Mondkapjes zijn de nieuwe sigarettenpeuken

Verplicht in het openbaar vervoer, aanbevolen in winkels. Gebruikte mondkapjes en handschoenen worden een probleem voor het milieu en de hygiëne. Ze worden overal in de natuur en op straat weggegooid en vervuilen de omgeving. Een ware plaag. Op het moment van de deconfiniëring staan de mondkapjes niet alleen op gezichten, maar zie je ze overal, op de grond gegooid in de straten, op trottoirs, in de goot, naast de vuilnisbakken voor recyclebaar afval, achtergelaten in de natuur.

300 euro boete

Op Twitter publiceerde Robert, die anoniem wil blijven, een verslag ter ondersteuning van de Nationale Politie. Een even alarmerende als walgelijke reeks foto’s: een mondkapje dat in de zee zweeft tussen andere rommel; een mondkapje dat tussen bladeren in het bos ligt, een ander in een weiland; een verzameling gebruikte maskers die door iemand op een strand wordt opgepikt.

Robert wordt er niet blij van: ‘Hallo stelletje vieze varkens, het duurt wel mooi 450 jaar voordat een chirurgisch mondkapje in de natuur is afgebroken’.

Deze onbeschoftheid wordt bestraft met een boete van 68 euro voor zwerfvuil achterlaten op de openbare weg. Lang niet genoeg volgens Paul Simondon, wethouder van milieuzaken in de gemeente Parijs: ‘We zouden veel strenger moeten kunnen straffen. We moeten boetes invoeren die het achterlaten van zwerfvuil ontmoedigen’.

Eric Pauget, afgevaardigde van LR (Les Républicains) uit de Alpes-Maritimes, maakt zich zorgen: ‘We zien ze echt overal liggen. In de goten, aan de kust, op de parkeerplaatsen van grote supermarkten. Ik ben er voor om de boete te verhogen tot 300 euro’.

Deze overal weggegooide mondkapjes en handschoenen vormen een hygiëne- en gezondheidsprobleem, brengen ziekteverwekkende risico’s met zich mee, zijn een hoofdpijndossier voor gemeentelijke vuilnisophalers en stedelijke diensten, en vormen een nieuwe ecologische bedreiging. ‘Ze verstoppen de riolen en verstoren de sanitaire voorzieningen’, waarschuwt het Water Informatie Centrum (Centre d’information sur l’eau). ‘De kapjes zijn gemaakt van polypropyleen, een niet-afbreekbaar en niet-recyclebaar thermoplastisch materiaal.’

Ontsmetting

Er wordt hard gewerkt om een wegwerpbeschermingsmasker te maken dat tien keer kan worden hergebruikt, dankzij een ontsmettingsproces. Er is een consortium aan het werk dat bestaat uit een groep instellingen, het CNRS (Het Centre national de la recherche scientifique is de grootste Franse overheidsorganisatie voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek), het CEA (de Franse Commissie voor Atoomenergie en Alternatieve Energie), het Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek, het Nationaal Agentschap voor Voedselveiligheid Milieu en Gezondheid en verschillende universiteiten en universitaire ziekenhuizen.

Het hergebruik van beademingsapparatuur na ontsmetting wordt al toegepast in de Verenigde Staten en is kortgeleden goedgekeurd in Canada en Noorwegen.

Aart Sierksma

Bron: En ville et en campagne, les masques sont les nouveaux mégots [Nathalie Chifflet]

Desinfecterende handgel van Cellande

Prefect Jérôme Gutton van Saône-et-Loire heeft een bezoek gebracht aan het bedrijf Cellande in Saint-Vincent-en-Bresse. Het bedrijf, dat vooral handhygiëne- en onderhoudsproducten produceert, heeft zich sinds het begin van de gezondheidscrisis moeten aanpassen.

Meer dan 200 ton desinfecterende gel

Sinds de lockdown is Cellande niet gestopt met de productie van vooral hydro-alcoholische gel. ‘De vraag is enorm groot’, vertelt Ronan Jezequel, de baas van het bedrijf, aan Jérôme Gutton.

De directeur van het bedrijf in de Bresse, dat ongeveer twintig mensen in dienst heeft, maakt de vergelijking met het jaar 2009, toen de Mexicaanse griep welig tierde en de medewerkers ’s nachts doorwerkten om aan de vraag te kunnen voldoen. Maar op dit moment is de druk veel hoger,’ voegt hij eraan toe. Cellande werkt daarom op just-in-time basis (JIT), een logistiek principe dat inhoudt dat de klant krijgt wat is afgesproken, precies op het tijdstip dat is beloofd. (JIT is afkomstig uit Japan en wordt onder meer toegepast in de autoindustrie): ‘We hebben geen voorraad, alles wat geproduceerd wordt, gaat er direct weer uit.’

Tekorten

Momenteel is de gelproductie goed voor 65% van de activiteit van het bedrijf. ‘Maar Cellande heeft ook te maken met problemen: bijvoorbeeld de aanvoer van grondstoffen. Vooral een tekort aan alcohol en glycerine, die de gel textuur geeft’, zegt Ronan Jezequel. Hoewel het bedrijf al vele jaren op deze markt actief is, heeft het toch te maken gekregen met dit soort tekorten. ‘De vraag is internationaal, en leveranciers kunnen het niet meer bijbenen. Ook de grondstoffenprijzen vliegen de pan uit. Sommige zijn zelfs vervijfvoudigd.’

Plastic zakken

De bestellingen komen druppelsgewijs binnen.Ik moet vaak vier bestellingen doen om uiteindelijk slechts twee vrachtwagens gevuld met 5-liter bidons te krijgen. Flesjes van 100 ml worden steeds zeldzamer, dus we moeten proberen ons aan te passen, alternatieven te bedenken,’ zegt Julie Ducret, marketing en sales manager. ‘Een van de oplossingen die we hebben doorgevoerd is het gebruik maken van plastic zakken ter vervanging van de hard plastic bidons.’ Cellande heeft namelijk een machine aangeschaft voor het vullen van de flesjes en heeft samen met de firma ANVI Plasturgie, in Saint-Germain-du-Plain, een aangepaste distributeur voor deze navullingen gecreëerd. ‘Deze plastic zakken verminderen ook de hoeveelheid afval met de helft in vergelijking met de 5-liter bidons,’ zegt Ronan Jezequel. ‘Een initiatief dat dus past in de filosofie die Cellande steeds meer wil doorvoeren: ecologische en biologisch afbreekbare producten zonder gebruik van palmolie’.

Aart Sierskma

Bron: Gel hydroalcoolique : Cellande toujours débordée de commandes [Marie Aubert]

Een smartphone-app tijdens de lockdown

In negen gemeenten in de buurt van le Creusot en Autun hebben gemeentebesturen zich aangesloten bij PanneauPocket, een smartphone-applicatie waarmee ze de inwoners van hun gemeente kunnen informeren zonder hun huis te verlaten.
Om met de inwoners te communiceren tijdens de lockdown gebruikt Norbert Estienne, burgemeester van Cussy-en-Morvan PanneauPocket, een gratis te downloaden smartphone-applicatie. ‘Mensen kunnen hun huis niet meer verlaten, behalve om basisaankopen te doen. Deze app, die we al voor de Covid-19-pandemie gebruikten, is praktisch en erg functioneel in deze lockdownperiode’, legt de burgemeester uit die sinds het vertrek van Guy-François Verdier de functie van burgemeester bekleedt.

Openingstijden winkels, vuilnisophaaldienst…

Het gebruik van deze app is erg eenvoudig. Zodra je de applicatie op je telefoon hebt geïnstalleerd, hoef je alleen nog maar naar jouw gemeente in de zoekbalk te zoeken. ‘Je moet op het kleine hartje klikken om het als favoriet toe te voegen. Vanaf dat moment ontvangt je een mededeling voor elk nieuw bericht dat wordt gepubliceerd’, vervolgt de burgemeester. Openingstijden van winkels, sluiting van het gemeentehuis, afvalinzameling… Informatie die alle inwoners van Cheilly-lès-Maranges, Cussy-en-Morvan, Écuisses, La Tagnière, Marmagne, Perreuil, Saint-Bérain-sur-Dheune, Saint-Léger-sous-Beuvray en Saint-Symphorien-de-Marmagne gelijktijdig kunnen verkrijgen.

Gratis zo lang de lockdown duurt

Er worden kosten in rekening gebracht (€130 per jaar als de gemeente lid is van de Association des Maires Ruraux de France of €180 per jaar als ze geen lid is). De aanvraag is gratis voor alle gemeenten tijdens de lockdownperiode. ‘Alle gemeentebesturen en gemeentelijke samenwerkingsverbanden, die PanneauPocket willen gebruiken om met hun inwoners te communiceren, kunnen tijdens de hele Covid-19-crisis gratis en vrijblijvend een rekening openen’, leggen de beheerders op hun website uit. Achttienhonderdvijftig gemeenten gebruiken inmiddels deze app.

Aart Sierksma
Bron: Une application smartphone pour informer les habitants pendant le confinement [David Pipponiau]

Het kasteel Alone-Toulongeon

Tien jaar geleden nog kon je zoeken wat je wilde; elke zoektocht naar informatie over het kasteel van Alone-Toulongeon was tevergeefs. Vandaag de dag verschijnen er in één zoekopdracht op het internet verschillende sites. Het is de vrucht van het werk van Bernard Gueugnon, die deze historische plek uit de vergetelheid heeft gehaald.

Een ontmoeting.

Niets heeft Bernard Gueugnon, toenmalig directeur van het Gueugnon College, voorbestemd om historicus te worden. Hij erfde de molen van Toulongeon bij de dood van zijn ouders in 2001. Ze hadden het eigendom verworven in 1997, na verliefd te zijn geworden op de vijver die de ruïnes omringde. Het waren de ruïnes van het kasteel van Toulongeon, waarvan alleen de noordelijke toren nog zichtbaar was. De vijver had een open verbinding met de oude gracht.

De geboorte van een passie

‘Oorspronkelijk was ik niet van plan om iets te doen’, zegt Bernard. ‘We wisten een beetje van de geschiedenis van de mensen die hier hadden gewoond. Maar in 2007 was ik na een operatie aan huis gekluisterd en begon ik een boek van Anatole de Charmasse te lezen, dat het verhaal van het kasteel vertelde. Dit werd het uitgangspunt van mijn echte interesse in deze vesting’, legt Bernard Gueugnon uit. ‘In 2008 kon ik met pensioen en werd ik verliefd op deze oude stapel stenen. Daarna volgden de ontwikkelingen elkaar in een snel tempo op.’
Parallel aan de restauratiewerkzaamheden verrichtte Bernard Gueugnon onderzoek om de ware identiteit van het huidige Château d’Alone-Toulongeon te achterhalen.

Een beetje geschiedenis

De overblijfselen dateren uit de 12de eeuw, maar het kasteel van Toulongeon werd afgebroken en herbouwd tussen 1756 en 1759.
In de 17e eeuw woonden er beroemde mensen: de familie Toulonjon, de ouders van Mme de Sévigné, Sainte-Jeanne-de-Chantal, Bussy-Rabutin en Charles Gravier de Vergennes.
Een foto van een schilderij getuigt van het feit dat het in 1820 nog overeind stond, alleen het dak was ingestort. Het werd niet vernietigd tijdens de Revolutie, wel werd het daarna geplunderd en vervolgens stortte het in de 19e eeuw in.

En wat nu?

‘Het is interessant om de opéénvolgende bewoners van het kasteel te reconstrueren om het belang van dit kasteel beter te kunnen begrijpen’, zegt Bernard Gueugnon, die nog verder wil gaan in de ontdekking van de overblijfselen.
Voor hem is het belangrijkste werk nu gedaan. ‘Alone-Toulongeon staat weer op de kaart en er is nog genoeg om mee bezig te zijn’. Zo verschijnt er regelmatig een publicatie van zijn hand en grijpt hij elke gelegenheid aan om mensen de site te laten ontdekken. ‘Ik heb zo veel informatie om te delen over deze rijke geschiedenis. Iedereen die geïnteresseerd is, moet niet aarzelen om contact met mij op te nemen’, concludeert de historicus.

Opmerking: Contactadres van Bernard Gueugnon in Toulongeon: 71 190 La Chapelle- sous-Uchon. Tel. 06 81 97 59 04. E-mail: bernardgueugnon@aol.com en zijn Facebook-pagina: Alone Toulongeon.

Enkele cijfers:

2008
Bernard Gueugnon schreef als uitgangspunt een artikel over het kasteel dat als basis diende voor het verkrijgen van toestemming om de restauratie te starten.
2009
Bernard kreeg het label van de Fondation du Patrimoine om het werk te starten, waardoor hij subsidie kon krijgen. Hij begint met de restauratie van de noordelijke toren.
2011
Bernard Gueugnon herstelt de vierkante toren, bekend als de toren van Alone, die aan de noordelijke toren grenst.
2012
Bernard ging verder met het droogleggen van de gracht om de twee andere torens, West en Oost te kunnen restaureren.
➤ Het werk werd uitgevoerd samen met de buurman van Bernard, een metselaar, en met de hulp van enkele vrienden en leden van het Centre de Castellologie de Bourgogne (CeCaB).
➤ Van 2008 tot heden heeft Bernard Gueugnon historisch onderzoek verricht, opnieuw in samenwerking met het CeCaB, waarvan hij momenteel de penningmeester is.
➤ De allereerste kasteelheer heette Bernard d’Alone in 1151.

Aart Sierksma

Bron: Bernard, propriétaire passionné du château d’Alone-Toulongeon [Guy Lhenry]

Vogels in de Morvan

Elke week heeft Le Journal De Saône Et Loire een interessant artikel over de geschiedenis van dit departement. Dit keer heb ik een studie over vogels en roofvogels uitgekozen waarvan de documentatie te vinden is in de bibliotheek van Anost.

Het grondgebied van de Morvan staat bekend om zijn vele verschillende soorten vee. Minder vaak wordt aandacht besteed aan de Morvan als het land van de vogels. In een onderzoek dat in 1997 werd uitgevoerd, werden in de Morvan bijna 230 soorten geregistreerd, waaronder 123 broed- en 26 overwinteringssoorten.

Naast houtsnip 

watersnip

uil, koekoek

torenvalk, steenuil, klauwier

ruigpootuil

slechtvalk

graspieper

ijsvogel

etc. zijn er nog vele andere vogels en roofvogels.

Bruine kiekendief

Zijn kop is lichter dan zijn rug en het mannetje heeft een asgrijze staart, terwijl het vrouwtje meer bruin is. In de lucht zijn ze te herkennen aan hun trage cirkelvormige glijbewegingen boven natte gebieden. Ze jagen in open gebieden. Hun voedsel bestaat vooral uit amfibieën.

Roofvogels van de nacht

Er zijn veel soorten roofvogels die uitsluitend in het donker uitvliegen. Hun kenmerken zijn: grote koppen met opvallend grote ogen die honderd keer beter zien dan die van de mens. We hebben het natuurlijk over de prachtige, mysterieuze uilen, die huizen op zolders van gebouwen en kerken en zich voeden met woelmuizen en spitsmuizen.

De ransuil

Met zijn mooie oranje ogen onder zijn twee rechtopstaande oren en zijn bruine verenkleed met de schutkleur van de bast van een boom. De ransuil is ongeveer zo groot als een merel.

De velduil

De enige nachtelijke roofvogel die een nest op het land bouwt en zich alleen voedt met veldmuizen.

De Morvan blijft een van de belangrijkste gebieden voor het behoud en de bescherming van deze soorten.

Aart Sierksma

Bron: Les oiseaux et les rapaces peuplent les communes du Morvan [Claude Chermain]

Het Rolin museum in Autun

Het musée Rolin moet om de vijf jaar in een publicatie laten zien dat het wetenschappelijke en het culturele deel van het museum onafhankelijk is, het projet scientifique et culturel (PSC). Dit is nodig om de status Musée de France te behouden. Het oude PSC dateert van 2008. Het is dus hoog tijd om de balans op te maken van alle activiteiten en projecten.
In Autun zijn drie musea met de aanduiding Musée de France: Het Rolin Museum, het musée Saint-Nicolas

en het Espace Gislebertus Destination Autun. Om die titel te mogen voeren moet het museum beschikken over een wetenschappelijk bureau ter plaatse en moet de site in staat zijn om publiek te ontvangen. Op langere termijn is het de bedoeling dat het Rolin Museum deze titel zal behouden en dat de andere twee musea als dependances van het museum zullen worden beschouwd. De archeologische collectie en de gevangenis worden hierdoor behouden.

600 gerestaureerde werken

Tot 2025 zullen de musea in Autun onderzocht worden en zullen de sterke en zwakke punten in kaart gebracht worden. Het zal gaan om een inventarisatie van de reserves, voorwaarden voor het behoud van de werken, ontvangstvoorwaarden en de kracht van de activiteiten die in het museum worden voorgesteld. Alles zal worden onderzocht, inclusief de inhoud van de tentoonstellingen. Sinds 2015 is het Rolin Museum bezig met de restauratie van 600 kunstwerken, zodat er meer mogelijkheden komen om tentoonstellingen af te wisselen.
‘Deze musea zijn samen met la Maison Verger Tarin

mooie complementaire locaties. Het Rolin Museum is de belangrijkste en het bekendste bij het grote publiek. Het musée Saint-Nicolas is verder weg en minder toegankelijk. Daarnaast beschikken we ook over prachtige parken. Deze groene ruimten zijn bevoorrechte ontmoetingsplaatsen’, legt Agathe Legros, directeur van het museum, uit. Ze noemt de Estivales, dat elk jaar plaatsvindt, als voorbeeld. ‘Een huwelijk tussen muziek en het culturele erfgoed van de stad. Het zou mooi zijn als de verzamelingen van het Saint-Nicolas museum een eenheid gaan vormen met die van het Rolin museum en dat de bezoekers dit museum kunnen combineren met een bezoek aan het Maison Verger Tarin.’

Een programma tot 2022

‘Espace Gislebertus Destination Autun zou eigenlijk de toegangspoort van de stad moeten worden, met zijn maquette van de antieke stad.

Alle activiteiten kunnen van hier uit gericht worden op de kathedraal. Dat zou een mooie aanvulling kunnen zijn’, zegt Agathe Legros. ‘We moeten nu afwachten wat de financiële gevolgen zijn, maar onze ambitie is om het museumbestand in Autun overeind te houden. Voorlopig loopt het programma van het Rolin Museum nog tot 2022. De projectkosten bedragen 15 miljoen euro, waarvan 2,7 miljoen euro door de gemeente wordt gefinancierd.

Aart Sierksma

Bron: A Autun, le musée Rolin remis au centre de l’offre culturelle de la ville [Cécile Kettanjian]

Tweeduizend potten jam per dag

25 november 2019/in Saône-et-Loire (71), Vertaald uit lejsl /door Aart Sierksma

Het valt direct op wanneer je bij Confituriers du Morvan binnenkomt. De muren van de winkel hangen vol met onderscheidingen, die tijdens het Concours Générale Agricole van de Salon Internationale de l’Agriculture, in de categorie Confitures et Crèmes, zijn verkregen.


De gouden medaille voor ambachtelijke jam van zwarte bes en framboos in 2015 was de eerste in een lange lijst van prijzen. De meest recente is een gouden medaille voor een frambozenjam in 2019.
Deze successen tonen aan dat Les Confituriers du Morvan sinds 2006 een lange weg heeft afgelegd. Marie en Mathieu Bouchard, oprichter en eigenaar van het bedrijf hebben in de loop der jaren aanzienlijke investeringen gedaan, te beginnen met de bouw van een nieuw gebouw naast de productielocatie begin 2018. Deze hal wordt nu gebruikt voor de opslag. Ook de winkel, waar vele soorten jam worden verkocht is tegelijk met de productiehal vernieuwd.

Biologische producten

Naast de 41 traditionele smaken die beschikbaar zijn, heeft het ambachtelijke bedrijf ook biologische recepten ontwikkeld. ‘Een biologisch kwaliteitskeurmerk staat onder streng toezicht. We krijgen om de zes maanden een check-up en iedere keer weer wordt beoordeeld of we ons biologische label behouden of verliezen. Ons biologische assortiment is minder uitgebreid met elf verschillende jamsoorten’, legt Marie Bouchard uit.
Wat de productie betreft: dagelijks verlaten tussen de 2000 en 2500 potten jam de fabriek in Celle-en-Morvan, tegenover 300 in 2006. ‘In 2018 verkochten we 300.000 potten. Maar we staan niet stil hoor. We proberen steeds opnieuw te innoveren. De fabriek heeft nu de beschikking over drie koperen ketels, waarvan er twee 200 liter kunnen produceren in een volledig geautomatiseerd proces. Kortom, als onze medewerkers op hun werk verschijnen, is de jam al klaar en kunnen ze de potten vullen’, aldus Marie.

De jam die in de regio Autun wordt geproduceerd, wordt verkocht in supermarkten en middelgrote winkels, maar ook in delicatessenwinkels, aan de groothandel en zelfs bij de grootste kaasmaker van Rungis, de Marché du Fromager. Confituriers du Morvan wordt ook geëxporteerd naar Zweden en andere landen. Onlangs is er een pallet van 36 dozen jampotjes verscheept naar Washington D.C., naar de Franse ambassade.
‘We zijn erg tevreden over al deze ontwikkelingen, maar we moeten wel met de beide benen op de grond blijven staan, want niets is ooit zeker. Iedere dag weer staan we voor een nieuwe uitdaging, zowel op het gebied van werving, kwaliteitscontrole en productie’ besluit Marie Bouchard.
Aart Sierksma

Bron: Entre 2000 et 2500 pots de confiture sortent par jour, de chez l’artisan [Michel Sookhoo] Vertaald door Aart Sierksma

De borstvoedingsindustrie

4 november 2019/in Saône-et-Loire (71), Vertaald uit lejsl /door Aart Sierksma

De vrouwen uit de Morvan waren in de vorige eeuw beroemd als min. Nourrice in het Frans. (Een min, ook wel stilster, zoogster, voedster of zoogvrouw genoemd, in verouderde vorm minnemoeder of minne, is een vrouw die het kind van een ander borstvoeding geeft. Meestal gebeurde dit tegen een vergoeding). Ze wisten precies wat ze moesten doen om veel melk te produceren en te houden. Op de dag van de bruiloft bijvoorbeeld, werden de klokken in het dorp extra lang geluid, in de hoop dat de toekomstige moeders maar veel melk zouden gaan geven. Zwangere vrouwen werden naar speciale fonteinen gestuurd om daar hun borsten in te smeren en ze daarna te wassen. Aansluitend moesten ze een munt of een speciaal daarvoor geprepareerde kaas in het water gooien om daarna van dat bijzondere water te drinken.

Voedsters in hoog aanzien

Deze minnemoeders ondervonden veel waardering en respect. In de jaren rond 1830 werden de vrouwen uit de Morvan uitgenodigd hun melk te geven. Er waren twee categorieën minnemoeders in die tijd.

Moeders die naar de stad vertrokken en moeders die thuis bleven

Sommige jonge minnemoeders verlieten direct na de geboorte van hun kind hun dorp om naar de stad te gaan. Hun eigen pasgeboren kind, dat nog geen moedermelk had gedronken, werd achtergelaten bij familie of bij een voedster. Na twee jaar afwezigheid keerden ze terug naar het dorp om daar een tweede kind te maken. Na de geboorte vertrokken ze weer om hun melk in de stad te verkopen.
Andere moeders verwelkomden, naast hun eigen kinderen, de kinderen van de vertrokken minnemoeders. Daarbij kregen ze ook nog kinderen van de Parijse arbeidersklasse, ambachtslieden en arbeiders die hun kinderen niet thuis konden voeden. Ze werden ‘nourrices à boire’ genoemd.

Rijke families in Parijs stuurden agenten naar de Morvan om voedsters en kindermeisjes te werven. Daarnaast had je allerlei agenten die op eigen houtje op onderzoek gingen en hun bevindingen aan de man probeerden te brengen. Ook waren er vrouwen die zelf het platteland verkenden en jonge vrouwen en moeders bezochten.
Daarna gingen ze naar Parijs om contact te leggen met geïnteresseerde rijke families, contracten te sluiten en konvooien te organiseren om de ‘Morvandelles’ naar de hoofdstad te begeleiden.


Om misbruik te voorkomen werd op 23 december 1874 een wet aangenomen om zuigelingen en minnemoeders beter te beschermen.

Komende vrijdag is er een toneelstuk over dit onderwerp te zien.

L’histoire des nourrices du Morvan racontée sur la scène du théâtre d’Auxerre par des Nivernais, ce vendredi https://www.lyonne.fr/auxerre-89000/loisirs/l-histoire-des-nourrices-du-morvan-racontee-sur-la-scene-du-theatre-d-auxerre-par-des-nivernais-ce-vendredi_13677487/

Aart Sierksma

Bron: Les Morvandelles au coeur de l’industrie de l’allaitement [Claude Chermain

Twee liter sigarettenpeuken na een kilometer…..

Afgelopen zomer werd de campagne Fill the bottle op het sociale netwerk Twitter gelanceerd. Wat is het doel? Het concept is eenvoudig: Neem een plastic fles en vul deze met sigarettenpeuken die je op straat vindt. Plaats daarna een foto op sociale netwerken met de hashtag #fillthebottle, vul de fles.
De afgelopen weken heb ik veel foto’s gezien van mensen die met flessen vol sigarettenpeuken poseren op Twitter. Geïntrigeerd begon ik op weg naar mijn werk de troittoirs te scannen en merkte dat er inderdaad veel sigarettenpeuken op de grond liggen. Dus besloot ik deze uitdaging van Amel, een achttienjarige middelbare scholier, voor u te testen.

Het is zondagochtend, ik trek m’n trainingspak aan en neem twee plastic flessen en een paar handschoenen mee. Hier ben ik dan, ik begin mijn verzameling bij het café Le Commerce aan het begin van de avenue Charles-de-Gaulle. De reacties lieten niet lang op zich wachten: vijf peuken en een automobilist stak zijn duim omhoog. Nog een paar meter en de eerste voorbijgangers raken geïnteresseerd in mijn zondagse activiteit.

De meningen zijn verdeeld

‘Dat is heel goed wat je doet, ik heb er al twee keer over gehoord op tv’, zegt een voorbijganger enthousiast. Maar de meningen zijn verdeeld. Sommigen zien dit als een zeer goed initiatief, anderen denken dat het niets zal uithalen. ‘Het is goed hoor om sigarettenpeuken op te rapen, maar het zal echt niets veranderen. Mensen zijn respectloos. Zelfs als je om de tien meter een vuilnisbak plaatst, zullen ze peuken nog steeds op de grond gooien’, vertelt een andere voorbijganger. Ook al blijven sommigen sceptisch, de meerderheid van de mensen die ik ontmoet moedigen me aan door mij veel succes te wensen of door hun duim op te steken.
Na anderhalf uur zoeken heb ik mijn eerste fles van een liter gevuld. Ik besluit niet te stoppen, maar de straat over te steken en aan de overkant van de straat verder te gaan. Tot mijn grote verbazing en zonder echte verklaring is de oogst aan deze kant van de weg veel minder. Twee uur later heb ik ongeveer twee liter sigarettenpeuken opgehaald.

500

Eén enkele peuk kan 500 liter water vervuilen.

68

Als je een sigarettenpeuk op de openbare weg gooit betaal je 68 euro boete.

12

Het duurt twaalf jaar voordat een sigarettenpeuk volledig is afgebroken.

De reacties

Vincent Chauvet, burgemeester van Autun: ‘Je krijgt een boete van 68 euro, maar het is nog steeds noodzakelijk om de persoon op heterdaad te betrappen. De gemeenteraad roept iedereen op om zijn burgerplicht te doen met betrekking tot sigarettenpeuken en andere rommel. Iedereen weet wanneer het vuilnis in zijn buurt wordt opgehaald en waar ze het grofvuil naartoe kunnen brengen. Het gevecht tegen het straatvuil is een van de redenen waarom we onze gemeentelijke politie gaan versterken’.

 

Roger Marie, 65 jaar, uit Cussy-en-Morvan: ‘Ik vind het een goed idee. Ik ben vijf jaar geleden gestopt met roken, maar ik moet toegeven dat ik vroeger ook mijn peuken gewoon op de grond gooide. Ik denk dat er meer vuilnisbakken moeten komen om mensen te stimuleren hier hun sigarettenpeuken in te gooien. In auto’s zitten tegenwoordig geen asbakken meer en op terrassen staan ze ook niet meer, dus gooien mensen hun peuken op de grond’.

Emmanuella Simeone, 56 jaar uit Brussel: ‘Het is een goed initiatief. In Brussel kennen we een inzamelingsdag. De gemeente verspreidde bij die gelegenheid zak-asbakken. Ik heb daar een paar jaar gebruik van gemaakt. Volgens mij moeten er meer asbakken komen en aangepaste bakken op straat. Het uitdelen van die zak-asbakken vind ik ook een goede manier om mensen aan te moedigen om hun peuken niet op straat te gooien’.

 

Pierre Puissant, 55 jaar uit Roussillon-en-Morvan: ‘Ik vind het een heel goed initiatief. Jongeren doen er goed aan om zich hiermee bezig te houden. Ik hoop dat andere mensen dit voorbeeld gaan volgen. Als ik iemand zie die een peuk op de grond gooit, vraag ik altijd of hij hem wil oprapen. Sommigen reageren goed, anderen zijn terughoudend. Vandaag de dag zijn we ons meer en meer bewust van de ecologische problemen. Het is dus best belangrijk. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’.

Hervé Gondras van de Lion’s Club in Autun: ‘We hebben al twee afvalinzamelingsacties uitgevoerd, één in samenwerking met de gemeente en één op eigen initiatief. We zullen dit soort acties blijven ondernemen en de inzameling van sigarettenpeuken kan daar volledig in worden opgenomen. We willen ook andere bewustmakingsacties uitvoeren. Tijdens onze volgende commissievergadering deze maand, zullen we ons over deze kwesties buigen’.

Aart Sierksma

Bron: Fill the bottle challenge: deux litres de mégots sur un kilomètre. [Sarah Chevalier]

Uchon: het bos van La Ravière wordt gered

Een groot burgerinitiatief heeft ertoe geleid dat het loofbos la Ravière gespaard wordt. Politici en bewoners vreesden dat, na de verkoop van het bosperceel, de volledige aanplant zou verdwijnen en plaats zou moeten maken voor douglasbomen. De strijd heeft zijn vruchten afgeworpen.

Het persbericht van de gekozen vertegenwoordigers van de Bourgogne Franche-Comté kwam op vrijdag 28 juni. De regionale raadsleden verwelkomen de gunstige beslissing van de Minister van Milieu, die de aanvraag honoreerde. Het loofbos in de gemeente Uchon wordt gekwalificeerd als waardevol, kwetsbaar natuurgebied en krijgt daarmee een beschermde status.

Marie-Guite Dufay (voorzitter van de regio Bourgogne-Franche-Comté), Jérôme Durain (regionaal raadslid en senator van de Saône-et-Loire), Sylvain Mathieu (vicevoorzitter van de regio en voorzitter van het regionaal natuurpark du Morvan), Rémy Rebeyrotte (gedeputeerde voor de Saône-et-Loire) en Vincent Chauvet (burgemeester van Autun) verwelkomen de gunstige beslissing van François de Rugy, de minister van Milieu.

Burgermobilisatie

“Dit is het hoogtepunt van een ongekende burgermobilisatie onder leiding van de vereniging tot behoud van het massif van Uchon in samenwerking met de lokale vertegenwoordigers. We hebben ons sterk gemaakt om deze parel van de Morvan te redden. Bescherming van dit bosrijke erfgoed is een van de prioriteiten van onze strategie. Wij kiezen voor biodiversiteit, vastgelegd in het akkoord: ‘Le Contrat Forêt-Bois Bourgogne-Franche-Comté 2018-2028’. Het is voor het eerst dat de overheid in Frankrijk zijn goedkeuring geeft aan zo’n overeenkomst,” volgens de woordvoerders.

Het loofbos van La Ravière blijft behouden.

De eeuwenoude eiken en beuken zouden worden gekapt om plaats te maken voor een naaldbomenplantage. De inwoners en gekozen vertegenwoordigers uit dit deel van de Morvan kwamen met de internetsite: ‘naturel des Rochers du carnaval’. In april vorig jaar luidde de vereniging ‘Sauvegarde du massif d’Uchon’ (SaMU) de noodklok.

Om te voorkomen dat deze kap een ernstig verlies aan biodiversiteit zou betekenen, besloot het ministerie donderdag 20 juni om dit bos het label ‘Espace Naturel Sensible’ (ENS) te geven. Deze klassificatie maakt het mogelijk een aantal waarborgen in te voeren om zo het eeuwenoude loofbos te behouden.

 

Aart Sierksma

Bron: Uchon : la forêt de feuillus de la Ravière est sauvée, le ministre autorise son classement