voorjaar, de zomer en Allerheiligen: elke maandag om 14.15 uur Duur: 2 uur. Reserveren verplicht op 03.85.86.52.40.

Aart Sierksma

Bron : Bibracte : “qui a tué Senaos”, propriétaire de la maison romaine ? [Guy Lhenry]

Vertaalcursus

Een zonnepark van 116 hectare

Een project van honderdzestien hectare aan zonnepanelen is in ontwikkeling in Thaix. Twee particuliere projectontwikkelaars werken op dit moment aan dit project in deze gemeente met vierenvijftig inwoners.

De gemeenschappelijke raad ‘Bazois-Loire-Morvan’ heeft er nog niet intern over gesproken, maar is op voorhand niet tegen de goedkeuring van het project.

Dit project is trouwens niet het eerste in zijn soort in de Nièvre. Het park Verneuil-Charrin is al in productie vanaf 2017. Met bijna 380.000 panelen is dit één van de grootste in Frankrijk. Het is aangelegd door Photosol en is verantwoordelijk voor 40% van de productie van Photosol-parken in de Nièvre en de Allier.

Sinds de ingebruikname heeft dit park jaarlijks vijftig miljoen gigawattuur (of 50.000.000 kWh)* geproduceerd. “De centrales van dit park worden nog verder aangepast en verbeterd om de prestaties te verhogen”, zegt Johnny Randoux, verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud van het project van de groep Photosol. “De geproduceerde energie wordt automatisch overgebracht naar het EDF-netwerk.”

Het park in cijfers

– 377.900 panelen.

– 43 MWp* (megawatt-piek) vermogen.

– 50 gigawattuur jaarlijkse voorspelde opbrengst. Dat is gelijk aan het energieverbruik van 38.400 mensen.

– een CO2-besparing van 4.200 ton per jaar.

– 69 hectare verdeeld in vier zones. Drie op het grondgebied van Verneuil (70% van het park) en één in de gemeente Charrin (30%).

Financiële voordelen

Naast de financiële voordelen bedraagt de winst € 300.000. € 250.000 komt rechtstreeks ten goede aan het departement (50%) en aan de twee gemeenschappelijke raden ‘Sud Nivernais’ (dat is verbonden met de gemeente Verneuil) en ‘Bazois Loire Morvan’ (waar Charrin onder valt). De twee gemeenten zelf ontvangen niets. De resterende € 50.000 is voor de bedrijven.

Photosol zonneparken bij de buren

In de Allier:

  • Yzeure, 5 MWp* aan vermogen, 44.000 panelen
  • Gennetines, 12 MWp* en 141.000 panelen
  • Diou, 12 MWp* en 133.000 panelen
  • Bessay, 12 MWp* (in aanbouw)
  • Domérat, 5 MWp* en 43.900 panelen

In de Yonne:

  • Méré, 5 MWp* (in aanbouw).
Werkgelegenheid

Er zijn voor het project Verneuil-Charrin 72 tijdelijke contracten uitgegeven en 20 voor de bouw van het park in Yzeure. Op dit moment werken er vier personen met een vast contract.

Aart Sierksma

Bron : ‘Un projet photovoltaïque de 116 hectares dans une petite commune du sud de la Nièvre’ en ‘Parc photovoltaïque de Verneuil/Charrin : plus de 31 millions de kilowattheures produits en huit mois’ [Jean-François Perret]

*Wat betekenen Wp en kWh?

 

Wp is de maximale hoeveelheid stroom die per seconde door de zonnepanelen kan worden opgewekt. kWh is de hoeveelheid stroom die is opgewekt in een bepaalde periode. Wp geeft het vermogen van het zonnepaneel aan, kWh de opbrengst. Wp is wat op de doos van de zonnepanelen staat, kWh staat op de elektriciteitsmeter. Je kunt het vergelijken met de maximale snelheid van een auto (Wp) en de gereden afstand in een bepaalde periode (kWh). Dat een auto 200 km/ uur kan, wil nog niet zeggen dat je er na een uur ook 200 km mee gereden hebt. Verschillende omstandigheden zorgen er voor dat de max maar zelden (of nooit) bereikt wordt. Bij zonnepanelen is het niet anders; er zijn verschillende omstandigheden die er voor zorgen dat de zonnepanelen niet continu hun volledige vermogen benutten. (www.opdezon.nl)

Verschillende stations in de Nièvre raken hun loket kwijt

De loketten van de stations van Luzy en Cercy-la-Tour zijn gesloten sinds 1 januari. Die van Decize en Clamecy zouden op korte termijn moeten sluiten. Deze beslissingen staan in het verdrag ‘TER 2018-2025’ volgens de ‘FNAUT’ (la Fédération nationale des associations d’usagers des transports). De FNAUT is een federatie die vergelijkbaar is met de reizigersvereniging Rover in Nederland.

Dertig stations

Er zijn op dit moment nog dertig stations in de Nièvre. De meeste zijn al niet meer uitgerust met een loket of een kaartautomaat. Sommige hebben alleen een toegangspoortje, andere hebben nog wel een zelfbedieningsautomaat en een verkooppunt met een informatiebalie.

Vijf stations hebben de beschikking over een loket en een kaartautomaat: Cosne-Cours-sur-Loire, Vézelay, La Charité-sur-Loire, Nevers en Decize. Drie stations hebben alleen nog een kaartautomaat: Fourchamboult, Imphy en Saincaize-Meauce. Op alle andere stations is het niet meer mogelijk om een kaartje te kopen.

In het hele departement Bourgogne-Franche-Comté gaat het om twintig stations waar de loketten gesloten worden. Cédric Journeau, regionaal president van de FNAUT: “De SNCF rechtvaardigt de sluitingen met twee argumenten. De loketten die nog open zijn op de kleine stations hebben te weinig klandizie om rendabel te zijn en de reserveringen via internet worden steeds belangrijker. Het directe gevolg van deze beslissing is dat mensen geen keuze meer hebben en verplicht worden om hun kaartjes via internet aan te schaffen. Eventueel zouden ze nog vooraf naar het dichtstbijzijnde loket kunnen reizen om daar hun kaartje te kopen.”

In Cercy-la-Tour en Luzy zijn er sinds 1 januari geen loketten meer open, maar er zijn ondertussen wel alternatieven bedacht. Beide stations hebben nu toegangspoortjes en bij het ‘Maison de services au public’ (MSAP) in Cercy-la-Tour en bij het ‘Maison de la Presse” in Luzy kunnen kaartjes gekocht worden.

Wat te doen

De FNAULT stelt voor om de taken van de conducteurs uit te breiden. Naast de veiligheid van de passagiers en het beheer van vertrek en aankomst, zouden de conducteurs ook de kaartverkoop op de kleine stations op zich kunnen nemen. “Ik ben ervan overtuigd dat zij bereid zijn om reizigers een kaartje te verkopen in de trein,” denkt Cedric Journeau.

Aart Sierksma

Bron: Plusieurs gares dans la Nièvre pourraient perdre leur guichet d’ici à 2025 [Simon Bolle]

Harry Verstappen: eerbetoon aan de mannen van Mhère

Om nooit meer te vergeten. 

Dit boekwerk van meer dan 300 pagina’s werd geschonken door Harry Verstappen aan de gemeente Mhère en aan de ‘Union Française des Associations de Combattants et des victimes de guerre (U.F.A.C.).

Een herdenkingsboek geschreven en uitgegeven door hemzelf, getiteld ‘Hommage aux hommes de Mhère, morts pour la France’. Van elke naam, vermeld op het monument, beschrijft Verstappen de identiteit, de familielijn, persoonlijke eigenschappen en een zeer gedetailleerde militaire geschiedenis vanaf het moment van in dienst gaan tot het moment van sterven. Foto’s van graven, soms van massagraven, reproducties van stafkaarten en gevechtsrapporten maken deze verhalen compleet.

Geschiedenis, lijden

Op het monument voor de doden van 1914 tot 1919 in Mhère zie je de namen van vijfenvijftig soldaten, die zijn omgekomen of verdwenen. Harry Verstappen, een Nederlander die sinds 2006 permanent in de Nièvre woont, was verrast door de jaarlijkse samenkomst van de bevolking voor het oorlogsmonument op 11 november. “Elke 11 november stelde ik mezelf de vraag: wie waren deze jongens en mannen? Wat weten we over hun geschiedenis, hun lijden, hun pijn en hun inspanningen?”

In het voorwoord wijst hij erop dat Nederland tijdens de eerste wereldoorlog neutraal was en dat hij, vanaf het moment dat hij zich definitief in Mhère gevestigd had, elk jaar op 11 november aanwezig was “om de mannen van het dorp die vermist, gedood of gestorven waren te eren.”

Harry Verstappen was politie-inspecteur in Nederland. Drie jaar lang zocht hij vastberaden op internet, in de archieven van de Nièvre en van het Ministerie van Defensie, op sites voor genealogie zoals het ‘Memorial Gen Web’ en in de archieven van Mhère. “De Franse overheid heeft hard gewerkt om de archieven openbaar te maken. Veel documenten zijn gedigitaliseerd en online beschikbaar.”

Slapeloze nachten

Hij kreeg veel informatie op een internetforum waar liefhebbers, zoals hij, informatie uitwisselen. Hij kon zelfs informatie bemachtigen over de organisatie van het Franse leger met foto’s van graven en ossuaria (knekelhuizen). Zelf voegde hij foto’s toe, die hij onderweg maakte wanneer hij naar Nederland reisde. Hij moet lachen als hij terugdenkt aan al die nachten zonder slaap. “Drie jaar lang heb ik allerlei informatie verzameld: van de burgerlijke stand, van de mobilisatie, inschrijvingen, werving, instructieopdrachten, medailles, gevechtskaarten, omgekomen soldaten, begrafenisplaatsen.”

Harry Verstappen heeft ook enkele fouten bij het dodenmonument achterhaald: verkeerd gespelde achternaam, omkering van voor- en achternaam, dubbele vermelding op een monument van een naburige gemeente. Maar ook ontdekte hij fouten en onnauwkeurigheden in citaten en arresten van de rechtbanken van Clamecy en Château-Chinon.

Een andere kijk op de oorlog

“Ik ben gegrepen door het verhaal van een jongeman van 18 jaar, die stierf tijdens een bombardement en nooit een graf heeft gekregen. Dit onderzoek heeft ertoe geleid dat ik een ander beeld van de oorlog heb gekregen. In ieder geval anders dan in de boeken staat beschreven. Ik vond geen enkele erkenning in de dood van deze soldaten. Ik ben geen antimilitarist, omdat ik zelf in het leger heb gediend, maar bepaalde bevelen van de generaals waren puur gekkenwerk. Bijvoorbeeld die van nooit terugtrekken en die van opeenvolgende aanvallen met dezelfde resultaten van mislukking”.

Feiten

Wie waren deze vijfenvijftig mannen? De compilatie van de gegevens verzameld door Harry Verstappen levert veel verduidelijkingen op. Het waren allemaal infanteristen of artilleristen van 19 tot 44 jaar oud. Zestig procent was jonger dan 30 toen ze stierven en zeven procent was 40 jaar of ouder. Er waren negen onderofficieren, sergeanten of korporaals, maar geen officieren. Achtenveertig gesneuvelden zijn geboren in de Nièvre, drieëndertig woonden in de gemeente Mhère. Er waren vierenveertig boeren of landarbeiders. Tweeëntwintig procent wordt als vermist beschouwd. De meeste gehuchten hebben wel een man verloren in deze oorlog.

Het boek is verkrijgbaar bij het gemeentehuis

De beroemde zinsnede uit ‘Je me souviens de ceux de 14’ van Maurice Genevoix (luitenant en romancier): ‘Ce que nous avons fait, c’est plus qu’on ne pouvait demander à des hommes et nous l’avons fait’.

Aart Sierksma

Bron : Harry Verstappen l’a remis, dimanche, à la municipalité et à l’association des Anciens combattants [Jean Sarcinella]