Marcel Proust is nog altijd een beroemdheid

Honderd jaar geleden ontving Marcel Proust de meest prestigieuze literaire prijs, de Prix Goncourt, voor À l’ombre des jeunes filles en fleurs. Het tweede deel van zijn romancyclus À la recherche du temps perdu. Het begin van een nieuw tijdperk voor de Franse literatuur.

Op dat moment was het werk van Proust een absoluut schandaal. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog stond de schrijver er slecht voor. De pers, die na de oorlog volledig gereorganiseerd moest worden, beschuldigt hem ervan dat hij te oud is, te rijk, te werelds en tamelijk decadent. En daar bovenop komt de beschuldigigng dat hij een ‘onderduiker’is, aangezien hij niet aan de gevechten heeft deelgenomen.

Marcel Proust wordt het onderwerp van een gewelddadige lastercampagne die ons eraan herinnert dat ‘nepnieuws’ geen moderne uitvinding is.

In die tijd wachtte en hoopte iedereen op Les Croix de bois, van Roland Dorgelès, HET omvangrijke, indrukwekkende werk over de loopgravenoorlog. À l’ombre des jeunes filles en fleurs lijkt te veel uit de pas te lopen met wat toen gangbaar was. Nergens een vermelding over het einde van de oorlog, geen patriottisch sentiment…

Zes tegen vier 

Maar met een stemming van zes tegen vier beslist de jury in het voordeel van Proust. Met pijn in het hart, want tijdens de beraadslagingen liepen de meningsverschillen hoog op.

Zelfs vandaag de dag is het nog niet duidelijk hoe Marcel Proust de beslissende steun van Léon Daudet, een koningsgezinde en antisemitische schrijver, heeft weten te krijgen om uiteindelijk met de Prix Goncourt beloond te worden. Op dit punt blijft dus het mysterie voortbestaan.

Maar goed. Ongeacht de toekenningsvoorwaarden is de prijs er gekomen. Le Prix Goncourt voor Marcel Proust werd een culturele aardverschuiving en voor veel critici het moment waarop de Franse literatuur een omslag maakte richting een ongekende nieuwe stroming.

Moed tonen

Deze 17e Prix Goncourt in de geschiedenis is de eerste die het publiek van de 21e eeuw nog zonder problemen kan lezen. Eens te meer een bewijs dat deze prijs nog een lang leven voor zich heeft.

Pierre Assouline, huidig lid van de prestigieuze Academie, erkent onomwonden: ‘Zonder dit risico te nemen had de Prix Goncourt misschien niet zo lang overleefd. Deze prijs voor Marcel Proust is een les voor alle juryleden. Van tijd tot tijd moet je moed durven te tonen. Een eeuw later is dit motto nog steeds waardevol…’

Aart Sierksma

Bron: Marcel Proust reste une superstar, un siècle après son prix Goncourt [Rémi Bonnet]

Tekenbeten

De komende weken moet de telefoon-app Signalement Tique het mogelijk maken om tekenbeten, departement voor departement, in kaart te brengen.

Door de opwarming van de aarde worden zowel mensen als dieren steeds vaker door teken gebeten. De ziekteverschijnselen door een tekenbeet breiden zich overal in Frankrijk in een rap tempo uit. De nieuwe versie van de telefoon-app, die in 2017 werd geïntroduceerd in het kader van het CiTIQUE-programma van het Franse Nationaal Instituut voor Onderzoek voor Landbouw, Voeding en Milieu (INRAE), moet vanaf volgende maand helpen om de beten van deze mijt te inventariseren.

Een honderdtal beten in de Nièvre

Elk slachtoffer wordt gevraagd om mee te doen en de tekenbeet bij de wetenschappers van CiTIQUE te melden. Op die manier kunnen de medewerkers van CiTIQUE de kaart met besmettingen zo betrouwbaar mogelijk houden en worden de leefomstandigheden en leefomgevingen van deze mijten steeds beter in kaart gebracht.

De teken zullen de heropening van parken, tuinen en bossen na de lockdown geweldig vinden. Tussen 2017 en 2019 zijn er in de Bourgogne-Franche-Comté 1600 beten gemeld, waarvan bijna honderd in de Nièvre. Weinig natuurlijk, maar toch te veel, want deze kleine dieren kunnen maar liefst vijfenveertig bacteriën en parasieten dragen die besmettelijke ziekten met zich meebrengen.

Ziekte van Lyme

Zij liggen vooral aan de basis van de ziekte van Lyme. Het kan organen, de huid, maar ook de gewrichten en het zenuwstelsel aantasten. ‘Maanden tot jaren na de infectie kunnen er tertiaire verschijnselen optreden, zoals gewrichts-, huid-, neurologische, spier- of hartziekten’, volgens het Ministerie van Solidariteit en Volksgezondheid.

Volgens INREA: ‘De beste manier om te voorkomen dat je gestoken wordt, is om op de paden te blijven en om struiken, varens en hoog gras te vermijden. Ook is het aan te raden om lange kleren te dragen die armen en benen bedekken, een hoed op te zetten, de onderkant van de broek in sokken te stoppen, en het hemd in de broek. Lichtgekleurde kleding maakt het makkelijker om teken te herkennen.’

Noot 1: CiTIQUE (een samentrekking van Citoyens et Tiques, burgers en teken) is een programma dat geleid wordt door wetenschappers die hun onderzoek willen openstellen voor burgers om zo de wetenschappelijke kennis sneller te verspreiden. CiTIQUE wil onderzoekers en burgers die geïnteresseerd zijn in teken en de ziekten die ze overdragen, bij elkaar brengen.

Noot 2: INREA, het Institut national de la recherche agronomique is een Frans onderzoeksinstituut dat zich toelegt op landbouwwetenschappen. Het werd opgericht in 1946 en is een openbare instelling voor wetenschappelijk en technisch onderzoek, onder het gezag van de ministeries van Onderzoek en Landbouw.

Aart Sierksma

Bron: Bientôt une carte des piqûres de tiques, ces acariens qui n’épargnent pas la Nièvre [Ludovic Pillevesse]

 

BZ nummer 59

Terug in de tijd

Voor academicus Jean-Christophe Rufin, arts, voormalig ministerieel adviseur en vervolgens ambassadeur, biedt de coronavirusepidemie een les in nederigheid aan een continent dat ‘zijn verleden verwaarloosd’. De schrijver en onvermoeibare reiziger, die de prix Goncourt in 2001 kreeg voor Rouge Brésil, maakt zich zorgen over de verleiding, misschien wel blijvend, om terug te keren naar de tijd van gesloten grenzen.

Vanuit de Alpen, waar hij twee maanden in lockdown aan huis gekluisterd was, observeert Jean-Christophe Rufin een wereld in stilstand. Verlaten straten, monumenten zonder bezoekers en stille, autoloze snelwegen. Hij is verbaasd en misschien wel verbijsterd. In de ogen van de academicus is deze lockdown in de eerste plaats een openbaring, die van een collectieve achteloosheid.

Epidemieën zijn nooit echt verdwenen. Maar in Europa zijn ze er gewend aan geraakt om ze niet langer als een bedreiging te beschouwen. Er was een vorm van roekeloosheid op het continent die soms grenst aan arrogantie. Het idee dat Europa, na een zware prijs te hebben betaald, buiten de geschiedenis stond, buiten de wereld, dat tragedies Europa niet meer konden treffen. Terrorisme heeft de oorlog weer terug in het hart van onze samenleving gebracht. De komst van migranten toonde aan dat de gevolgen van conflicten geen ver-van-mijn-bed-show waren. De komst van een grote epidemie bewijst eens te meer dat Frankrijk en Europa niet in een luchtbel leven, dat tegenslagen niet alleen ver weg gebeuren’.

Deze crisis stelt ons vermogen om de eindigheid van het leven te accepteren ter discussie

Jean-Christophe Rufin is ervan overtuigd dat deze crisis ons in de eerste plaats terug in de tijd zal plaatsen. ‘Het is ook een terugkeer naar hoe we over de dood denken. De dood, waarvan we vroeger dachten dat die bij het leven hoorde en die we in deze tijd proberen uit te schakelen. Maar met deze epidemie maakt de dood een bijna natuurlijke terugkeer. We zien dat vooral ouderen getroffen worden. Een paar decennia geleden zou men dit niet abnormaal hebben gevonden. Vandaag de dag wordt de dood van een honderdjarige als een ramp beschouwd. In onze beoordeling van deze crisis constateren we dat er vragen gesteld gaan worden over de plaats van de natuurlijke dood, over het vermogen om het einde van het leven te accepteren. In wat voor soort normaliteit zullen we na deze periode weer leven?’ vraagt de ‘onsterfelijke’.

Jean-Christophe Rufin geeft toe dat hij in zijn toespraken soms overdrijving gebruikt om te benadrukken dat we de komende maanden en jaren moeten nadenken over ons leven. Hij wil dat er nagedacht wordt over een noodzakelijke ‘nederigheid, bescheidenheid en voorzichtigheid’ in het menselijk gedrag. ‘We beheersen nu eenmaal niet alle bedreigingen en gevaren. Deze epidemie laat ons achter in het besef dat we kwetsbaar en vatbaar zijn en dat we dat moeten accepteren’, zegt hij. Wanneer hij de reacties op de crisis van dichtbij bekijkt, verbergt de voormalige humanitaire hulpverlener van Artsen Zonder Grenzen zijn bezorgdheid niet. Hij constateert dat zijn tijdgenoten zich een zekere ‘verkokering’ hebben eigen gemaakt die moeilijk te veranderen is. 

Zoals altijd wanneer er een ernstige dreiging is, vindt er een terugtrekking plaats naar kleinere gemeenschappen, waar mensen zich kunnen identificeren en een rol kunnen spelen. Zo’n terugtrekking gebeurt bijna instinctief. We gaan op deze manier de lockdown en het virus waarschijnlijk vrij gemakkelijk overwinnen, is de gedachte. Daar tegenover staat dat het wantrouwen en het sluiten van grenzen er voor zorgt dat het allemaal veel langer gaat duren. Tot nu toe was er een tendens naar het creëren van steeds grotere gebieden van vrij verkeer, maar het lijkt er op dat we nu de andere kant op gaan’, betreurt Jean-Christophe Rufin. In zijn boek Le Grand Coeur  beschrijft hij het droomleven van Jacques Coeur, de grote zilversmid van koning Karel VII, die in de 15e eeuw tussen Bourges en het Oosten heeft bijgedragen aan het openstellen van gebieden, waardoor ze vrij toegankelijk werden. Hij was een voorloper van de Renaissance en gaf de voorkeur aan ‘zachte handel’ boven de botsing der beschavingen.

Ons leven hierna, zo stelt de schrijver zich voor, zal meer onderhevig zijn aan grenzen en er ligt volgens hem nog een ander gevaar op de loer: dat van het inperken van fundamentele vrijheden, met name het recht om te debatteren. ‘Toen de president van de Republiek, Emmanuel Macron, de zin ‘we zijn in oorlog’ herhaalde, viel ik even stil. We moeten ons heel goed de exacte definitie van woorden realiseren. Deze crisis is geen oorlog. Het gevaar van het gebruik van de term ‘oorlog’ is dat het een andere vijand dan het virus zou kunnen aanduiden en aanleiding zou kunnen geven tot een vorm van agressie. Dit is in sommige landen waargenomen (Westerlingen werden gemolesteerd in Afrika, omdat ze het virus meebrachten en dus de vijand vertegenwoordigden). Dit lijkt me een te gemakkelijke manier om zich te bevrijden van controles en ondervragingen. Als we het over oorlog hebben, bediscussiëren we de te nemen maatregelen niet meer. Dan kunnen we niet langer debatteren, bekritiseren en openbare besluiten in twijfel trekken.’

Gewend aan beschouwingen over de relatie tot de dood en de kwetsbaarheid van de mensheid, zal ook aandacht geschonken moeten worden aan het leven na de crisis, benadrukt de academicus, en dan met name het leven in een democratische samenleving.

Aart Sierksma

Bron: “L’épidémie est un retour de l’histoire”, analyse l’académicien Jean-Christophe Rufin [Valérie Mazerolle]

Mondkapjes zijn de nieuwe sigarettenpeuken

Verplicht in het openbaar vervoer, aanbevolen in winkels. Gebruikte mondkapjes en handschoenen worden een probleem voor het milieu en de hygiëne. Ze worden overal in de natuur en op straat weggegooid en vervuilen de omgeving. Een ware plaag. Op het moment van de deconfiniëring staan de mondkapjes niet alleen op gezichten, maar zie je ze overal, op de grond gegooid in de straten, op trottoirs, in de goot, naast de vuilnisbakken voor recyclebaar afval, achtergelaten in de natuur.

300 euro boete

Op Twitter publiceerde Robert, die anoniem wil blijven, een verslag ter ondersteuning van de Nationale Politie. Een even alarmerende als walgelijke reeks foto’s: een mondkapje dat in de zee zweeft tussen andere rommel; een mondkapje dat tussen bladeren in het bos ligt, een ander in een weiland; een verzameling gebruikte maskers die door iemand op een strand wordt opgepikt.

Robert wordt er niet blij van: ‘Hallo stelletje vieze varkens, het duurt wel mooi 450 jaar voordat een chirurgisch mondkapje in de natuur is afgebroken’.

Deze onbeschoftheid wordt bestraft met een boete van 68 euro voor zwerfvuil achterlaten op de openbare weg. Lang niet genoeg volgens Paul Simondon, wethouder van milieuzaken in de gemeente Parijs: ‘We zouden veel strenger moeten kunnen straffen. We moeten boetes invoeren die het achterlaten van zwerfvuil ontmoedigen’.

Eric Pauget, afgevaardigde van LR (Les Républicains) uit de Alpes-Maritimes, maakt zich zorgen: ‘We zien ze echt overal liggen. In de goten, aan de kust, op de parkeerplaatsen van grote supermarkten. Ik ben er voor om de boete te verhogen tot 300 euro’.

Deze overal weggegooide mondkapjes en handschoenen vormen een hygiëne- en gezondheidsprobleem, brengen ziekteverwekkende risico’s met zich mee, zijn een hoofdpijndossier voor gemeentelijke vuilnisophalers en stedelijke diensten, en vormen een nieuwe ecologische bedreiging. ‘Ze verstoppen de riolen en verstoren de sanitaire voorzieningen’, waarschuwt het Water Informatie Centrum (Centre d’information sur l’eau). ‘De kapjes zijn gemaakt van polypropyleen, een niet-afbreekbaar en niet-recyclebaar thermoplastisch materiaal.’

Ontsmetting

Er wordt hard gewerkt om een wegwerpbeschermingsmasker te maken dat tien keer kan worden hergebruikt, dankzij een ontsmettingsproces. Er is een consortium aan het werk dat bestaat uit een groep instellingen, het CNRS (Het Centre national de la recherche scientifique is de grootste Franse overheidsorganisatie voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek), het CEA (de Franse Commissie voor Atoomenergie en Alternatieve Energie), het Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek, het Nationaal Agentschap voor Voedselveiligheid Milieu en Gezondheid en verschillende universiteiten en universitaire ziekenhuizen.

Het hergebruik van beademingsapparatuur na ontsmetting wordt al toegepast in de Verenigde Staten en is kortgeleden goedgekeurd in Canada en Noorwegen.

Aart Sierksma

Bron: En ville et en campagne, les masques sont les nouveaux mégots [Nathalie Chifflet]

Een nieuwsbrief over de gemeenteraadsverkiezingen

Het Journal du Centre lanceert een nieuwsbrief Lettre de campagne tot de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen op zondag 28 juni. Op deze manier worden elke week de belangrijkste punten van de verkiezingscampagne op een rijtje gezet. Je kunt de informatie gratis ontvangen in je mailbox.

Door de coronavirusepidemie zijn de verkiezingen twee en een halve maand onderbroken geweest. Nu wordt de gemeentelijke verkiezingscampagne dus weer hervat. In 34 gemeenten van de Nièvre is er in de tweede ronde nog wel wat te kiezen op zondag 28 juni. Waaronder met name Varennes-Vauzelles en Cosne-sur-Loire.

In de wekelijkse Lettre de campagne, die in z’n geheel gewijd is aan de verkiezingen, krijg je een kijkje achter de schermen en proberen ze de verschillende standpunten uiteen te zetten. Deze gratis digitale nieuwsbrief wordt geschreven en verzorgd door de journalisten van het Journal du Centre en geeft je alle nodige informatie om tot een goed besluit te komen voor 28 juni. Het wordt elke woensdagochtend verzonden.

De essentie in minder dan vijf minuten leestijd

De nieuwsbrief zal onderverdeeld worden in verschillende exclusieve rubrieken.

1. Bruit de la campagne blikt terug op de politieke gebeurtenissen van de afgelopen week en de kwesties die op het spel staan.

2.Séance de rattrapage geeft een terugblik in drie artikelen die je niet mag missen.

3.Vu des internets geeft een inkijkje in de campagne gezien vanaf het web en hoe kandidaten en gekozen functionarissen sociale netwerken gebruiken om te proberen de kiezers te overtuigen.

4. Chut c’est off zal ons een kijkje achter de schermen geven, oftewel wat speelt er zich af in de keuken en vooral in de achterkamertjes!

5. Tot slot zal Pass Your Code ingaan op de kieswet, evenals op informatie over de campagne op nationaal niveau.

Lettre de campagne wordt een hele uitdaging: de essentie van de gemeenteraadsverkiezingen in de Nièvre, in minder dan vijf minuten lezen! Om je te registreren hoef je alleen maar je e-mailadres in te vullen.

Aart Sierksma

Bron: “Lettre de campagne”, la newsletter sur les municipales, revient jusqu’au second tour

De Amerikaanse film Le Goût du vin op Netflix

Albert-Bichot’s landgoed Long-Dupaquit staat in de schijnwerpers in een kortgeleden uitgebrachte Amerikaanse film. Een speelfilm waarin Elijah, een jonge Afro-Amerikaan, meester-sommelier wil worden en in de ban raakt van de wijnmakerij in de Yonne.

Het is een liefdesverhaal tussen Elijah en Cécilia Trimaille en haar team op het Domaine Long-Depaquit in Chablis. De Amerikaanse film Le goût du vin is geregisseerd door Prentice Penny, en is sinds eind maart beschikbaar op Netflix.

Tussen september en december 2018 heeft de filmploeg, die uit zo’n zestig mensen bestond, beelden vastgelegd van het landgoed in de Yonne en van het château Albert-Bichot. ‘Ze hadden een bepaald beeld voor ogen, maar wilden eigenlijk liever de werkelijkheid vastleggen’, legt Cécilia Trimaille uit, die de afgelopen twee jaar de beheerder van het landgoed was. ‘De regisseur wilde graag alle stappen in het proces kennen, zodat hij het zo nauwkeurig mogelijk kon vastleggen’, vervolgt een van de weinige vrouwen in de regio die een wijnmakerij beheert. In het uiteindelijke resultaat vind je de gepassioneerdheid die bij dit beroep hoort goed terug’, complimenteert ze de makers.

De film gaat over een vader en zijn zoon Elijah (gespeeld door Mamoudou Athie). De vader ziet graag dat zijn zoon het familierestaurant in Memphis overneemt waarna hun gecompliceerde relatie aan het licht komt. De jongeman gaat op zoek en komt uiteindelijk in Frankrijk, waar hij in de ban zal raken van het landgoed in Chablis.

Om de verschillende stadia van het werk van de wijnbouwers te filmen, kwam de cameraploeg drie dagen in september in de Yonne, tijdens het einde van de oogst en nog eens drie dagen in december, ten tijde van het bottelen. Zo vereeuwigden ze het werk van een dertigtal vaste medewerkers op het 65-hectare tellende landgoed. ‘Uiteindelijk zijn ze niet toegekomen aan een bezoek van onze kelders’, zegt Cécilia Trimaille, maar deze ervaring was fascinerend en indrukwekkend.’

Commentaren                                       

The Taste of Wine (zoals de Engelse versie heet) is een zeer goede Amerikaanse film die het verhaal vertelt van een jongeman die sommelier wil worden, terwijl zijn vader wil dat hij zijn familierestaurant overneemt. Prentice Penny’s scenario richt zich op een man die van wijn houdt en er een carrière van wil maken, maar hij wordt geconfronteerd met zijn vader die zijn eigen barbecuerestaurant runt en die deze passie niet begrijpt. Het verhaal toont een mooie vader-zoonrelatie.

Prentice Penny’s film is echt interessant en zeer goed gefilmd. Hij weet perfect hoe hij deze vastberaden jongeman, die voortdurend aarzelt tussen zijn kinderlijke plicht en het verlangen dat hem drijft om een andere man dan zijn vader te worden, in de schijnwerpers kan zetten. De wijnbereidingsscènes zijn echt goed belicht en tonen de complexiteit, het harde werken en de moeilijkheid om te slagen in zo’n bijzondere omgeving.

Het is een heel mooi familieverhaal dat wordt verteld. Het is geen Disney-film, de situaties zijn veel reëler en overtuigender dan wat je ziet in een lichtere film. De hoofdrolspelers hebben allemaal grote persoonlijkheden en zijn vertederend.

Mamoudou Athie is een mooie jongeman, klaar om alles te doen om zijn droom te verwezenlijken. Courtney B. Vance is geweldig als een liefhebbende vader die soms moeite heeft met communiceren. Niecy Nash is geweldig als warme moeder. Gil Ozeri is leuk als een student die niet altijd erg begaafd is. En Sasha Compere is mooi neergezet als een toegewijde vriendin.

The Taste of Wine is een zeer interessante en leuke film om te ontdekken. Naast een zelden besproken omgeving, die van de oenologie, stelt het ons in staat om te kijken naar een vertederend gezin en een subtiele omgang met de verschillen tussen witte Amerikanen en Afro-Amerikanen.

Aart Sierksma

Bron : Tourné à Chablis, le film américain Le goût du vin est à visiter sur la plateforme Netflix [Lydia Berthomieu]

Desinfecterende handgel van Cellande

Prefect Jérôme Gutton van Saône-et-Loire heeft een bezoek gebracht aan het bedrijf Cellande in Saint-Vincent-en-Bresse. Het bedrijf, dat vooral handhygiëne- en onderhoudsproducten produceert, heeft zich sinds het begin van de gezondheidscrisis moeten aanpassen.

Meer dan 200 ton desinfecterende gel

Sinds de lockdown is Cellande niet gestopt met de productie van vooral hydro-alcoholische gel. ‘De vraag is enorm groot’, vertelt Ronan Jezequel, de baas van het bedrijf, aan Jérôme Gutton.

De directeur van het bedrijf in de Bresse, dat ongeveer twintig mensen in dienst heeft, maakt de vergelijking met het jaar 2009, toen de Mexicaanse griep welig tierde en de medewerkers ’s nachts doorwerkten om aan de vraag te kunnen voldoen. Maar op dit moment is de druk veel hoger,’ voegt hij eraan toe. Cellande werkt daarom op just-in-time basis (JIT), een logistiek principe dat inhoudt dat de klant krijgt wat is afgesproken, precies op het tijdstip dat is beloofd. (JIT is afkomstig uit Japan en wordt onder meer toegepast in de autoindustrie): ‘We hebben geen voorraad, alles wat geproduceerd wordt, gaat er direct weer uit.’

Tekorten

Momenteel is de gelproductie goed voor 65% van de activiteit van het bedrijf. ‘Maar Cellande heeft ook te maken met problemen: bijvoorbeeld de aanvoer van grondstoffen. Vooral een tekort aan alcohol en glycerine, die de gel textuur geeft’, zegt Ronan Jezequel. Hoewel het bedrijf al vele jaren op deze markt actief is, heeft het toch te maken gekregen met dit soort tekorten. ‘De vraag is internationaal, en leveranciers kunnen het niet meer bijbenen. Ook de grondstoffenprijzen vliegen de pan uit. Sommige zijn zelfs vervijfvoudigd.’

Plastic zakken

De bestellingen komen druppelsgewijs binnen.Ik moet vaak vier bestellingen doen om uiteindelijk slechts twee vrachtwagens gevuld met 5-liter bidons te krijgen. Flesjes van 100 ml worden steeds zeldzamer, dus we moeten proberen ons aan te passen, alternatieven te bedenken,’ zegt Julie Ducret, marketing en sales manager. ‘Een van de oplossingen die we hebben doorgevoerd is het gebruik maken van plastic zakken ter vervanging van de hard plastic bidons.’ Cellande heeft namelijk een machine aangeschaft voor het vullen van de flesjes en heeft samen met de firma ANVI Plasturgie, in Saint-Germain-du-Plain, een aangepaste distributeur voor deze navullingen gecreëerd. ‘Deze plastic zakken verminderen ook de hoeveelheid afval met de helft in vergelijking met de 5-liter bidons,’ zegt Ronan Jezequel. ‘Een initiatief dat dus past in de filosofie die Cellande steeds meer wil doorvoeren: ecologische en biologisch afbreekbare producten zonder gebruik van palmolie’.

Aart Sierskma

Bron: Gel hydroalcoolique : Cellande toujours débordée de commandes [Marie Aubert]

De flora in de Nièvre verandert

De Bourgondische delegatie van het Nationaal Botanisch Conservatorium in Saint-Brisson houdt een Atlas Flore Bourgogne (verspreidingsatlas) bij en kan maar tot één conclusie komen: de biodiversiteit is de laatste jaren drastisch afgenomen.

De wilde flora van de Bourgogne bestond uit 2043 inheemse en uitheemse soorten. Na 1990 zijn er nog maar 1679 gezien. De rest wordt beschouwd als uitgestorven. Van die 1679 zijn 398 soorten uiterst zeldzaam.

Wat verdwenen is

In de Nièvre zijn verschillende soorten sinds 1990 niet meer gezien. Dit zijn onder andere de streepvaren (Asplenium foreziense),

de zware dreps (Bormus grossus),

de gekroesde rolvaren (Cryptogramma crispa),

en de heide-ereprijs (Veronica Dillanii).

De redenen

Deze achteruitgang kan gestopt worden door verschillende veranderingen door te voeren. Menselijke activiteiten en de landbouw komen als eerste in aanmerking voor aanpassingen. Als je het land op een andere manier gebruikt, verandert daardoor ook de plantengroei’, legt Eric Federoff, een botanicus van het Nationaal Plantenconservatorium, uit.

Hoe zit het met de rol van de opwarming van de aarde

Moeilijk te beoordelen voor het Nationaal Botanisch Conservatorium op dit moment. Maar droogte en hittegolven kunnen gevolgen hebben. ‘De analyses van de mogelijke gevolgen van de zomers van 2018 en 2019 zijn nog niet klaar. Maar ons gevoel wat dat betreft is, dat de opeenvolging van dergelijke hittegolven van grote invloed zou kunnen zijn. Zeker als je het bekijkt op korte termijn en dan specifiek op de veranderingen van de biodiversiteit van open kruidachtige omgevingen, weiden in het bijzonder’, aldus Eric Federoff.

Wat is er aan het licht gekomen

Sommige planten, zoals de mariadistel,

die historisch gezien verder naar het zuiden is te vinden, zijn nu in de Nièvre. ‘Je kunt ze zien in de velden. Ze gedijen goed als het warm is. We hebben het al opgemerkt in 2003 en vorig jaar opnieuw,’ zegt Eric Federoff.

In de Nièvre zien we dat bepaalde planten langzaam maar zeker naar het noorden oprukken, zoals de alsemambrosia,

die nu in de Morvan voorkomen. Dit is een van de vier uitheemse soorten die in de Bourgogne een probleem vormt, samen met de teunisbloem,

de witte acacia

en de Japanse duizendknoop.

Deze planten hebben gevolgen voor de economie, het milieu en de volksgezondheid. ‘Uitheemse soorten vormen de derde grootste bedreiging voor de wereldwijde biodiversiteit na de vervuiling van het milieu en de overexploitatie zoals buitensporige jacht op wilde dieren, overmatig kappen van brandhout, overbegrazing en uitputting van landbouwgrond. Ze zijn verantwoordelijk voor de helft van alle geregistreerde verdwijningen.’

Hoe zit het met de bossen van de Nièvre

Het Nivernais-plateau bestaat voornamelijk uit wintereiken. Het klimaat, de bodem en het handelen van de mens hebben de ontwikkeling ervan bevorderd. ‘De wintereik is een, wat men noemt, zeer plastische soort. Hij groeit eenvoudig op zo’n beetje iedere ondergrond en is goed bestand tegen klimaatverandering’, zegt Marc Lefauvre, directeur van het Office national des forêts Bourgogne Ouest. ‘Naast de wintereiken groeien hier veel beuken. De beuk houdt van koelte, schaduw en vochtigheid. Alles wijst erop dat de beuken veel te lijden hebben van de opwarming van de aarde. Als er nog zo’n derde jaar op rij bijkomt, zal deze soort misschien wegkwijnen.’

In de Morvan vinden we de gewone spar, de zilverspar 

en de douglasspar.

De eerste twee worden bedreigd. ‘De omstandigheden tot 2010 waren goed, maar de laatste jaren met de droogte en de hitte is de populatie verzwakt en is er veel schorsval.’

Het Office national des forêts Bourgogne Ouest bevindt zich nu in een periode van bezinning. ‘We doen onderzoek, maar hebben nog niet alle antwoorden. Vroeger hielden we ons vooral bezig met de theoretische kant van de klimaatverandering. Op dit moment kunnen we daadwerkelijk zien dat er van alles gebeurt. We denken dat we al in 2030 een verandering in het landschap zullen zien. Maar in welke mate? Wat voor verandering?’

Aart Sierksma

Bron: Par l’action de l’homme ou le changement climatique, la flore nivernaise se modifie au fil du temps [Anne-Charlotte Eveillé]

De wereld na corona

We hebben het werkwoord hebben te vaak vervoegd’, zegt Nicolas Vanier.

Op zijn boerderij in Cerdon (Loiret) vertelt de schrijver en avonturier over de kansen die de coronaviruscrisis het milieu bieden. Maar hij maakt zich geen enkele illusie: ‘na de crisis, als de emotie eenmaal voorbij is, zal alles weer van voren af aan beginnen.

In een wereld die ‘volledig gek, luidruchtig en consumptief is geworden’, heeft Nicolas Vanier niet gewacht op overheidsmaatregelen om af en toe een vorm van sociale distantie toe te passen. In zijn ogen is het zelfs ‘absoluut noodzakelijk’. De avonturier, auteur en regisseur zit opgehokt in zijn boerderij in de Loiret, omgeven door vijvers en bossen en werkt aan zijn volgende speelfilm. Hij ziet de gezondheidscrisis en de daaruit voortvloeiende lockdown als een kans die aan de natuur wordt gegeven.

Pessimist

Ik ben pessimistisch gestemd. De mensen gaan de echte lessen uit deze geschiedenis helemaal niet leren. De rampen zullen zich namelijk blijven herhalen als we in dit tempo doorgaan. Ik wil de tragedie van dit virus en alle gevolgen die het kan hebben helemaal niet bagatelliseren, maar we weten dat de opwarming van de aarde veel grotere schade zal aanrichten dan de ellende die we nu meemaken. Ondanks de steeds nauwkeuriger en wetenschappelijk bewezen berichten, coronavirus of niet, de toestand van het milieu in de wereld blijft verslechteren. Zoals bij de ondergang van de Titanic, waar men enkele minuten voordat het schip zonk op het dek bleef dansen.’

Het stelsel moet hervormd worden

Vandaag de dag consumeren we in acht maanden wat de planeet in twaalf maanden produceert. Maar de planeet kan het zich niet veroorloven om failliet te gaan. We weten heel goed dat we met het hoofd tegen de muur lopen. Maar er is een ongebreidelde wedloop naar globalisering. Een halve eeuw geleden zou het coronavirus zich niet zo hebben verspreid. Welke lessen kunnen we daaruit leren? Produceer meer Frans, consumeer meer Frans. Het is volkomen krankzinnig om een auto te maken waarvan de onderdelen uit meer dan vijfentwintig verschillende landen komen. In werkelijkheid denk ik dat er slechts kleine veranderingen zullen komen, maar eigenlijk zou het hele systeem op de schop moeten. Elke keer als er een crisis is – en we gaan er steeds meer zien – repareren en veranderen we een paar kleine onderdelen van de auto, we dichten hier en daar wat gaten, maar eigenlijk zou de hele auto veranderd moeten worden.’

Terug naar het evenwicht

Mijn ideale wereld na corona is eigenlijk heel eenvoudig. Laten we wereldwijd referendum houden waarbij we de mensen van dit kleine dorp, dat de Aarde heet, vragen: Gaan we zo verder of keren we terug naar een wereld in balans? Dat evenwicht is mogelijk als we stoppen met het produceren van dingen die wij noodzakelijk achten, maar die steeds sneller opnieuw moeten worden veranderd. Mobiele telefoon nummer 10 is nog niet uitgekomen of nummer 11 is al weer onderweg. En als je nummer 11 hebt, denk je al weer aan nummer 12. Bovendien kunnen we met betrekking tot de toekomstige generaties niet toewerken naar een opwarming van de aarde van meer dan 2,5°C. Dat zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Maar we stevenen er recht op af. We moeten daarom onze manier van leven gaan versoberen. En deze lockdown van enkele weken geeft ons de mogelijkheid om iets te veranderen. We hebben een paar weken kunnen ervaren hoe een ander leven eruitziet.’

Ik heb tijdens mijn verblijf van meer dan een jaar bij nomadische rendierhoeders in Siberië gezien dat mensen die geen geld hebben, diep gelukkig kunnen zijn. Wij zouden eens wat meer moeten nadenken over alle moeite die we doen om onszelf gelukkig te maken. Ik ben helemaal niet iemand die ervoor pleit om terug te gaan naar de paardenkoets. Maar, zoals Pierre Rabhi in La Sobriété heureuse zegt: we moeten nadenken over wat we uit de natuur kunnen halen zonder dat er een gigantisch tekort ontstaat voor de volgende generatie. In een halve eeuw – een stofje op de schaal van de mensheid – heeft de mens behoeften voor zichzelf gecreëerd die onredelijk zijn geworden. We hebben te veel en te vaak het werkwoord hebben vervoegd. En daar plukken we nu de vruchten van. We moeten een begin maken met het vervoegen van het werkwoord zijn.’  

Biografie

Geboren in 1962 in Dakar (Senegal). Nicolas Vanier heeft zich gewaagd aan het hoge noorden van Quebec, Alaska, Siberië… Als hij niet reist, schrijft hij. De avonturier legt de laatste hand aan een film die hij deze herfst hoopt uit te brengen. De cast van Poly, gebaseerd op de romanreeks van Cécile Aubry, bestaat uit François Cluzet, Patrick Timsit en Julie Gayet. ‘Ik ben nog bezig met twee andere films die op dit moment in het schrijfproces zitten,’ zegt hij.

Aart Sierksma

Bron: Notre vie d’après : “Nous avons trop conjugué le verbe avoir”, pour Nicolas Vanier [Pauline Mareix]