Lawaai en stank van het platteland

De wet ter bescherming van het platteland is op donderdag 21 januari met algemene stemmen door de Senaat goedgekeurd. Ook in de Assemblée was deze wet al met hetzelfde enthousiasme goedgekeurd.

Aha, die heerlijke buitenlucht, die stilte!

Sinds maart vorig jaar hebben meer stedelingen dan ooit tevoren hun biezen gepakt en hun ‘konijnenhokken’ (zoals de plattelandsbewoners zeggen) verlaten om zich op het platteland te vestigen. Maar veel overhaaste verhuizingen zijn uitgelopen op een desillusie.

Als je de stad verlaat om ergens op het platteland te gaan wonen, moet je meer doen dan alleen het aantal streepjes op je telefoon controleren.

Als je een lichte slaper bent, is het de moeite waard om vooraf te controleren of de buren een boerderij hebben en hoe laat de kerkklokken luiden. En vergeet ook niet om je reukorgaan te onderwerpen aan een geurtest als er in de nabijheid een mesthoop aanwezig is. Deze voorzorgsmaatregelen zijn geen overbodige luxe en de rechtbanken worden overspoeld met procedures wegens ‘abnormale burenoverlast’, die verband houden met lawaai en stank die kenmerkend zijn voor het platteland.

Het ministerie van justitie heeft de afgelopen jaren 18.000 van dit soort zaken behandeld inclusief beroeps- en cassatieprocedures’, aldus de afgevaardigde Pierre Morel-à-L’huissier, auteur van het wetsontwerp dat tot doel heeft het Franse platteland als erfgoed te definiëren en te beschermen.

Het eerste onderzoek is nog maar van een jaar geleden. De gedeputeerde heeft het begrip ‘zintuiglijk erfgoed’ (dat in de Franse wetgeving niet nog niet bestond) door de Senaat gekregen. Dit maakte het met name mogelijk de wet te koppelen aan de vaste milieuwetgeving.

De laatste fases van het wetgevingsproces van deze wet zijn een ware triomftocht gebleken: zowel de Assemblée als de Senaat hebben de wet donderdag unaniem en zonder amendement aangenomen. ‘Het is de eerste keer dat zo’n wet is aangenomen voor het platteland’, zegt de vertegenwoordiger van het meest landelijke departement van Frankrijk, niet zonder trots.

De ruzies met hun buren – de Mauritiaanse haan op het eiland Oléron, de kikkers van Grignols in de Dordogne, de eenden van Soustons in de Landes – hebben heel Frankrijk in beroering gebracht en vaak aan het lachen gemaakt.

In de Var wilden toeristen de cicaden besproeien met een insecticide

Alle regio’s maken zich zorgen over deze kwestie, aldus Pierre Morel-à-L’Huissier: ‘De bevolkingssamenstelling op het platteland is veranderd, en daarom hebben we conflicten met mensen die de plattelands- en landbouwrealiteit niet kennen’. De dunst bevolkte regio’s van de Franse departementen, waar iedereen zich op zijn gemak voelt, blijven niet gespaard: ‘De burgemeester van Bondons (Lozère) werd ter verantwoording geroepen over de klok van een kleine kapel die om 7 uur ’s morgens luidt. Hij heeft de klagers niet kunnen overtuigen en uiteindelijk zijn ze vertrokken’, vertelt de gedeputeerde, die zelf voor mafkees werd uitgescholden toen hij niet inging op het verzoek om wat mest van de weg te verwijderen.

De hoofdprijs gaat echter naar de zomergasten in Beausset, in de Var, die aan de burgemeester vroegen of hij insecticide wilde gebruiken om het zingen van de cicaden te stoppen!’

Pas op, u komt in een Frans dorp…

In Saint-André-Valborgne (Gard) heeft de burgemeester niet op de wetgever gewacht om ‘de onruststokers’, zoals Régis Bourelly ze noemt, te ontmoedigen. In 2019 liet hij bij de ingang van zijn gemeente de volgende waarschuwing ophangen: ‘Pas op, u betreedt een Frans dorp’. Het bord vermeldt uitdrukkelijk de kerkklokken en het vee en besluit: ‘als je er niet tegen kunt dan ben je op de verkeerde plaats’. Het werd een groot succes: ‘Ik heb honderden verzoeken gehad van burgemeesters om dit bord na te maken. Ik kreeg zelfs telefoontjes uit België en Duitsland,’ legt Régis Bourelly uit.

Op de feestkalender van dit dorp in de Cevennen schreef de burgemeester: ‘la fête du coq, celle des tripes, et enfin celle de l’oignon et du pélardon’ (een klein geitenkaasje). Een mooi alternatief om de eigenheid van de streek aan te kondigen.

Aart Sierksma

Bron: Les mauvais coucheurs devront accepter les bruits et les odeurs champêtres ou aller voir ailleurs [Julien Rapegno]

Dit bericht is 57 keer bekeken

De letterzetter en zijn verwoestende activiteiten

De sparrenbossen van de Bourgogne-Franche-Comté ontkomen niet aan de verwoestingen van de kleine schorskever, ook wel letterzetter genoemd.

De Morvan is een van de meest getroffen gebieden (tot 1.000 meter boven de zeespiegel). In het najaar 2020 werd de schade geraamd op bijna 4 miljoen m3 voor de hele regio Bourgogne-Franche-Comté.

Sinds de winter van 2019-2020 hebben de letterzetters onder invloed van zeer gunstige klimatologische omstandigheden een hoge vlucht genomen. De afwezigheid van strenge vorst heeft het sterftecijfer van de onder de schors overwinterende soorten beperkt. Dit werd gevolgd door een explosie van de soort in april. Hoge temperaturen tot eind september zorgde vervolgens voor nieuwe vermenigvuldigingen in de hele regio.

In 2021 geen verbetering

In zijn technische nota onderstreept het Département de la Santé des Forêts (DSF) nogmaals hoe belangrijk het is rekening te houden met de klimatologische ontwikkeling in de komende maanden.

De schade van de letterzetter zal tegen het einde van het jaar nog eens een aanzienlijke sterfte onder de sparren veroorzaken, voorspellen de vertegenwoordigers van het DSF. ‘Als de groei dit voorjaar weer op gang komt, krijgen we een voortzetting van de epidemie. De populatie van de schorskeverfamilie zal alleen maar groter worden’, aldus het DSF.

Als de lente- en zomertemperaturen in 2021 normaal of onder normaal zijn en er overvloedig veel neerslag verdeeld over de hele regio valt, zou de schade door de letterzetters langzaam kunnen afnemen. Anderzijds zal bij aanhoudend warm en droog weer de sterfte van sparren in de bossen aanhouden.’

Bestrijding van de letterzetter

Voor alle boseigenaren in de Bourgogne-Franche-Comté zijn verplichte maatregelen afgekondigd. De prefect van de regio heeft een verplicht controlebevel uitgevaardigd dat voor alle gemeenten van de Bourgogne-Franche-Comté geldt. In dit decreet zijn voor alle particuliere en openbare boseigenaren verplichtingen vastgelegd met betrekking tot door letterzetters aangetaste sparren.

De sparren met levende letterzetters moeten zo spoedig mogelijk geindentificeerd en gekapt worden. Vervolgens moeten ze zo snel mogelijk verplaatst worden naar een gebied op meer dan 5 km van een bosmassief om ze daar te ontschorsen. Het doel is de verspreiding van de kevers van het ene naar het andere gebied te stoppen.

Preventieve maatregelen genomen

Boseigenaren moeten ook gezonde sparren (zonder letterzetters) na het kappen verwijderen en verplaatsen naar een gebied op meer dan 5 km van een bosmassief, ze daar ontschorsen of onder sproeiers opslaan. Preventieve maatregelen die van toepassing zijn voor alle kwekerijen waar de letterzetter niet voorkomt, en die erop gericht zijn te voorkomen dat er broedplaatsen ontstaan die gunstig zijn voor de ontwikkeling van letterzetters.

Een inventarisatie van de toestand met de beheerder Mathieu Mirabel

Wat is de toestand van de bossen in de Nièvre na de hittegolf van 2019?

De Nièvre heeft, samen met de Yonne en het noordelijke deel van de Côte-d’Or, te lijden gehad onder de ergste droogte tijdens de zomers van 2018 en 2019. Dit veroorzaakte een watertekort waar alle boomsoorten last van kregen. Het is de eerste keer in zestig jaar dat we in twee opeenvolgende jaren te maken hebben gehad met watertekort op een niveau dat vergelijkbaar is met de zomer van 1976.

Zijn de gevolgen hetzelfde voor de hele regio?

Wij maken ons vooral zorgen over de situatie in de laagvlakten, waar wij de grootste sterfte van grove dennen zien. Dit jaar zullen wij ook bijzondere aandacht besteden aan de eiken en beuken die, vooralsnog, geen tekenen van uitsterven vertonen.

De eiken krijgen er normaal gesproken twee tot vier jaar na de droogte last van. Tijdens deze winter hebben waarnemers van de DSF een inventarisatie van de eikenbossen gemaakt. De gevolgen van 2018 kunnen dit seizoen al worden waargenomen. De beuken hebben plaatselijk te lijden gehad van voortijdige bladval.

En in de Morvan?

De bossen daar zijn anders. Er zijn vooral sparren, dennen, douglassparren en beuken.

Het belangrijkste probleem in de Morvan betreft de sparren die sinds 2018 het slachtoffer zijn van een schorskeverepidemie. Ze worden bedreigd door de letterzetter, de meest agressieve soort onder de honderdvijftig. Deze kleine insecten van 3 tot 5 millimeter zijn parasieten die verzwakte bomen aanvallen. Ze ontwikkelen zich onder de schors, blokkeren de circulatie van het sap en veroorzaken uiteindelijk hun dood. De belangrijkste oorzaak is de opwarming.

Is er een manier om de verspreiding van de epidemie te stoppen?

Wij kappen de bomen waar de parasiet in zit om te voorkomen dat deze zich in het ecosysteem kan vermenigvuldigen en zo de epidemie zich onder alle sparren kan verspreiden. De epidemie treft vooral het noordoostelijke kwart van Frankrijk, waaronder Bourgogne-Franche-Comté.

Moeten we bang zijn voor de komende zomer?

We beleven de zachtste winter sinds het begin van de weerrecords. Het blad komt vroeg en de gevolgen kunnen ernstig zijn als we in april of mei late vorst krijgen. Als we opnieuw zo’n droog jaar krijgen, zou dat ongekend zijn. Het effect op de bomen zal dan uiteraard zeer negatief zijn.

Aart Sierksma

Bron: Le scolyte accentue ses ravages sur les forêts d’épicéas communs en plaine et dans le Morvan [Ludovic Pillevesse]

Dit bericht is 397 keer bekeken

Jonge mensen op het platteland

Uit een INSEE-analyse (Institut national de la statistique et des études) blijkt dat meer dan de helft van de jongeren onder de 30 jaar in de Nièvre in zogenaamde zwakke plattelandsgebieden woont. Dit heeft gevolgen voor de mobiliteit en de integratie. Het platteland heeft te maken met bevolkingsverlies en economische problemen. De analyse betrekt de hele Bourgogne-Franche-Comté in haar onderzoek.

Zwakke plattelandsgebieden

Volgens Hélène Ville, een van de twee onderzoekers die aan het onderwerp heeft gewerkt, onderscheidt de Nièvre zich door twee bijzonderheden:

De eerste is dat meer dan de helft van de jongeren onder de 30 jaar in zwakke plattelandsgebieden woont: 52 procent, het hoogste percentage in de regio. Het gemiddelde voor de hele Bourgogne-Franche-Comté is 19%.

De tweede bijzonderheid is dat de Nièvre het departement is met de meest zogenaamde zwakke plattelandsgebieden: meer dan de helft van de Nièvre wordt als zwak gekwalificeerd.

Mobiliteit is een noodzakelijke voorwaarde voor aansluiting bij de arbeidsmarkt

Volgens het INSEE is er minder werkgelegenheid in deze gebieden en is het aanbod minder breed (vooral minder banen voor managers, middenkader en technici). Hélène Ville: ‘Een andere vaststelling voor deze gebieden is dat, gezien de geografische afstand van opleidings- en werkgelegenheidslocaties, mobiliteit vaak een noodzakelijke voorwaarde is voor aansluiting bij de arbeidsmarkt. Om toegang te krijgen tot een baanaanbod dat groot, gevarieerder en over het algemeen meer kwalificaties vraagt.’

Het INSEE beschrijft:  ‘De landelijke gebieden in het hart van de Morvan en aan de noordelijke rand van de regio zijn het minst toegankelijk en het verst verwijderd van de grote agglomeraties. De werkende bevolking is niet erg mobiel: het geldt voor zes van de tien werkenden in dit woongebied. In deze gebieden is de ongelijkheid tussen de jongeren onder de dertig jaar en de rest van de bevolking het grootst zijn. Jongeren hebben hier de grootste moeite om aansluiting te vinden met de arbeidsmarkt. Ze stoppen op jonge leeftijd met hun opleiding en hebben de minste kwalificaties.’

De gemeente Luzy

Luzy doet het beter omdat het verbonden is met een groep van kleine industriële groeikernen die voor veel banen zorgt. Dit vergemakkelijkt de uitwisseling van werkenden.

De gemeenten waar de meeste jongeren geen aansluiting kunnen vinden met de arbeidsmarkt, met een zeer hoge werkloosheid: Saint-Pierre-le-Moûtier, Saint-Saulge, La Machine en Cercy-la-Tour (dicht bij een grote stad), Decize, Cosne, Clamecy, Lormes, Corbigny en rond Moulins-Engilbert (ver van grote steden).

Aart Sierksma

Bron: Plus de la moitié des moins de 30 ans de la Nièvre vivent en zone rurale fragile [Jenny Pierre]

Dit bericht is 184 keer bekeken

De Tour de France 2021 doorkruist de Nièvre

De Tour de France 2021 zal tijdens de 7e etappe, vrijdag 2 juli, door Fourchambault, Varennes-Vauzelles, Nevers, Saint-Benin-d’Azy, Rouy, Châtillon-en-Bazois, Château-Chinon…rijden.

Er was al een sterk vermoeden tijdens de presentatie, maar het wachten was op de officiële bekendmaking van de A.S.O. (Amaury Sport Organisation, de organisator van de Tour de France, een Frans bedrijf dat gespecialiseerd is in het organiseren van grote sportevenementen. A.S.O. is actief in het wielrennen, de auto- en motorsport, atletiek, golf en paardensport). De kogel is nu dus door de kerk. In een officieel document van de A.S.O., dat aan de departementale raad van de Cher werd aangeboden, staat het verloop van de 7de etappe van de editie 2021. De Nièvre wordt op vrijdag 2 juli over 95 km doorkruist tijdens de etappe tussen Vierzon (Cher) en Le Creusot (Saône-et-Loire), die 248 km lang is. Het is al weer elf jaar gelden dat het peloton door het departement de Nièvre trok.

Na het passeren van Foëcy, Bourges, Saint-Germain-du-Puy, Jouet-sur-l’Aubois en Cours-les-Barres in de Cher, zullen de renners de Nièvre inrijden. Ze hebben er al 87 km opzitten als ze via Fourchambault richting le Creusot gaan. Ze zullen de volgende gemeenten in de Nièvre doorkruisen:

Fourchambault, Marzy, Varennes-Vauzelles, Nevers, Saint-Éloi, Sauvigny-les-Bois, Saint-Jean-aux-Amognes, Saint-Benin-d’Azy, Billy-Chevannes, Rouy, Alluy, Châtillon-en-Bazois, Tamnay-en-Bazois, Maux, Saint-Péreuse, Dommartin, Saint-Hilaire-en-Morvan, Château-Chinon, Arleuf en Glux-en-Glenne.

Aart Sierksma

Bron: Le Tour de France 2021 passera dans la Nièvre sur 95 km : voici les communes traversées [Yannick Borde]

Dit bericht is 555 keer bekeken

Heliumwinning

Kan de Nièvre de belangrijkste Europese locatie voor de aanvoer van helium worden, een zeldzaam en duur gas dat in de bodem van twaalf gemeenten in het zuidwesten van het departement wordt aangetroffen? Het winnings- en productieproject dat door een bedrijf uit la Moselle is opgezet wil graag de exclusieve vergunning krijgen.

Nicolas Pélissier, de voorzitter van het bedrijf 45-8 Energy uit Metz, wil de huid van de beer niet verkopen alvorens deze te doden, maar hij is zeer optimistisch dat hij binnenkort een exclusieve licentie zal krijgen om helium te zoeken in de bodem van de Nièvre.

De prefectuur, die deze vergunningsaanvraag in oktober 2019 heeft ontvangen, heeft begin september haar advies aan het ministerie van Ecologische Overgang doorgegeven. Het Ministerie van Economische Zaken, dat uiteindelijk het besluit moet nemen over het al dan niet officieel starten van de exploitatie, heeft een openbare raadpleging op het internet gelanceerd. De bevolking van de Nièvre kan zich uitspreken over het winnings- en productieproject van dit zeer zeldzame gas. Het strekt zich uit over een grondgebied van 251 km² in de volgende gemeenten: Azy-le-Vif, Chantenay-Saint-Imbert, Chevenon, Dornes, Luthenay-Uxeloup, Magny-Cours, Neuville-lès-Decize, Saint-Parize-en-Viry, Saint-Parize-le-Châtel, Saint-Pierre-le-Moûtier, Sermoise-sur-Loire en Toury-sur-Jour. Zullen deze gemeenten akkoord gaan, zodat de Nièvre de belangrijkste Europese productielocatie van helium wordt?

Reactie begin 2021

De openbare raadpleging over het project is een zeer belangrijke stap voor ons en niet alleen omdat het een verplichte stap is!’ reageert Nicolas Pélissier, die ook ingenieur geowetenschappen is. ‘We willen dat iedereen zijn eigen conclusie kan trekken en deze kan delen (…) of ze nu positief zijn of niet.’

De bedrijfsleider pleit voor ‘transparantie’. ‘Wij hebben brochures gestuurd (…) naar alle betrokken gemeenten, zodat zij hun burgers kunnen informeren, evenals naar negen milieuverenigingen in de sector. Ons project is uniek in Europa. We willen graag dat de lokale bevolking deze industriële activiteit omarmt en overtuigd is dat we dit project gaan uitvoeren met respect voor het milieu. Het heeft niets te maken met wat er in het verleden is gebeurd met de kolenmijnen in de gemeenten Lucenay-lès-Aix en Cossaye (dat in 2006 werd gelanceerd en vervolgens in 2009 werd ingetrokken),’ concludeert hij in de hoop de wantrouwende bevolking gerust te stellen.

Het ministerie van Economische Zaken zal uiterlijk begin 2021 een besluit nemen. De antwoorden die tijdens de openbare raadpleging zijn verkregen en de adviezen van de prefectuur en de Dreal (la Direction régionale de l’Environnement, de l’Aménagement et du Logement) worden meegenomen in de besluitvorming.

We zijn alle verplichtingen nagekomen’, zegt Nicolas Pélissier. ‘Een gunstige beslissing zou betekenen dat er een vergunning wordt afgegeven voor vijf jaar.’

Onderzoek op locatie

Het bedrijf 45-8 Energy ontdekte dit heliumrijke gebied door het bestuderen van de fysische geografie en de historische gegevens van het Bureau de Recherches Géologiques et Minières (BRGM). Vervolgens door het ontwikkelen van een eigen onderzoeksmethode met behulp van satellietfoto’s en met sensoren uitgeruste drones.

Aan het begin van het jaar schatte Nicolas Pélissier de productiecapaciteit op enkele honderden kubieke meters per dag en per boorgat. ‘De Fonts-Bouillants-bronnen in Saint-Parize-le-Châtel zetten ons op het heliumspoor in de Nièvre. Dit zijn drie natuurlijke kooldioxidebronnen die enorme hoeveelheden helium en kooldioxide in de atmosfeer uitstoten.’

In juni en juli waren de onderzoekteams uit Metz nog steeds aan het werk. Bijna tweehonderd nieuwe monsters werden genomen op de locaties in het zuidwesten van de Nièvre. ‘De afgelopen twee jaar hebben we gas opgepompt en vervolgens geanalyseerd.

De resultaten zijn echt positief. We hebben deze vergunning nodig om nu de volgende stappen te kunnen zetten,’ concludeert Nicolas Pélissier. ‘In het 251 vierkante kilometer grote gebied zit een overvloedige hoeveelheid helium.’

Aart Sierksma

Bron: Projet d’extraction d’hélium dans la Nièvre : la consultation publique est lancée [Ludovic Pillevesse]

Dit bericht is 228 keer bekeken

Terre de Jeux 2024

Nevers en Moulins-Engilbert behoren tot de 259 nieuwe gemeenten en samenwerkingsorganen in Frankrijk die het label “Terre de Jeux” hebben gekregen, waarmee zij sportdelegaties zouden kunnen ontvangen ter voorbereiding op de Olympische Spelen van Parijs.

Dit label betekent nog niet dat het voor Nevers en Moulins-Engilbert al zeker is dat ze de delegaties voor de Olympische Spelen in Parijs in 2024 zullen verwelkomen. Ze zijn er nog niet. Het label Terre de Jeux 2024 is wel een mooie eerste stap voor beide gemeenten.

Wat betekent dit label concreet

In de eerste plaats mogen de gemeenten met dit label het beeldmerk van de Olympische Spelen gebruiken voor hun organisatie van evenementen ter bevordering van sport. Maar ze mogen ook de Olympische Spelen op een groot scherm in de open lucht uitzenden.

Bovendien kunnen de gelabelde gemeenten ook aanspraak maken op een voorbereidingscentrum, d.w.z. sportdelegaties die zich komen voorbereiden op een wedstrijd.

De stad Nevers had al een tijd geleden de wens geuit om tijdens de preolympische voorbereidingsperiodes Olympische sportploegen te mogen ontvangen. ‘We hopen enkele sportdelegaties te mogen verwelkomen, we beschikken in Nevers over voldoende aantrekkelijke faciliteiten: het rugbystadion van de Pré-Fleuri, de tafeltenniszaal van Fouvielle-Birocheau en la Botte de Nevers, de schermzaal. Aan de andere kant is het Canal Latéral à la Loire, dat voor een tijdje was gepland om roei- of kanoteams te herbergen, niet gekozen. De verplaatsing van de pleziervaart zou te veel problemen opleveren. Het wachten is nu op de definitieve toewijzing’, zegt Yannick Chartier, locoburgemeester met sport in zijn portefeuille. ‘We hebben een aantal bijzondere locaties achter de hand,’ voegt burgemeester Denis Thuriot toe.

Moulins-Engilbert had zich vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen aangemeld. De nieuwe gemeenteraad is erg blij met de verkregen aanwijzing. De wethouder van sport is druk bezig om alle acties en activiteiten in detail te beschrijven. Binnenkort komt hij hiermee naar buiten.

Paris2024

Zeventien departementen voegen zich bij de TerredeJeux2024 familie. De organisatie Paris2024 zet zich in om ‘de energie van de Spelen ten goede te laten komen aan alle Franse provincies en hun inwoners.’

Aart Sierksma

Bron: Nevers et Moulins-Engilbert ont obtenu le label “Terre de Jeux 2024” [Jean-Mathias Joly]

Dit bericht is 226 keer bekeken

Terug naar 90 km per uur of niet

De maximumsnelheid van 90 km/u is terug op verschillende wegen in naburige departementen, waaronder twee wegen vanuit Bourges naar de Nièvre. Het departement de Nièvre is nog steeds niet van plan om dit voorbeeld te volgen, vanwege de hoge kosten voor de aanpassingen.

Twee jaar na de snelheidsverlaging naar 80 km/u op tweebaanswegen is het departement de Cher sinds 27 juli een gedeeltelijke terugkeer naar 90 km/u gestart. In eerste instantie wilde Alain Lassus, voorzitter van het Conseil Départemental van de Nièvre, net als Michel Autissier, voorzitter van de volksvertegenwoordiging in de Cher, zo snel mogelijk terug naar de situatie van twee jaar geleden. Ze vonden allebei de nieuwe maximumsnelheid te laag, maar de kosten voor de aanpassingen bleken te hoog te zijn. De Cher heeft daarom gekozen voor een gedeeltelijke aanpassing op 337 km van de wegen op een totaal van 4604 km.

Deze aanpassingen hebben ook gevolgen voor de Nièvre. De D2076 bijvoorbeeld loopt van Bourges via La Guerche naar Saint-Pierre-le-Moûtier in de Nièvre en de D976 verbindt Bourges met Nevers. In de Cher mag nu 90 km/u worden gereden en in de Nièvre…. 80 km/u.

Onevenredig hoge kosten

Alain Lassus, een voorstander van een terugkeer naar 90 km/u, raakte gedesillusioneerd toen hij alle kosten onder ogen kreeg: extra kostbare verkeersveiligheidsregels, een minimale breedte van 1,5 m tussen de rijstrokengeluidsbeperkende maatregelen, fysieke scheiding bij inhaalstroken… Bovendien moeten de betrokken trajecten in beginsel ten minste 10 km lang zijn, zonder een bushalte, zonder woningen langs de weg en met speciale stroken voor landbouwvoortuigen.

De aanpassingen voor 840 km asfalt in de Nièvre worden op 300 miljoen euro geschat. ‘Een onmogelijke uitgave,’ volgens Alain Lassus. ‘Ons departement heeft nu al grote moeite om het wegennet te onderhouden. En als ik besluit de maximumsnelheid te verhogen zonder de aanbevelingen te respecteren, neem ik het risico om bij het eerste ongeluk voor de rechter te belanden’, verklaarde hij in het voorjaar, waarin hij de status quo rechtvaardigde.

Op dit moment is Alain Lassus niet van gedachten veranderd. ‘De regels zijn nog steeds dezelfde, daardoor zie ik geen mogelijkheid voor aanpassing. We zullen moeten wennen aan verschillende snelheden op een en dezelfde weg. En ik roep iedereen op om voorzichtig te zijn en de maximumsnelheid te respecteren, want de boetes liegen er niet om. Voor de N151 tussen Bourges en La Charité bijvoorbeeld blijft de maximumsnelheid 80 km per uur omdat dit een Route National is en dus niet onder de verantwoordelijkheid van het departement valt. Het kan dus zo maar voorkomen dat je van een Route National komt, waar je 80 km/u mag rijden, om vervolgens op een Route Départemental te komen waar je tien kilometer harder mag rijden.’

Bij de buren

De Yonne maakt dezelfde keuze als de Nièvre, om dezelfde reden.

De Allier heeft een gedeeltelijke terugkeer naar 90 km/u gepland tegen het einde van dit jaar.

In de Côte d’Or is het sinds maart weer mogelijk om 90 km/u te rijden op meer dan 1100 km aan departementale wegen, waaronder de D681 en de D15 naar Saulieu.

In de Loiret gaf de Commissie Verkeersveiligheid begin juli groen licht voor slechts 2 van de 32 trajecten om de snelheid te verhogen.

In de Saône-et-Loire wordt op sommige wegen een terugkeer naar 90 km/u overwogen.

Aart Sierksma

Bron: Retour aux 90 km/h ou pas : des trajets à deux vitesses entre la Nièvre et le Cher [Alain Gavriloff]

Dit bericht is 304 keer bekeken

Woning te koop in de Nièvre

Na een stilstand van twee maanden, vanwege de lockdown, werden de vastgoedtransacties in juni en juli weer hervat. Er zijn op dit moment beduidend meer mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar huizen op het platteland, waarbij ze profiteren van de nog steeds lage rente en verkoopprijzen.

Van het ene op het andere moment kwamen we terecht in een periode van onzekerheid: na een goed jaar in 2019 en een goede start in 2020, kwam de vastgoedsector van maart tot mei van dit jaar volledig tot stilstand. Ondanks de angst voor zowel een psychologisch effect als voor economische instabiliteit, was er geen weg terug. Zodra we de bezichtigingen weer konden hervatten zagen we een stijgende lijn’, zegt Jean-Claude Beugnot, voorzitter van de FNAIM 58, opgelucht. ‘De mensen wilden gewoon doorgaan met waar ze mee bezig waren, waardoor we vrij snel de draad weer konden oppakken’.

Twee keer zoveel vraag

Vooral Parijzenaars zijn op zoek naar een woning in een rustige omgeving. Velen zijn getraumatiseerd door de lockdown en het zo dicht op elkaar wonen. Ze willen naar Nevers of nog liever naar het platteland. Directeur van het agentschap Century 21 in Clamecy, Marc Ducreux bevestigt: ‘We zien een explosieve groei in de vraag naar zowel hoofdverblijven als naar tweede woningen. Er zijn veel aanvragen van mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar een landhuis met een tuin, om er even tussenuit te zijn en misschien ook wel om te investeren in een vaste verblijfplaats. En de cijfers liegen niet. In mei, juni en juli hadden we twee keer zoveel aanvragen als voorheen: Van 80 tot 100 dossiers van voor de crisis tot 200 per maand op dit moment.’

En wat opvalt is dat er geen enkel onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende districten’, zegt Marc Ducreux, wiens activiteiten zich uitspreiden van Cosne (met een tweede agentschap van zijn broer) tot Clamecy via Corbigny en La Charité-sur-Loire. ‘Een van de troeven van dit gebied, helaas voor de verkopers, is uiteraard de prijs. In de omgeving van Clamecy ligt de gemiddelde prijs per vierkante meter rond de 500 euro, vergeleken met 1.000 euro in Nevers… En meer dan 10.000 euro in Parijs. Resultaat: Het is eenvoudig om hier een huis te vinden voor minder dan 50.000 euro.

Bovendien blijft de rente laag, hoewel de makelaars opmerken dat de banken voorzichtiger zijn met het verstrekken van krediet aan kopers zonder onderpand. ‘Ze willen op zijn minst een aanbetaling om de notariskosten te dekken. Maar soms zien we toch ook dat jongeren zonder borgstelling een financiering krijgen’, zegt Marc Ducreux.

Bij het makelaarskantoor Morvan Patrimoine in Château-Chinon bevestigt Myriam Thenin de positieve ontwikkeling in de Morvan: ‘We hadden het erg druk in juni en juli en al gauw honderd e-mails per dag tijdens de lockdown. Parijzenaren die de stad willen verlaten. Maar dat niet alleen. Ook aanvragen vanuit de lokale bevolking, vooral jonge mensen die op eens een woning zoeken’.

Myriam Thenin zag ook mensen uit de Haute-Savoie, Franche-Comté en een koper uit Corsica. ‘Wat de buitenlanders betreft zien we dat de Nederlanders vooral zoeken via de hier gevestigde Nederlandse makelaars en dat de Belgen weer meer bij ons aankloppen. De vraag concentreert zich nu vooral op kleine huizen met kleine percelen, en internet’, zegt Myriam Thenin, ‘wat natuurlijk alles te maken heeft met de mogelijkheid om te kunnen telewerken.’

De Morvan heeft veel troeven in huis, maar er is één voorwaarde: het internet moet goed en snel werken. ‘We zijn niet ver van Parijs en hebben een relatief goede infrastructuur, met de bus ben je voor 1,50 euro in Nevers. Daarnaast hebben we schitterende meren, een prachtig landschap, huizen met karakter en ……. de huizenprijzen.

Hetzelfde geldt voor Moulins-Engilbert, bij Immobilière du Château, waar Jean-Michel Chapelin ‘een overduidelijke ontwikkeling’ noteert. ‘Als het zo doorgaat, krijgen we een uitzonderlijk jaar! Onze klantenkring is niet beperkt tot Parijzenaren. We hebben veel aanvragen uit de Lyonnais, maar ook lokale aspirant kopers en wat buitenlanders. Waarschijnlijk hopen ze op tijd te zijn voordat de prijzen stijgen. Wat zeldzaam is, wordt duurder’, is zijn devies.

Er is een tekort

Het eerste gevolg van deze hernieuwde belangstelling is dat het aantal te koop staande woningen nu al begint op te raken. ‘We hebben de voorraad al flink zien dalen,’ geeft Marc Ducreux toe. Zelfs in Nevers merkt Jean-Claude Beugnot op: ‘We hebben nu al een tekort aan woningen in de verkoop. Vandaar dat we flyeren en eigenaren uitnodigen om hun huis te koop te zetten. In de Morvan bijvoorbeeld zijn huizen tussen de €40.000 en €70.000, het meest gewild en die beginnen aardig op te raken.

Geen prijsverhoging

Aan de andere kant heeft deze sterkere vraag de prijzen vooralsnog niet opgedreven. ‘Sommige verkopers hebben het wel over een hogere prijs, maar we zitten hier niet in Parijs,’ zegt Jean-Claude Beugnot. ‘De prijzen zijn niet gestegen maar zelfs licht gedaald, in tegenstelling tot wat we dachten’, merkt Marc Ducreux op.

We hopen dat deze opleving de verliezen van twee maanden lockdown kunnen compenseren. We moeten in staat zijn om de verloren omzet in te halen’, zegt Marc Ducreux. Jean-Claude Beugnot is voorzichtiger: ‘Het laatste kwartaal van dit jaar zullen we de balans opmaken. Er is sprake van een inhaalslag, maar er zijn nog steeds onzekerheden. We hebben veel gehoord over telewerken, wat de kleine steden ten goede kan komen. De ontwikkeling van de economische situatie, en dus van de werkgelegenheid, zal de komende maanden ook van essentieel belang zijn voor de vastgoedmarkt.’

Aart Sierksma

Bron: Immobilier : une forte reprise des ventes dans la Nièvre après l’épisode de confinement [Alain Gavriloff]

Dit bericht is 683 keer bekeken

In de voetsporen van de Grand Meaulnes

  Alain-Fournier heeft met één enkele roman meerdere generaties ingrijpend veranderd. Le Grand Meaulnes is het verhaal over een adolescentie vol herinneringen en mysteries. Hij was de auteur met slechts één roman, gepubliceerd in 1913. Dit unieke werk werd direct heel enthousiast ontvangen waardoor Alain-Fournier al snel tot één van de beroemdste schrijvers van zijn tijd werd gerekend.

Onmiddellijk succes

  Alain-Fournier, zijn echte naam was Henri-Alban Fournier, is geboren op 3 oktober 1886 in La Chapelle-d’Angillon, een gemeente in het noorden van de Cher, in het huisje van zijn grootouders van moederszijde. Het huis staat er nog steeds en wordt onderhouden alsof de tijd er geen vat op heeft gehad. Hij stamde uit een onderwijsgezin en kreeg les van zijn vader, die in 1891 werd benoemd tot directeur van de school van Épineuil-le-Fleuriel, waar hij tot 1898 verbleef. Daarna verhuisde hij naar Parijs en woonde drie jaar in het internaat van het Lycée Voltaire. Na een mislukte poging om op de marineschool in Brest te komen, keerde hij terug naar Bourges om daar zijn eindexamen te doen. Aansluitend probeerde hij, zonder succes, toegelaten te worden tot een lerarenopleiding.

  Eén ontmoeting zal de rest van zijn korte leven markeren en hem inspireren tot het schrijven van het verhaal van de Grand Meaulnes. Hij werd verliefd op Yvonne de Quiévrecourt die hij in juni 1905 op de trappen van het Grand Palais in Parijs had ontmoet. Jammer genoeg een onbeantwoorde liefde. Na zijn militaire diensttijd werd hij in 1910 redacteur bij Paris-Journal en begon hij de Grand Meaulnes te schrijven, die hij in 1913 voltooide. Een roman die eerst als een kort verhaal verscheen in La Nouvelle Revue Française (juli tot november 1913), daarna in boekvorm bij Émile-Paul. Het boek werd als een meesterwerk onthaald en miste op een haar na, in de tiende stemronde, de prestigieuze Prix Goncourt.

  Zodra de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kwam Alain-Fournier als luitenant infanterie aan het front van Lotharingen. Op 23 augustus 1914 nam hij deel aan drie veldslagen rond Verdun waarbij veel doden vielen. Eind september werd een deel van zijn regiment als vermist opgegeven. Hij was nog geen achtentwintig jaar oud. Pas in mei 1991 werden de stoffelijke overschotten in een massagraf ontdekt. Zes maanden later is het lichaam van Alain-Fournier samen met dat van zijn strijdmakkers begraven op de militaire begraafplaats Saint-Remy-la-Calonne (Meuse).

Een roman, een reis

  Le Grand Meaulnes wordt vaak vergeleken met een literaire reis. Een reis doordrenkt met nostalgie naar de kindertijd en de adolescentie. Op het platteland van de Berry ontstaan de eerste emoties van liefde en vooral de grenzeloze bewondering voor de grote zeventienjarige Meaulnes, met wie alles mogelijk lijkt. ‘De komst van Augustin Meaulnes was voor mij het begin van een nieuw leven’, schreef de held François. ‘Een Meaulnes die na een reis naar Vierzon enkele dagen verdwijnt om daarna, in het kostuum van een markies onder zijn schooluniform, als een andere persoon terug te keren.Het is een aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen waarin alle literaire bronnen van betovering, mysterie en romantiek met elkaar vermengd worden.

Musée Alain-Fournier

  In 1991 is de school van Alain Fournier omgevormd tot een museum, een museum dat de kindertijd van de schrijver vertelt. ‘Het is een typische school uit de Derde Republiek, alles in de oorspronkelijke staat hersteld, volgens de verhalen van Isabelle, Alain-Fournier’s zus,’ verklaart Patricia, een gids en oud-leerlinge van school. Tijdens het bezoek vertelt ze vele anekdotes over het leven van de familie Fournier: ‘Marie-Albanie, de moeder van de familie, werd de eerste onderwijzeres op deze jongensschool in 1893. Haar gehandicapte dochter Isabelle was een van haar leerlingen’, vertelt ze.

Tussen fictie en werkelijkheid

  De familie Fournier was zeer bescheiden en tegelijkertijd erg gerespecteerd. Ze woonden in een appartement en sliepen met vier mensen in een kamer van 12 vierkante meter. De steden en plekken in het boek zijn plaatsen in de Cher hoewel de roman zich volgens Alain-Fournier afspeelt in Sologne. ‘Vierzon is Urçay, een dorp 9 kilometer verderop en La Gare is eigenlijk Vallon-en-Sully, een dorp dichtbij Épineuil-le-Fleuriel’, zegt de gids. De personages in de roman zijn ook geïnspireerd door mensen die de auteur in zijn leven heeft ontmoet. Yvonne de Galais, een van de hoofdfiguren, is Yvonne de Quiévrecourt, waar de schrijver smoorverliefd op was. François Seurel en Augustin Meaulnes vertegenwoordigen het zachtaardige en het opstandige deel van de schrijver. De bezoekers kunnen legio foto’s, door de schrijver zelf gemaakt, bekijken. Zijn neven en nichten, zijn oom of zijn moeder…..

Tentoonstelling over de school in 1900

  Van 1 juli tot 31 augustus is de tentoonstelling Op weg naar school te zien. Bezoekers kunnen de school uit die tijd beter leren kennen, door middel van verschillende boeken, posters, notitieboekjes en schoolkinderkleding. Het museum is geopend van 1 juli tot en met 31 oktober, van woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur. De school is gelegen in het dorp Epineuil-le-Fleuriel, rue Alain-Fournier 8.

Pléiade

  Op 20 maart 2020 is Le Grand Meaulnes toegelaten tot La Pléiade. Alain-Fournier is een van de zeldzame auteurs die één enkele roman heeft geschreven die in deze prestigieuze collectie zal worden gepubliceerd.

  Noot van de vertaler: De Bibliothèque de la Pléiade is een Franse redactionele collectie die in 1931 werd gecreëerd door Jacques Schiffrin, een onafhankelijke jonge redacteur. Schiffrin wilde het publiek referentie-uitgaven van de volledige werken van klassieke auteurs in zakformaat aanbieden.

Aart Sierksma

Bron: Sur les traces du Grand Meaulnes entre Berry et Sologne [Frank Simon],Dans les pas du Grand Meaulnes [Blanche Joffrin]

Dit bericht is 150 keer bekeken

Medische zorg op afstand

Tijdens de lockdown is van het ene op het andere moment digitale zorg op afstand ingevoerd.  Wat vinden de huisartsen? Hoe nu verder? Heeft deze periode iets nieuws opgeleverd of behoren de consultaties op afstand alweer tot een ver verleden?

In de Nièvre zijn sinds de lockdown meer dan 1000 consulten op afstand uitgevoerd door 300 professionals op een speciaal daarvoor gecreëerd plateforme régionale de télémédecine. En dan zijn de consulten van privé platforms, zoals Doctolib, niet meegerekend. Voor zowel artsen als patiënten lijkt deze vorm echter geen onverdeeld succes.

Zij zijn tegen

In Nevers verzekerde een arts me tussen twee afspraken door: ‘Ik heb heel wat digitale consulten gedaan, maar na de lockdown kap ik daarmee’. Zonder verdere uitleg.

In Sermoise geeft een secretaresse toe: ‘Daar zijn we mee gestopt. De dokter wil liever dat de mensen naar de praktijk komen, onze wachtkamer is groot genoeg. En we hebben eigenlijk ook niet veel Covid-gevallen gehad. Tijdens de lockdown hadden we twee tot drie consulten op afstand per dag voor mensen die kwetsbaar waren, maar sinds eind mei zijn we daar dus mee gestopt. We zouden het uiteindelijk wel kunnen gebruiken voor kleine problemen.’

Zij zijn voor

Omgekeerd ziet Dr. De Boerio consultatie op afstand als een echte kans om mensen in ver afgelegen gebieden medische zorg te bieden, ‘Ik heb mijn hele jeugd in La Charité doorgebracht, waar ik nog steeds een woning heb’, legt deze huisarts uit die nu in de regio Parijs werkt. Maar dankzij de digitale mogelijkheden biedt hij patiënten uit de Nièvre vier tot vijf avonden per week consultaties aan, van 20.00 uur tot middernacht. Hij werkt ook nog twee avonden per week voor de Samu.

Mensen uit de Nièvre vertegenwoordigen 15% van zijn patiënten. ‘Ik weet dat er in de Nièvre erg weinig artsen zijn, vooral in de omgeving van La Charité. Aangezien dit mijn lievelingsstreek is, bied ik deze consultaties op afstand aan. Mensen kunnen mij vinden via Doctolib. Dat zijn bijna altijd mensen die geen eigen huisarts hebben of waarvan de dokter op dat moment niet bereikbaar is. Dankzij consultatie op afstand hoeven ze niet te wachten in een wachtkamer, maar kunnen ze gewoon thuis op de bank, voor de tv wachten. En als ik beschikbaar ben, piept de computer en begint het consult. ‘s Avonds krijg ik veel verzoeken. Het kan bijvoorbeeld gaan om urineweginfecties, ischiaspijn, of spit. Het voorkomt dat patiënten de hele nacht moeten opblijven met pijn en moeten wachten tot de volgende dag om naar de dokter te gaan. Het stelt hen ook in staat om erg snel afspraken te maken voor laboratoriumtests, echografieën of röntgenfoto’s. Voor sommigen is dat van fundamenteel belang, omdat werkgevers vaak binnen 48 uur een verklaring eisen.’

Dr. De Boerio rekent een derde deel van de kosten, zodat patiënten niet te veel betalen, zelfs niet ’s nachts (ongeveer 20 euro).

Digitale zorg op afstand kan problemen in de Nièvre helpen verminderen. Iedereen in de Nièvre kan daardoor terecht bij specialisten in Nevers, Clermont-Ferrand, Dijon en zelfs in Parijs. Voor bepaalde medische specialiteiten gelden wel beperkingen, omdat men geen klinisch onderzoek kan doen: longziekten, kindergeneeskunde… Maar voor suikerziekte is er geen lichamelijk onderzoek nodig, en voor huidziekten zijn foto’s op smartphones meestal voldoende…’.

Zij zijn voor, maar…

In Garchizy voerde Dr. Vié vijftig tot zestig consulten op afstand uit tijdens de lockdown. Nu heeft hij er gemiddeld nog één per dag. Hij zegt: ‘Consultatie op afstand is een goede zaak, maar het heeft zijn beperkingen. De belangrijkste voordelen: Het stelde ons in staat om patiënten te spreken die niet naar buiten wilden uit angst voor het virus. En het kostte minder tijd, waardoor we extra tijd overhielden voor andere zorg. Maar ik zie ook nadelen. Er vindt geen klinisch onderzoek plaats, je kunt het niet controleren. Tijdens de lockdown heb ik enkele patiënten terug moeten bellen om zeker te zijn van de diagnose.’

Dr. Vié is van plan om ruimte te maken voor één of twee consulten op afstand per dag. Het idee zou zijn dat de medisch secretaresse patiënten doorverwijst die geschikt zijn voor dit soort afspraken. ‘Het kunnen mensen zijn die last hebben van allergieën of diabetici die stabiel zijn. Hoe dan ook, het moeten patiënten zijn die ik ken. En het kan niet systematisch zijn, het moet incidenteel blijven’.

In St. Eloi was Dr. Roche al in december begonnen met medische zorg op afstand. ‘Ik vond het heel geschikt voor het oplossen van kleine problemen zoals: eenmalig medisch advies, verlenging van recepten voor een patiënt op vakantie….. Alles wat geen klinisch onderzoek nodig had. Ik had vijf consulten per dag vrijgemaakt voor deze zorg. Tijdens de lockdown kwam niemand meer naar de praktijk, dus koos ik voor 100% zorg op afstand. Er kwam van alles en nog wat voorbij en ik hoefde niet één patiënt naar de praktijk te laten komen. Ik was in staat om veel dingen te regelen, zelfs longembolieën en tromboses. Het gaat ook sneller zo. Tien minuten in vergelijking met de gebruikelijke vijftien minuten. Alleen digitaal recepten uitschrijven kost wat meer tijd. Voor de patiënt is het vrij eenvoudig, behalve voor mensen die niet weten hoe ze computers moeten gebruiken. Ik heb heel veel patiënten uit de hele Nièvre gehad,maar ook uit Moulins en uit Parijs! Sinds de deconfiniëring heb ik vijftien consulten per dag aangehouden. Mensen moeten zich via Doctolib registreren. Wel ben ik gestopt met het opnemen van nieuwe patiënten voor zorg op afstand, omdat ik de geschiedenis van mijn patiënten wil kennen.’

De twee belangrijkste belemmeringen

1. De kosten

Het platform, dat door l’Agence régionale de santé is opgezet, is gratis. Privéplatforms, zoals Doctolib, hebben het voordeel dat ze populairder zijn, maar worden door de diverse praktijken betaald. ‘Voorlopig betalen we € 129 per maand per praktijk om op het platform te komen en €1 per consult. Maar ze onderhandelen opnieuw over de contracten voor oktober en overwegen, naast de € 129, een vast bedrag van € 79 per maand. Een deel zou worden gedekt door de sociale zekerheid, maar dat is nog steeds erg onduidelijk’, zegt Dr. Vié.

2. Het netwerk

We hebben nogal wat problemen met het internet gehad tijdens de lockdown’, vervolgt Dr. Vié. ‘En op 9 juni waren zelfs alle artsen in het medisch centrum 30 minuten offline, omdat alles geblokkeerd was. We hebben echt versneld een nieuw glasvezelnet nodig! Want de logische volgende stap voor deze zorg is medische expertise op afstand, met een verpleegkundige die voor dit soort praktijken is opgeleid en die de stethoscoop, de tensiometer of de otoscoop voor ons hanteert, bijvoorbeeld in een bejaardentehuis. Maar daarvoor heb je een netwerk nodig dat doet wat je vraagt.’

Aart Sierksma

Bron: Pour ou contre la télémédecine ? Les médecins de la Nièvre donnent leur avis [Marlène Martin]

Dit bericht is 190 keer bekeken