Heliumwinning

Kan de Nièvre de belangrijkste Europese locatie voor de aanvoer van helium worden, een zeldzaam en duur gas dat in de bodem van twaalf gemeenten in het zuidwesten van het departement wordt aangetroffen? Het winnings- en productieproject dat door een bedrijf uit la Moselle is opgezet wil graag de exclusieve vergunning krijgen.

Nicolas Pélissier, de voorzitter van het bedrijf 45-8 Energy uit Metz, wil de huid van de beer niet verkopen alvorens deze te doden, maar hij is zeer optimistisch dat hij binnenkort een exclusieve licentie zal krijgen om helium te zoeken in de bodem van de Nièvre.

De prefectuur, die deze vergunningsaanvraag in oktober 2019 heeft ontvangen, heeft begin september haar advies aan het ministerie van Ecologische Overgang doorgegeven. Het Ministerie van Economische Zaken, dat uiteindelijk het besluit moet nemen over het al dan niet officieel starten van de exploitatie, heeft een openbare raadpleging op het internet gelanceerd. De bevolking van de Nièvre kan zich uitspreken over het winnings- en productieproject van dit zeer zeldzame gas. Het strekt zich uit over een grondgebied van 251 km² in de volgende gemeenten: Azy-le-Vif, Chantenay-Saint-Imbert, Chevenon, Dornes, Luthenay-Uxeloup, Magny-Cours, Neuville-lès-Decize, Saint-Parize-en-Viry, Saint-Parize-le-Châtel, Saint-Pierre-le-Moûtier, Sermoise-sur-Loire en Toury-sur-Jour. Zullen deze gemeenten akkoord gaan, zodat de Nièvre de belangrijkste Europese productielocatie van helium wordt?

Reactie begin 2021

De openbare raadpleging over het project is een zeer belangrijke stap voor ons en niet alleen omdat het een verplichte stap is!’ reageert Nicolas Pélissier, die ook ingenieur geowetenschappen is. ‘We willen dat iedereen zijn eigen conclusie kan trekken en deze kan delen (…) of ze nu positief zijn of niet.’

De bedrijfsleider pleit voor ‘transparantie’. ‘Wij hebben brochures gestuurd (…) naar alle betrokken gemeenten, zodat zij hun burgers kunnen informeren, evenals naar negen milieuverenigingen in de sector. Ons project is uniek in Europa. We willen graag dat de lokale bevolking deze industriële activiteit omarmt en overtuigd is dat we dit project gaan uitvoeren met respect voor het milieu. Het heeft niets te maken met wat er in het verleden is gebeurd met de kolenmijnen in de gemeenten Lucenay-lès-Aix en Cossaye (dat in 2006 werd gelanceerd en vervolgens in 2009 werd ingetrokken),’ concludeert hij in de hoop de wantrouwende bevolking gerust te stellen.

Het ministerie van Economische Zaken zal uiterlijk begin 2021 een besluit nemen. De antwoorden die tijdens de openbare raadpleging zijn verkregen en de adviezen van de prefectuur en de Dreal (la Direction régionale de l’Environnement, de l’Aménagement et du Logement) worden meegenomen in de besluitvorming.

We zijn alle verplichtingen nagekomen’, zegt Nicolas Pélissier. ‘Een gunstige beslissing zou betekenen dat er een vergunning wordt afgegeven voor vijf jaar.’

Onderzoek op locatie

Het bedrijf 45-8 Energy ontdekte dit heliumrijke gebied door het bestuderen van de fysische geografie en de historische gegevens van het Bureau de Recherches Géologiques et Minières (BRGM). Vervolgens door het ontwikkelen van een eigen onderzoeksmethode met behulp van satellietfoto’s en met sensoren uitgeruste drones.

Aan het begin van het jaar schatte Nicolas Pélissier de productiecapaciteit op enkele honderden kubieke meters per dag en per boorgat. ‘De Fonts-Bouillants-bronnen in Saint-Parize-le-Châtel zetten ons op het heliumspoor in de Nièvre. Dit zijn drie natuurlijke kooldioxidebronnen die enorme hoeveelheden helium en kooldioxide in de atmosfeer uitstoten.’

In juni en juli waren de onderzoekteams uit Metz nog steeds aan het werk. Bijna tweehonderd nieuwe monsters werden genomen op de locaties in het zuidwesten van de Nièvre. ‘De afgelopen twee jaar hebben we gas opgepompt en vervolgens geanalyseerd.

De resultaten zijn echt positief. We hebben deze vergunning nodig om nu de volgende stappen te kunnen zetten,’ concludeert Nicolas Pélissier. ‘In het 251 vierkante kilometer grote gebied zit een overvloedige hoeveelheid helium.’

Aart Sierksma

Bron: Projet d’extraction d’hélium dans la Nièvre : la consultation publique est lancée [Ludovic Pillevesse]

Dit bericht is 112 keer bekeken

Terre de Jeux 2024

Nevers en Moulins-Engilbert behoren tot de 259 nieuwe gemeenten en samenwerkingsorganen in Frankrijk die het label “Terre de Jeux” hebben gekregen, waarmee zij sportdelegaties zouden kunnen ontvangen ter voorbereiding op de Olympische Spelen van Parijs.

Dit label betekent nog niet dat het voor Nevers en Moulins-Engilbert al zeker is dat ze de delegaties voor de Olympische Spelen in Parijs in 2024 zullen verwelkomen. Ze zijn er nog niet. Het label Terre de Jeux 2024 is wel een mooie eerste stap voor beide gemeenten.

Wat betekent dit label concreet

In de eerste plaats mogen de gemeenten met dit label het beeldmerk van de Olympische Spelen gebruiken voor hun organisatie van evenementen ter bevordering van sport. Maar ze mogen ook de Olympische Spelen op een groot scherm in de open lucht uitzenden.

Bovendien kunnen de gelabelde gemeenten ook aanspraak maken op een voorbereidingscentrum, d.w.z. sportdelegaties die zich komen voorbereiden op een wedstrijd.

De stad Nevers had al een tijd geleden de wens geuit om tijdens de preolympische voorbereidingsperiodes Olympische sportploegen te mogen ontvangen. ‘We hopen enkele sportdelegaties te mogen verwelkomen, we beschikken in Nevers over voldoende aantrekkelijke faciliteiten: het rugbystadion van de Pré-Fleuri, de tafeltenniszaal van Fouvielle-Birocheau en la Botte de Nevers, de schermzaal. Aan de andere kant is het Canal Latéral à la Loire, dat voor een tijdje was gepland om roei- of kanoteams te herbergen, niet gekozen. De verplaatsing van de pleziervaart zou te veel problemen opleveren. Het wachten is nu op de definitieve toewijzing’, zegt Yannick Chartier, locoburgemeester met sport in zijn portefeuille. ‘We hebben een aantal bijzondere locaties achter de hand,’ voegt burgemeester Denis Thuriot toe.

Moulins-Engilbert had zich vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen aangemeld. De nieuwe gemeenteraad is erg blij met de verkregen aanwijzing. De wethouder van sport is druk bezig om alle acties en activiteiten in detail te beschrijven. Binnenkort komt hij hiermee naar buiten.

Paris2024

Zeventien departementen voegen zich bij de TerredeJeux2024 familie. De organisatie Paris2024 zet zich in om ‘de energie van de Spelen ten goede te laten komen aan alle Franse provincies en hun inwoners.’

Aart Sierksma

Bron: Nevers et Moulins-Engilbert ont obtenu le label “Terre de Jeux 2024” [Jean-Mathias Joly]

Dit bericht is 119 keer bekeken

Terug naar 90 km per uur of niet

De maximumsnelheid van 90 km/u is terug op verschillende wegen in naburige departementen, waaronder twee wegen vanuit Bourges naar de Nièvre. Het departement de Nièvre is nog steeds niet van plan om dit voorbeeld te volgen, vanwege de hoge kosten voor de aanpassingen.

Twee jaar na de snelheidsverlaging naar 80 km/u op tweebaanswegen is het departement de Cher sinds 27 juli een gedeeltelijke terugkeer naar 90 km/u gestart. In eerste instantie wilde Alain Lassus, voorzitter van het Conseil Départemental van de Nièvre, net als Michel Autissier, voorzitter van de volksvertegenwoordiging in de Cher, zo snel mogelijk terug naar de situatie van twee jaar geleden. Ze vonden allebei de nieuwe maximumsnelheid te laag, maar de kosten voor de aanpassingen bleken te hoog te zijn. De Cher heeft daarom gekozen voor een gedeeltelijke aanpassing op 337 km van de wegen op een totaal van 4604 km.

Deze aanpassingen hebben ook gevolgen voor de Nièvre. De D2076 bijvoorbeeld loopt van Bourges via La Guerche naar Saint-Pierre-le-Moûtier in de Nièvre en de D976 verbindt Bourges met Nevers. In de Cher mag nu 90 km/u worden gereden en in de Nièvre…. 80 km/u.

Onevenredig hoge kosten

Alain Lassus, een voorstander van een terugkeer naar 90 km/u, raakte gedesillusioneerd toen hij alle kosten onder ogen kreeg: extra kostbare verkeersveiligheidsregels, een minimale breedte van 1,5 m tussen de rijstrokengeluidsbeperkende maatregelen, fysieke scheiding bij inhaalstroken… Bovendien moeten de betrokken trajecten in beginsel ten minste 10 km lang zijn, zonder een bushalte, zonder woningen langs de weg en met speciale stroken voor landbouwvoortuigen.

De aanpassingen voor 840 km asfalt in de Nièvre worden op 300 miljoen euro geschat. ‘Een onmogelijke uitgave,’ volgens Alain Lassus. ‘Ons departement heeft nu al grote moeite om het wegennet te onderhouden. En als ik besluit de maximumsnelheid te verhogen zonder de aanbevelingen te respecteren, neem ik het risico om bij het eerste ongeluk voor de rechter te belanden’, verklaarde hij in het voorjaar, waarin hij de status quo rechtvaardigde.

Op dit moment is Alain Lassus niet van gedachten veranderd. ‘De regels zijn nog steeds dezelfde, daardoor zie ik geen mogelijkheid voor aanpassing. We zullen moeten wennen aan verschillende snelheden op een en dezelfde weg. En ik roep iedereen op om voorzichtig te zijn en de maximumsnelheid te respecteren, want de boetes liegen er niet om. Voor de N151 tussen Bourges en La Charité bijvoorbeeld blijft de maximumsnelheid 80 km per uur omdat dit een Route National is en dus niet onder de verantwoordelijkheid van het departement valt. Het kan dus zo maar voorkomen dat je van een Route National komt, waar je 80 km/u mag rijden, om vervolgens op een Route Départemental te komen waar je tien kilometer harder mag rijden.’

Bij de buren

De Yonne maakt dezelfde keuze als de Nièvre, om dezelfde reden.

De Allier heeft een gedeeltelijke terugkeer naar 90 km/u gepland tegen het einde van dit jaar.

In de Côte d’Or is het sinds maart weer mogelijk om 90 km/u te rijden op meer dan 1100 km aan departementale wegen, waaronder de D681 en de D15 naar Saulieu.

In de Loiret gaf de Commissie Verkeersveiligheid begin juli groen licht voor slechts 2 van de 32 trajecten om de snelheid te verhogen.

In de Saône-et-Loire wordt op sommige wegen een terugkeer naar 90 km/u overwogen.

Aart Sierksma

Bron: Retour aux 90 km/h ou pas : des trajets à deux vitesses entre la Nièvre et le Cher [Alain Gavriloff]

Dit bericht is 229 keer bekeken

Woning te koop in de Nièvre

Na een stilstand van twee maanden, vanwege de lockdown, werden de vastgoedtransacties in juni en juli weer hervat. Er zijn op dit moment beduidend meer mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar huizen op het platteland, waarbij ze profiteren van de nog steeds lage rente en verkoopprijzen.

Van het ene op het andere moment kwamen we terecht in een periode van onzekerheid: na een goed jaar in 2019 en een goede start in 2020, kwam de vastgoedsector van maart tot mei van dit jaar volledig tot stilstand. Ondanks de angst voor zowel een psychologisch effect als voor economische instabiliteit, was er geen weg terug. Zodra we de bezichtigingen weer konden hervatten zagen we een stijgende lijn’, zegt Jean-Claude Beugnot, voorzitter van de FNAIM 58, opgelucht. ‘De mensen wilden gewoon doorgaan met waar ze mee bezig waren, waardoor we vrij snel de draad weer konden oppakken’.

Twee keer zoveel vraag

Vooral Parijzenaars zijn op zoek naar een woning in een rustige omgeving. Velen zijn getraumatiseerd door de lockdown en het zo dicht op elkaar wonen. Ze willen naar Nevers of nog liever naar het platteland. Directeur van het agentschap Century 21 in Clamecy, Marc Ducreux bevestigt: ‘We zien een explosieve groei in de vraag naar zowel hoofdverblijven als naar tweede woningen. Er zijn veel aanvragen van mensen uit de regio Ile-de-France die op zoek zijn naar een landhuis met een tuin, om er even tussenuit te zijn en misschien ook wel om te investeren in een vaste verblijfplaats. En de cijfers liegen niet. In mei, juni en juli hadden we twee keer zoveel aanvragen als voorheen: Van 80 tot 100 dossiers van voor de crisis tot 200 per maand op dit moment.’

En wat opvalt is dat er geen enkel onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende districten’, zegt Marc Ducreux, wiens activiteiten zich uitspreiden van Cosne (met een tweede agentschap van zijn broer) tot Clamecy via Corbigny en La Charité-sur-Loire. ‘Een van de troeven van dit gebied, helaas voor de verkopers, is uiteraard de prijs. In de omgeving van Clamecy ligt de gemiddelde prijs per vierkante meter rond de 500 euro, vergeleken met 1.000 euro in Nevers… En meer dan 10.000 euro in Parijs. Resultaat: Het is eenvoudig om hier een huis te vinden voor minder dan 50.000 euro.

Bovendien blijft de rente laag, hoewel de makelaars opmerken dat de banken voorzichtiger zijn met het verstrekken van krediet aan kopers zonder onderpand. ‘Ze willen op zijn minst een aanbetaling om de notariskosten te dekken. Maar soms zien we toch ook dat jongeren zonder borgstelling een financiering krijgen’, zegt Marc Ducreux.

Bij het makelaarskantoor Morvan Patrimoine in Château-Chinon bevestigt Myriam Thenin de positieve ontwikkeling in de Morvan: ‘We hadden het erg druk in juni en juli en al gauw honderd e-mails per dag tijdens de lockdown. Parijzenaren die de stad willen verlaten. Maar dat niet alleen. Ook aanvragen vanuit de lokale bevolking, vooral jonge mensen die op eens een woning zoeken’.

Myriam Thenin zag ook mensen uit de Haute-Savoie, Franche-Comté en een koper uit Corsica. ‘Wat de buitenlanders betreft zien we dat de Nederlanders vooral zoeken via de hier gevestigde Nederlandse makelaars en dat de Belgen weer meer bij ons aankloppen. De vraag concentreert zich nu vooral op kleine huizen met kleine percelen, en internet’, zegt Myriam Thenin, ‘wat natuurlijk alles te maken heeft met de mogelijkheid om te kunnen telewerken.’

De Morvan heeft veel troeven in huis, maar er is één voorwaarde: het internet moet goed en snel werken. ‘We zijn niet ver van Parijs en hebben een relatief goede infrastructuur, met de bus ben je voor 1,50 euro in Nevers. Daarnaast hebben we schitterende meren, een prachtig landschap, huizen met karakter en ……. de huizenprijzen.

Hetzelfde geldt voor Moulins-Engilbert, bij Immobilière du Château, waar Jean-Michel Chapelin ‘een overduidelijke ontwikkeling’ noteert. ‘Als het zo doorgaat, krijgen we een uitzonderlijk jaar! Onze klantenkring is niet beperkt tot Parijzenaren. We hebben veel aanvragen uit de Lyonnais, maar ook lokale aspirant kopers en wat buitenlanders. Waarschijnlijk hopen ze op tijd te zijn voordat de prijzen stijgen. Wat zeldzaam is, wordt duurder’, is zijn devies.

Er is een tekort

Het eerste gevolg van deze hernieuwde belangstelling is dat het aantal te koop staande woningen nu al begint op te raken. ‘We hebben de voorraad al flink zien dalen,’ geeft Marc Ducreux toe. Zelfs in Nevers merkt Jean-Claude Beugnot op: ‘We hebben nu al een tekort aan woningen in de verkoop. Vandaar dat we flyeren en eigenaren uitnodigen om hun huis te koop te zetten. In de Morvan bijvoorbeeld zijn huizen tussen de €40.000 en €70.000, het meest gewild en die beginnen aardig op te raken.

Geen prijsverhoging

Aan de andere kant heeft deze sterkere vraag de prijzen vooralsnog niet opgedreven. ‘Sommige verkopers hebben het wel over een hogere prijs, maar we zitten hier niet in Parijs,’ zegt Jean-Claude Beugnot. ‘De prijzen zijn niet gestegen maar zelfs licht gedaald, in tegenstelling tot wat we dachten’, merkt Marc Ducreux op.

We hopen dat deze opleving de verliezen van twee maanden lockdown kunnen compenseren. We moeten in staat zijn om de verloren omzet in te halen’, zegt Marc Ducreux. Jean-Claude Beugnot is voorzichtiger: ‘Het laatste kwartaal van dit jaar zullen we de balans opmaken. Er is sprake van een inhaalslag, maar er zijn nog steeds onzekerheden. We hebben veel gehoord over telewerken, wat de kleine steden ten goede kan komen. De ontwikkeling van de economische situatie, en dus van de werkgelegenheid, zal de komende maanden ook van essentieel belang zijn voor de vastgoedmarkt.’

Aart Sierksma

Bron: Immobilier : une forte reprise des ventes dans la Nièvre après l’épisode de confinement [Alain Gavriloff]

Dit bericht is 582 keer bekeken

In de voetsporen van de Grand Meaulnes

  Alain-Fournier heeft met één enkele roman meerdere generaties ingrijpend veranderd. Le Grand Meaulnes is het verhaal over een adolescentie vol herinneringen en mysteries. Hij was de auteur met slechts één roman, gepubliceerd in 1913. Dit unieke werk werd direct heel enthousiast ontvangen waardoor Alain-Fournier al snel tot één van de beroemdste schrijvers van zijn tijd werd gerekend.

Onmiddellijk succes

  Alain-Fournier, zijn echte naam was Henri-Alban Fournier, is geboren op 3 oktober 1886 in La Chapelle-d’Angillon, een gemeente in het noorden van de Cher, in het huisje van zijn grootouders van moederszijde. Het huis staat er nog steeds en wordt onderhouden alsof de tijd er geen vat op heeft gehad. Hij stamde uit een onderwijsgezin en kreeg les van zijn vader, die in 1891 werd benoemd tot directeur van de school van Épineuil-le-Fleuriel, waar hij tot 1898 verbleef. Daarna verhuisde hij naar Parijs en woonde drie jaar in het internaat van het Lycée Voltaire. Na een mislukte poging om op de marineschool in Brest te komen, keerde hij terug naar Bourges om daar zijn eindexamen te doen. Aansluitend probeerde hij, zonder succes, toegelaten te worden tot een lerarenopleiding.

  Eén ontmoeting zal de rest van zijn korte leven markeren en hem inspireren tot het schrijven van het verhaal van de Grand Meaulnes. Hij werd verliefd op Yvonne de Quiévrecourt die hij in juni 1905 op de trappen van het Grand Palais in Parijs had ontmoet. Jammer genoeg een onbeantwoorde liefde. Na zijn militaire diensttijd werd hij in 1910 redacteur bij Paris-Journal en begon hij de Grand Meaulnes te schrijven, die hij in 1913 voltooide. Een roman die eerst als een kort verhaal verscheen in La Nouvelle Revue Française (juli tot november 1913), daarna in boekvorm bij Émile-Paul. Het boek werd als een meesterwerk onthaald en miste op een haar na, in de tiende stemronde, de prestigieuze Prix Goncourt.

  Zodra de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kwam Alain-Fournier als luitenant infanterie aan het front van Lotharingen. Op 23 augustus 1914 nam hij deel aan drie veldslagen rond Verdun waarbij veel doden vielen. Eind september werd een deel van zijn regiment als vermist opgegeven. Hij was nog geen achtentwintig jaar oud. Pas in mei 1991 werden de stoffelijke overschotten in een massagraf ontdekt. Zes maanden later is het lichaam van Alain-Fournier samen met dat van zijn strijdmakkers begraven op de militaire begraafplaats Saint-Remy-la-Calonne (Meuse).

Een roman, een reis

  Le Grand Meaulnes wordt vaak vergeleken met een literaire reis. Een reis doordrenkt met nostalgie naar de kindertijd en de adolescentie. Op het platteland van de Berry ontstaan de eerste emoties van liefde en vooral de grenzeloze bewondering voor de grote zeventienjarige Meaulnes, met wie alles mogelijk lijkt. ‘De komst van Augustin Meaulnes was voor mij het begin van een nieuw leven’, schreef de held François. ‘Een Meaulnes die na een reis naar Vierzon enkele dagen verdwijnt om daarna, in het kostuum van een markies onder zijn schooluniform, als een andere persoon terug te keren.Het is een aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen waarin alle literaire bronnen van betovering, mysterie en romantiek met elkaar vermengd worden.

Musée Alain-Fournier

  In 1991 is de school van Alain Fournier omgevormd tot een museum, een museum dat de kindertijd van de schrijver vertelt. ‘Het is een typische school uit de Derde Republiek, alles in de oorspronkelijke staat hersteld, volgens de verhalen van Isabelle, Alain-Fournier’s zus,’ verklaart Patricia, een gids en oud-leerlinge van school. Tijdens het bezoek vertelt ze vele anekdotes over het leven van de familie Fournier: ‘Marie-Albanie, de moeder van de familie, werd de eerste onderwijzeres op deze jongensschool in 1893. Haar gehandicapte dochter Isabelle was een van haar leerlingen’, vertelt ze.

Tussen fictie en werkelijkheid

  De familie Fournier was zeer bescheiden en tegelijkertijd erg gerespecteerd. Ze woonden in een appartement en sliepen met vier mensen in een kamer van 12 vierkante meter. De steden en plekken in het boek zijn plaatsen in de Cher hoewel de roman zich volgens Alain-Fournier afspeelt in Sologne. ‘Vierzon is Urçay, een dorp 9 kilometer verderop en La Gare is eigenlijk Vallon-en-Sully, een dorp dichtbij Épineuil-le-Fleuriel’, zegt de gids. De personages in de roman zijn ook geïnspireerd door mensen die de auteur in zijn leven heeft ontmoet. Yvonne de Galais, een van de hoofdfiguren, is Yvonne de Quiévrecourt, waar de schrijver smoorverliefd op was. François Seurel en Augustin Meaulnes vertegenwoordigen het zachtaardige en het opstandige deel van de schrijver. De bezoekers kunnen legio foto’s, door de schrijver zelf gemaakt, bekijken. Zijn neven en nichten, zijn oom of zijn moeder…..

Tentoonstelling over de school in 1900

  Van 1 juli tot 31 augustus is de tentoonstelling Op weg naar school te zien. Bezoekers kunnen de school uit die tijd beter leren kennen, door middel van verschillende boeken, posters, notitieboekjes en schoolkinderkleding. Het museum is geopend van 1 juli tot en met 31 oktober, van woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur. De school is gelegen in het dorp Epineuil-le-Fleuriel, rue Alain-Fournier 8.

Pléiade

  Op 20 maart 2020 is Le Grand Meaulnes toegelaten tot La Pléiade. Alain-Fournier is een van de zeldzame auteurs die één enkele roman heeft geschreven die in deze prestigieuze collectie zal worden gepubliceerd.

  Noot van de vertaler: De Bibliothèque de la Pléiade is een Franse redactionele collectie die in 1931 werd gecreëerd door Jacques Schiffrin, een onafhankelijke jonge redacteur. Schiffrin wilde het publiek referentie-uitgaven van de volledige werken van klassieke auteurs in zakformaat aanbieden.

Aart Sierksma

Bron: Sur les traces du Grand Meaulnes entre Berry et Sologne [Frank Simon],Dans les pas du Grand Meaulnes [Blanche Joffrin]

Dit bericht is 115 keer bekeken

Medische zorg op afstand

Tijdens de lockdown is van het ene op het andere moment digitale zorg op afstand ingevoerd.  Wat vinden de huisartsen? Hoe nu verder? Heeft deze periode iets nieuws opgeleverd of behoren de consultaties op afstand alweer tot een ver verleden?

In de Nièvre zijn sinds de lockdown meer dan 1000 consulten op afstand uitgevoerd door 300 professionals op een speciaal daarvoor gecreëerd plateforme régionale de télémédecine. En dan zijn de consulten van privé platforms, zoals Doctolib, niet meegerekend. Voor zowel artsen als patiënten lijkt deze vorm echter geen onverdeeld succes.

Zij zijn tegen

In Nevers verzekerde een arts me tussen twee afspraken door: ‘Ik heb heel wat digitale consulten gedaan, maar na de lockdown kap ik daarmee’. Zonder verdere uitleg.

In Sermoise geeft een secretaresse toe: ‘Daar zijn we mee gestopt. De dokter wil liever dat de mensen naar de praktijk komen, onze wachtkamer is groot genoeg. En we hebben eigenlijk ook niet veel Covid-gevallen gehad. Tijdens de lockdown hadden we twee tot drie consulten op afstand per dag voor mensen die kwetsbaar waren, maar sinds eind mei zijn we daar dus mee gestopt. We zouden het uiteindelijk wel kunnen gebruiken voor kleine problemen.’

Zij zijn voor

Omgekeerd ziet Dr. De Boerio consultatie op afstand als een echte kans om mensen in ver afgelegen gebieden medische zorg te bieden, ‘Ik heb mijn hele jeugd in La Charité doorgebracht, waar ik nog steeds een woning heb’, legt deze huisarts uit die nu in de regio Parijs werkt. Maar dankzij de digitale mogelijkheden biedt hij patiënten uit de Nièvre vier tot vijf avonden per week consultaties aan, van 20.00 uur tot middernacht. Hij werkt ook nog twee avonden per week voor de Samu.

Mensen uit de Nièvre vertegenwoordigen 15% van zijn patiënten. ‘Ik weet dat er in de Nièvre erg weinig artsen zijn, vooral in de omgeving van La Charité. Aangezien dit mijn lievelingsstreek is, bied ik deze consultaties op afstand aan. Mensen kunnen mij vinden via Doctolib. Dat zijn bijna altijd mensen die geen eigen huisarts hebben of waarvan de dokter op dat moment niet bereikbaar is. Dankzij consultatie op afstand hoeven ze niet te wachten in een wachtkamer, maar kunnen ze gewoon thuis op de bank, voor de tv wachten. En als ik beschikbaar ben, piept de computer en begint het consult. ‘s Avonds krijg ik veel verzoeken. Het kan bijvoorbeeld gaan om urineweginfecties, ischiaspijn, of spit. Het voorkomt dat patiënten de hele nacht moeten opblijven met pijn en moeten wachten tot de volgende dag om naar de dokter te gaan. Het stelt hen ook in staat om erg snel afspraken te maken voor laboratoriumtests, echografieën of röntgenfoto’s. Voor sommigen is dat van fundamenteel belang, omdat werkgevers vaak binnen 48 uur een verklaring eisen.’

Dr. De Boerio rekent een derde deel van de kosten, zodat patiënten niet te veel betalen, zelfs niet ’s nachts (ongeveer 20 euro).

Digitale zorg op afstand kan problemen in de Nièvre helpen verminderen. Iedereen in de Nièvre kan daardoor terecht bij specialisten in Nevers, Clermont-Ferrand, Dijon en zelfs in Parijs. Voor bepaalde medische specialiteiten gelden wel beperkingen, omdat men geen klinisch onderzoek kan doen: longziekten, kindergeneeskunde… Maar voor suikerziekte is er geen lichamelijk onderzoek nodig, en voor huidziekten zijn foto’s op smartphones meestal voldoende…’.

Zij zijn voor, maar…

In Garchizy voerde Dr. Vié vijftig tot zestig consulten op afstand uit tijdens de lockdown. Nu heeft hij er gemiddeld nog één per dag. Hij zegt: ‘Consultatie op afstand is een goede zaak, maar het heeft zijn beperkingen. De belangrijkste voordelen: Het stelde ons in staat om patiënten te spreken die niet naar buiten wilden uit angst voor het virus. En het kostte minder tijd, waardoor we extra tijd overhielden voor andere zorg. Maar ik zie ook nadelen. Er vindt geen klinisch onderzoek plaats, je kunt het niet controleren. Tijdens de lockdown heb ik enkele patiënten terug moeten bellen om zeker te zijn van de diagnose.’

Dr. Vié is van plan om ruimte te maken voor één of twee consulten op afstand per dag. Het idee zou zijn dat de medisch secretaresse patiënten doorverwijst die geschikt zijn voor dit soort afspraken. ‘Het kunnen mensen zijn die last hebben van allergieën of diabetici die stabiel zijn. Hoe dan ook, het moeten patiënten zijn die ik ken. En het kan niet systematisch zijn, het moet incidenteel blijven’.

In St. Eloi was Dr. Roche al in december begonnen met medische zorg op afstand. ‘Ik vond het heel geschikt voor het oplossen van kleine problemen zoals: eenmalig medisch advies, verlenging van recepten voor een patiënt op vakantie….. Alles wat geen klinisch onderzoek nodig had. Ik had vijf consulten per dag vrijgemaakt voor deze zorg. Tijdens de lockdown kwam niemand meer naar de praktijk, dus koos ik voor 100% zorg op afstand. Er kwam van alles en nog wat voorbij en ik hoefde niet één patiënt naar de praktijk te laten komen. Ik was in staat om veel dingen te regelen, zelfs longembolieën en tromboses. Het gaat ook sneller zo. Tien minuten in vergelijking met de gebruikelijke vijftien minuten. Alleen digitaal recepten uitschrijven kost wat meer tijd. Voor de patiënt is het vrij eenvoudig, behalve voor mensen die niet weten hoe ze computers moeten gebruiken. Ik heb heel veel patiënten uit de hele Nièvre gehad,maar ook uit Moulins en uit Parijs! Sinds de deconfiniëring heb ik vijftien consulten per dag aangehouden. Mensen moeten zich via Doctolib registreren. Wel ben ik gestopt met het opnemen van nieuwe patiënten voor zorg op afstand, omdat ik de geschiedenis van mijn patiënten wil kennen.’

De twee belangrijkste belemmeringen

1. De kosten

Het platform, dat door l’Agence régionale de santé is opgezet, is gratis. Privéplatforms, zoals Doctolib, hebben het voordeel dat ze populairder zijn, maar worden door de diverse praktijken betaald. ‘Voorlopig betalen we € 129 per maand per praktijk om op het platform te komen en €1 per consult. Maar ze onderhandelen opnieuw over de contracten voor oktober en overwegen, naast de € 129, een vast bedrag van € 79 per maand. Een deel zou worden gedekt door de sociale zekerheid, maar dat is nog steeds erg onduidelijk’, zegt Dr. Vié.

2. Het netwerk

We hebben nogal wat problemen met het internet gehad tijdens de lockdown’, vervolgt Dr. Vié. ‘En op 9 juni waren zelfs alle artsen in het medisch centrum 30 minuten offline, omdat alles geblokkeerd was. We hebben echt versneld een nieuw glasvezelnet nodig! Want de logische volgende stap voor deze zorg is medische expertise op afstand, met een verpleegkundige die voor dit soort praktijken is opgeleid en die de stethoscoop, de tensiometer of de otoscoop voor ons hanteert, bijvoorbeeld in een bejaardentehuis. Maar daarvoor heb je een netwerk nodig dat doet wat je vraagt.’

Aart Sierksma

Bron: Pour ou contre la télémédecine ? Les médecins de la Nièvre donnent leur avis [Marlène Martin]

Dit bericht is 142 keer bekeken

Tekenbeten

De komende weken moet de telefoon-app Signalement Tique het mogelijk maken om tekenbeten, departement voor departement, in kaart te brengen.

Door de opwarming van de aarde worden zowel mensen als dieren steeds vaker door teken gebeten. De ziekteverschijnselen door een tekenbeet breiden zich overal in Frankrijk in een rap tempo uit. De nieuwe versie van de telefoon-app, die in 2017 werd geïntroduceerd in het kader van het CiTIQUE-programma van het Franse Nationaal Instituut voor Onderzoek voor Landbouw, Voeding en Milieu (INRAE), moet vanaf volgende maand helpen om de beten van deze mijt te inventariseren.

Een honderdtal beten in de Nièvre

Elk slachtoffer wordt gevraagd om mee te doen en de tekenbeet bij de wetenschappers van CiTIQUE te melden. Op die manier kunnen de medewerkers van CiTIQUE de kaart met besmettingen zo betrouwbaar mogelijk houden en worden de leefomstandigheden en leefomgevingen van deze mijten steeds beter in kaart gebracht.

De teken zullen de heropening van parken, tuinen en bossen na de lockdown geweldig vinden. Tussen 2017 en 2019 zijn er in de Bourgogne-Franche-Comté 1600 beten gemeld, waarvan bijna honderd in de Nièvre. Weinig natuurlijk, maar toch te veel, want deze kleine dieren kunnen maar liefst vijfenveertig bacteriën en parasieten dragen die besmettelijke ziekten met zich meebrengen.

Ziekte van Lyme

Zij liggen vooral aan de basis van de ziekte van Lyme. Het kan organen, de huid, maar ook de gewrichten en het zenuwstelsel aantasten. ‘Maanden tot jaren na de infectie kunnen er tertiaire verschijnselen optreden, zoals gewrichts-, huid-, neurologische, spier- of hartziekten’, volgens het Ministerie van Solidariteit en Volksgezondheid.

Volgens INREA: ‘De beste manier om te voorkomen dat je gestoken wordt, is om op de paden te blijven en om struiken, varens en hoog gras te vermijden. Ook is het aan te raden om lange kleren te dragen die armen en benen bedekken, een hoed op te zetten, de onderkant van de broek in sokken te stoppen, en het hemd in de broek. Lichtgekleurde kleding maakt het makkelijker om teken te herkennen.’

Noot 1: CiTIQUE (een samentrekking van Citoyens et Tiques, burgers en teken) is een programma dat geleid wordt door wetenschappers die hun onderzoek willen openstellen voor burgers om zo de wetenschappelijke kennis sneller te verspreiden. CiTIQUE wil onderzoekers en burgers die geïnteresseerd zijn in teken en de ziekten die ze overdragen, bij elkaar brengen.

Noot 2: INREA, het Institut national de la recherche agronomique is een Frans onderzoeksinstituut dat zich toelegt op landbouwwetenschappen. Het werd opgericht in 1946 en is een openbare instelling voor wetenschappelijk en technisch onderzoek, onder het gezag van de ministeries van Onderzoek en Landbouw.

Aart Sierksma

Bron: Bientôt une carte des piqûres de tiques, ces acariens qui n’épargnent pas la Nièvre [Ludovic Pillevesse]

 

Dit bericht is 468 keer bekeken

Een nieuwsbrief over de gemeenteraadsverkiezingen

Het Journal du Centre lanceert een nieuwsbrief Lettre de campagne tot de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen op zondag 28 juni. Op deze manier worden elke week de belangrijkste punten van de verkiezingscampagne op een rijtje gezet. Je kunt de informatie gratis ontvangen in je mailbox.

Door de coronavirusepidemie zijn de verkiezingen twee en een halve maand onderbroken geweest. Nu wordt de gemeentelijke verkiezingscampagne dus weer hervat. In 34 gemeenten van de Nièvre is er in de tweede ronde nog wel wat te kiezen op zondag 28 juni. Waaronder met name Varennes-Vauzelles en Cosne-sur-Loire.

In de wekelijkse Lettre de campagne, die in z’n geheel gewijd is aan de verkiezingen, krijg je een kijkje achter de schermen en proberen ze de verschillende standpunten uiteen te zetten. Deze gratis digitale nieuwsbrief wordt geschreven en verzorgd door de journalisten van het Journal du Centre en geeft je alle nodige informatie om tot een goed besluit te komen voor 28 juni. Het wordt elke woensdagochtend verzonden.

De essentie in minder dan vijf minuten leestijd

De nieuwsbrief zal onderverdeeld worden in verschillende exclusieve rubrieken.

1. Bruit de la campagne blikt terug op de politieke gebeurtenissen van de afgelopen week en de kwesties die op het spel staan.

2.Séance de rattrapage geeft een terugblik in drie artikelen die je niet mag missen.

3.Vu des internets geeft een inkijkje in de campagne gezien vanaf het web en hoe kandidaten en gekozen functionarissen sociale netwerken gebruiken om te proberen de kiezers te overtuigen.

4. Chut c’est off zal ons een kijkje achter de schermen geven, oftewel wat speelt er zich af in de keuken en vooral in de achterkamertjes!

5. Tot slot zal Pass Your Code ingaan op de kieswet, evenals op informatie over de campagne op nationaal niveau.

Lettre de campagne wordt een hele uitdaging: de essentie van de gemeenteraadsverkiezingen in de Nièvre, in minder dan vijf minuten lezen! Om je te registreren hoef je alleen maar je e-mailadres in te vullen.

Aart Sierksma

Bron: “Lettre de campagne”, la newsletter sur les municipales, revient jusqu’au second tour

Dit bericht is 41 keer bekeken

De flora in de Nièvre verandert

De Bourgondische delegatie van het Nationaal Botanisch Conservatorium in Saint-Brisson houdt een Atlas Flore Bourgogne (verspreidingsatlas) bij en kan maar tot één conclusie komen: de biodiversiteit is de laatste jaren drastisch afgenomen.

De wilde flora van de Bourgogne bestond uit 2043 inheemse en uitheemse soorten. Na 1990 zijn er nog maar 1679 gezien. De rest wordt beschouwd als uitgestorven. Van die 1679 zijn 398 soorten uiterst zeldzaam.

Wat verdwenen is

In de Nièvre zijn verschillende soorten sinds 1990 niet meer gezien. Dit zijn onder andere de streepvaren (Asplenium foreziense),

de zware dreps (Bormus grossus),

de gekroesde rolvaren (Cryptogramma crispa),

en de heide-ereprijs (Veronica Dillanii).

De redenen

Deze achteruitgang kan gestopt worden door verschillende veranderingen door te voeren. Menselijke activiteiten en de landbouw komen als eerste in aanmerking voor aanpassingen. Als je het land op een andere manier gebruikt, verandert daardoor ook de plantengroei’, legt Eric Federoff, een botanicus van het Nationaal Plantenconservatorium, uit.

Hoe zit het met de rol van de opwarming van de aarde

Moeilijk te beoordelen voor het Nationaal Botanisch Conservatorium op dit moment. Maar droogte en hittegolven kunnen gevolgen hebben. ‘De analyses van de mogelijke gevolgen van de zomers van 2018 en 2019 zijn nog niet klaar. Maar ons gevoel wat dat betreft is, dat de opeenvolging van dergelijke hittegolven van grote invloed zou kunnen zijn. Zeker als je het bekijkt op korte termijn en dan specifiek op de veranderingen van de biodiversiteit van open kruidachtige omgevingen, weiden in het bijzonder’, aldus Eric Federoff.

Wat is er aan het licht gekomen

Sommige planten, zoals de mariadistel,

die historisch gezien verder naar het zuiden is te vinden, zijn nu in de Nièvre. ‘Je kunt ze zien in de velden. Ze gedijen goed als het warm is. We hebben het al opgemerkt in 2003 en vorig jaar opnieuw,’ zegt Eric Federoff.

In de Nièvre zien we dat bepaalde planten langzaam maar zeker naar het noorden oprukken, zoals de alsemambrosia,

die nu in de Morvan voorkomen. Dit is een van de vier uitheemse soorten die in de Bourgogne een probleem vormt, samen met de teunisbloem,

de witte acacia

en de Japanse duizendknoop.

Deze planten hebben gevolgen voor de economie, het milieu en de volksgezondheid. ‘Uitheemse soorten vormen de derde grootste bedreiging voor de wereldwijde biodiversiteit na de vervuiling van het milieu en de overexploitatie zoals buitensporige jacht op wilde dieren, overmatig kappen van brandhout, overbegrazing en uitputting van landbouwgrond. Ze zijn verantwoordelijk voor de helft van alle geregistreerde verdwijningen.’

Hoe zit het met de bossen van de Nièvre

Het Nivernais-plateau bestaat voornamelijk uit wintereiken. Het klimaat, de bodem en het handelen van de mens hebben de ontwikkeling ervan bevorderd. ‘De wintereik is een, wat men noemt, zeer plastische soort. Hij groeit eenvoudig op zo’n beetje iedere ondergrond en is goed bestand tegen klimaatverandering’, zegt Marc Lefauvre, directeur van het Office national des forêts Bourgogne Ouest. ‘Naast de wintereiken groeien hier veel beuken. De beuk houdt van koelte, schaduw en vochtigheid. Alles wijst erop dat de beuken veel te lijden hebben van de opwarming van de aarde. Als er nog zo’n derde jaar op rij bijkomt, zal deze soort misschien wegkwijnen.’

In de Morvan vinden we de gewone spar, de zilverspar 

en de douglasspar.

De eerste twee worden bedreigd. ‘De omstandigheden tot 2010 waren goed, maar de laatste jaren met de droogte en de hitte is de populatie verzwakt en is er veel schorsval.’

Het Office national des forêts Bourgogne Ouest bevindt zich nu in een periode van bezinning. ‘We doen onderzoek, maar hebben nog niet alle antwoorden. Vroeger hielden we ons vooral bezig met de theoretische kant van de klimaatverandering. Op dit moment kunnen we daadwerkelijk zien dat er van alles gebeurt. We denken dat we al in 2030 een verandering in het landschap zullen zien. Maar in welke mate? Wat voor verandering?’

Aart Sierksma

Bron: Par l’action de l’homme ou le changement climatique, la flore nivernaise se modifie au fil du temps [Anne-Charlotte Eveillé]

Dit bericht is 68 keer bekeken

Weinig of geen Nederlanders verwacht in de Morvan

Ondanks het begin van de schoolvakanties en het goede weer, denken de Nederlanders die in de Morvan wonen niet dat er veel landgenoten naar de Nièvre zullen vertrekken.
De schoolvakanties in Nederland begonnen op 25 april en sommige mensen vragen zich af of er misschien Nederlanders naar de Morvan komen. Deze bezorgdheid komt voort uit de tegenstrijdige informatie over de inperkingsmaatregelen in Nederland.

Verschillende burgemeesters verzetten zich tegen toeristische verhuur

De Nederlandse autoriteiten hebben de lockdown gebaseerd op een vrijwillig isolement en op zelfdiscipline van de bevolking om maatregelen op het gebied van afstand en gezondheid ten uitvoer te brengen. ‘Er is mooi weer voorspeld in Nederland. We zullen zien hoe de mensen zich gedragen bij mooi weer en of de regels zullen veranderen’, zegt Nettie, Morvandelle met hart en ziel.
Maarten Stroes, een inwoner van Saint-Honoré-les-Bains, die regelmatig contact heeft met de medische wereld, zegt: ‘De Nederlandse artsen zijn geleidelijk aan van mening veranderd. Dwangmaatregelen bewijzen, net als in Frankrijk, hun doeltreffendheid.’ Hij vreest voor zijn land, dat 17 miljoen inwoners heeft en ongeveer net zo groot is als de Bourgogne.
Wat de komst van hun landgenoten naar Frankrijk betreft, kan niet één van de Nederlanders die wij spraken zich daar iets bij voorstellen. En als dat wel gebeurt zouden zij zich daar als eerste enorm over opwinden. ‘De regering raadt het trouwens sterk af. Er zijn grenscontroles en controles op de snelwegen. De kans is nagenoeg nihil dat ze komen, tenzij ze een professionele reden hebben’, zegt Maarten Stroes.
Bovendien zijn verschillende burgemeesters gekant tegen toeristische verhuur tijdens deze lockdownperiode. Daniel Martin, burgemeester van Onlay, is formeel: ‘De Nederlanders die op dit moment in de Morvan zijn, zijn voor de lockdown aangekomen. De Nederlandse inwoners in onze gemeente die voor de lockdown vertrokken zijn – bijvoorbeeld om hun familie te bezoeken – zijn niet eens teruggekomen om te stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen.’
Nettie benadrukt: ‘Ik ben heel erg blij om hier te zijn en ik moet de regels die van kracht zijn in het land waar ik graag verblijf nauwgezet respecteren, dat lijkt mij heel normaal.’
Aart Sierksma
Bron: Confinement, contrôles aux frontières… : peu ou pas de Néerlandais attendus dans le Morvan [Frédéric Lonjon]

Dit bericht is 113 keer bekeken