Iedere week een vegetarische maaltijd in de kantine

Gedurende twee jaar moeten alle scholen, bij wijze van proef, ten minste eenmaal per week een vegetarisch menu aanbieden. In de Yonne hebben sommige gemeenten al het voortouw genomen.
Geen vlees, vis of zeevruchten. Eieren en zuivelproducten worden daarentegen wel geaccepteerd. Van de kleuterschool tot de middelbare school, alle schoolkantines, zowel openbare als particuliere, moeten sinds 1 november minstens één vegetarische maaltijd per week aanbieden. De maatregel is vastgelegd in een wet in 2017 met de mooie naam Egalim (États généraux de l’alimentation). In de Yonne hebben sommige gemeenten niet gewacht en hebben direct actie ondernomen. Anderen zijn van plan volgend jaar te starten. Sommigen zijn tot slot van mening dat ze nog niet klaar of onvoldoende voorbereid zijn.

Sinds 2015 al een eco-verantwoord menu in Auxerre

‘We noemen het geen vegetarische maaltijd. Maar het is het wel. Omdat het geen vlees of vis bevat hebben we het een eco-verantwoord menu genoemd. Sinds 2015 worden deze menu’s één keer per maand geserveerd’, legt Noëlle Choquenot, directeur van de dienst Service du Temps de l’Enfant, uit. (Deze dienst is verantwoordelijk voor de oprichting, het beheer en de animatie van crèches, kinderdagverblijven, kleuter- en basisscholen in opdracht van het Franse Ministerie van Onderwijs). ‘We kozen ervoor om ze zo te noemen omdat de ondertoon anders is. Het moet iets normaals worden. Sinds één november worden ze wekelijks op maandag geserveerd.’
‘We regelen dagelijks de gemeenschappelijke maaltijdverzorging hier in Auxerre, waarbij we rekening houden met afvalscheiding, verspilling, volksgezondheid en duurzame ontwikkeling’, vervolgt Noëlle Choquenot. De commissie die de menu’s samenstelt staat onder leiding van een diëtist. En of ze nu vegetarisch zijn of niet, de maaltijden moeten evenwichtig samengesteld zijn’.

Sinds een jaar een maaltijd zonder vlees in Sens

Vanaf het begin van het schooljaar 2018-2019 is de vleesvrije maaltijd opgenomen in het dagmenu van de schoolkantines in Sens. Niet strikt genomen vegetarisch, want het kan gaan om vis, eieren, maar ook zuivelproducten. De vleesvrije maaltijd wordt bereid door diëtisten van API-Restauration. Deze dienstverlener moet er voor zorgen dat minstens 20% van de producten biologisch is en uit de regio komt.
‘We hebben het niet aangedurfd om een 100% vegetarische maaltijd te introduceren, dus kozen we voor de flexibiliteit van vleesloos. Nu wordt het verplicht om elke week een vegetarische maaltijd te serveren. Dit zal geen probleem zijn voor API Restauration, dat één keer per week zijn vleesloze maaltijd zal veranderen in een vegetarische maaltijd voor de 700 kinderen in onze kantines’, zegt wethouder Pascale Larché.

In Charny-Orée-de-Puisaye worden kinderen voorzichtig voorbereid

‘We hebben al één keer per maand een vegetarisch hoofdgerecht, zonder het echt te specificeren”, zegt Aurélien Brain, hoofd van de centrale keuken. ‘Het gaat onder meer om een groente-lasagne en een gehakt van linzen. Het doel was om de kinderen langzaam voor te bereiden op een maaltijd zonder vlees of vis. Er is overweldigend positief op gereageerd.’
Aurélien Brain heeft er alle vertrouwen in dat de wettelijke verplichting wordt toegepast. ‘We hebben al een aantal recepten, maar we zullen nog wat meer moeten variëren. We zijn intern al een eind op weg.’

In Joigny

‘We waren er al klaar voor’, stelt burgemeester Bernard Moraine. In overleg met onze dienstverlener Elite-Restauration, bieden we al enkele jaren een vegetarisch menu aan. 200 tot 250 schoolkinderen eten elke dag in de kantine en ongeveer 30 kinderen hebben om verschillende redenen voor dit menu gekozen. De regeling stelt kinderen in staat om meer groenten te eten en in dat opzicht vind ik het een zeer goede zaak. Het is tegelijk ook een vorm van voedseleducatie.’

In Sauvigny-le-Bois zijn ze overtuigd van het belang

In de kantine van Sauvigny-le-Bois hebben ze niet gewacht tot de wet ze verplicht om de kinderen vegetarische menu’s voor te schotelen. Lokale biologische producten, de strijd tegen afval, een educatieve tuin, leuke workshops rond lekker eten: het schoolrestaurant is de kern van een globale aanpak om de bewustwording rond voedsel te vergroten. ‘Sinds 2011 bieden we vegetarische menu’s aan, eerst één keer per maand, sinds vorig jaar twee keer per maand. We hebben deze keuze gemaakt omdat we ervan overtuigd zijn dat het essentieel is om ook voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardig eiwitten aan te bieden”, zegt burgemeester Didier Ides. ‘De maatregel wordt over het algemeen positief beoordeeld. In ieder geval op zijn inhoud, maar niet noodzakelijkerwijs op zijn vorm. Het is een beslissing uit Parijs, ver van het veld en al helemaal niet aangepast aan de plaatselijke situatie. De maatregel is een stap in de goede richting wat betreft voedseleducatie, maar qua uitvoering een gedrocht. Er wordt ons gevraagd om in korte tijd grote stappen te zetten, maar evenwichtige menu’s samenstellen doe je niet van de ene op de andere dag. Het zal enige tijd en aanpassing vergen voor het personeel om te begrijpen hoe je een evenwichtig menu opbouwt en hoe je verschillende recepten vindt. Wij doen dit op onze eigen manier en in ons eigen tempo.’

Aart Sierksma

Bron: Obligation d’un repas végétarien chaque semaine dans les cantines : des communes de l’Yonne l’affichaient déjà à leur men

Steeds meer schade door reeën

2 december 2019/in Nièvre (58), Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

Caroline Garnier heeft een boomkwekerij in Alligny-en-Morvan en is aan het einde van haar latijn. Ze vertelt haar frustraties aan iedereen die het horen wil.
Met haar roze laarzen, gelakte nagels en bloemen in haar haar laat ze zien wat de reeën aanrichten. Gepassioneerd legt ze uit dat zij iedere dag met haar voeten in de klei staat te werken. ‘We zaaien, we verplanten, we snoeien. Hier doen we alles van A tot Z nog met de hand.’
Maar op dit moment kan deze boomkweker haar woede niet langer bedwingen. ‘Er komen meer en meer reeën. Ze ruïneren veel van onze bomen. Ik weet niet meer wat ik moet doen.’

We kunnen niet de hele Morvan omheinen

Ze slaagde er in om een ontmoeting te organiseren met de jagersvereniging in Alligny-en-Morvan. ‘Ik heb ze verzocht om meer reeën af te schieten,’ zegt ze. ‘Ja, ik weet het, het klinkt misschien schokkend. Het zijn heel schattige dieren. En veel mensen zullen mijn verzoek niet begrijpen. Maar wij wonen hier. Wij werken hier en wij zorgen voor brood op de plank in de Morvan. We hebben een relatief klein bedrijf in deze branche en hebben daardoor niet dezelfde mogelijkheden als een aantal grote sparrenproducenten. Sommigen hebben ervoor gekozen om overal afrasteringen te plaatsen, maar daar ben ik geen voorstander van. We kunnen toch niet de hele Morvan afsluiten? En daarbij komt ook nog eens dat dat voor enorme extra kosten zou zorgen’.

Welke oplossingen zijn er nog

‘Er is ons verteld dat we de stammen moeten beschermen, en dat doen we ook. Met natuurlijke afstotende producten. Maar dat is niet genoeg! Hetzelfde geldt voor de knoesten op de stam. In het begin was dit nog afdoende, maar nu niet meer. En je kunt niet overal en altijd aanwezig zijn. De populatie reeën is nu zo toegenomen dat eigenlijk niets meer werkt. En doordat steeds meer collega-kwekers hun kwekerijen omheinen, zien wij het aantal reeën verder toenemen op de sparrenvelden die niet omheind zijn. Een vicieuze cirkel’.
Caroline Garnier ziet geen uitweg meer en haar woede wordt alleen maar sterker. ‘We zijn nog niet één keer gecompenseerd. Niets. Nul subsidie voor de schade van het wild’.

De burgemeester van Alligny, Marie-Christine Grosche, zelf ook een boomkweker, bevestigt het verhaal van Caroline Garnier: ‘Wij behandelen geen schadeclaims meer. Het heeft geen enkele zin. Het is erg ingewikkeld en als je de ene hebt afgehandeld ligt de volgende al weer op je bureau. Daar hebben we geen tijd meer voor. De jagers vragen ons om een jachtplan te maken, maar wij zijn geen jagers’.
‘Jagers houden het ook af, omdat ze liever op wilde zwijnen jagen dan op reeën. Dat vinden ze belangrijker’, zegt Caroline Garnier.
Ondanks de kritiek hebben de jagers toch de uitnodiging voor een ontmoeting op het gemeentehuis van Alligny-en-Morvan aangenomen. Yanis Lemaître, voorzitter van de jachtvereniging, was aanwezig.

We zijn met steeds minder

‘De situatie van de jagers is nogal gecompliceerd. Er is steeds meer kritiek op ons, niemand wil ons nog. Daarom zijn we erg blij met deze ontmoeting’, zegt Yanis spottend. ‘We worden nou niet bepaald echt gewaardeerd. En bovenal zijn we, zoals trouwens voor de hele Nièvre geldt, steeds minder talrijk’.

Ondanks de vijandige sfeer, komt Yanis Lemaître toch met enkele oplossingen: ‘De reeënpopulatie lijkt me niet overdreven groot. Maar, ik hoor dat er schade is. Ik kan lokale jagers motiveren om meer reeën te schieten. In het jachtplan voor de komende twee seizoenen, d.w.z. tot 2021, zouden we meer reeën kunnen oogsten bovenop het reeds geplande aantal’.


En Yanis Lemaître gaat nog een stapje verder: ‘De overheid moet ook iets doen om deze bedrijven tegen het wild te beschermen. Dit kan niet alleen de verantwoordelijkheid van de jagers zijn. De overheid doet er alles aan om iedereen te beschermen, waarom niet iets extra’s voor de producenten van de Morvan-sparren?’
Een vraag die ook bij Caroline Garnier voor op de tong ligt. Maar ze kent het antwoord al. Het zal niets aan haar huidige situatie veranderen.

Aart Sierksma

Bron: Ras-le-bol dans le Morvan où les chevreuils font des dégâts de plus en plus importants dans les cultures de sapins [Laure Brunet]

Tweeduizend potten jam per dag

25 november 2019/in Saône-et-Loire (71), Vertaald uit lejsl /door Aart Sierksma

Het valt direct op wanneer je bij Confituriers du Morvan binnenkomt. De muren van de winkel hangen vol met onderscheidingen, die tijdens het Concours Générale Agricole van de Salon Internationale de l’Agriculture, in de categorie Confitures et Crèmes, zijn verkregen.


De gouden medaille voor ambachtelijke jam van zwarte bes en framboos in 2015 was de eerste in een lange lijst van prijzen. De meest recente is een gouden medaille voor een frambozenjam in 2019.
Deze successen tonen aan dat Les Confituriers du Morvan sinds 2006 een lange weg heeft afgelegd. Marie en Mathieu Bouchard, oprichter en eigenaar van het bedrijf hebben in de loop der jaren aanzienlijke investeringen gedaan, te beginnen met de bouw van een nieuw gebouw naast de productielocatie begin 2018. Deze hal wordt nu gebruikt voor de opslag. Ook de winkel, waar vele soorten jam worden verkocht is tegelijk met de productiehal vernieuwd.

Biologische producten

Naast de 41 traditionele smaken die beschikbaar zijn, heeft het ambachtelijke bedrijf ook biologische recepten ontwikkeld. ‘Een biologisch kwaliteitskeurmerk staat onder streng toezicht. We krijgen om de zes maanden een check-up en iedere keer weer wordt beoordeeld of we ons biologische label behouden of verliezen. Ons biologische assortiment is minder uitgebreid met elf verschillende jamsoorten’, legt Marie Bouchard uit.
Wat de productie betreft: dagelijks verlaten tussen de 2000 en 2500 potten jam de fabriek in Celle-en-Morvan, tegenover 300 in 2006. ‘In 2018 verkochten we 300.000 potten. Maar we staan niet stil hoor. We proberen steeds opnieuw te innoveren. De fabriek heeft nu de beschikking over drie koperen ketels, waarvan er twee 200 liter kunnen produceren in een volledig geautomatiseerd proces. Kortom, als onze medewerkers op hun werk verschijnen, is de jam al klaar en kunnen ze de potten vullen’, aldus Marie.

De jam die in de regio Autun wordt geproduceerd, wordt verkocht in supermarkten en middelgrote winkels, maar ook in delicatessenwinkels, aan de groothandel en zelfs bij de grootste kaasmaker van Rungis, de Marché du Fromager. Confituriers du Morvan wordt ook geëxporteerd naar Zweden en andere landen. Onlangs is er een pallet van 36 dozen jampotjes verscheept naar Washington D.C., naar de Franse ambassade.
‘We zijn erg tevreden over al deze ontwikkelingen, maar we moeten wel met de beide benen op de grond blijven staan, want niets is ooit zeker. Iedere dag weer staan we voor een nieuwe uitdaging, zowel op het gebied van werving, kwaliteitscontrole en productie’ besluit Marie Bouchard.
Aart Sierksma

Bron: Entre 2000 et 2500 pots de confiture sortent par jour, de chez l’artisan [Michel Sookhoo] Vertaald door Aart Sierksma

Loonongelijkheid

18 november 2019/in Vertaald uit l’yr, Yonne (89) /door Aart Sierksma

Het is moeilijk te geloven, maar in 2019, dus in de eenentwintigste eeuw, is de loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen zodanig dat vanaf 5 november, precies om 16.47 uur, vrouwelijke werknemers symbolisch tot het einde van het jaar vrijwillig voor niets werken.

Elk jaar opnieuw is het weer even schrikken als de nieuwe gegevens binnenkomen. De situatie stagneert. De Europese commissarissen luiden de noodklok: ‘Europese vrouwen blijven twee maanden gratis werken in vergelijking met hun mannelijke collega’s’. Volgens het Europese Bureau voor de Statistiek Eurostat is het gemiddelde bruto-uurloon van Europese vrouwen gemiddeld 16% lager dan dat van mannen in Europese Gemeenschap.

Al 60 jaar in de statuten

In het traditionele communiqué tijdens de Europese dag van gelijke beloning, op 4 november, hamerde Frans Timmermans (eerste vice-voorzitter van de Europese Commissie), Marianne Thyssen (commissaris voor werkgelegenheid) en Vera Dayová (commissaris voor Justitie) op deze grote ongelijkheid: ‘Het is 60 jaar gelden dat het beginsel van gelijke beloning werd vastgelegd in de Europese Verdragen, en toch weerspiegelt de dagelijkse realiteit van vrouwen in heel Europa nog steeds niet de wetten van (….)’.

Meerdere oorzaken

De oorzaken achter de loonkloof zijn natuurlijk meervoudig, zegt de EU: ‘Vrouwen werken vaker in deeltijd, ze worden geconfronteerd met het glazen plafond in bedrijven, ze zijn minder aanwezig in goed betaalde sectoren of ze zijn vaak primair verantwoordelijk als het gaat om de zorg van hun gezin. Een manier om deze oorzaken aan te pakken is om het evenwicht tussen werk en privéleven van werkende ouders en verzorgers te verbeteren’.

Een zoveelste richtlijn

Afgelopen januari, in het kielzog van talrijke teksten die al gevalideerd zijn om de loonkwesties van vrouwen te bevorderen, hebben het Europese Parlement en de Raad van Europa een voorlopig akkoord goedgekeurd over een nieuwe richtlijn over het evenwicht tussen werk en privéleven van ouders en verzorgers. De maatregelen bepleitten in het bijzonder om de ondervertegenwoordiging van vrouwen op de arbeidsmarkt aan te pakken en hun loopbaanontwikkeling te ondersteunen door betere omstandigheden te creëren wat betreft werk en privé. ‘Het enige wat nu moet gebeuren is de bestaande richtlijnen in de praktijk brengen. Actie dus’.

Franse vrouwen zijn nauwelijks beter af

De situatie van Franse vrouwen is bijna in overeenstemming met het gemiddelde in de EU. De loonkloof is dit jaar 15.4%. Vorig jaar was het 15.6%. Een kleine vooruitgang in de richting van gelijkheid

dus. Volgens het Inequalities Observatory is de kloof tussen het inkomen van mannen en vrouwen gemiddeld 21% voor leidinggevenden en 8% voor werknemers. En volgens de minister van Arbeid, Muriel Pénicaud, zijn de grootste bedrijven niet bepaald de braafste: 17% van de bedrijven die meer dan 250 werknemers in dienst hebben staan aan de verkeerde kant van de streep’.

.. en de Esten staan onderaan de ranglijst

De rangorde, opgesteld door de EU laat een groot verschil tussen de lidstaten zien. Onder de goede leerlingen in Europa loopt Roemenië voorop met een loonkloof tussen mannen en vrouwen van 3,5%. Luxem

burg en Italië volgen met 5%. Dit stijgt geleidelijk door naar Zweden (12,6%) en vervolgens naar Spanje en Nederland (15,1 en 15,2%); Portugal (16,3%), Finland (16,7%). Het Verenigd Koninkrijk staat op 20,8%; de Duitse buurman op 21%, terwijl de ‘hoofdprijs’ naar Estland gaat met een kloof van 25,6%.

Aart Sierksma

Bron: À partir de 16h47 aujourd’hui, Mesdames, vous travaillez pour du beur

Nieuwe veiligheidsnormen rond de kerncentrale Belleville-sur-Loire

11 november 2019/in Nièvre (58), Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

De prefectuur van de Cher heeft nieuwe normen vastgelegd in een toekomstig speciaal actieplan voor de kerncentrale van Belleville-sur-Loire. In dit interventieplan (PPI) staat wat de nucleaire risico’s zijn voor de bevolking rond de kerncentrale. Het plan zal binnenkort van toepassing zijn voor de gemeenten tot 20 kilometer rond de kerncentrale. Met het besluit tot goedkeuring van de nieuwe normen, hebben elf gemeenten in de Nièvre deze uitgebreide veiligheidszone van tien tot twintig kilometer geïntegreerd. In totaal maken negentien gemeenten in de Nièvre er deel van uit.

Wat zegt het huidige PPI?

Wat betreft crisisbeheersing onderscheidt het PPI twee fases:
De eerste wordt omschreven als de reflexfase. Deze treedt in werking als er een situatie van onmiddellijk gevaar het hoofd moet worden geboden.
De tweede wordt de gecoördineerde fase genoemd. Deze wordt van kracht als er sprake is van een langer durende crisis.
Als er een situatie ontstaat waarbij geen nucleair risico is voor de bevolking, wordt de PPI niet geactiveerd, maar zorgt de prefect van de Cher voor een 24-uurs bewakingsdienst.

In geval van een nucleair ongeluk, dat binnen zes uur een radioactieve straling kan veroorzaken, wordt het PPI door de centrale overheid in fase één geactiveerd. Nog voordat de exacte oorzaak bekend is, wordt het alarm ingeschakeld en gaat er een sirene af. Binnen een straal van 2 km rond de kerncentrale (Neuvy-sur-Loire voor de Nièvre) wordt de bevolking opgeroepen naar de media (radio, tv, sociale media) te luisteren en naar binnen te gaan. Het gebied wordt afgezet en de radioactiviteit wordt gemeten. Vervolgens kan er een waarschuwing verzonden worden die de bevolking oproept om jodiumtabletten in te nemen. Deze fase duurt slechts enkele uren en eindigt met een besluit van de overheid, bestaande uit ofwel het opheffen van het noodsituatie of een besluit tot evacuatie.

Als er een ongeluk plaatsvindt, waarbij radioactieve straling over een langere periode (meer dan zes uur) te verwachten valt, wordt het PPI in fase twee geactiveerd. De te ondernemen acties worden dan bepaald aan de hand van de gebeurtenis. De overheid kan dan een evacuatie opleggen binnen een straal van 5 km (Annay en La Celle-sur-Loire voor de Nièvre) rond de kerncentrale.

In het geval van een ernstig ongeluk verwijzen de gemeenten in een cirkel van 20 km rond de centrale naar hun gemeentelijke veiligheidsplannen (PCS). Deze PCS beschrijven ‘de organisatie om te zorgen voor waakzaamheid, informatieverstrekking, bescherming en ondersteuning van de bevolking tegen een eventuele aanval’. Ze beschrijven ook het individuele en collectieve gedrag dat moet worden opgevolgd, geven een lijst van veilige schuilplaatsen aan en beschrijven de waarschuwingsmiddelen ( sirene, alert via sociale media).

Bovendien kan een jodiumdistributie tot 20 km rond de centrale worden georganiseerd. Het organisatieplan (Orsec), opgesteld door de prefectuur van de Nièvre in 2013 voor de gemeenten Donzy, Nevers, Saint-Pierre-le-Moutier, Decize, Luzy, Moulins-Engilbert, Château-Chinon, Montsauche-Les Settons, Corbigny, Clamecy, Prémery en La Charité-sur-Loire, voorziet in twaalf jodiumdistributiebureaus in geval van een nucleair ongeluk. In dit geval worden dozen met jodiumtabletten verzonden vanuit het distributiebureau.

Nieuwe jodiumdistributiecampagne

Bewoners in de omgeving van de kerncentrale kunnen preventief jodiumtabletten verkrijgen. De vorige distributiecampagne dateert uit 2016: tegen een opnamebon konden bewoners en beheerders van openbare instellingen jodiumtabletten ophalen bij de apotheek. Elf apotheken in de huidige omtrek hebben een beperkte voorraad jodiumtabletten.
Jodium verzadigt de schildklier zodat het radioactieve jodium dat tijdens een nucleair ongeluk in de lucht wordt vrijgegeven, niet door deze klier wordt geabsorbeerd. Het kan kanker veroorzaken, maar ook de groei van kinderen en adolescenten remmen.

Aart Sierksma

Bron: Nouveau périmètre de sécurité autour de la centrale nucléaire de Belleville-sur-Loire : qu’est-ce que cela change pour les communes concernées ?[Fanny Delaire]

De borstvoedingsindustrie

4 november 2019/in Saône-et-Loire (71), Vertaald uit lejsl /door Aart Sierksma

De vrouwen uit de Morvan waren in de vorige eeuw beroemd als min. Nourrice in het Frans. (Een min, ook wel stilster, zoogster, voedster of zoogvrouw genoemd, in verouderde vorm minnemoeder of minne, is een vrouw die het kind van een ander borstvoeding geeft. Meestal gebeurde dit tegen een vergoeding). Ze wisten precies wat ze moesten doen om veel melk te produceren en te houden. Op de dag van de bruiloft bijvoorbeeld, werden de klokken in het dorp extra lang geluid, in de hoop dat de toekomstige moeders maar veel melk zouden gaan geven. Zwangere vrouwen werden naar speciale fonteinen gestuurd om daar hun borsten in te smeren en ze daarna te wassen. Aansluitend moesten ze een munt of een speciaal daarvoor geprepareerde kaas in het water gooien om daarna van dat bijzondere water te drinken.

Voedsters in hoog aanzien

Deze minnemoeders ondervonden veel waardering en respect. In de jaren rond 1830 werden de vrouwen uit de Morvan uitgenodigd hun melk te geven. Er waren twee categorieën minnemoeders in die tijd.

Moeders die naar de stad vertrokken en moeders die thuis bleven

Sommige jonge minnemoeders verlieten direct na de geboorte van hun kind hun dorp om naar de stad te gaan. Hun eigen pasgeboren kind, dat nog geen moedermelk had gedronken, werd achtergelaten bij familie of bij een voedster. Na twee jaar afwezigheid keerden ze terug naar het dorp om daar een tweede kind te maken. Na de geboorte vertrokken ze weer om hun melk in de stad te verkopen.
Andere moeders verwelkomden, naast hun eigen kinderen, de kinderen van de vertrokken minnemoeders. Daarbij kregen ze ook nog kinderen van de Parijse arbeidersklasse, ambachtslieden en arbeiders die hun kinderen niet thuis konden voeden. Ze werden ‘nourrices à boire’ genoemd.

Rijke families in Parijs stuurden agenten naar de Morvan om voedsters en kindermeisjes te werven. Daarnaast had je allerlei agenten die op eigen houtje op onderzoek gingen en hun bevindingen aan de man probeerden te brengen. Ook waren er vrouwen die zelf het platteland verkenden en jonge vrouwen en moeders bezochten.
Daarna gingen ze naar Parijs om contact te leggen met geïnteresseerde rijke families, contracten te sluiten en konvooien te organiseren om de ‘Morvandelles’ naar de hoofdstad te begeleiden.


Om misbruik te voorkomen werd op 23 december 1874 een wet aangenomen om zuigelingen en minnemoeders beter te beschermen.

Komende vrijdag is er een toneelstuk over dit onderwerp te zien.

L’histoire des nourrices du Morvan racontée sur la scène du théâtre d’Auxerre par des Nivernais, ce vendredi https://www.lyonne.fr/auxerre-89000/loisirs/l-histoire-des-nourrices-du-morvan-racontee-sur-la-scene-du-theatre-d-auxerre-par-des-nivernais-ce-vendredi_13677487/

Aart Sierksma

Bron: Les Morvandelles au coeur de l’industrie de l’allaitement [Claude Chermain

Een fontein in Château-Chinon en een monumentaal beeld in Clamecy

28 oktober 2019/in Vertaald uit l’yr, Yonne (89) /door Aart Sierksma

Een fontein in Château-Chinon en een monumentaal beeld in Clamecy

De onbekende geschiedenis van twee werken aangeboden door François Mitterrand.

De fontein van Niki de Saint Phalle in Château-Chinon en de Man van de toekomst van César in Clamecy zijn geschenken van president Mitterrand. Zij hebben hun plaats niet zonder slag of stoot gevonden. Hun locatie is zelfs in de loop der tijd omgedraaid. François Mitterrand, president van Frankrijk van 1981 tot 1995, gedeputeerde van de Nièvre en burgemeester van Château-Chinon, had beloofd een kunstwerk aan te bieden aan elk van de twee steden in zijn district, Clamecy en Château-Chinon. Dit mooie initiatief heeft nogal wat moeite en tijd gekost. Voor Château-Chinon had de president gekozen voor een monumentaal beeld van César, een kunstenaar waar hij dol op was. De toenmalige burgemeester van Château-Chinon, René-Pierre Signé, beviel dit voorstel echter helemaal niet. Hij wist niet hoe hij dit aan de bevolking moest verkopen: ‘Hedendaagse kunst is niets voor ons’.

De locatie omgedraaid door de president

Geconfronteerd met de in het openbaar geuite aarzelingen van René-Pierre Signé besloot de geërgerde president de werken om te draaien. De fontein van Niki de Saint Phalle, oorspronkelijk gepland voor Clamecy naar Château-Chinon en het beeldhouwwerk van César getiteld Man van de toekomst naar Clamecy. De burgemeester Bernard Bardin van Clamecy verwelkomde het kunstwerk met veel plezier. Hij zei vol vertrouwen ja en geloofde in het vermogen van de inwoners van Clamecy om risico’s te durven nemen, ondanks de heftige kritiek die losbarstte.

De man van de toekomst werd ingehuldigd op 6 juli 1987. De fontein van Niki de Saint Phalle met de verbazingwekkende kleurrijke en geanimeerde sculpturen, op 10 maart 1988, tijdens een flinke sneeuwbui. René-Piere Signé herinnert zich nog steeds het schouderklopje van de president en deze paar woorden uitgesproken door Mitterrand: ‘U bent getuige van het feit dat ik de fontein van Niki de Saint Phalle voor Château-Chinon heb bestemd’. Woorden die de voormalige burgemeester nog steeds doen glimlachen. Omdat dat niet echt de bedoeling was.

César’s steek onder water voor de burgemeester van Château-Chinon

Bernard Bardin was zich terdege bewust van de aarzelingen van Château-Chinon ten opzichte van het werk van César. Een buitenkansje voor Clamecy uiteindelijk, omdat hij vanaf het begin de voorkeur gaf aan het werk van César. ‘Ik had het gevoel dat dit werk gemakkelijker de tijd zou doorstaan en ik respecteerde absoluut de keuze van de president.’ En tot slot César. Hij kon niet nalaten om een hatelijke opmerking over René-Pierre Signé te maken op het moment van de inhuldiging: ‘Ach, u wilde mijn sculptuur toch niet voor uw gemeente?’

De twee kunstwerken worden tegenwoordig omarmt door de lokale bevolking en zijn erg populair bij toeristen.

Aart Sierksma

Bron: Une fontaine à Château-Chinon, une sculpture monumentale à Clamecy : l’histoire méconnue des deux œuvres offertes par François Mitterrand

Het gebruik van pesticiden

21 oktober 2019/in Nièvre (58), Vertaald uit ljdc /door Aart Sierksma

Boeren in de Nièvre maken geen overmatig gebruik van pesticiden, zoals blijkt uit een kaart gepubliceerd door de krant Le Monde over het gebruik van de meest giftige producten.

‘De Nièvre staat er goed op’ Dat is wat Didier Ramet, voorzitter van de Landbouwkamer van de Nièvre, als eerste te binnen schiet als hij het kaartje van Frankrijk ziet. Le Monde heeft onlangs een onderzoek, uitgevoerd door ANSES (Nationaal Agentschap voor voedselveiligheid, milieu en arbeid) over het gebruik van pesticiden in 2017 gepubliceerd. Pesticiden die gekwalificeerd worden als de gevaarlijkste voor de gezondheid en het milieu.

Op het kaartje is te zien dat de boeren in de Nièvre hun landerijen niet of erg weinig met deze pesticiden behandelen. ‘De Nièvre heeft veel veeteelt, met veel weilanden. We verbouwen hier weinig producten zoals planten, bloemen, groente en fruit waarvoor veel herbiciden en insecticiden worden gebruikt’, legt Stéphane Aurousseau, de president van de Departementale Federatie van Boerenbonden (FDSEA), uit. ‘In het noorden van het departement, het land met de wijngaarden en graanvelden, ligt het gebruik wel een stuk hoger. Tussen de 1 en 1.85 behandelingen per hectare. Maar dit laatste cijfer, het maximum in de Nièvre is in de buurt van Breugnon, Corvol-l’Orgueileux en Tracy-l’Orgueilleux, is verre van het landelijke niveau waar 2 tot zelfs 5 behandelingen de norm is’.

Controversieel

Het onderwerp pesticiden is een zeer controversieel onderwerp waarover de landbouwsector en de overheid transparant wil communiceren met de bevolking. Ze zijn van plan binnenkort een handvest te ondertekenen, waarin het gebruik van dit soort producten komt te staan. ‘In dit handvest kunnen de inwoners zien wat de luchtkwaliteit in hun omgeving is. We zullen hierin ook onze aanbevelingen formuleren’, zegt Daniel Barbier, de voorzitter van burgemeesters van de Nièvre. ‘Het zou natuurlijk het makkelijkst zijn om alles te verbieden, maar niet alles is even gevaarlijk’.

Na zes maanden nadenken resulteerde het voorbereidende werk van de verschillende partners in de wens om verwaarloosde heggen opnieuw aan te planten, om zo de verspreiding nog preciezer in kaart te kunnen brengen. ‘Ook de data en tijden van behandelingen moeten op een rij gezet worden om uit te vinden wat de minst schadelijk momenten zijn voor de bewoners in de omgeving, de leerlingen van de scholen, de bewoners van de bejaardenhuizen, de patiënten van de ziekenhuizen, enzovoorts’, voegt Daniel Barbier eraan toe. ‘De toekomstige ondertekenaars gaan toezien op naleving van de opgestelde regels’.

‘We boeken voortdurend vooruitgang’, zegt Stéphane Aurousseau. ‘We weten bijvoorbeeld dat nachtbehandelingen minder producten vereisen vanwege een hogere luchtvochtigheid. Dat is dus veel efficiënter. Er is nog veel winst te halen, maar we moeten wel rekening houden met het feit dat er al veel producten verboden zijn in Frankrijk. Bijna duizend gevaarlijke producten zijn al tien jaar lang verboden’.

Het manifest zou eind 2019 kunnen worden ondertekend.

Aart Sierksma

Bron: La Nièvre à l’abri d’une utilisation excessive des pesticides [Ludovic Pillevesse]

Alcohol is cultureel erfgoed in Frankrijk

In hun boek Tournée générale schilderen de journalisten Thomas Pitrel en Victor Le Grand een portret van Frankrijk in relatie tot alcohol.

In Frankrijk, schrijven jullie: ‘heeft iedereen een relatie met alcohol, zelfs geheelonthouders.’ Waar komt deze stevige stelling vandaan?

Thomas Pitrel: Als we teruggaan in de geschiedenis zien we dat de wijnstok uit Rome komt en zich gelijktijdig met het christendom heeft verspreid. Wijn werd en wordt gedronken tijdens de mis, de viering van het sacrament van de eucharistie in de katholieke kerk. Er waren in het verleden perioden waarin drinkwater van onvoldoende kwaliteit was en waarin de consumptie van wijn door de overheid werd aangemoedigd. Sinds het einde van de jaren zestig is er iets veranderd: het alcoholgebruik van de Fransen is bijna gehalveerd. Maar in de hoofden van mensen is het een essentieel element van de Franse cultuur gebleven. Victor Le Grand: Als we het hebben over alcohol in Frankrijk, praten we in eerste instantie over wijn omdat we daar allemaal een relatie mee hebben, zelfs degenen die niet drinken. Bovendien is het erg moeilijk om niet te drinken. Het komt er op neer dat zelfs als je niet van wodka of whisky houdt het toch bijna onmogelijk is om geen wijn of champagne te drinken na een doop, een bruiloft of de ondertekening van een contract. Omdat wanneer we je een glas champagne aanbieden, we geen alcohol aanbieden: we nodigen je uit om iets te vieren en de alcohol verdwijnt naar de achtergrond tijdens zo’n ritueel.

In de politiek, de diplomatie en de economie werd heel lang alcohol gebruikt om besprekingen soepeler te laten verlopen en discussies te stroomlijnen, maar de tijden lijken te veranderen …

Th. P.: Vroeger waren de maaltijden die op de ministeries of de ambassades werden aangeboden dé gelegenheid om heel veel alcohol te drinken, en Frankrijk had de reputatie de beste banketten aan te bieden. De Franse keuken is tegenwoordig een traditie die door Unesco, de cultuurtak van de Verenigde Naties, is uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed. Het ceremonieel blijft dus behouden, maar het is niet langer de gewoonte om overdreven veel drinken. V.L.G: Dit is ook van invloed op het Franse politieke leven: de consumptie van alcohol in de Assemblee (de Franse Tweede Kamer) is sinds de laatste parlementsverkiezingen gehalveerd. Vandaag de dag gaat het er niet meer zo aan toe als in de tijd van president Chirac, die dol was op een Corona zo uit de fles: het is veel minder cool om te drinken als je een politicus bent.

Jullie wijden een hoofdstuk aan het verdwijnen van cafés en wat dat doet met de sociale cohesie. Waardoor zijn de cafés van weleer vervangen?

Th.P. : Door niets, helaas. De kleine dorpscafés zijn met de uittocht van het platteland naar de steden en door de sluiting van de fabrieken verdwenen. Zelfs als we de cafés nu weer zouden heropenen, verandert dit niets aan het feit dat het gebruik is veranderd, dat mensen ver van de dorpen zijn gaan werken en dat winkels zijn gesloten. Franse cafés sterven uit.

Tegenwoordig worden brouwerijen opnieuw onder de aandacht gebracht onder de noemer ‘biologisch’: de sector heeft nog steeds goede vooruitzichten, toch?

Th.P. : Wat bier betreft zie ik een duidelijke ontwikkeling, aangezien alternatieve brouwerijen bijna 7% van de bieromzet in Frankrijk hebben veroverd. Voor biologische wijn is het ingewikkelder voor zover het een ontwikkeling is die zich niet wenst te houden aan de keurmerken, waardoor deze wijn moeilijk te kwantificeren is. Het concept biologische wijn blijft daardoor nogal vaag. V.L.G.: In elk geval beantwoorden deze nieuwe ontwikkelingen aan de wensen van de consument, die op zijn hoede is voor de massale industrialisatie van voedsel en die controle wenst over wat hij eet en drinkt. We zouden kunnen spreken van de wens om ‘meer kwaliteit’.

De industrie van wijn en gedistilleerd is erg machtig, zozeer zelfs dat wijn een van de zeldzame voedingsmiddelen is die zijn samenstelling niet op het etiket laat zien. Waarom is dat?

Th.P. : Alcohol is niet onderworpen aan dezelfde regels als voedsel. Veel mensen denken dat wijn alleen druiven bevat, maar er zijn veel stoffen die in wijn zijn toegestaan, net zoals in biologische wijn trouwens. Is dat slecht? Het is niet aan ons om daarover te oordelen, maar het lijkt ons normaal dat iedereen kan zien wat hij of zij drinkt. V.LG. : Dat gezegd hebbende, de beroemde ‘wijnlobby’ is geen geheime organisatie. In werkelijkheid ligt de macht bij de regionale bestuurders, die zelf weer worden aangestuurd door de parlementsleden van de wijndistricten. Wat echter jammer is, is dat de staat niets doet om een discussie op gang te brengen tussen alcohollobbyisten en preventieverenigingen, terwijl de ene groep een belangrijke economische sector vertegenwoordigt en de andere bezorgd is over de volksgezondheid.

Aart Sierksma
Bron: L’alcool est culturel en France [Samuel Ribot]

De Abdij van Pontigny staat te koop

Nieuw hoofdstuk in het dossier van de Cisterciënzers Abdij van Pontigny: (De orde der cisterciënzers is een kloosterorde die in 1098 is opgericht door Robert van Molesme in de abdij van Cîteaux). De regio Bourgogne Franche-Comté heeft officieel aangekondigd om afstand te doen van het landgoed van de Abdij van Pontigny, terwijl diezelfde regio het in 2003 juist had aangekocht. Vanaf juli staat het te koop. Het gaat om tien gebouwen, gebouwd tussen de twaalfde en twintigste eeuw. In totaal ongeveer 6.000 m² op negen hectare grond.

Het gewest heeft besloten om er een openbare inschrijving van te maken om op die manier verschillende potentiële kopers met elkaar te laten concurreren. De kandidaten kunnen hun blijk van belangstelling indienen. Het doel van deze opzet is natuurlijk het landgoed te verkopen tegen de best mogelijke prijs.
Yves Delot, president van de intercommunale Serein Armance: ‘Deze 900 jaar oude site is een onaangeboorde schat die internationale faam zou kunnen hebben. Dit is onze Vézelay Florentinois.’

De abdij is zeer geschikt voor allerlei doeleinden. ‘De Vrienden van Pontigny willen er graag een training en onderzoekscentrum openen, dat gewijd is aan monumentrestauratie in samenwerking met het Centre d’Études Médiévales in Auxerre’, aldus de voorzitter Micheline Durand.
De orgelvereniging in Pontigny hoopt op de toekomstige restauratie van het orgel van de abdij. ‘Een schitterend plek waar we masterclasses en andere commerciële en toeristische activiteiten kunnen aanbieden’, aldus Serge Scapol, voorzitter van de orgelvereniging.

Wat zijn de criteria?

Om kandidaten in staat te stellen zich vooraf te informeren, zijn criteria geformuleerd. Deze zijn ondergebracht in twee rubrieken.
Rubriek één (65%) gaat over elementen die bijdragen tot de verbetering van het erfgoed, de groei van het toerisme, de ontwikkeling van lokale partnerschappen en de concentratie van de lokale economische activiteiten. Daarnaast wordt de kwaliteit van het project beschreven en zien we een opsomming van alle wettelijke en financiële garanties. De kandidaat moet kunnen laten zien dat zijn vermogen een effectieve uitvoering van het project kan waarborgen.
Rubriek twee (35%) gaat in z’n geheel over de vraagprijs.

Welke prijs?

De prijs moet door de kandidaat worden geformuleerd. Het gewest gaat echter de aandacht van de kandidaten wel vestigen op het feit dat het onroerendgoedcomplex door de diensten van het staatseigendommenbeheer op 1.800.000 euro is gewaardeerd.

Welke tijdplan?

Kandidaten moeten hun acquisitievoorstel indienen vóór 17 oktober 2019. Vervolgens zal het Gewest besprekingen openen met de kandidaten. Iedereen krijgt de kans om mee te doen en krijgt de mogelijkheid om nog aanpassingen te doen. “Aan het einde van de besprekingen zal het Gewest de geselecteerde kandidaat (en) uitnodigen om een eenzijdige belofte van aankoop te ondertekenen.” Tenzij anders overeengekomen, moet het worden ondertekend ‘binnen een maand na het besluit tot nominatie van de winnaar’.

Aart Sierksma

Bron: La Région met le domaine de l’abbaye de Pontigny en vente [Nora Gutting]